Heel de wereld is tegen ons
Het conflict in Israël
Een dag voordat het geweld uitbrak was ik nog in Israël. De symptomen ervan waren al wel aanwezig. Het doet echter onwaarschijnlijk aan wanneer men bij thuiskomst ziet hoe de plekken, waar men rustig vertoefde, in de kortste keren veranderd zijn in plaatsen, waar dood en verderf wordt gezaaid.
De wereld keek toe en verkeek zich. Van het ene moment op het andere ontstond de gebruikelijke anti-Israëlstemming. Het twaalfjarige Arabische jongetje, dat in de armen van zijn vader stierf - geen misverstand: verschrikkelijk! - stond direct model voor Palestijns martelaarschap. De veiligheidsraad veroordeelde, met slechts onthouding van Amerika, het Israëlisch geweld. Nederlands minister van Aartsen plaatste zich in die dubieuze rij. Dagblad Trouw herinnerde als eerste met een kop op de voorpagina aan het joodse syndroom, dat vervat ligt in de het bekende woord Heel de wereld is tegen ons. Jaren geleden verscheen een boek van politiekelinkse joodse auteurs Israël een blanco cheque, waarin werd betoogd dat antisemitisme allerwegen ook door politiek linkse kringen wordt gevoed en gepraktiseerd. Henry van Praag schreef jaren geleden in het boek Mijn jodendom, naar aanleiding van een publicatie ooit van de Franse filosoof Jean Paul Sartre, dat 'jood per definitie is: het slachtoffer van het antisemitisme'. Sartre had gezegd: 'De joden hebben felle vijanden en lauwe vrienden. De vijand haat ze omdat ze joden zijn, de vriend acht ze, omdat ze mensen zijn'.
* * *
Toch begint zich nu ook een omslag af te tekenen. De wereld móét zich toch ook wel afvragen hoe het mogelijk is, dat uitgerekend jongeren en kinderen massaal met stenen werpen. Blijkt niet dat haat jegens Israël een onderdeel van de opvoeding vormt? En wanneer de teksten van toespraken, die door de imams vanuit de moskeeën over de menigte worden uitgesproken, uit het Arabisch worden vertaald, blijken deze het vuur van de agressie eerder aan te stoken dan te dempen. Dat geldt trouwens ook voor uitspraken van Palestijnse leiders, die van Yasser Arafat voorop. Toen hij Engels sprak viel hij door de mand.
Israël ligt vandaag weer zwaar onder vuur. Velen in de Arabische wereld offeren hun kinderen of zichzelf zelfs gaarne op voor wat in hun ogen een heilige oorlog is.
Schuld
Uiteraard duikt overal de schuldvraag op. Dan kan men natuurlijk beginnen bij de (provocerende) daad van Likoedleider Ariël Sharon, die de tempelberg bezocht. Dat was vragen om moeilijkheden.
Men kan ook beginnen bij de politiek van de huidige premier Barak. Enkele weken geleden schreven we over zijn streven om de sabbatswetten in Israël te veranderen, waardoor hij velen in Israël tegen zich innam. Zijn bereidheid echter om (ook al was het maar enigszins) toe te geven aan Palestijnse verlangens aangaande Jeruzalem, heeft hem ook vele tegenstanders bezorgd. Uiteindelijk bleek hij de Palestijnen toch niet achter zijn consessies te krijgen, omdat de voorstellen hun niet ver genoeg gingen. Maar ze hebben wel de vinger gezien, die hen nu naar de hele hand doet grijpen.
Ook onder de eigen burgers riep Barak verzet op. De demonstratieve stap van Sharon was er een gevolg van. En in de kortste keren heeft Barak zijn politiek gezag verspeeld. Wanneer nu verkiezingen zouden worden gehouden, zou dat blijken. Israël heeft nu echter geen tijd voor verkiezingen en voor intern debat over politieke beleidsverschillen. Men sluit nu de gelederen. De angst slaat toe. Het feit dat Arafat de in hechtenis genomen leiders van de gehate Hamasbeweging heeft losgelaten, is de laatste druppel geweest. Een kabinet van nationale eenheid is al aangekondigd, met Sharon(!) op defensie. En de vorige premier Nethanjahoe heeft al gezegd: in tijd van oorlog staan we achter de premier.
* * *
Intussen lijkt het vredesproces voorlopig van de baan. De vraag is nog slechts hoe het geweld kan worden ingedamd. Opvallend en veelzeggend is dat zelfs de vredesbeweging in Israël Vrede nu in opperste verwarring is. Deze beweging, die altijd tot grote concessies bereid is geweest, tot een tweedeling van Jeruzalem toe, onderkent nu de ongehoorde agressie van Palestijnse zijde. Ineze Polak, altijd goed voor een kritisch betoog richting de Israëlische regering, tekende in Trouw op uit de mond van ene Tsila Heilbron (80), die haar hele leven voor vrede heeft gedemonstreerd: 'Ik ben altijd een onverbeterlijke optimist geweest en dat heeft nu een ernstige knauw gekregen. Ik ben bang voor de hele situatie. Ik weet niet of hier ooit nog vrede komt. Als kind had ik al een poster aan de muur "Nie wieder Krieg". Toen ik vrijdag die islamitische prediker zag die opriep alle Joden te vermoorden, kreeg ik het gewoon benauwd. Heb dat al een keer meegemaakt.'
De opiniepeilingen bevestigen het beeld van ontreddering, voegt Polak toe. Van 'gematigd links' doet nu nog slechts één persoon, zegt ze, de mond open: mevr. Jaël Dajan van de Arbeiderspartij. 'De rest is in zijn schulp gekropen, weet zich geen raad met de situatie'.
Jeruzalem
Of Israël dan niet mede schuld draagt in het conflict? In Israël volgen kabinetten van Likoed en de Arbeiderspartij elkaar op, met wisselende politieke insteek. Verschil in keuzen betekent ook verschil in fouten. Israël is politiek gezien niet anders dan andere landen. De nederzettingenpolitiek, de tweede-rangs-bejegening van Arabische Israëli's, heeft ook Israël kwetstbaar gemaakt. Maar dat laat onverlet de onderliggende kwestie, namelijk het niet kunnen aanvaarden van een joodse staat in de Arabische wereld. Die kwestie speelde direct na 1948. Die kwestie is onderhuids nog steeds aanwezig. In de praktijk heeft men moeten aanvaarden dat de staat Israël een feit is. We zijn bereid hen 'gastrecht' te verlenen, zei ooit de anglicaanse theoloog Naïm Stefan Ateek. Maar telkens weer worden de onderhuidse gevoelens wakker geroepen.
Fundamenteel is daarbij Jeruzalem. Dezer dagen kwam Ariël Sharon in beeld, die niet onduidelijk zei, dat een ongedeeld Jeruzalem onopgeefbaar de hoofdstad is van de staat Israël. Direct daarna zei een Palestijns leider, dat Jeruzalem de hoofdstad zal zijn van een palestijnse staat. Hier ligt de onoplosbaarheid van het conflict.
De kwestie spitst zich toe op de Tempelberg, nu het 'heiligdom' van de islam, maar ook de belangrijkste historische plek voor het joodse volk, met in oudtestamentische tijden de tempel als centrum. Zal er daarom ooit vrede zijn? Want op de achtergrond speelt de religie een grote rol. Religie en politiek zijn in het Midden- Oosten als de schering en de inslag. Het is niet voor niets, dat bij oplaaiend geweld in Israël synagogen in de wereld het mikpunt worden van agressie. In één week tijd werden in Frankrijk vijf synagogen verwoest.
Te dien dage
Ik laat het poltieke toneel zelve nu even voor wat het is. Geen stad wordt in de Schrift zo vaak genoemd, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, als Jeruzalem. Het gaat dan soms om een geestelijk Jeruzalem of het toekomstige Jeruzalem, dat uit de hemel neerdaalt van God (Openb. 21 : 2). Maar het gaat ook om het historische, geografische Jeruzalem. De profeet Zacharia zegt: 'En het zal geschieden, dat Ik Jeruzalem zal stellen tot een lastige steen allen volken; allen, die zich daarmee beladen, zullen gewis doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen' (12 : 3). Maar, zegt de profeet verder, 'Jeruzalem zal nog blijven op haar plaats te Jeruzalem'.
Wie met zijn benen tegen de drempel van Jeruzalem aankomt, zegt Calvijn, breekt of beschadigt zijn benen. Want God was de stichter van Jeruzalem: 'Zijn grondslagen liggen op heilige bergen, de Heere bemint de poorten van Sion' (Psalm 87 : 1, 2). Bij Calvijn, en in diens spoor bij vele andere verklaarders, gaat dit beloftewoord echter met de Pinkstersdag over van Israël op de kerk. Is dat vol te houden? Is het 'te dien dage' voltooid met Pinksteren? Wanneer we het 'te dien dage' vele malen tegen komen in het slot van Zacharia, met name ook in hoofdstuk veertien, dan gaat het toch ook om een eschatologisch moment? De tempel is verwoest zegt Calvijn. Maar was in zijn dagen te voorzien, dat het volk weer terug zou komen in het land, waarvan God tot Abraham had gezegd, dat het voor zijn nageslacht tot een eeuwig, een altijd durend bezit zou zijn? (Gen. 17 : 8) Moet in dat licht bezien de stad, waaraan de volken zich stoten zullen, niet ook profetisch worden opgevat voor het nog altijd bestaande Jeruzalem: de plek, die Salem heette toen Abraham en Melchizedek elkaar ontmoetten; de stad die nog steeds is 'op haar plaats te Jeruzalem'?
Vrede
De onopgeefbare plaats van Jeruzalem als hoofdstad, in het hart van het Joodse volk - religieus of niet religieus - heeft diepe historische wortels, die in feite bijbelse wortels zijn. Het is de God van Israël, de God en Vader van de Heere Jezus Christus, die de boekrol van de geschiedenis ontrolt. 'Te dien dage' zal ook blijken hoe het slot van Zacharia daarin een plaats heeft. Jeruzalem, hoezeer ook in vele opzichten een geseculariseerde stad, is de navel der volkeren. Moeten we er geen rekening mee houden, dat de echte vrede van Jeruzalem pas zichtbaar zal worden wanneer de Vredevorst Zich aan Israël openbaart en joden en christenen (uit de volkeren) samen zullen zien Wie ze doorstoken hebben en God over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal uitstorten 'de Geest der genade en der gebeden' (Zach. 12 : 10)? Met Pinksteren? Jazeker. Maar ook 'te dien dage'.
Adem
Met ingehouden adem volgen we de ontwikkelingen in Israël. Het gebed om de vrede van Jeruzalem heeft dieptedimensie, voor het heden en naar de toekomst toe.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's