De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

Een dominese, met jarenlange ervaring in de pastorie, reageerde op het eerste artikel van ds. G. Herwig in ons blad over Ongelukken in de pastorie. Omdat de brief ook in afschrift aan de redactie werd gestuurd plaatsen we ook deze brief ter aanvulling op het geschrevene.

'Naar aanleiding van uw artikel over "Ongelukken in de pastorie" wil ik graag reageren. Ik las dat u openstaat voor reacties; ik ga zomaar even een briefje schrijven.
Ik wil beginnen met het weergeven van een telefoongesprek dat ik vorige week had met onze getrouwde dochter. Ze belde 's avonds even: "Mam, Cees is op huisbezoek. Hij was pas over zessen thuis; het was haasten, vanavond, want kwart over zeven werd hij alweer opgehaald, om op huisbezoek te gaan. Cees had geen tijd meer om in de krant te kijken of met Mieke te spelen. Vroeger, hè mam, toen was papa er eigenlijk altijd; 's morgens met het eten was hij er, en tussen de middag, toen wij nog op de lagere school gingen en we nog thuis kwamen eten was hij er ook bijna altijd en 's avonds met het eten was hij er ook altijd. Ik heb het gevoel dat wij vroeger papa veel meer zagen dan Cees nu Mieke ziet (dochtertje van twee). Enne: morgen moet hij overwerken en overmorgen is er lidmatenkring; daar wil ik graag naar toe. We zien elkaar eigenlijk door de week heel weinig. Ik denk nu vaak terug aan de tijd, toen ik zelf klein was en ik kom tot de ontdekking dat het leven in de pastorie toch wel een heerlijk leven was". Tot zover onze dochter. Ik haastte me om terug te zeggen: "Ja kind, daar heb je gelijk in, maar we hebben toch nooit geklaagd, hè? We hebben toch altijd gezegd dat we, als we naar andere mensen kijken, nooit mogen klagen; wij hebben zoveel andere mooie dingen die het gemeentewerk met zich meebrengt dat we nooit mopperden en als papa 's avonds laat thuis kwam van een vergadering zei ik altijd: 'Ik heb medelijden met broeder Jansen; die moet morgenvroeg om half zes alweer zijn autootje starten'".
Zo babbelden we even door en kwamen beiden tot de ontdekking dat het leven in de pastorie helemaal niet zo naar is als er - zeker de laatste tijd - over geschreven en gesproken wordt. Tot zover ons telefoongesprek.
Nu wil ik nog meer positieve dingen opschrijven. Er wordt tot in de media toe gezegd dat dominees de meest zware baan hebben, die je maar bedenken kunt Laten we nu óók eens zien op het mooie van het werk. Dominees en hun gezinnen zijn de meest verwende mensen van Nederland. Wie komt er in een mooie pastorie te wonen met alle gemakken ? Geverfd en behangen en wat dies meer zij. Wie heeft de vrijheid om als het nodig is zomaar even op de kinderen te passen, zodat je vrouw om boodschappen kan? Wie is er drie keer per dag rond de maaltijd thuis?
Laten we eens denken aan het legertje mannen, dat 's morgens om zes à zeven uur de deur uit moet en er 's avonds zes uur inkomt en dan vliegensvlug moet eten, douchen en wegwezen waarheen? Kerkenraadsvergadering, huisbezoek, zondagsschoolwerk, evangelisatiewerk, bijbelkring, enz. enz. Deze mensen hebben weliswaar een vrije zaterdqg. Maar vergis je niet. Soms moeten ze dan nog wat bijverdienen om de studiekosten van hun opgroeiende kinderen te betalen. Ze moeten hun huis verven. Ze moeten hun schuur vernieuwen. Ze moeten hun kamer nodig behangen en verven. Ze gaan hun bejaarde ouders bezoeken, enz. Zo zou ik door kunnen gaan. En wat te denken van die man die op de Rabobank werkt en al wat ouder is en op z'n tenen moet lopen om alle vernieuwingen bij te benen. Wat kan hij verlangen naar de dag, waarop hij in de vut gaat. Of die bouwvakker die 's maandags op zijn werk komt en uitgelachen wordt omdat hij naar de kerk is geweest en niets afweet van de sport; wat kan zo iemand jaloers zijn op zijn dominee. Of die jongeman die op zijn werk zegt dat hij gaat trouwen en driedubbel uitgelachen wordt, omdat hij gaat trouwen en niet gaat samenwonen. Of wat te denken van al die jonge en oude mensen die in een omgeving moeten werken waar ze zich totaal niet thuis voelen en waar elke werkdag een kwelling is! Zo zou ik door kunnen gaan.
Nee, we hebben het in de pastorie zo slecht niet. Maar wat is dan de oorzaak van al die ongelukken, waar over geschreven wordt? Daar kan ik óók geen antwoord op geven. Maar zouden er in de pastorie dan meer ongelukken gebeuren dan in een gewone gemiddelde werkkring? Ik denk het niet.
Verder moet ik nog denken aan een verhaaltje dat ik ooit ergens las. Er was eens een jonge dominee die dacht dat hem onrecht was aangedaan. (Misschien was hij wel écht onheus behandeld.) Hij ging hiermee naar een gemeentelid: een smid. Deze smid was in zijn smederij bezig met zijn werk. En zijn dominee klaagde en jammerde over alles wat hem was aangedaan. De smid zei niets, ging door met zijn werk en luisterde alleen. Hij had een stuk ijzer roodgloeiend gemaakt, haalde dat met een tang uit het vuur en stopte het in een bak met water, de koelbak in. Dat was niet leuk voor het ijzer, het siste en stoomde van jewelste. Even later haalde de smid het ijzer eruit en toen was het STAAL geworden. Toen ging de smid spreken: "Kijk dominee", zei hij, "daar moet je tégen kunnen; daar word je STAAL van". Dit verhaal is al heel oud; er zijn nu bijna geen smeden meer, maar wij zeggen het zo dikwijls tegen elkaar: "Dan maar weer de koelbak in!" Dat komt in het ambtelijk werk veel voor en daar moet je tegen kunnen en dat moet je leren.
Als je als jonge dominee de pastorie in stapt ben je vol van jeugdige overmoed, je denkt dat het wel gaan zal, je hebt het toch wel een beetje goed met jezelf getroffen. Maar je merkt al snel dat het niet gaat en dat leert bidden; dat leert afhankelijk zijn.
Ik zou door kunnen gaan, maar ik ga stoppen, het is toch al een lang verhaal geworden. Eén ding wil ik nog zeggen: Is het leven in de pastorie dan enkel rozengeur en maneschijn? Verre vandaar! Hoe ouder je wordt, hoe zwaarder je er aan tilt. Het zijn toch zielen die van jouw hand geëist zullen worden. Elke week weer de preken maken, elke keer weer bij ziek- en sterfbedden staan; elke week weer de catechisaties; hoe breng ik het de jongeren? Elke week vergadering; elke week..., enz. Zwaar genoeg allemaal. Daarbij komt dat de ene dominee lichamelijk sterker is dan de andere en de ene geest meer aankan dan de andere; het ene predikantsgezin is zwaarder dan het andere, enz. Alleen daarover zouden we een boek kunnen schrijven. De ene gemeente is de andere niet. Maar dat eindeloze geklaag en gekerm, daar word ik zo verdrietig van en ik schaam me er ook voor. Wat moet de gemeente van ons denken? Laten we óók eens zien op alle liefde en hartelijkheid waarmee ze ons omringen. Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken; maar dat wisten ze vroeger ook al. In Lukas 6 : 26 staat: "Wee u, als alle mensen wel van u spreken". We gaan dagelijks de koelbak in maar zouden we ons daar niet voor over moeten hebben? Onze mannen zijn toch geroepen tot dit wondere ambt? Er zou nog veel en veel meer van te zeggen zijn. Dit is zomaar een briefje uit mijn hart geschreven. Ik ben nog elke dag blij dat ik met een dominee ben getrouwd, ondanks alle zwarigheden die er soms zijn. We zijn samen dankbaar dat we in een pastorie mogen wonen! Natuurlijk is het soms zwaar, natuurlijk kost het energie; maar laten we ophouden met klagen en kermen en zien op de Overste Herder der schapen, die het kruis heeft verdragen en de schande veracht. Hiermee wil ik niet zeggen dat wij het zo goed doen of zoiets. Maar Zijn kracht wordt in onze zwakheid volbracht en Hij moet wassen en wij minder worden. Ik heb gezegd. Met een hartelijke groet...'

                 * * *

In het Nederlands Dagblad schreef prof. dr. H. J. Selderhuis een artikel over drie nieuwe boeken over Luther. Hier volgt het begin:

'"De hel is leeg: alle duivels zitten in de boeren." Het is een passage die steeds weer tot grote hilariteit aanleiding geeft, zeker als men duidelijke verbindingen met de actualiteit meent te moeten leggen. Hier overigens gaat het om een uitspraak tegen de boerenopstand van 1525; ze is dus niet direct voor boeren van vandaag bedoeld.
Luthers uitspraken doen het nog altijd goed, ook al zijn erbij die een reformatorisch mens nauwelijks in de mond durft te nemen. Maar is Luther nog voor andere zaken nuttig dan alleen voor het citeren van smeuïge uitspraken? Een aantal nieuwe publicaties over Luther beantwoordt deze vraag bevestigend.

De duivel maakt me niks
Een scala aan Luther-onderwerpen bevindt zich in het Festschrift voor Karl-Heinz zur Mühlen, hoogleraar te Bonn. Zur Mühlen heeft zich altijd sterk met de theologie van Luther beziggehouden en het nut daarvan blijkt uit deze bundel. De studies leggen alle een verbinding tussen de zestiende eeuw en vandaag. Zo wordt de vraag gesteld, of Luthers nadruk op het spreken over God als Vader vandaag nog wel kan. Luther "ontdekt" dat God niet onze Rechter, maar onze Vader wil zijn. Maar is het begrip vader niet problematisch geworden? Problematisch vanwege de aandacht voor de vrouw, c.q. moeder. Luthers vermeende angst voor zijn eigen vader en de huidige aandacht voor slechte vaders?

In deze bundel wordt de vraag gesteld, of het slechte gebruik het goede van de zaak opheft. Waarom zou je vandaag niet meer onbekommerd over God als Vader kunnen spreken? In de Vader-kind-relatie komt juist tot uitdrukking dat het in het geloof gaat om Gods zorg en genade voor mensen en om ons vertrouwen op God. Evenzo komt de christologie in dit Festschrift aan de orde. Hoe actueel is het van Luther te leren dat Jezus meer is dan een voorbeeld, namelijk allereerst verlosser. En wat dacht u van de huidige waarde van deze uitspraak van Luther: Als God je Vader is, kan de duivel je niets meer maken!'

                 * * *

In het Infobulletin van Trans World Radio de volgende Feiten over China:

- Het land is 9.596.960 km2 groot (ruim 230 x Nederland) en telt ruim 1,25 miljard inwoners (1/5 van de wereldbevolking; ruim 79 x zoveel inwoners als Nederland).
- Elk jaar groeit de Chinese bevolking met ruim 17 miljoen mensen (meer dan de totale Nederlandse bevolking).
- China heeft meer steden van meer dan 1 miljoen inwoners dan de rest van de wereld bij elkaar.
- In het jaar 2025 telt China 120 miljoen gepensioneerden (meer dan alle gepensioneerden in de rest van de wereld bij elkaar).
- Ongeveer 18,5% van de bevolking van 15 jaar en ouder is analfabeet (dat zijn dus ruim 233 miljoen mensen).
- De helft van de werkende bevolking is actief in de landbouw.
- Ongeveer 10% van de bevolking leeft onder de armoedegrens (dat zijn dus ruim 126 miljoen mensen).
- Er zijn in China 417 miljoen radio's, 1 op elke 3 inwoners.
- Trans World Radio zendt vanaf het eiland Guam radioprogramma's uit voor China in het Amoy, Hakka, Koreaans, Mandarijn en Swatow. Elke week is Trans World Radio 127.5 uur in de lucht met speciale programma's voor kinderen, jongeren en ouderen.
- Onderzoek heeft aangetoond dat de radioprogramma's van TWR in China gemiddeld 8, 5 miljoen luisteraars tellen.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's