De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Als je zoon een vriendin heeft

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als je zoon een vriendin heeft

'Onze kinderen hebben nauwelijkseen ander leefpatroon dan niet-christenen'

9 minuten leestijd

'Op hoe jonge leeftijd komen jonge mensen al met dit geloofsdilemma in aanraking! Hoezeer hebben zij de ouderlijke steun en gemeentelijke voorbede nodig!' Zo eindigde dr. W. Aalders recent zijn artikel waarin hij een relatie legde tussen het geruisloos teloorgaan van de verloving in kerkelijke kring én het feit dat het nog maar zelden voorkomt dat een jonge man en een jonge vrouw rein en maagdelijk het huwelijk ingaan. Op weg naar de studiedag voor predikanten over het huwelijk(spastoraat) geven we een vervolg aan de woorden van dr. Aalders door te praten met Stef en Wilma Bos, ouders van opgroeiende kinderen. Hoe begeleiden zij hun kinderen in tijden van (vastere) vriendschappen, op weg naar het huwelijk? Welke steun biedt hen de christelijke gemeente?

Oprechte zorg maakt dat Wilma Bos (vanwege redenen van privacy is haar werkelijke naam anders) de dingen concreet verwoordt. Door veel met Stef te praten en door ervaring is hun tamelijk helder geworden wat er in het jonge leven van hun kinderen wel en niet door de beugel kan. Te midden van een telkens opnieuw weerbarstige praktijk hopen ze ook op herkenning van hun vragen binnen de gemeente, in hun geval van hervormd-gereformeerde signatuur en op de Veluwe. Stef en Wilma hebben vier kinderen, tussen de 14 en 24 jaar.
Stef: 'In onze opvoeding ligt veel meer dan vroeger de nadruk op communicatie. Zodra de kinderen achttien jaar zijn, ben je een stuk overwicht kwijt en moet je het vooral van gesprekken hebben. Je probeert zo voortdurend hen te beïnvloeden.'
Wilma: 'Thuis hebben we bepaalde grenzen gesteld. Onze kinderen kan ik het tv-kijken niet verbieden, dat werkt gewoon niet meer, maar wel het kijken naar bepaalde programma's. Er blijft altijd de spanning tussen wat wij niet willen en wat zij wél willen én doen, omdat ze achttien zijn.'
Stef: 'Ik heb de neiging cd's die op een kamer rondslingeren, te bekijken. Als ik dan shockerende dingen zie, bespreek ik dat zeker met hem of haar. Die confrontatie moet je aangaan. Wat ze mee naar huis brengen, moet staande kunnen blijven binnen de regels die er thuis zijn. Elk kind heeft zo een eigen pakket met dingen waarop je moet letten: bij de een muziek, bij de ander uitgaan.'

Drankgebruik
Wilma: 'Ik probeer door middel van discussie hen te vormen naar de bijbelse waarden en normen. In de loop der tijd leer je een betere houding. Vier jaar geleden botste het veel meer. Eerst hanteerden we nog strakkere regels, omdat we als ouders heel bang waren.'
Stef: 'Je moet ook de goede dingen blijven zien. Het feit dat alle kinderen elke zondag twee keer naar de kerk gaan, mag je niet wegstoten.'
Wilma: 'Ik vind de sfeer waarin we praten heel belangrijk. Als je laat blijken wat voor jou van waarde is, laat merken dat je hen begrijpt en daarom met hen meedenkt, dat je je kunt voorstellen dat ze graag uitgaan, boek je als ouders winst. Als ik hierover met andere ouders binnen de gemeente praat, heb ik het idee dat die nooit helemaal eerlijk zijn. In elk gezin met oudere kinderen spelen deze problemen, maar niemand durft erkennen dat er thuis best vaak wat mis gaat.'
Stef: 'Trots misschien. Of vasthouden aan de knusheid van je gezinnetje. En misschien is deze dubbelheid er niet eens bewust.'
Wilma: 'Als je niet met je kinderen praat, weet je ook niets. Dat lijkt soms het gemakkelijkste.'
Stef: 'Je denkt: Ze zitten op een reformatorische school, gaan mee naar de kerk, dus het gaat wel goed. Maar het gaat niet goed! Kinderen uit onze gemeente hebben nauwelijks een ander leefpatroon dan niet-christenen.'
Wilma: 'We doen er echt ons best voor de leefwereld van onze jongens te kennen, maar of dat lukt?'
Stef: 'Drankgebruik heeft onder de jongeren van onze gemeente met zo'n vanzelfsprekendheid plaats dat je er versteld van staat. Jongeren zien trouwens soms ook zelf de voorbeelden van ouderen in de kerk. Kun je het hen dan kwalijk nemen?'
Wilma: 'Dan zijn er die ouders en leerkrachten die nauwelijks besef hebben van wat er speelt. Ik sprak ooit iemand die op een reformatorische school lesgeeft en die beweerde dat er op school niemand drugs gebruikte. Ik antwoordde zo tien (oud-) leerlingen te kunnen noemen.'

Verkering
Stef: 'Ik geef toe dat Wilma meer doorzaagt bij de kinderen dan ik. Dat doorzagen is nodig. Dan hoor je schokkende dingen over gezinnen die er aan de buitenkant fatsoenlijk uitzien. Onze jongeren gaan op zondag naar de kerk en nemen op maandag tien pilsjes.'
Wilma: 'Ja, wat is daar nu verkeerd aan? zeggen ze. Wij zouden ons vroeger heel erg ongemakkelijk voelen, maar dat doen zij niet eens. En een stickie moet je toch een keer gerookt hebben!'
Stef: 'Het is de levenslucht die ouderen en jongeren inademen; doe wat je wilt, waar je je lekker bij voelt.' Wilma: 'Ja, dat is vooral de norm. Wat is er verkeerd aan als niemand er last van heeft?'
Stef: 'Het is een vorm van vervlakking. Het kost geen energie als je het gehoorde van zondag op maandag geen plek geeft. Jongeren kunnen op een fantastische manier over een preek praten, maar hun gedrag slaat als het maandag is helemaal om. Heeft dat geloof dan diepgang?'
Wilma: 'Waar komt die vanzelfsprekendheid vandaan? Ik spreek maar weinig mensen die zeggen het echt moeilijk te vinden op een bijbelse manier te leven.'
Stef: 'Deze levenshouding van jongeren werkt funest in de verkeringstijd. Kijk naar die heel gemakkelijke omgang met elkaar. Voordat ze elkaar goed en wel kennen, wordt er al gezoend met elkaar. Nu is dat nog niet het meest erge...'
Wilma: 'Maar ik vind het wel heel apart. Je ziet dit bij kinderen van veertien en vijftien jaar. Ze leren een stuk vrijheid in de omgang met elkaar. Dit is breed geaccepteerd. Ik zeg thuis dat het heel raar is, dat dat niet hoort, dat ik het ook helemaal niet begrijp. Dan kijken ze je raar aan. Wat ik vervolgens hoor over de vrije omgang in de jaren erna, is gezien hun instelling een logisch vervolg hierop.'
Stef: 'Op seksueel gebied worden de dingen als zo vanzelfsprekend aangenomen. Het gekke, of beter, het erge is dat het niet eens uit kwade wil gebeurt.'
Wilma: 'Je praat met je eigen kinderen ook niet gemakkelijk over seksualiteit. Maar ik zoek wel steeds aanknopingspunten. Het is nodig te laten weten welke dingen gek zijn! Jongens en meisjes horen voor het huwelijk niet bij elkaar op de kamer te slapen!
Deze opmerking is beslist geen overbodige.'

Prikkelend
Stef: 'Het wordt onze jongeren ook erg makkelijk gemaakt. Als ze in de stad boodschappen doen, worden er kaartjes voor het een of ander uitgereikt met een condoom erin! In die wereld leven we. Als je hevig verliefd bent en je krijgt het op een presenteerblaadje aangeboden... De wereld is heel prikkelend.'
Wilma: 'Het is voor de kinderen uiterst moeilijk om te leven in een maatschappij die sterk gericht is op seks. Dat vraagt van hen veel meer dan van ons vroeger. Er wordt vanuit de kerk zo weinig over gepraat, terwijl het probleem zo groot is! Op de catechisatie moet dit thema toch aan de orde komen. Dat is bij onze jongens nog nooit gebeurd. Dat hun leefwereld onder de loep genomen wordt. Nodig is ook dat jongeren samen praten: wat vinden zij belangrijk?'
Ik ben bang dat de manier van leven van veel jongeren heel moeilijk terug te draaien is. Ze gaan samen op vakantie. Het proces is veel te ver. Laten de dominees daarom ook nadruk leggen op de levensheiliging. Het zou al goed zijn als we erover praten, van elkaar leren, als deze thema's bespreekbaar zijn.'
Stef: 'Van volwassenen mogen we openheid en kwetsbaarheid verwachten.'
Wilma: 'Ja, zolang er ouders zijn die zeggen: 'Dit doet mijn kind niet', heeft een gesprek in de gemeente over deze zorgen geen enkele zin.'
Stef: 'Je kunt dit alleen bespreken met mensen met wie je een band hebt. Dat wordt met de wijkouderling lastig als je hem niet kent en niet frequent ziet. Dat werkt niet. Belangrijk is de herkenbaarheid van het probleem voor de predikant. Dat kan uit een enkele zin in de preek blijken.'
Wilma: 'Ik pleit voor meer aandacht voor de middengroep in de kerk. Mijn oma krijgt twee keer per jaar bezoek van de dominee, maar het is ook heel nodig dat hij eens met een groepje ouders praat. Die aandacht voor hun nood is zo belangrijk. Want je hebt zo'n enorme verantwoordelijkheid, als je kinderen hebt. Wordt dat wel voldoende beseft? Ik vraag me zo vaak af of ik alles wel goed doe. Dat kan me beklemmen en benauwen. Praat je voldoende, wijs je hen op het goede?'

Jullie kinderen zijn gedoopt. Een grote pleitgrond?
'Dat is waar, maar dat wil niet zeggen dat het daarmee altijd goed komt. Dat vind ik het moeilijke. Ja, het is wel de weg die ons gewezen wordt.'
Stef: 'De spanning blijft hoe het zal aflopen met onze kinderen.'
Wilma: 'De doop is ook een motief naar jongeren toe om te zeggen, dat ze apart moeten staan in deze wereld. Je kunt opvoeden ook nooit meer overdoen. Als ik daaraan denk, wordt het alleen maar zwaarder.'

Op 23 november is er studiedag over het huwelijk, waar ook nagedacht wordt over de toerusting van jongeren. Wat moet er vooral gezegd worden?
Wilma: 'Misschien moet er in een eerdere fase van hun leven vanuit de gemeente aandacht aan gegeven worden. Leer jongeren wat het huwelijk is! Leer hen hoe ze met elkaar hebben om te gaan. Vraag hen: 'Heb je er wel eens over nagedacht dat je met iemand vijftig jaar verder moet of mag, in plaats van te leven met dat hapsnap-gevoel? Ben je werkelijk geïnteresseerd in de ander? ' Ik snap niet dat het huwelijk binnen de gemeente zo weinig aandacht krijgt. Het is toch een instelling van de Heere God!'

Apeldoorn               P. J. Vergunst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Als je zoon een vriendin heeft

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's