Globaal bekeken
Bijgeloof, het heeft de eeuwen door bestaan. Bij Uitgeverij Bert Bakker te Amsterdam verscheen een Lexicon van het bijgeloof. Hier volgen twee voorbeelden:
- Klaverblad
'Volgens de legende nam Eva vanuit het paradijs een klavertjevier mee naar de wrede wereld, en daar geldt het sindsdien als teken van geluk. Waar en wanneer het daadwerkelijk voor de eerste maal als gunstig voorteken werd beschouwd, is niet bekend. Misschien omdat ze zo zeldzaam zijn (klaver kan wel tien tot twaalf blaadjes krijgen, maar drie blaadjes is normaal), misschien door de levenskrachtige groeiwijze van de plant ("ter wille van hun schoonheid namen meisjes in de eerste nacht van mei een bad in bedauwde klaver", vertelt E. H. Meyer in zijn in 1898 verschenen Deutsche Volkskunde) - in elk geval is het een zeer oud, van Europa tot aan Amerika verbreid geloof. Al in de voorchristelijke tijd werd het klaverblad in de Iers-Keltische cultuur door de druïden als heilig symbool vereerd. In een geschrift uit het jaar 1571 (Der alten Weiber Philosophy) staat geschreven: "Wie een klaverblad met vier blaadjes vindt, die moet dat goed bewaren, dan zal hij zijn leven lang rijk en gelukkig zijn".
Hoe sterk het geloof in het klavertjevier nu nog is, toont het zakelijke idee van een persagent uit Hollywood, C. D. Fox, die in Panama op grote schaal klavertjesvier kocht en die aan juweliers en gelukskaartenproducenten als kostbaar kleinood weer verkocht. In tien jaar tijd zette Fox dertig miljoen klavertjes om. Waarbij opgemerkt dient te worden dat de kopers hun geld net zo goed uit het raam hadden kunnen gooien, want volgens het maandblad voor volkskunde Am Ur-Quell (1890-1897) brengt het klavertjevier alleen maar geluk aan als het "ongezocht" gevonden wordt, en als dat weer te veel gebeurt, dat gaan de geluksgoden van het klavertjevier over tot het uitdelen van straffen: " 't Te veel vinden van klavertjesvier leidt tot veel leed en weinig plezier." (Fischer, Schwabisch Wörterbuch)'
- Het LexiCon bevat ook weerspreuken, gebaseerd op 'boerenwijsheid'
• Als in januari de vorst niet komen wil, verschijnt zij stellig in april.
• Op harde winterzucht volgt zoete zomervrucht.
• Kraait de hen en niet de haan, dan is het met de boer gedaan.
• Avonddauw en zon in mei, hooi met karren op de wei.
• De kers bloeit als het koren groeit.
• Des morgens de lucht rood, des avonds plomp in de sloot.
• Pancraas, Servaas en Bonifaas, zij geven vorst en ijs, helaas!
• Mei koel en nat, koren in het vat.
• Het weer van 's zaterdags op de noen is 's zondags de hele dag te doen.
• Schaarse lentebloei, honger voor de koei.
• Bleke zonnen en lachende vrouwen zijn niet te vertrouwen.
• Eén zwaluw maakt nog geen zomer.
• Juniregen is Gods zegen; komt zonneschijn daarbij, dan maakt hij boer en stadslui blij.
• Kruipen de muizen diep in de grond, zo maken zij een strenge winter kond.
• Als de kat in februari in de zon ligt, moet zij in maart weder achter het vuur.
• Knapt januari niet van de kou, dan zit men 's zomers in de rouw.
• Maart roert zijn staart.
• April weet niet wat hij wil.
• Is juli heet, dan loont de moeite en het zweet.
• Silvesterwind met morgenzonneschijn geeft zelden goede wijn.
• Brengt het najaar helder weer, 't zal des winters stormen op het meer.
• Zeevogels op het grien, het weer gemien.
• De vaak herhaalde kwartelslag voorspelt de boer een droge dag.
• Als in september de donder knalt, met Kerstmis sneeuw in hopen valt.
• Donder in het dorre hout, dat geeft een voorjaar schraal en koud.
• Als het met Allerheiligen sneeuwt, leg dan uw pels gereed.
• Bloeien de bomen tweemaal op een rij, dan zal de winter zich rekken tot mei.
• Donder in november laat een goed jaar verhopen.
• Vliegen op kerstnacht de muggen rond, dan dekt op Pasen het ijs de grond.
• Als de muggen in januari dansen, wordt de boer een bedelaar.
* * *
Hier volgen twee 'woorden van Augustinus' uit een verzameling Rust in God (uitgave Den Hertog, Houten):
• 'Alle gelukkigen hebben wat ze willen, ofschoon niet allen die hebben wat ze willen, daarom gelukkig zijn. Ongelukkig echter zijn zij die óf niet hebben wat ze willen, óf wel hebben wat ze ten onrechte willen. Gelukkig is dus slechts hij die alles heeft wat hij wil en niets ten onrechte wil.'
• 'Hier is veiliger de waarheid te horen dan haar te verkondigen. Want wanneer men haar hoort, bewaart men de nederigheid, maar wanneer men haar verkondigt, dan sluipt bijna bij iedere mens een zekere grootspraak, hoe gering ook, binnen.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's