Groei en achteruitgang (1)
Nog niet zo lang geleden rondde ik een reeks artikelen af waarin ik schreef over de rustdag. Op deze reeks is een aantal brieven bij mij binnengekomen met vragen die ik zoveel mogelijk tóen heb behandeld. Eén vraag heb ik laten zitten, omdat ik dacht dat het beter was om die apart te behandelen.
Wellicht dat sommige lezers nog wel weten dat ik in verband met de rustdag heel kort ben ingegaan op het geloof. Onder meer wijdde ik een alinea aan de zekerheid van het geloof en stelde dat de zekerheid behoort tot het wezen van het geloof en niet zoals wel wordt gedacht tot het welwezen van het geloof. In wat ik heb geschreven, werd ik onlangs bevestigd door het nieuwste boek van prof. Blauwendraad, waarin het uitgebreid over deze zaak gaat, alsmede over de beloften die naar eenieder uitgaan die zich onder de prediking van het Evangelie stelt. Het is de moeite waard om dit boek te lezen en te herlezen!
Echter... ik heb het enige maanden geleden niet alleen gehad over de zekerheid van het geloof, maar in een klein zinnetje heb ik ook iets gezegd over groei en achteruitgang in het geloof. Ik heb dit toen niet verder uitgewerkt, omdat het niet relevant was. Het was tenminste voor het thema dat ik behandelde niet relevant, d.i. ter zake.
Een oplettende lezeres vond dit echter wel relevant, maar dan voor haar persoonlijk. Daarom kwam er een goede maand geleden een schrijven waarin vriendelijk werd gevraagd of ik ook hierover nog eens wilde schrijven. In het kort luidt de vraag als volgt: wat wordt er verstaan in groei en achteruitgang van het geloof?
Het is nog niet zo'n eenvoudige vraag. Niettemin wil ik er graag op ingaan, omdat deze vraag onze lezeres - en wellicht andere lezers - bezighoudt. Het wil natuurlijk niet inhouden dat ik het laatste woord hierover kan zeggen en schrijven. Het onderwerp is zo uitvoerig dat er een dik boek over geschreven zou kunnen worden, zoals dit ook is gebeurd. Omdat onze eindredacteur mij gevraagd heeft ook nog over een ander onderwerp na te denken en daarover iets op papier te zetten, zal ik mij moeten beperken tot een artikel of vier.
Groei
Op grond van de Schrift kan men stellen dat er een groeien is in het geloof. Wie groeit er in het geloof? Het antwoord is vrij eenvoudig: er is sprake van groeien in het geloof bij een gelovige. En een gelovige is iemand die met heel zijn hart belijdt wat er in zondag 1 staat geschreven, nl. dat Jezus Christus zijn enige troost is in leven en sterven.
Ik kan het ook anders zeggen: een gelovige is een discipel van Jezus Christus. Hij is en blijft een leerling van Jezus Christus. Nooit of te nimmer gaat hij van de leerschool af waarop hij door genade een plaats heeft gekregen.
Als derde denk ik aan Johannes 15. Wij lezen daarin van de wijnstok en de ranken. De rank ontvangt zijn leven uit de wijnstok. Zo ontvangt de gelovige het leven uit Jezus Christus. In Johannes 15:5 zegt de Heiland: 'Ik ben de Wijnstok en gij zijt de ranken; die in Mij blijft en Ik in hem die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen'.
Nogmaals: groeien in het geloof wordt alleen gevonden bij de mens die Jezus Christus met lichaam en ziel toebehoort. Het is ergens ook logisch dat dit zo is. Als er van geen geloof sprake is, kan er niets groeien, behalve onkruid en onwelriekende vruchten. Maar dit laatste heeft niets met het geloof of een gelovige te maken.
Door genade leeft een christen! Het geloof als gave Gods in zijn leven wordt vermeerderd. Iedere dag opnieuw bidt een christen: 'Heere, vermeerder mij het geloof'. Dat is heel persoonlijk! Maar dat persoonlijke wordt in de kerkdienst uitgebreid. Dan bidden wij niet alleen om vermeerdering van het geloof voor onszelf, maar dan denken wij niet minder aan allen die een even dierbaar (kostbaar) geloof hebben ontvangen als wij. Daarom bidden wij in de kerk of in een andersoortige bijeenkomst: 'Heere, vermeerder ons het geloof'. Daarbij maak ik de opmerking dat er tijdens de godsdienstoefening niet alleen om vermeerdering van ons geloof wordt gebeden, maar ook voor alle gelovigen waar zij ter wereld wonen.
Overal waar jongeren en ouderen een band aan de Heere kennen, is vermeerdering van het geloof nodig! Het groeien in het geloof kan niet gemist worden. Staat het groeien even stil, dan betekent het in dit geval: achteruitgang. Zoals wij wel tegen elkaar zeggen: stilstand is achteruitgang!
Kennis en genade
Waarin is er een groeien in het leven van een christen? Onder meer bestaat het hierin dat er van een opwassen (groeien, toenemen, groter worden) sprake is in de kennis en de genade van onze Heere Jezus Christus.
De Heilige Geest leert ons vanuit het Woord welk een heerlijk Zaligmaker Jezus Christus is en hoe groot de genade is die Hij op het kruis van Golgotha verworven heeft.
Groeien in het geloof wil zeggen dat Jezus Christus voor ons begeerlijker, heerlijker en noodzakelijker wordt.
Het zal duidelijk zijn dat het groeien in de kennis van Hem en Zijn genade een geloofskennis is. Het heeft alles te maken met het 'kennen' wat ons in de Bijbel wordt voorgehouden. Kennen in de Bijbel betekent heel vaak: gemeenschap hebben met. Het heeft niet allereerst te maken met cognitieve kennis, d.i. een kennis met ons verstand. Wij kunnen - en 't moet gezegd worden - veel met ons verstand van Jezus Christus en Zijn genade weten, maar dat wil niet zeggen dat wij Hem kennen zoals dit in de Schrift wordt bedoeld. In de Bijbel is het kennen van de Heere bedoeld als zeer intieme omgang met Hem hebben. Zo close, zo dichtbij als man en vrouw met elkaar kunnen zijn.
In die zin, maar nog veel intiemer en intenser, wordt Jezus Christus voor ons onmisbaar. Het gaat leven in ons hart zoals de Doper dat heeft gezegd: 'Hij moet wassen, ik minder worden'.
Kortom: als het geloof groeit, herkennen wij ons in de bruid uit het Hooglied, wanneer zij zegt van haar liefste: 'Alles wat aan Hem is, is gans begeerlijk'.
Afhankelijkheid en aanhankelijkheid
Het groeien in het geloof heeft een positieve en een negatieve kant. Iets van de positieve zijde heb ik in het bovenstaande tot uitdrukking gebracht. De negatieve kant van de groei is dat wij steeds beter gaan verstaan dat wij zonder de Heere niets kunnen doen. Dat geldt zowel voor het dagelijks leven als voor het geestelijk leven. Groeien in het geloof betekent dat wij erachter komen, hoe arm wij zijn. Om het met Luther te zeggen: 'Wir sind Bettler'. De vertaling luidt: 'Wij zijn bedelaars'. Misschien dat ik het nog scherper moet vertalen door te schrijven: wij zijn én blijven bedelaars. Wat zéker is: wanneer het geloof groeit, worden wij nooit rijke mensen, noch grote mensen, noch mensen die het alles zo goed kunnen of zo uitstekend doen.
Waaraan zal men dan een christen kennen? Hij wordt gekend aan zijn armoe, maar niet minder hieraan dat hij meer en meer verbonden raakt aan Christus. Dat groeien heeft gevolgen! Vruchten worden het deel van de gelovige! Gaven ontvangt hij! Hij houdt die gaven niet voor zichzelf, maar hij deelt ervan uit. Wanneer het nodig is, zelfs wereldwijd.
Dr. O. Noordmans heeft eens deze zin geschreven en ik neem hem letterlijk over: 'De ene bedelaar deelt aan de andere bedelaar uit'. Met andere woorden: wat de gelovige als bedelaar heeft ontvangen van de Heere, wordt door hem uitgedeeld aan een ander die even arm is, of nóg armer. Groeien in het geloof vindt onder de verkondiging (om een voorbeeld te geven) plaats, maar niet minder als men zich geeft aan de ander, d.i. leeft voor de ander. Het is zeker geen vreemd gebed in het leven van een gelovige als hij bidt: 'Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan Uw eer. Maak mijn uren en mijn tijd tot Uw dienst en lof bereid'.
De aanhankelijkheid jegens de Heere heeft tot gevolg afhankelijkheid. Ik durf de stelling te wagen: hoe meer aanhankelijkheid, hoe meer afhankelijkheid. De kinderlijke vreze voor de Heere geeft zoveel liefde dat wij zonder Hem niet kunnen. Het geeft het besef dat het geestelijk leven door Hem wordt onderhouden, maar ook dat wij in het dagelijkse leven geen stap zonder Hem kunnen verzetten.
In dit verband denk ik aan die Afrikaanse chauffeur die anderen en mij in Kenia moest rijden van de ene naar de andere plaats. Wat deed de man - steeds opnieuw - als hij in de auto zat? Hij vouwde zijn handen en vroeg eerbiedig aan de Heere of Hij ons allen wilde bewaren. De man beleed zijn afhankelijkheid die een gevolg was van zijn liefde tot de Heere. Wat ik maar zeggen wil: wat kende deze man een afhankelijkheid. Kennen wij die evenals deze zwarte broeder? Of staat het de groei van het geloof in de weg, omdat wij menen dat wij voor het dagelijks leven het zelf kunnen klaren en dat wij de Heere alleen maar nodig hebben om ons het geestelijk leven te geven en dit dan te onderhouden.
Het is een wonderlijke tweedeling van het leven als dit het geval is. Het heeft met het bijbels geloof niets te maken. Het is trouwens het waarachtig zaligmakend geloof vreemd. Het bijbelse geloof heeft te maken met de tijd én de eeuwigheid, met het hiernumaals en het hiernamaals. Wie ze uit elkaar haalt, denkt en doet zoals de Griekse wijsgeer Plato. Hij maakte een onderscheid tussen aarde en hemel (de wereld der ideeën) waarbij het leven in deze wereld door hem als zeer gering werd geacht, en de wereld van de ideeën alles was. Het gaat evenwel tegen de Schrift in, deze heidense gedachte. Het leven op aarde mag én moet voor Gods aangezicht geleefd worden. Hoe wordt dat in het geloof gedaan? In alle aanhankelijkheid en afhankelijkheid.
Dat dit alles te maken heeft met gebedsleven en dat daarin óók van groei sprake is, daarover een volgende keer. (Wordt vervolgd)
Barneveld G. S. A. de Knegt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's