Geloofsonderricht in de eredienst
Eén van de meest opvallende trekken van de gereformeerde eredienst is zijn soberheid en eenvoud. In de tijd van de Reformatie, en daarna, zijn verfraaiing en versiering van de eredienst weggelaten. De gedachte daarachter was en is dat de Heilige Geest werkt door de eenvoud en de dwaasheid van de prediking. Daar ligt de kern van de kerkdienst. God is aan het Woord! Dat op zich al is een wonder: Hij is de sprekende God. En Hij heeft niet in het verborgene gesproken. Voor Hem is het eerste en het laatste Woord. Daarom staat de kansel, met daarop de open Bijbel, centraal in onze kerkgebouwen. En rondom de verkondiging van het Woord centreert zich de hele eredienst.
Dat heeft alles te maken met de herontdekking van het Woord in de tijd van de Reformatie.
De aandacht werd weggehaald van het altaar, van de viering, en kwam helemaal terecht bij de prediking, de verkondiging. Vandaar dat we spreken over: de dienst van het Woord. Dat is en blijft een gouden greep, een ontdekking in de Reformatie dankzij de Geest van God. We moeten dat niet opgeven maar blijvend honoreren. Het is tegelijk het getuigenis dat de Heere God de Eerste is. Het gaat om Zijn spreken, om Zijn handelen, om de verkondiging van Zijn daden. Dat is verlossend, dat is bevrijdend bij uitstek. Daar ligt het heil in verankerd. De gemeente komt samen voor Gods Aangezicht, in Gods nabijheid. En God spreekt. Dat is geen automatisme. Dat is de vrijheid van Gods genade, soeverein en heerlijk.
Wij beschikken er niet over. Wij roepen het niet op. God in Zijn soevereine liefde geeft het.
Om werkelijk stil van te worden... Verfraaiing en versiering voegen niets toe, leiden af van deze kern.
Anderzijds
Anderzijds is in deze samenkomst van de gemeente voor Gods Aangezicht, de gemeente er helemaal bij betrokken. Ze is samen 'in de Naam van onze Heere Jezus Christus' (1 Korinthe 5 : 4). In deze dienst gaat het ook om de ontmoeting met God. En in iedere ontmoeting is er sprake van twee partijen. Het gaat in de eredienst ook om de oefening van deze ontmoeting, de oefening van de gemeenschap met God in het geloof door Woord en Geest. Maar, we worden er echt in geoefend. We ontvangen in het geloof wat we niet hadden. We belijden onze schuld, we buigen ons hoofd en hart. We belijden ons geloof aarzelend of verzekerd. We bidden en aanbidden in verwondering en ontzag. 'Toen begon men de Naam des HEEREN aan te roepen' (Gen. 4 : 26). We roepen in grote nood, we brengen onze klachten voor Gods troon. We zingen en roemen het onfeilbaar Woord. We antwoorden rond de doop, bij de belijdenis, wanneer we ons ambt aanvaarden, en tijdens de huwelijksdienst. Met andere woorden Gods Geest betrekt ons er helemaal bij in de eredienst. U kent het oude woord 'godsdienstoefening' wel. Het is een geweldig rake typering van het bovenstaande. Zo is de gemeente samen voor Gods troon. 'Laat ons Zijn Aangezicht tegemoet gaan met lof (Ps. 95 : 2). Maar dat blijft voortkomen uit en rusten in het scheppende en herscheppende Woord van God. Dat is de vroomheid, dat is het leven met God.
Vanuit de eredienst wordt de gemeente weer de wereld in gezonden om daar haar God te dienen.
De stilte van de eredienst is de oase, de bron, om in het volle bruisende leven de Heere God te dienen: uw redelijke eredienst. Die eredienst bestaat in een aan God toegewijd leven.
Het onderwijzend element
De soberheid en eenvoud van de eredienst heeft nog een andere kant. Een van de meest kenmerkende trekken is de onderwijzende tendens in de eredienst. Daar wil ik in dit artikel verder op ingaan. Dat onderwijzende element heeft zijn plaats in de prediking. Als dienaar en gemeente zitten we aan de voeten van onze hoogste Profeet en Leraar. We hangen aan Zijn lippen. Daarom is een zorgvuldige uitleg van de Schriften ook een eerste vereiste voor de verkondiging van het Woord. De verkondiging is uitleg van de Schriften of ze is geen verkondiging. Wie de Schrift niet uitlegt, heeft ook niets om toe te passen of gebruikt een andere bron dan de Schrift. Dat is voor God en voor de gemeente onmogelijk.
Behalve in de verkondiging komt dit onderwijzend element ook nadrukkelijk aan de orde in het gebruik van de formulieren.
De formulieren
Bij de meest cruciale momenten in de eredienst lezen we een formulier. Denkt u maar aan de sacramenten, aan de bevestiging van ambtsdragers of aan de bevestiging van het huwelijk. Wie werd nooit geconfronteerd met de kritische vraag: 'Waar is het eigenlijk voor nodig?' Hier komt nadrukkelijk het onderwijzend element van de gereformeerde eredienst aan de orde. Dat is historisch te verklaren uit de periode van de Reformatie. De gemeente, komend uit het rooms-katholicisme, had dit onderwijs nodig. Ze moest steeds weer en meer de bijbelse betekenis van de sacramenten, de ambten en het huwelijk leren verstaan.
De Reformatie zag zich voor de taak gesteld om de mensen weer duidelijk uit te leggen waar het in deze momenten van de eredienst om gaat. Vandaar deze formulieren, dit onderwijs vanuit de Schrift. De formulieren zijn door en door bijbels van inhoud. Dat blijkt al uit het feit dat er telkens op de Schrift wordt teruggegrepen. Gods woorden vormen het gebinte van de formulieren.
De Schrift
Waar komt deze onderwijzende tendens vandaan? Ik zou te kort schieten als ik alleen op de historische component zou wijzen. Er is ook een principiële, bijbelse component. De Schrift zelf spreekt meer dan eens over 'onderwijzen en leren'. Twee voorbeelden daarvan geef ik uit het Nieuwe Testament:
1. Handelingen 2 : 42 'En zij waren volhardend in de leer van de apostelen...'. De eerste christengemeente was een gemeente waar het onderwijs plaatsvond. De oor- en ooggetuigen van Christus' werk onderwezen de gemeente. En door middel van dat onderwijs werd de gemeente gebouwd en gevormd.
2. De bekende teksten uit de brief van Paulus aan Timotheus: 'Maar blijft gij in hetgeen gij geleerd hebt... Al de Schrift is nuttig tot lering... tot onderwijzing'. (2 Tim. 3 : 14,16).
De gemeente van het Nieuwe Testament was een lerende gemeente. Het onderwijs was één van de middelen in de hand van de Heilige Geest om te gemeente te bouwen. En het onderwijs uit de Schriften heeft zijn neerslag o.a. gekregen in de formulieren, opgesteld in de tijd van de Reformatie of kort daarna. Ze willen dus het geloofsonderricht dienen. We bewaren en gebruiken deze formulieren dus zeer bewust in de eredienst. Het geloofsonderwijs in de betekenis van de sacramenten, de ambten, het huwelijk, is voor de gemeente van nu evenzeer nodig. De leer is levende leer, is de leer van onze God en Koning. Het gaat om de vorming in het geloof, het gaat om de bijbelse opvoeding van de gemeente. Steeds weer en steeds dieper wordt de gemeente op die wijze gevormd. Vandaar de onopgeefbare plaats van de formulieren in de eredienst. Ongetwijfeld is de liturgie sterk verbonden met de leer van de Kerk. Zij is expressie van de leer. Daarbij realiseren we ons dat onderwijs in de Bijbel zich niet alleen richt op het hoofd, maar op de hele mens: hoofd en hart. Meer nog: op onze hele existentie. Met een variatie op Psalm 86 bidden we: 'Verenig ons hoofd en ons hart, ons hele bestaan tot de vreze van Uw Naam'.
In dit onderwijs gaat het ook om de jongeren van de gemeente. De schatten in de Reformatie herontdekt, de rijkdom van de Schrift, willen we ook hun overleveren. Vandaar de onderwijzende tendens in de gereformeerde eredienst. We doen niet zomaar wat, het is geen spel, geen proeftuin, geen experiment. We realiseren ons wat we doen: als gemeente van Christus samenkomen voor Zijn Aangezicht.
Aanbidding
Halen de formulieren niet het element van vreugde, van aanbidding weg uit de dienst? Maken ze de dienst niet tot een dor gebeuren? Nee! Ze stimuleren en versterken juist de rechte geloofshouding en zuivere aanbidding. Het onderwijs dat in de formulieren ter sprake wordt gebracht is getoonzet in persoonlijke bewoordingen. We worden er helemaal in betrokken: 'Als wij gedoopt worden in de Naam van de Vader, ... de Zoon, ... de Heilige Geest'. Of: 'Maar aldus zullen we Hem daarbij gedenken...'.
Bovendien zijn er gedeelten in de formulieren die getoonzet zijn op de toonhoogte van de aanbidding, de lofprijzing. Ik geef een paar voorbeelden:
1. In de formulieren staan ook de gebeden. Gebeden die getuigen van schuldbelijdenis en verootmoediging, maar evenzeer van aanbidding. We bidden nadrukkelijk en hartstochtelijk om het werk van de Heilige Geest (Heilig Avondmaal) en danken God voor Zijn verbondstrouw (Heilige Doop).
2. Ik denk aan de geweldige passage uit het Avondmaalsformulier over de plaatsvervanging van Christus. Het onderwijzend element krijgt hier de vorm van aanbidding. Ik laat het aan een paar voorbeelden zien, maar het gaat om de hele passage: '... waar Hij gebonden werd, opdat Hij ons zou ontbinden, daarna ontelbare smaadheden geleden heeft, opdat wij nimmermeer te schande zouden worden, onschuldig ter dood veroordeeld is, opdat wij voor het gericht van God zouden vrijgesproken worden, ... en heeft alzo de vervloeking van ons op Zich geladen opdat Hij ons met Zijn zegening vervullen zou...'.
In deze voorbeelden verwoorden de formulieren de hoogten én de diepten van de Schrift.
Ten slotte
Om het reformatorisch, het bijbels erfgoed in deze formulieren te bewaren is het hoofdbestuur gekomen tot een hertaling. Niet de taal of de woordkeuze, niet de zinsvorm mogen verstaansbarrières vormen. De taal verandert, betekenissen van woorden verschuiven. De inhoud van onze formulieren is echter van onschatbare bijbelse waarde. Juist daarom is gekozen voor deze hertaling. In de hoop en met het gebed dat de Heere God dit onderwijs zegent van kind tot kind.
G. D. Kamphuis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's