Boekbespreking
Tim Lahaye en Jerry B. Jenkins, De laatste bazuin; deel 6 Moord. Uitg. Kok, Kampen. 360 blz. ƒ39,90.
Dit is het zesde deel van de romanserie die alom grote opgang maakt, in meer dan 31 talen verscheen en naar verwachting twaalf delen zal omvatten. Het is een romanserie, geschreven naar de Openbaring aan Johannes, maar dan op heel specifiek chiliastische wijze gelezen. De eerste vijf delen besprak ik in twee artikelen in de Waarheidsvriend van 24 februari en 2 maart. Ze gaan over de eerste achtendertig maanden van de grote verdrukking, tot en met de vijfde engel met de bazuin (Openb. 9). Dit deel gaat over het oordeel van de zesde engel: de laatste vier maanden van de grote verdrukking (Openb. 9 : 13-21): een leger van twee miljoen ruiters, op paarden met leeuwenkoppen die vuur en rook uitblazen, zaait dood en verderf op de aarde. Het derde deel der mensen wordt gedood, de gelovigen worden gespaard. De bekeerde joodse rabbijn Tsion Ben juda geeft dagelijks via internet leiding aan de gelovigen, die verborgen samenkomen in een gigantisch netwerk van huisgemeenten. De gelovigen bereiden zich via een ingenieus geheim coöperatief systeem voor op de tijd dat niemand mag kopen of verkopen dan die het teken van het beest heeft (Openb. 13:17). Het loopt alles uit op een groot galafeest in Jeruzalem ter gelegenheid van de viering van het verdrag met Israël, waar twee miljoen mensen komen en waar drie ingrijpende dingen gebeuren: de moord op de grote religieuze leider van het Eén-Wereld-Geloof door de tien koningen, die elk regeren over een tiende deel van de aarde (Openb. 17 : 12-17), de gewelddadige dood van de twee getuigen Gods, die na drieënhalve dag weer opstaan en ten hemel varen (Openb. 11 :7-12) en de moordaanslag op de antichrist, wiens hoofd dodelijk gewond wordt (Openb. 13 : 3 en 10). Ongetwijfeld is de genezing van de dodelijke wond, en wat daarop volgt, in het volgende deel te verwachten.
Ook dit deel is knap en meeslepend geschreven, hoewel het een aantal minder boeiende elementen heeft. Bijbels-theologisch gezien blijf ik echter mijn grote reserves houden. De schrijvers gaan uit van een heel letterlijk nemen van wat in Openbaring geschreven staat en weven daar hun spannende verhalen omheen. Er zijn echter een heel aantal vragen te stellen. Wonderlijk wat er in nog geen drieënhalf jaar allemaal gebeurt: de derde wereldoorlog, een grote aardbeving, de ene verschrikking na de andere, miljoenen en miljoenen doden enz. En ondertussen blijken de gelovigen te beschikken over schuilkelders, computers, internet, een telefoonnet met geheime, wisselende frequenties en supersonische vliegtuigen en de grote stad Babylon is uitgebouwd tot een adembenemende metropool. De serie heeft me tot nog toe eerder overtuigd van het feit dat het meer voor de hand ligt dat het niet zo zal zijn als het boek het beschrijft, dan dat het wel zo zal zijn. Vooral gaat het me om de wijze waarop de schrijvers omgaan met de Openbaring. De taal van de Openbaring is van een andere orde dan die van het concreet-letterlijk nemen van alles wat beschreven staat, daargelaten dat de schrijvers er zelf ook niet aan ontkomen vele dingen anders te duiden dan de Openbaring aangeeft.
Overigens, een uiterst boeiende serie. Wie de tot nu toe verschenen delen leest en daar het boek Openbaring naast legt, en daarbij nuchter met beide benen op de grond blijft staan (maar dat is dan ook nodig!), kan met de dringende boodschap die in de serie doorklinkt: Christus te kennen voor het te laat is, zijn winst doen.
huizen H. Veldhuizen
Frits de Lange, Jan Jans (redactie), De dood in het geding. Euthanasiewetgeving en de kerken, Kok-Kampen 2000, ISBN 90 435 0233 2, 120 blz.
Najaar 1999: de kerken spreken zich uit in het debat rond wetgeving inzake euthanasie en mengen zich daarmee in het publieke debat. Dat gebeurde zowel van de zijde van de rooms-katholieke bisschoppenconferentie als van de moderamina van de zogenoemde 'Samen op Weg-kerken'. In de hier aangekondigde bundel gaan acht ethici vanuit beide tradities kritisch in op deze bijdragen. Verder zijn de genoemde verklaringen opgenomen, alsmede uittreksels van het betreffende Wetsvoorstel van minister Korthals (Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding), met de Memorie van Toelichting.
Over het algemeen wordt in deze bundel het feit dat de kerken zich uitgesproken hebben positief gewaardeerd, maar er worden - naast waarderende woorden - heel wat kritische noten gekraakt over de inhoud van dat spreken. Positief gaat het de auteurs om een bezinning op de rol van de kerken in, en de plausibiliteit van hun bijdrage aan het publieke morele debat. Terecht vragen enkele medewerkers aan deze bundel om een meer theologisch inhoudelijke invulling van het kerkelijk spreken dan nu geboden werd.
Frans Vosman ziet in de regeringsvoorstellen een voorbeeld van rechtspositivisme in de zwakke zin en sociologisering van het recht. De veronderstelde opinie van de meerderheid van de bevolking wordt dan bepalend voor wetgeving. Frits de Lange analyseert de verschillen in het (protestantse) kerkelijk spreken over euthanasie in 1972, 1985 en 1987 en in 1999. Zijns inziens worden de kerken conservatiever. Ik zou meer de nadruk leggen op het verontrustende van de voortgaande ontwikkeling, die gelukkig tot een duidelijke stellingname van de kerken heeft geleid. Terecht overigens stelt Gerrit de Kruijf dat ingegaan had moeten worden op de betekenis van 'zelfbeschikking' en niet alleen op de beschermwaardigheid van het menselijk leven. Aansprekend is het hoofdstuk van Annelies van Heijst over 'Retorica van de goede dood'. Woorden als 'mensonwaardig' en 'ontluisterend' fungeren vaak als afweermechanisme en worden in het euthanasiedebat bovendien hoogst selectief gebruikt. De tragedie van het menselijk tekort wordt gladgestreken door een verhaal over zelfbeschikking en doodswens. Iemand als Chabot, die doodt op verzoek, plaatst zichzelf in de rol van Verlosser. Op deze wijze treedt een overspannenheid van de hulpverlenersverantwoordelijkheid op.
Deze bundel is een zinvolle reflectie op de kerkelijke bijdrage aan het publieke moreel discours.
Veenendaal J. Hoek
Dr. J. Hoek, Veenendaal - opleidingsmanager Godsdienst Pastoraal Werk (Christelijke Hogeschool Ede) en directeur van de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Bond
Foster W. Cline en Jim Fay, Opvoeden met liefde en logica; kinderen verantwoordelijkheid leren, uitg. Navigatorboeken, 222 blz., ƒ35,95.
Dr. Forster Cline geniet internationale erkenning als psychiater, gespecialiseerd in het werken met moeilijke kinderen. Jim Fay wordt in Amerika beschouwd als een van de beste opvoedingsadviseurs en ontving vele onderscheidingen op het gebied van het onderwijs. Beiden geven jaarlijks in vele steden in Amerika seminars voor ouders en docenten. Dit boek is er een neerslag van hoe het in de 'Liefde- en logica'-opvoeding toegaat. Hoe breng je kinderen groot in een wereld waarin van hen straks verantwoordelijkheid en volwassenheid gevraagd wordt? Doe je dat door voortdurend in hun buurt te blijven zodat ze geen fouten maken, of door ze te drillen om te doen wat je meent dat goed is? De schrijvers wijzen de weg van 'liefde en logica'. Liefde is daarbij het eerste, waarbij de kinderen alle ruimte krijgen om fouten te maken. Logica wil zeggen: als we onze kinderen niet steeds verbieden, maar hen de ruimte geven om fouten te maken, zullen ze, omdat ze zelf de vervelende consequenties van hun fouten zullen gaan inzien, van hun fouten leren. Of dat altijd opgaat is m.i. de vraag. En er is ook het gebod van God, dat we onze kinderen, met wijsheid, hebben voor te houden. Dat wil niet zeggen dat er geen goede dingen in dit boek staan. De schrijvers zeggen: het doel van de opvoeding is om op een gezonde manier de kinderen verantwoordelijkheid bij te brengen zonder de toevlucht te hoeven nemen tot boosheid en dreigementen.
Het boek heeft twee delen. Deel een legt de nadruk op het ontwikkelen van een goed zelfbeeld, het scheiden van problemen die zich kunnen voordoen, het hanteren van weloverwogen woorden en het aanreiken van goede keuzes. In het tweede deel komen kort 41 onderwerpen aan de orde, zoals zakgeld en uitgaven, bedtijd, huishoudelijke karweitjes, kinderen die niet langer mee willen naar de kerk, cijfers en rapporten, huiswerk, televisie kijken, enz. Een paar citaten: 'Als wij van jongs af aan positief met de kinderen over de kerk spreken, moedigen we hen aan om met plezier en ongedwongen naar de kerk te gaan'. Naar aanleiding van 'Pak slaag': 'De sleutel is dat u uw emoties weet te beheersen; ga nooit tot een pak slaag over tenzij u na het slaan nog kunt fluisteren'. Bij televisie kijken: 'Bij de televisie is, net zoals bij zoveel andere onderwerpen, ons eigen voorbeeld de sleutel (...). Als we televisiegewoonten van onze kinderen willen doorbreken moeten we de nadruk op alternatieven leggen, waarbij we inhaken op de sterke punten van anderen'. De hoofdlijn van het boek is dat de kinderen, naarmate ze groter worden, meer vrijheid hebben om zelf de consequenties van hun handelen in te zien, waarbij de schrijvers, terecht, zeggen dat hun methode geen garantie biedt dat onze kinderen verantwoordelijke kinderen zullen worden.
Huizen H. Veldhuizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's