De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Liturgische vernieuwingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Liturgische vernieuwingen

Psalmen in tweevoud (3)

7 minuten leestijd

De vier artikelen over Psalmen in tweevoud zijn mede geschreven met het oog op het te houden symposium over de Psalmen op 4 november in Kampen. We willen predikanten en andere belangstellenden van harte opwekken deze dag, die eerder in deze kolommen werd aangekondigd, te bezoeken.v. d. G.

Dan nu eerst de kwestie van vernieuwingen in de gemeente als zodanig. Alles wat met vernieuwing te maken heeft, roept bepaalde gevoelens los, pro en contra. (Recent bleek uit een onderzoek in Amerika dat liturgische veranderingen in de kerken vaak de meeste spanningen oproepen.) Laten we allereerst vaststellen, dat vernieuwingen er altijd geweest zijn, in de kerk en in de maatschappij. Vernieuwingen treden in alle tijden op. Ze gaan meestal geleidelijk, harmonisch. Vandaag is de inrichting van het kerkelijke leven, van de eredienst en van ons hele leven niet meer te vergelijken met vier eeuwen geleden. Zelfs moeten we zeggen: niet meer te vergelijken met veertig jaar geleden. Bekijk maar een foto van een kerkenraad van vijftig jaar geleden en een foto van een kerkenraad nu. Dat geeft twee heel verschillende beelden. Verschillende tijdsbeelden. Er is in de tijd sprake van continue, geruisloze, harmonische veranderingen. We weten zelf eigenlijk nauwelijks hoe dat toegaat, maar het gebeurt in een mensenleven. Men zou nog eens even de klok veertig jaar terug moeten kunnen zetten of veertig jaar terug moeten kunnen stappen in de tijd.
Bovendien, taal verandert, gewoonten veranderen, het cultuurpatroon verandert en wij mensen veranderen mee. Als de tijd verandert en mensen blijven hetzelfde, dan veranderen ze in feite ten opzichte van hun tijd. Dus het element van vernieuwing is altijd aanwezig.

Bewust
Anders is het met de bewuste vernieuwingen, die aangebracht worden. Het gaat dan om bewust invoeren van nieuwe dingen, van het ene moment op het andere, van de ene zondag op de andere. Dan kan het in de kerk zo zijn, dat de ene habitus botst op de andere habitus. De één wil het oude handhaven, louter omdat het oud is en de ander wil het nieuwe invoeren, louter omdat het nieuw is. Je bent conservatief of je bent progressief. Je bent ouderwets of je bent modern. Die houdingen botsen op elkaar. Dat betekent soms ook heel concreet polarisatie. Iets nieuws invoeren in de gemeente - ik houd het even algemeen - maakt altijd emoties los. Het grootste deel van het godsdienstige leven speelt zich af in de emotie, in de gevoelens. Natuurlijk ook in het hoofd. Hoofd en hart gaan samen. Maar in de praktijk van het mens zijn, in de praktijk ook van het gemeenteleven, spelen de emoties zich af enkele decimeters beneden de hersenpan. Dat is een algemeen gegeven. Daarom kan het soms, niet alleen binnen de kerk, maar ook binnen andere godsdiensten zo geweldig emotioneel toegaan, soms op grond van heel irrationele factoren. Dat vindt men bij de islam, dat vindt men in het jodendom, met al hun stromingen en richtingen. Er zijn zelfs godsdienstoorlogen.

Nodig
We moeten ons echter wel realiseren, dat soms vernieuwing nodig kan zijn, omdat het oude pak versleten is en we aan een nieuw pak toe zijn; om de aansluiting ook als kerk bij de eigentijdse generatie te blijven houden. Dat kan de tijd vergen en vragen. Zo zijn er in de loop van de tijd allerlei vernieuwingen ingevoerd, die onvermijdelijk en noodzakelijk waren. Als we ons maar realiseren, dat alles wat er gebeurt - of we het nu bij het oude houden of dat er vernieuwingen worden ingevoerd - altijd dienstbaar zal zijn aan de opbouw van de gemeente.

              * * *

We moeten in alle eerlijkheid ook zeggen, dat vele vernieuwingen, die zich in de breedte van de kerk hebben voltrokken, vaak eerder de afbraak van de gemeente hebben bevorderd dan de opbouw ervan. Zo, dat het vertrouwde gemeentelijke leven niet meer werd herkend door de mensen, die van zondag tot zondag naar de kerk kwamen. Ze gingen zich vreemden voelen in de gemeente.
De roep om vernieuwing kon echter ook voortkomen uit oprechte verlegenheid of uit bezorgdheid. We zien de afval om ons heen. Die hebben we uiterst serieus te nemen. We zien het om ons heen gebeuren: jonge mensen, ook mensen van middelbare leeftijd haken zomaar opeens af. Aangrijpend soms. Ik las een artikel, waarin werd opgemerkt, dat het ergste, wat de Hervormde Kerk op dit moment bedreigt is de dood. Dat wil zeggen: gemeenten sterven weg. Elke keer als er weer gemeenteleden afvallen door de dood, krimpt de gemeente in, want er komt geen nieuw bloed bij. Aangrijpend...!

Hoe te keren?
Het is te begrijpen, dat dan de vraag komt: 'Hoe keren we de vloed? Hoe redden we de zaak? Moet de kerk niet meer "bij de tijd" zijn om de afval te keren?' Een hoogst ernstige en actuele aangelegenheid. In de ene gemeente is die vraag klemmender dan in de andere. Als zodanig leven we, liever: móéten we leven met een zekere verscheidenheid.

              * * *

Het kan echter ook zijn, dat de prediking inboet, of lijkt in te boeten aan volmacht, zodat ze niet meer schijnt te landen. Dan wil men telkens naast de prediking een nieuwe oppepper voor het gemeentelijke leven.
Ik spreek nog steeds in het algemeen. Dertig jaar geleden woonde ik in Rotterdam. Toen maakten de jeugddiensten furore. Daar kwamen dan voornamelijk ouderen. Het gaf even een opflikkering. Na verloop van tijd was het weer over. Toen kwamen de mensen ook niet meer. Het nieuwtje was voorbij en de jeugddiensten hadden hun tijd ook gehad.

               * * *

In 1952 schreef dr. H. Berkhof zijn bekende boek: De crisis van de midden-orthodoxie. Dat schreef hij in de tijd, dat de midden-orthodoxie nog helemaal op zijn benen stond. Daarin zegt Berkhof: 'De zondagse dienst zal weer een "gebeuren" moeten worden. Liturgische vernieuwingen helpen daartoe niet, wanneer er geen volmacht in de prediking is. De volmacht der prediking laat zich niet forceren of organiseren'. Hij zei ook méér. Ik wil dat óók noemen, om aan te geven hoe het toen soms ook al toeging in bepaalde gemeenten. Hij zegt:

'Bij het beroepingswerk zoekt men naar een vlotte spreker, die goed met de jeugd kan omgaan, veel bezoeken aflegt, veel verenigingen en commissies kan leiden, en zoveel initiatief heeft dat hij nog allerlei nieuwe kerkelijke activiteiten kan opzetten. Dat ze op geregelde tijden overspannen zijn moet men op de koop toenemen. (...)
Men moet goed weten dat we op deze wijze de doorwerking van de Geest in de harten en levens van de gemeente ook wel eens in de weg kunnen staan. Alles komt dan in de sfeer van de oppervlakkigheid, waarin van een werkelijke gemeenteopbouw geen sprake meer kan zijn. En straks zal ons de rekening worden gepresenteerd doordat juist onze beste gemeenteleden geestelijk verkommeren en elders gaan zoeken, wat wij hun hebben onthouden. (...)
Heel veel werk kan zoals het nu gebeurt even goed niet gedaan worden, omdat het geen geestelijke zoden aan de dijk zet, maar alleen draait om te draaien. Ja veel werk kan zelfs beter niet gedaan worden omdat het voortdraaien ervan ons de kans ontneemt om tot ons zelf te komen. Het camoufleert onze geestelijke armoede en verhindert de ontdekking ervan.'

Met andere woorden: Berkhof zag in zijn tijd, in 1952, binnen de midden-orthodoxie een geweldige drang tot verandering. Echter met het gevaar van vermindering van geestelijke diepte. Heeft het opbloei betekend? 

               * * *

Maar hier vragen te stellen is nog wat anders dan de noodzaak ontkennen om met het Woord, ook het gezongen Woord zo dicht mogelijk bij de mensen te komen. Ieder hore in eigen taal de grote werken Gods. Wanneer mensen vandaag de boodschap ook in het lied als te afstandelijk (in woord en taal) ervaren, zoeken ze het elders. Dat vraagt bezinning. Die wordt dan ook in vele gemeenten gevoerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Liturgische vernieuwingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's