Psalmberijming en hervormd gereformeerde identiteit
Psalmen in tweevoud (2)
Ik kom nu tot de vraag van de hervormd gereformeerde identiteit. Het hier volgende gedeelte had een plaats in de lezing in Veenendaal (zie vorige artikel). Ik neem het hier toch ook op, hoewel deze zaken meerdere malen in deze kolommen aan orde kwamen.
Hervormd gereformeerde identiteit, wat is dat eigenlijk? Het betekent vanouds op een gereformeerde wijze in de concrete Nederlandse Hervormde Kerk staan. Het is gereforméérd hervormd zijn, op een gereforméérde wijze deel uitmaken van de Hervormde Kerk, met al haar schakeringen in de volle breedte. Dat betekent een kerkelijk leven voorstaan naar Schrift en belijdenis.
Sola
De hervormd gereformeerde identiteit valt het beste te typeren met het woordje, dat met vier hoofdletters geschreven staat in de Augsburgse Confessie, de belijdenis van de Lutheranen, het woordje Sola. Naar Schrift en belijdenis betekent Sola Scriptura, alleen de Bijbel, alleen de Schrift. De Bijbel alleen is norm voor het persoonlijke leven, voor het gemeentelijke leven, voor het kerkelijke leven. Niet wat mensen menen, wat theologen ervan vinden, wat doorgeleide christenen ervaren, hoe filosofen redeneren, wat voor het eigentijdse levensgevoelens nog aanvaardbaar is, of wat wetenschappelijk aanvaardbaar is is doorslaggevend. De Bijbel is de enige bron en de enige norm: de regel des geloofs.
Sola Gratia, alleen genade. Het is genade als een mens behouden wordt, soevereine genade van God. Zoals Luther dat ontdekte, toen hij met z'n werken aan een eind gekomen was en hij terug mocht vallen op de genade alleen en hij ontdekte, dat God goddelozen rechtvaardigt 'om niet'. Toen hij dat ontdekte uit de Romeinenbrief, zo schrijft hij, was het alsof hij door geopende deuren het Paradijs binnentrad.
Sola Fide. Alleen door het geloof, het bedelaarsgeloof, het zondaarsgeloof. Het geloof als de lege hand, waarmee we de genadegaven van God mogen ontvangen.
En Solus Christus, Christus alleen, als dé Weg, dé Waarheid en hét Léven. Buiten Hem geen waarheid, buiten Hem geen weg, buiten Hem geen leven. Dat bij elkaar is ten diepste Schrift en belijdenis. En dan ook zo, dat dit niet louter een zaak is van het hoofd maar ook van het hart. 'Wij geloven met het hart', zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis 'en we belijden met de mond'. Het waarachtige belijden komt uit het waarachtige geloven voort. Dat is een hartezaak. Het is de religie van onze belijdenis. Dat is, wat ook de hervormde kerkorde bedoelt met gemeenschap met de belijdenis der vaderen.
Primair
De hervormd gereformeerde identiteit heeft dus alles te maken met binding aan de Bijbel en aan de belijdenis van de kerk, maar dan ook met de geestelijke beleving daarvan. Die identiteit komt primair tot uitdrukking in de prediking: de prediking van zonde en genade, van wet en Evangelie; de prediking van Christus en Zijn verzoenend lijden en sterven; de prediking van de volle breedte en de volle diepte van de Schriften. De prediking staat voorop. Als we over hervormd gereformeerde identiteit spreken, moeten we bij het hart beginnen: prediking naar Schrift en belijdenis, die getoonzet wordt door het werk van de Heilige Geest.
Liturgie
Aan de prediking naar Schrift en belijdenis is alles ondergeschikt in de eredienst, anders gezegd is er aan dienstbaar; ook de liturgie en de omgang daarmee in het geheel van de kerk. Ik herinner mij, dat ds. J. van Sliedregt in 1968 schreef: 'Ik laat mij vanwege de kwestie van de berijming niet weghouden uit gemeenten met de prediking, omdat ik het volk de prediking naar de Schriften niet mag en wil onthouden'. Dat is toch iets wat ook breed leeft bij predikanten, die in hun eigen gemeente er niet over peinzen om op nieuwe berijming over te gaan maar die, in de breedte van de kerk, bij vacaturediensten bij voorbeeld, de prediking laten prevaleren.
* * *
Daarmee wil ik niet zeggen, dat de liturgie als zodanig niet van het grootste belang is. Ik citeer, wat enkele jaren geleden in een nota werd geschreven van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, getiteld Uitgangspunten en Knelpunten. Daarin werd de hervormd gereformeerde identiteit op tal van punten nader omschreven en toegespitst. Daarin kwam ook de kwestie van de psalmberijming in het geheel van de liturgie aan de orde. In die nota wordt gezegd:
'De prediking heeft altijd prioriteit. Alleen door de prediking wordt de gemeente gebouwd. Door een valse prediking, een prediking die stoelt op een vals fundament wordt de gemeente ondermijnd. Anderzijds vormt ook de liturgie met de verkondiging een eenheid. Hoewel de liturgische vormgeving van de eredienst ondergeschikt is aan de Woordbediening als zodanig, realiseren we ons toch, dat liturgische gebruiken niet waardevrij zijn. Ze zijn onderworpen aan de waarde van de Woordbediening.'
En verder: 'Prediking naar Schrift en Belijdenis, waarin de diepe tonen van zonde en genade klinken, verdraagt zich niet met een oppervlakkig geloofsbegrip of een optimistische geloofsexpressie zoals die in sommige vrije liederen tot uitdrukking komt.'
Het al of niet zingen van het vrije lied als zodanig, mits Schriftgebonden, zo werd gezegd, is geen kwestie van bijbels principe. De Schrift zelf spreekt immers over het zingen van psalmen, lofzangen en geestelijke liederen (Ef. 5 : 19 en Kol. 3 : 16). (Men leze hierover de recent door het hoofdbestuur uitgegeven nota Zingen naar de Schriften.)
We weten ook heel goed, dat de kerk der eeuwen een rijke schat aan liederen heeft voorgebracht. Toch heeft de synode van Dordrecht slechts voor 'enige gezangen' gekozen en dan nog wel in hoofdzaak zulke, die direct op de Schrift teruggaan. Men koos voor het directe zingen van de Schrift, met name van de psalmen, die voor de liturgie bedoeld zijn.
Echo
In genoemde nota wordt verder gezegd: 'Weliswaar is elke psalmberijming ook in zekere zin een echo, een weerkaatsing, maar dan toch een echo van de Schrift als zodanig, waarbij de berijming zo nauw mogelijk dient aan te sluiten. In het vrije lied gaat het om een echo van het Schrift getuigenis en daar zit ook altijd de dichter weer tussen. Dan gaat het toch vaak om een wat vrijere interpretatie van overigens bijbelse elementen'.
* * *
Met Calvijn wordt dan gezegd:
'We kunnen de Heere niets beters toezingen dan Zijn eigen Woord. We hechten derhalve, maar dan ook vooral positief, aan het zingen van de psalmen in de eredienst, "De kleine Bijbel in de Bijbel", zoals Luther dat zei, waarin men de heiligen in het hart ziet en waarin klacht en jubel, vertwijfeling en hoop, roepen om genade en roemen in genade, boetedoening en lofzegging bijeen worden gehouden. In de psalmen weet de kerk zich ook verbonden met het oude bondsvolk Israël. Zingt Israël vandaag echter de psalmen met Messiaans verlangen, als christenen mogen we de psalmen zingen met het oog op Christus, gekomen als Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Israël.'
Ten slotte wordt in genoemde nota de vraag nog weer gesteld of deze kwesties dan van primaire betekenis zijn, of dat ze ondergeschikt zijn aan de doorwerking van de prediking in de kerk. Dan wordt het laatste bevestigend beantwoord.
Psalmberijming en identiteit
Ik kom nu op de kwestie van de berijming als zodanig en de hervormd gereformeerde identiteit.
Een psalmberijming op zich kan niet doorslaggevend zijn voor de hervormd gereformeerde identiteit. We zingen immers de psalmen. En om die psalmen gaat het met name. Maar toch...
In de tijd, dat de nieuwe psalmberijming werd ingevoerd (1967) is daar als eerder gezegd, ook een notitie over verschenen van het hoofdbestuur.
Gezegd werd, dat de beste psalmberijming het moeilijk zou hebben om door de gemeente als zodanig stante pede te worden aanvaard. Dat heeft met het vertrouwen in het oude te maken. Dan wordt de geschiedenis nagetrokken. De berijming van Petrus Datheen was de eerste, maar tegen het einde van de zestiende eeuw waren er nog twee, namelijk die van Marnix van St. Aldegonde en die van Utenhoven. Men is het er in het algemeen over eens, dat de berijming van Marnix zonder meer de beste was. Deze benaderde het beste de Hebreeuwse tekst, veel beter dan die van Datheen. Die berijming stond ook dichterlijk en taalkundig op een hoger plan dan die van Datheen.
* * *
Toch won Datheen het. Ongetwijfeld speelde daarbij een rol, dat de berijming van Datheen de eerste is geweest, die op de markt kwam. Deze was aanvaard en ingeburgerd.'
Op de synode van Den Haag in 1586 werd besloten, dat de berijming van Marnix - die was hij toen nog aan het voorbereiden - door de synode zou worden aanbevolen. Deze kreeg een krachtig pleidooi van de synode. Bovendien zou de berijming van Marnix aan de ambtsdragers en aan andere voorname personen 'privatelijk gerecommandeerd' worden. Voorts zou ze 'van den predikstoel den volke aangeprezen worden. Zonder nochans de vorige psalmen (te weten die van Datheen, v. d. G.) precieselijk te verwerpen, maar latende evenwel iedere gemeente vrijheid, die te behouden en te zingen'. Ten slotte zouden de schoolmeesters de aanzegging krijgen dat ze de kinderen de berijming van Marnix moesten leren.
* * *
Alle voorwaarden werden, door de kerk, door de synode geschapen, om de berijming van Marnix erin te krijgen. Ondanks dit besluit en de tegemoetkomende houding van de synode is deze berijming echter toch geen gemeengoed geworden in de kerk. Dat betrof niet alleen een kwestie van tijd. Daar speelde op enigerlei wijze in mee het vertrouwen. Dat was niet alleen een kwestie van conservatisme maar ook van: wie vertrouwde men volledig, theologisch en geestelijk, als het over de psalmberijming ging?
Ten aanzien van de nieuwe berijming werd, op het moment dat deze werd ingevoerd, eigenlijk ook de kwestie van het vertrouwen gesteld. Welke dichters vertrouwen we? Ik hoor nog ds. W. L. Tukker, vroeger voorzitter van de Gereformeerde Bond, zeggen: 'Jan Wit zal mijn opperzangmeester niet zijn'. Ik denk, dat dat een heel wezenlijk element was in de zestiger jaren bij de beoordeling van de berijming in hervormd gereformeerde kring: de kweste van het vertrouwen. Dr. H. Bout, zelf gepromoveerd op de psalmen en betrokken bij de nota van het hoofdbestuur, was overigens later aanmerkelijk meer waarderend over de kwaliteit van de nieuwe berijming dan bij (zijn) eerste beoordeling.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's