Een nieuwe trend in de wetenschap van het Oude Testament?
De vraagstelling
Als gevolg van de Verlichting ontstond aan de universiteiten op het vasteland van Europa een geestelijk klimaat waarin een schriftkritische bijbelwetenschap zich kon ontwikkelen. De kerk had niet langer de waarheid in pacht. Er kwam ruimte voor het vrije bijbelonderzoek waarvan elk redelijk denkend mens de resultaten zou kunnen narekenen. Wat het Oude Testament betreft stonden daarbij twee vragen centraal. In de eerste plaats: wat zijn de oorspronkelijke bronnen van de overgeleverde bijbeltekst, en vervolgens: wat is er in het verleden nu écht gebeurd? Als voorbeeld nemen we het boek Genesis. Synagoge en kerk lezen het wel als één doorlopend verhaal maar - zo is de redenering - dat kan nooit het werk zijn geweest van één auteur. Daarvoor zijn er te veel verschillen in woordgebruik, stijl en voorstellingen. Zo wordt bijvoorbeeld in de ene reeks teksten over God gesproken als de HEERE, in een andere reeks over God als de (volkomen) God. Welke van deze twee bronnen staat nu het dichtst bij de oudste, authentieke tekst? Daar sluit dan de volgende vraag op aan: geeft deze tekst de werkelijke gang van zaken weer? Zo ziet men bijvoorbeeld in de aartsvaderverhalen een reflectie op ontwikkelingen tussen diverse stammen uit later tijd. Authenciteit en historiciteit - dat zijn dé twee criteria die hoog in het vaandel geschreven stonden van de oudtestamentische wetenschap. Daar is sinds de jaren '70 van de vorige eeuw langzaam maar zeker verandering in gekomen. Voor een deel hadden de oudtestamentici dat te danken aan zichzelf. Het literair-historisch onderzoek werd zo gedetailleerd dat het zijn betekenis voor het verstaan van het Oude Testament dreigde te verliezen. Tegelijk won het onderzoek van de bijbelse kernbegrippen aan populariteit. De grote theologische woordenboeken vormen daarvan het bewijs. Maar ook de verandering die zich in de algemene literatuurwetenschap had voltrokken, begon door te werken bij de uitleg van het Oude Testament. Het ging nu niet meer om het uitpluizen van de geschiedenis van een tekst, ook niet om de reconstructie van de in die tekst beschreven geschiedenis, maar om wat zo'n tekst in zijn huidige vorm ons hier en nu te zeggen heeft. Want een tekst spreekt voor zichzelf. Dat blijkt uit haar literaire opbouw. Zo'n tekst doet je wat, máákt op die manier geschiedenis.
Bij de eerste methode gaat men terug in de tijd. Die noemen wij daarom noemen de diachronische benadering van de tekst. De tweede methode onderzoekt de werking van de tekst op het moment dat de mensen haar horen of lezen: de synchronische benadering. De vraag is nu of en hoe deze twee benaderingswijzen op harmonische wijze met elkaar gecombineerd kunnen worden.
De tekst spreekt voor zich
Dat klinkt ons goed in de oren. Zeker wanneer dat het uitgangspunt is voor het wetenschappelijk onderzoek van het Oude Testament. Deze insteek vinden we onder meer bij de Amsterdamse school. Bovendien leidt dat tot een hernieuwde waardering van de Statenvertaling. De Statenvertalers zijn dicht bij de grondtekst gebleven. Op het eerste gezicht komt dat de verstaanbaarheid niet ten goede. Maar daardoor blijft de structuur van de tekst in de vertaling nog wel zoveel mogelijk intact. En dat juist helpt de hoorder de tekst te horen zoals zij gehóórd wil worden en helpt het de lezer om de tekst te lezen zoals zij gelézen wil worden. Stel je open voor de tekst en de tekst gaat open voor jou. Dan vallen de woorden op hun plaats. Er zijn dus duidelijk punten van herkenning tussen de hervormd-gereformeerde beweging in onze kerk (die zich niet beperkt tot de GB) en de Amsterdamse school. Maar we maken een ernstige fout als we ook hier geen duidelijk onderscheid maken tussen methode en principe. Als voorbeeld kiezen we het pas verschenen boek van Jan Fokkelman, Oog in oog met Jakob*). Professor J. P. Fokkelman kan niet direct gerekend worden tot de Amsterdamse school. Hij doceert in Leiden en is internationaal bekend geworden om zijn in het Engels verschenen boeken over de vertelkunst in het Oude Testament.
Oog in oog met Jakob
Fokkelman wil de verhalen over Jakob van binnenuit begrijpen. Het is volgens hem een krans van vijftien scènes. De eerste gaat over de geboorte van de tweeling, Jakob en Ezau (Gen. 25 : 19-26), de laatste over de zegening door Jakob van Efraïm en Manasse (Gen. 48 : 8-20). De meerdere zal de mindere dienen en de mindere wordt gezegend boven de meerdere. Daarmee is de cirkel gesloten. Van elk van de vijftien scènes laat Fokkelman zien hoe ze zijn opgebouwd en wat hun functie is in het grote geheel. Uit de literaire analyse van een scène wordt zichtbaar wat de kern is van de perikoop en wat de kernwoorden zijn die mede de gang van het verhaal structureren. In de eerste scène vormt bijvoorbeeld het 'geboorteorakel' het middelpunt. In de eerste en laatste (de zevende) zin wordt respectievelijk gesproken over de leeftijd van Izak toen hij trouwde en de leeftijd dat hij vader werd. In de tweede en zesde zin gaat het respectievelijk over de onvruchtbaarheid van Rebekka en Izaks voorbede, en over Ezau (hoe hij eruit zag) en Jakob (wat hij deed). In de derde en vijfde wordt verteld over respectievelijk een moeilijke zwangerschap en een bijzondere bevalling. De vorm blijkt alles te maken te hebben met de inhoud.
Een artikel in De Waarheidsvriend leent zich er niet toe om hier verder op in te gaan. Een boek als van Fokkelman kan ons helpen zicht te krijgen op de betekenis van de literaire structuur van een tekst voor een goed verstaan van die tekst. Want inderdaad, een tekst spreekt voor zich. Men hoeft het in details lang niet altijd eens te zijn met Fokkelman. Daar gaat het ook niet om. Voor een exegeet is het juist belangrijk zich te trainen in en gevoel te krijgen voor deze methode. Zij behoort tot zijn/haar gereedschap.
Van methode naar principe
Niet de methode maar het principe is beslissend voor het resultaat. Ook dat bewijst het boek van Fokkelman. Zoveel waardering als wij hebben voor zijn literaire analyse, zo onacceptabel is de interpretatie die hij daarvan geeft. In het voetspoor van Simon Vestdijk die een essay schreef over De toekomst der religie (1947), en Fokke Sierksma, bekend om zijn boek De religieuze projectie (1956), ziet hij 'de God van het traditionele geloven' als een projectie van de menselijke geest. Wij moeten volgens hem af van alle metafysische illusies. In Jakob worstelen met elkaar het Ego en het Zelf. Het 'zelf staat voor 'God'. In het gevecht dat Jakob voert bij de Jabbok gaat het dan ook om de vraag of het Ego zal blijven regeren in zijn relatie met Ezau of dat het Zelf betere kansen krijgt.
Daarom is de poging 'om de krans verhalen over Jakob van binnenuit te begrijpen' als mislukt te beschouwen. Dit interpretatiekader komt van buitenaf, uit de psychologie. Dat principe deugt niet in relatie tot de Heilige Schrift. Zij brengt haar eigen interpretatiekader mee. De verhalen van Jakob 'van binnenuit begrijpen' vraagt om een uitleg vanuit het geheel van de Godsopenbaring. Dat is een ander principe, dat we kunnen benoemen als het schriftprincipe. Daaruit volgt een andere methode: de canonieke benadering van een bijbeltekst. Het bestaan van God is voor de menselijke rede niet te bewijzen. Maar om het overtuigend en sluitend bewijs te leveren dat God niet bestaat is voor de menselijke rede pas echt een crux. Het wil maar niet lukken. Zij kan tegen de katholiciteit van het geloof niet op. Nog steeds is er over heel de wereld (dat betekent het woord 'katholiek') een gemeente die God, de God van Abraham, Izak en Jakob, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus belijdt. Dat belijden kan men wel verwerpen maar het blijft een feitelijk gegeven. Zijn ons nu echt projecties voorgeschoteld toen ons de kracht en de toekomst van onze Here Jezus Christus werden bekend gemaakt?
Bronnen, ontwikkelingen en voorstellingen
Wat tot de jaren '70 gegolden heeft als de hoofdstroming in de schriftkritische bijbelwetenschap, wil vooral teruggaan in de tijd. Dat is dus de diachronische benaderingswijze. Het begon met de bronnensplitsing van de pentateuch. Dat leidde tot de conclusie dat de teksten over de Mozaïsche wetgeving werden toegeschreven aan bronnen uit de tijd van de Babylonische ballingschap. Dat is dus 900 jaar na dato. Van historische betrouwbaarheid is dan geen sprake meer. Even ter vergelijking: hoe kunnen wij in 2000 verslag doen van de kruistochten? Dit veroorzaakte een soort kettingreactie, De reconstructie van de datering van de boeken van het Oude Testament had als gevolg een reconstructie van de geschiedenis van het volk Israël. Dat bepaalde weer het beeld dat men zich maakte van de godsdienst van Israël. Daarop baseerde men dan weer de theologie van het Oude Testament. Zo staan de schriftelijke bronnen, de historische ontwikkelingen en de theologische voorstellingen met elkaar in verband Maar het ergste was dat men in dit alles geen oog had voor het spreken en handelen van God in schepping en geschiedenis. Er waren ook kritische wetenschappers uit orthodoxe kring. Zij vormden slechts een kleine minderheid. Hun stemmen werden nauwelijks gehoord.
Dillard en Longman III
In de Inleiding op het Oude Testament *) van de Amerikaanse oudtestamentici Dillard en Longman III worden de diachronische en synchronische benaderingswijzen van het Oude Testament met elkaar gecombineerd. Gelukkig is van dit standaardwerk nu ook een Nederlandse vertaling verschenen, dat - waar mogelijk - is aangepast aan de situatie in het Nederlandse taalgebied. Deze combinatie zou wel eens het begin kunnen zijn van een nieuwe trend. Vooral omdat beide methoden worden toegepast vanuit het schriftprincipe. Trouwens, ligt het niet voor de hand om de Bijbel te onderzoeken zoals zij ons in handen is gegeven, namelijk als Heilige Schrift?
Schrift en belijdenis
De Heilige Schrift van het Oude en Nieuwe Testament brengt haar eigen interpretatiekader mee. Met name de gereformeerde belijdenis geeft aan dat interpretatiekader alle ruimte. Het gaat daarin over God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, over de geschiedenis van de Godsopenbaring en over de heilsorde. Vergeleken met de vroegchristelijke belijdenissen gaan de Drie formulieren van enigheid vooral in op de heilsordelijke aspecten van het geloof: wat roept de Heilige Schrift in ons op door de werking van de Heilige Geest. Zo kan de mogelijk nieuwe trend in de wetenschap van het Oude Testament versterkt worden door de gereformeerde belijdenis. Bij de diachronische benaderingswijze van de Bijbel stuiten wij op de geschiedenis van de Godsopenbaring of heilsgeschiedenis, bij de synchronische benaderingswijze op de werking van de Heilige Geest in ons hart en in heel ons leven. De vereniging van beide benaderingswijzen in een canonieke benadering van de Bijbel als de ganse Heilige Schrift leidt tot aanbidding van de Drie-enige God.
De kloof
Om de vraag of onze (wijze van) prediking van het Woord van God nog wel overkomt in deze tijd, kunnen we niet meer heen. Ze is actueel over de hele breedte van de hervormd-gereformeerde beweging. Misschien kan de combinatie van de diachronische en synchronische benaderingswijzen in de hierboven aangegeven zin voor ons nieuwe perspectieven openen. Onderzoekt de Schriften, want die zijn het die van Mij getuigen, zegt de Heere Jezus. We hoeven er echt niet van alles en nog wat bij te halen om de boodschap van de Bijbel nog een beetje acceptabel te maken voor deze tijd. We moeten en mogen gewoon weer op school gaan bij de Heilige Geest. Calvijn deed dat ook. Om dan zo de woorden van de Schrift naar je toe laten komen. Want dat is met dat 'onderzoeken', dat 'vragen' bedoeld. Dan heb je wat te vertellen. Je zegt wat je allemaal ziet. En dan vooral dit: je ziet de Heiland in al Zijn liefde en ontferming, je ziet Hem met eer en heerlijkheid gekroond.
Huizen H. J. de Bie
*) Jan Fokkelman, Oog in oog met Jakob, Tweede, herziene en uitgebreide druk, 244 blz., ƒ39,50, Uitgeverij Meinema, Zoetermeer 1999, ISBN 90 211 37364.
Raymond B. Dillard, Tremper Longman III, Inleiding op het Oude Testament, 584 blz., geb. ƒ125,-, Uitgeverij Groen, Heerenveen 2000, ISBN 90 5030 494-1.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's