De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

14 minuten leestijd

Aansluiting bij cultuur?
29 augustus trad onze eindredacteur terug als algemeen secretaris met een symposium over het thema 'De kerk op adem'. Hoofdaccent viel die dag op de vraag: hoe leggen we verbinding tussen wat ons als hervormd-gereformeerde beweging drijft en wat er omgaat in de hedendaagse cultuur. Ik kreeg uit allerlei verslagen niet de indruk dat die vraag ook werkelijk beantwoord werd naar tevredenheid van iedereen. Toch is het opmerkelijk dat er sprake is van een nieuw religieus verlangen in onze samenleving. Onlangs verscheen er een studie van dr. Anton van Harskamp (uitg. Kok-Kampen) onder de titel Het nieuw-religieuze verlangen. De nieuwste cijfers van het SCP-onderzoek laten zien dat de buitenkerkelijkheid onder ons volk opnieuw is toegenomen (zie De Waarheidsvriend van 5 oktober jl.). Toch zijn er twee stromingen die niet over belangstelling hebben te klagen: de evangelische beweging en New Age. Van Harskamp gaat breed en grondig in op dit verschijnsel. Zijn stelling is: deze opleving van niet-traditioneel kerkelijk gebonden religiositeit heeft alles te maken met de sterk toegenomen individualisering. Juist de twee genoemde stromingen gaan veel meer dan in de gevestigde kerken gebeurt in op de sterk toegenomen behoefte van het individu om zichzelf te vinden.
In het Centraal Weekblad van 29 september en 6 oktober geeft dr. M. H. Vroom een samenvatting van het boek van dr. Van Harskamp en sluit zijn artikelen af met een beoordeling. Omdat het geloof iets is geworden van ieder mens op zich en omdat veel mensen het in onze tijd zelf willen uitzoeken wat waar is en wat bij hen en hun leven past, is het gezag van de kerk als instituut bijna helemaal weggevallen. Geloof heeft voor veel mensen nog nauwelijks relatie met werk, gezin of politieke kwesties. Geloof gaat vooral om de vraag wie jij in het diepste van je bestaan bent.

'Met het gezag van "tradities" is ook het vertrouwde wereldbeeld verdwenen. Je hoorde ergens bij; de wereld was in Gods hand; je leerde omgaan met de onvolmaaktheid. Nu moet je het allemaal uitzoeken en word je donateur van goede doelen (Amnesty, natuur, medisch). Geloof is niet meer vanzelfsprekend: mensen geloven zoveel! De zaag van de twijfel ligt aan de wortel van het geloof. Mensen hebben minder principes en besluiten tot wat ze doen op grond van verhalen en films en verantwoorden zich door te vertellen hoe ze ergens toe gekomen zijn. Wie we zijn, wordt niet meer door een gemeenschap bepaald maar bestaat in ons levensverhaal. Dus moeten we onszelf ervan overtuigen dat ons verhaal deugt. Zo ligt de bijl ook aan de wortel van onze zekerheid over onszelf wie zijn we echt? Is het allemaal waardevol? Voldoen we ten diepste wel aan verwachtingen en normen? Door de individualisering dringt zich de vraag op wie ik echt ben en hoe het met me staat. Hier ligt voor Van Harskamp de clou van de nieuwe vormen van religiositeit: ze helpen het individu zichzelf te vinden. De twijfel wie je bent en waarvoor je leeft en of je niet alleen maar geleefd wordt, en dus de vraag naar echtheid en authenticiteit, is de drijvende kracht achter de nieuwe religiositeit. Het echte kunnen we niet vinden in onze uiteenlopende taken, want het gaat om wat ons hele leven samenbindt, onszelf. Zo drijft het "nieuw-religieuze verlangen" de mens naar binnen, op zoek naar een ontmoeting met het hogere dat mij genadig is, laat zijn en mij aanvaardt zoals ik ben. In ons hart zit een gat, een opening naar binnen/buiten, naar dat wat ons draagt en wil dragen en ook moet dragen, wil het ooit goed komen. Dit verlangen is de motor voor de nieuwe religiositeit die tendeert naar mystiek, spiritualiteit en iets in ons hart.
Maar er blijft daarnaast een "beweging naar buiten": ook als je genadig jezelf mag zijn, moet je dat waarmaken in de eisen die van allerlei kanten op je afkomen en waaraan je nooit kunt voldoen (al was het maar dat je niet genoeg tijd en geld hebt of dat je de energie ontbreekt). Er is zoveel, en het kan nooit allemaal en zeker niet perfect. Het zoeken naar heelheid leidt dus onvermijdelijk tot het gevoel van tekortschieten. Onze samenleving veroordeelt ons tot tekortschieten: luister maar hoe Youp van 't Hek onze luchtkasteeltjes doorprikt en laat zien hoe weinig het vaak voorstelt. Je bent verantwoordelijk, maar het wordt altijd minder dan had gekund en zeker dan je had gehoopt. Als het niks wordt, of als het sleur wordt, raken we verveeld en zien we niet meer dat het nog iets wordt. In onze cultuur wordt geloof sterk gestimuleerd door dood, verveling, het kwaad, en de vergankelijkheid: ook wij zullen het afleggen tegen de man met de sikkel. Wie zijn wij zelf en waar vinden wij zekerheid? '

Wat is individualisering nu precies waardoor het culturele klimaat vandaag zo nadrukkelijk bepaald wordt. In Hervormd Nederland (16 september 2000) is een gesprek te lezen met dr. Van Harskamp.

- 'Van Harskamp: "Iemand die dat goed heeft uitgelegd, is de filosoof Heidegger. Kort gezegd komt het hierop neer. Wanneer mensen in het verleden verantwoording aflegden van hun religieuze keuzen, verwezen ze naar de bijbel of naar een belijdenisgeschrift of naar de leer van de kerk. Individualisering houdt in dat die houding voorgoed voorbij is en dat geldt zowel voor moderne als orthodoxe christenen en ook voor aanhangers van New Age. Wij beschrijven onze keuzen in termen van onze individuele waarden en voorkeuren. Alles wat op ons afkomt, wordt gemeten aan wat voor ons van waarde is. Volgens Heidegger, en ook volgens sommige theologen, betekent dit een enorme crisis in de godsgedachte. In vroegere tijden werd je gedragen door het idee dat er buiten jou iets was waarop je kon vertrouwen. Dit vertrouwen is in onze tijd helemaal weg. Een modern individu komt tot de nare ontdekking dat hij dat vertrouwen in de eerste plaats bij zichzelf moet zoeken. En daar vindt hij dat niet. Daarom gaan zoveel mensen in onze tijd op zoek naar religiositeit."

En wat vinden ze dan?
"Niet het godsbeeld van vroeger. Binnen de nieuwe religiositeit, die je in afgezwakte, gedempte toon ook in de kerk aantreft, bestaat er geen almachtige, de wereld beheersende God. Er bestaat ook geen toornige God. God is een werkelijkheid van liefde. Een begrip als zonde, waarmee christenen van reformatorische en katholieke huize zo geworsteld hebben, hoor je tegenwoordig nauwelijks meer. Het evangelicalisme is een protestantse stroming waarin het accent ligt op de onmiddellijke ervaring van God en op de levensverandering die door wedergeboorte tot stand komt. Vaak gaat het om mensen die al lang christelijk of kerkelijk waren en hun eigen bekering of wedergeboorte verwoorden in termen van bevrijding: ik ben bevrijd van die God die mij alsmaar bedreigde, van die ouders, die dominees en die Christus die daaraan meewerkten. Die overgang is essentieel voor nieuwe religiositeit. Dat ontdek je bijna altijd. Er is een afkeer van meer traditionele, bedreigende vormen van religiositeit."

Is dat niet heel opmerkelijk?
"Het is zeker opmerkelijk. Maar valt het ook te begrijpen? Bij de evangelicalen kan ik die optimistische spiritualiteit, die feel good-religiositeit niet helemaal volgen. Wat mij tegen de borst stuit, is de routine waarmee evangelicalen voortdurend getuigen van hun eigen vrijheid en blijheid. Als je werkelijk zo'n blij leven leidt, waarom moet je dat dan aan de godganse wereld verkondigen? Bijvoorbeeld bij Billy Graham en zijn opvolgers zie je voortdurend het element terug dat de wereld in zonde bevangen is. De satan is nog niet afgeschaft. Die heerst overal en probeert ons voortdurend over te halen om te gaan roken en overspel te plegen. Het optimisme sluipt er nu in, als zij beginnen te betogen dat de wereld maar één ding nodig heeft om van het kwaad verlost te worden en dat is Christus. Wie Christus aanvaardt, is in essentie verlost. Dan ben je in de grond van je hart een nieuw mens geworden. Daar straalt een geweldige zekerheid vanuit. Maar als je Grahams teksten goed bekijkt, dan zie je op een onderbewust niveau ook een enorme twijfel en onzekerheid. Elke keer moet hij die boodschap herhalen. Hij wordt voortgedreven om die boodschap voor grote massa's mensen voortdurend te bevestigen."

Maar het evangelie is toch in essentie een blijde boodschap?
"In het traditionele christendom spelen blijdschap en dankbaarheid een belangrijke rol. Maar er is ook altijd ruimte voor twijfel geweest. Bij auteurs als Bunyan en Tolstoj vind je de opvatting dat de worm ook in het christendom zit, dat er zoveel, niet meer goed te maken kwaad in en om je heen zichtbaar is, dat je best ook wanhopig mag zijn. Maar dat besef mis ik bij de evangelicalen. Wie eenmaal wedergeboren is, is van elke zonde bevrijd. Enkel de wereld is nog in duisternis gehuld. In mijn ogen, maar dan spreek ik niet als godsdienstsocioloog, is dat een onhoudbare boodschap."

Hoe kan het, hoe komt het dat de twee genoemde stromingen zoveel aansluiting en daarom aanhang vinden? Het antwoord op die vraag die Van Harskamp zich stelt in zijn studie geeft dr. Vroom in het Centraal Weekblad dan als volgt weer:

'In deze cultuur vindt de nieuwe religiositeit haar wortels. Aan de ene kant van het spectrum staat New Age, aan de andere kant de evangelische beweging. Daartussen is een gebied waar ieder een boeket geloof naar eigen voorkeur samenstelt. Bij New Age is de mens ten diepste goddelijk; genadig word je door het goddelijke Al omsloten. Ten diepste ben je goed en heel maar let wel: feitelijk ben je dat niet en dus verhoogt deze boodschap het schuldgevoel en verbreedt het perfectionisme de kloof tussen heilig diepste zelf en grauwe werkelijkheid. Alles komt goed, want de natuur deugt - alleen, we hebben ons van de diepste grond afgesneden en we kunnen deze kloof niet dichten. De Cursus in wonderen drijft op schuldgevoel. Bovendien wordt van de gelovige overgave aan de autoriteit van deze Schrift en de wijzen gevraagd.
Het evangelicalisme (Van Harskamp denkt hier met name aan de pinksterbewegingen en andere charismatische stromingen, wereldwijd een derde van de christenheid) spreekt mensen aan op de noodzaak van wedergeboorte en een persoonlijke relatie tot God en biedt zo heelheid van "zelf", genade en uitzicht op de hemel: het komt goed. Ook hier ligt de lat hoog. De Amerikaanse evangelicale beweging is remonstrants/arminiaans: je moet zelf kiezen; dan komt er iets nieuws in je hart, zodat het oude zelf en de zondige wereld hebben afgedaan. Ook hier dus een perfectionistische trek en een groot appèl op de mens en God direct in je hart. Het subjectivisme stijgt ten top: alles hangt van jouw beslissing af. Maar ook dan blijft het leven onvolmaakt en loopt het perfectionisme uit op een nieuwe slavernij en een bezorgdheid. Zo ontstaat eveneens een nieuw gezag: biblicisme en "charismatische" leiders, op wier boodschap de gelovigen hun geloof en leefwijze moeten afstemmen.

Onsterfelijkheid
In New Age en de evangelicale beweging is er een sterk besef dat het met onze wereld zo niet verder kan gaan. Uitvoerig beschrijft Van Harskamp de nieuw-religieuze fascinatie met het einde. Men knoopt aan bij het menselijke, al te menselijke verlangen naar onsterfelijkheid. De beschrijving van beide stromingen is zorgvuldig; gemakkelijke kritiek wijst hij af. Het eindtijdgeloof gaat samen met een diepe angst voor het kwaad en een onverzoendheid met het leven. De populariteit van beide bewegingen kan men verklaren vanuit het feit dat ze heel goed aansluiten bij de existentiële noden van onze tijd. Door jouw wilsakte kan jij ontsnappen aan de gevaren van de eindtijd, heel worden en begenadigd door het goddelijke in je (New Age) of God in je hart.'

Van Harskamp komt aan het eind van zijn studie tot een beoordeling. Ik citeer uit het Centraal Weekblad van 6 oktober de weergave van dr. Vroom: 'De individualisering behoort tot de structuur van ons leven in de moderne, plurale cultuur: we kunnen ons daar niet aan onttrekken'. (...) Dit leidt tot een crisis van het traditionele Godsgeloof. De mens beoordeelt nu alles vanuit de waarde die het voor hem/haar heeft. In deze cultuur zijn de nieuwe vormen van religiositeit ontstaan. (...) Het gezag van de kerk is vrijwel weggevallen. 'Wat mij iets zegt' is de norm geworden. We ontkomen er niet meer aan: we kiezen de kerk of de religie waar we bij willen horen en als het ons niet aanspreekt, gaan we elders. Van Harskamp is van mening dat daar weinig aan te doen is voor de meer traditionele kerken. 'Wanhoopsoffensieven veranderen daar niets aan. Men heeft van alles geprobeerd om de kerk meer midden in de samenleving te plaatsen, maar uiteindelijk beklijft er weinig'. En verder: We moeten het ook niet zoeken in de betekenis van geloof voor de cultuur, want dan verlies je de religieuze betekenis van geloof makkelijk uit het oog. Dr. Vroom besluit dan als volgt:

'Van Harskamp geeft een interessante analyse van onze cultuur. Hij laat zien hoe de secularisatie veranderingen veroorzaakt, hoe dit proces anders loopt dan we dachten, maar wel doorgaat. Vanuit de individualisering kan men belangrijke oorzaken van het ledenverlies van de kerken begrijpen. Pluralisme maakt geloof onvanzelfsprekend. Traditionele vormen slaan minder aan. Van Harskamp laat overtuigend zien waarom mensen het elders zoeken en wat zij daar vinden. Zijn analyses van de ambiguïteiten in New Age en (met name Amerikaans) evangelicalisme zijn boeiend en scherp. In de mate waarin de mens anders (wedergeboren) moet zijn, kan het sterker tegenvallen. Terecht benadrukt Van Harskamp dat de genade en rechtvaardiging door het geloof voorop mogen staan en dat we aan het evangelie afdoen als we er een nieuwe wet van maken.
Het slot van het boek vraagt om meer. Ik denk dat er vanuit het gegeven van de individualisering meer over mogelijkheden en taken van de kerken kan worden gezegd. Wat dit betreft, is er ook genoeg literatuur voorhanden die besproken had kunnen worden. De individualisering gaat verder, zo wordt tot in de Troonrede toe gezegd, maar vanuit het geloof gezien komt daarmee de gemeenschap tekort. Het individu heeft een zware taak om haar of zijn eigen netwerk van bekenden op te bouwen en te onderhouden - vandaar al die zaktelefoontjes en de "chatboxen" op internet. De kerk heeft een roeping tot het vormen van een kleinere gemeenschap waarin mensen elkaar als mens kunnen ontmoeten. Juist vanuit deze studie rijst de vraag of de kerk er wel goed aan doet steeds wijken samen te voegen; misschien is het veel beter om meer met kleinere kernen te werken en hebben we een heel ander kerkmodel nodig.
Een andere lijn loopt naar de vorm van de samenkomsten. Het liedboek stamt uit de jaren zeventig. Passen de gezangen nog wel op de noden die Van Harskamp laat zien? Is de liturgische vernieuwing niet te gestyleerd? Moet de kerk niet opkomen voor die mensen die het in deze samenleving niet redden en daardoor geïsoleerd raken?

Vriendschap
Kortom, geeft Van Harskamp zich niet te snel gewonnen aan de retoriek dat "wij moderne mensen" vooral het zwijgen van God ervaren en moeten wachten? Waarom spelen dankbaarheid, vriendschap en vreugde zo'n geringe rol in zijn boek? Zijn er niet vele moderne mensen voor wie God nabij is, zonder dat zij zo heel veel over God denken te kunnen weten? Hier zijn aanvullingen op het boek mogelijk. Daarbij behoort natuurlijk ook de vraag of de evangelische beweging in ons land zich in het beeld dat Van Harskamp schetst, kan herkennen.'

Dat laatste is zeker de vraag. Want we hebben het wel over twee heel verschillende stromingen. Bovendien, ik kom onder evangelischen in toenemende mate de klacht tegen dat hun greep op mensen ook tanende is en dat de groei er uit is. Kortom, er zijn de nodige nuanceringen en aanvullingen te geven op de studie van Van Harskamp. Intussen stimuleert zijn studie met de vragen bezig te blijven waarover ook het symposium in de Sint Jan van Gouda zich boog.

J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's