De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rechtvaardiging uit de werken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rechtvaardiging uit de werken

Reformatieherdenking - 1

8 minuten leestijd

Bij de jaarlijkse herdenking van de Reformatie, die in vele gemeenten plaats vindt, valt het accent meestal op de rechtvaardiging door het geloof. Het was de grote ontdekking van Luther, dat een mens niet door zijn (goede) werken behouden wordt maar louter uit genade, zonder enige verdienste zijnerzijds. Toen Luther dat ontdekte was het alsof hij 'door geopende deuren het paradijs binnentrad'. De Reformatie heeft afgerekend met de verdienstelijkheid van goede werken, zoals dat bij Rome werd beleden.
Nochtans spreekt de apostel Jacobus ook over de rechtvaardiging uit de werken (Jacobus 2). Is Jacobus hier in tegenspraak met Paulus, bij wie immers de rechtvaardiging door het geloof centraal staat? De Schrift kan toch niet met zichzelf in tegenspraak zijn? Bovendien zegt ook Jezus Zelf: '...wanneer gij zult gedaan hebben hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen'(Lukas 17 : 10). Maar is toch de rechtvaardiging uit de werken in de traditie van de Reformatie soms niet onderbelicht gebleven?

De werken
Men moet bij het lezen van de Schrift op de kleine woordjes letten. Jacobus schrijft over het nutteloze van het geloof zonder de werken. Hij begint echter met te zeggen dat wanneer iemand zegt het geloof te hebben maar de werken niet heeft, dat 'geloof' hem niet zal zalig maken. Hij spreekt dus niet van iemand, die écht gelooft en de werken niet heeft. Geloof zonder werken is dood, dat mag geen naam hebben, dat is geen echt geloof. Het tekstwoord 'toon mij uw geloof uit uw werken...' (vs. 18) vertaalt Calvijn uit de Latijnse overzetting liever met 'Toon mij uw geloof zonder werken...'. Jacobus bedoelt dat, zegt hij, 'ironisch'. Het is onmogelijk geloof te tonen, zonder dat de vruchten aanwezig zijn. Zo komt in het rechte licht te staan wat Jacobus over Abraham zegt: Abraham is uit de werken gerechtvaardigd (vs. 21). Maar niet nadat en omdat hij gerechtvaardigd is door het geloof: Abraham geloofde God, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend (vs. 23). Maar omdat bij Abraham geloof en werken samen gingen, komt Jacobus tot de uitspraak, 'dat de mens gerechtvaardigd wordt uit de werken, en niet uit het geloof alleen' (vs. 24). Daarom noemt Jacobus niet alleen de grote vader Abraham, maar ook Rachab, de hoer. Calvijn zegt: 'Met opzet heeft hij (Jacobus) twee zulke verschillende personen met elkaar vergeleken, om te helderder aan te tonen, dat er nooit iemand, van welk volk of welke staat hij ook is, onder de rechtvaardigen en gelovigen gerekend is geweest zonder goede werken'. En onder de hoer Rachab begrijpt Jacobus zo allen, die eerst vreemd waren aan de gemeente maar daarin worden ingelijfd. Onze goede werken - zegt Calvijn - kunnen weliswaar voor Gods rechterstoel niet bestaan, maar ze zijn wel 'tot de gerechtigheid vereist'.

               * * *

Het is onmogelijk, zegt de Heidelberger, dat wie Christus door een waar geloof is ingelijfd, niet vruchten der dankbaarheid zou voortbrengen (antw. 64). De Heidelberger zegt zelfs dat een gelovige van zijn geloof verzekerd is 'uit de vruchten' (antw 86).
De gerechtvaardigde is ook een rechtvaardige. En daarom houdt de rechtvaardiging van de goddelozen ook de rechtvaardiging van de rechtvaardige in.

Welke werken?
Wanneer we letten op de concretisering van de werken bij Jacobus, valt het op, dat er geen sprake is van gebod op gebod en regel op regel maar dat hij spreekt over de omgang met de armen: als een broeder of een zuster dagelijkse leeftocht behoeft en iemand zegt 'gaat in vrede, wordt warm', dat is nutteloos, dat is zéggen geloof te hebben, maar het is dood. Het geloof kan kennelijk niet van de liefde gescheiden worden.
Op dat aambeeld hamert Jacobus voortdurend. In het derde hoofdstuk van zijn brief gispt hij kwaadsprekerij, in het vierde hoofdstuk twistgierigheid en in het vijfde hoofdstuk striemt hij onbarmhartige rijken, die het loon van de werklieden korten en er zelf lustig op los leven. 'Gij hebt veroordeeld, gij hebt gedood de rechtvaardige', zegt hij (5 vs. 6).
Is de rechtvaardiging uit de werken misschien meer voorhanden bij rijken dan bij armen? Anders gezegd: is het gevaar voor rijken groter dat ze dood 'geloof' hebben dan armen? Waarom spreekt Jacobus hier anders over de veroordeling door rijken van de rechtvaardigen?

                 * * *

Hier mag ook verwezen worden naar wat Jezus in Matth. 24 zegt. Wanneer de Zoon des Mensen komt in heerlijkheid en de volkeren voor Zijn troon verzameld worden, staan de schapen aan Zijn rechterhand en de bokken ter linkerzijde. Maar de rechtvaardigen worden naar hun werken geoordeeld, met name naar hun omgang met de onderbedeelden: 'Want Ik ben hongerig geweest en gij hebt Mij te eten gegeven...' De rechtvaardigen weten dat overigens zelf niet. 'Wanneer hebben wij U hongerig gezien en gespijzigd...?' Dan antwoordt Christus in Zijn troon: 'Voor zoveel gij dit een van Mijn minste broeders hebt gedaan, zo hebt gij dat Mij gedaan'. En de rechtvaardigen gaan in in het eeuwige leven. Wie zegt te geloven maar niet hongerigen te eten en dorstigen te drinken heeft gegeven, vreemdelingen heeft geherbergd, naakten heeft gekleed en gevangenen heeft bezocht, gaat in de eeuwige pijn', zegt Jezus zelfs heel scherp (Mt. 25 : 46).

Beheersing
Bij de herdenking van de Reformatie realiseren we ons hoe het bij de hervorming van de kerk op het scherp van de snede ging. Het ging om de rechtvaardiging van de goddeloze, niet van de werkheilige of de vrome. God rechtvaardigt goddelozen uit louter genade om de verdienste van Christus. Daar valt elke verdienstelijkheid van de mens buiten. Maar een gerechtvaardigde goddeloze mijdt wel de goddeloosheid. Wie gerechtvaardigd is, zoekt gerechtigheid. Het is niet eens zo dat geloof niet zonder de werken kan maar niet zonder de werken is. Geloof zonder vrucht is een innerlijke tegenstrijdigheid. 'Laat ons de zonde doen opdat de genade te meerder worde' is wel heel ver verwijderd van het totale getuigenis aangaande de rechtvaardiging van Paulus en Jacobus, namelijk de rechtvaardiging en de werken als de schering en de inslag van het geloof.
Het kan ook niet zo zijn dat een mens louter om de werken behouden wordt. Er zijn zeker ongelovigen die rechtvaardiger leven dan gelovigen. Ze zijn nochtans ongerechtvaardigd want ongelovig. Maar het omgekeerde kan ook niet. Men kan niet gelovig zijn en tegelijk een on-rechtvaardige levenshouding hebben.

                 * * *

Er is vaak zorg en moeite met betrekking tot de geloofstoeeigening. Dat heeft zo zijn redenen. Inwendige kenmerken van geloof zijn vaak opgevoerd ter toetsing of geloof echt is. En niet altijd beantwoordt een tobbend mens aan de opgevoerde kenmerken. Niet altijd of eigenlijk zelden gaat het echter om de vrucht als kenmerk. Mattheus 25 houdt de gelovige een spiegel voor, die Christus Zelf in Zijn handen heeft. 'Ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen', zegt Jacobus op het vermetele af. 'Uit de levende wortel van de goede boom komen altijd goede vruchten voort', zegt Calvijn.

Uitstraling
Waar het Evangelie bezit neemt van mensen, ook van mensen samen, namelijk wanneer een volk of een gemeenschap met het Evangelie wordt bereikt, dan zal dit uitstraling van het geloof naar buiten hebben. De rechtvaardiging is niet zonder barmhartigheid en zonder gerechtigheid.
Het is opmerkelijk dat in Mattheus 25 wordt gesproken van de volkeren, die voor de troon van Christus worden gedaagd. Wat heeft een volk met het Evangelie gedaan? Heeft gerechtigheid het volk verhoogd of bleef zonde de schandvlek van de natie?
Mensen worden volksgewijs tot Christus gebracht, zei ooit dr. Ph. J. Hoedemaker, namelijk in de zending. Ze zullen ook volksgewijs geoordeeld worden en dan persoonlijk gescheiden worden: schapen en bokken. Hoe het allemaal zal toegaan, gaat onze voorstelling te boven. Maar het oordeel gaat het persoonlijke ook te boven. Dat leert de Schrift op al die plaatsen waar over de volkeren wordt gesproken. De psalmen zijn daar ook vol van.

                * * *

De Reformatie bleef dan ook niet beperkt tot de rechtvaardiging van de persoonlijke mens maar werd ook doorvertaald naar de politiek en de samenleving, waar het om de eer van God moest gaan. De christen is de beste burger (Van Ruler). De rechtvaardige is namelijk voortreffelijker dan zijn naaste (Spr. 12 : 26). Waar gelovig hetende mensen of een als gelovig bekend staande gemeenschap niet leeft naar de normen van recht en barmhartigheid, wordt het Evangelie in diskrediet gebracht. Dan kan men zeggen geloof te hebben 'in één God', 'de duivelen geloven het ook en zij sidderen', zegt Jacobus (2 : 19). De rechtvaardiging van de goddeloze heeft een binnenkant en een buitenkant. De binnenkant is voor de buitenwereld verborgen, de buitenkant kan niet verborgen blijven.

Slinger
Het is nodig de klepel van de klok van de Reformatie telkens heen en weer te doen gaan. De hele beweging van rechtvaardiging en heiliging moet worden gemaakt, van de rechtvaardiging door het geloof naar de rechtvaardiging door de werken en omgekeerd.
Is de thematiek van onze reformatieherdenkingen niet vaak te eenzijdig gekozen? De goede werken staan in een kwade reuk. Dat is terecht wanneer het om verdienstelijkheid gaat. Maar het wordt bedenkelijk wanneer er geen goed werk meer zou zijn. Nochtans geldt de door Jezus opgevoerde vraag van de gelovigen: wanneer hebben wij...? Een gerechtvaardigd mens; die rechtvaardig leeft, draagt de lantaren vaak op de rug. Hij loopt niet achter zijn eigen licht aan. Maar de Schrift tekent de rechtvaardige op vele plaatsen. Die kent zelfs het leven van zijn beesten (Spr. 12 : 10). De rechtvaardige verblijdt zich in God (Ps. 64 : 11) en verblijdt zich er ook in recht te doen (Spr. 21 : 15).

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Rechtvaardiging uit de werken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's