De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Groei en achteruitgang (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Groei en achteruitgang (2)

9 minuten leestijd

Een vorig keer schreef ik hoe in een groeiend geloofsleven de afhankelijkheid van en aanhankelijkheid jegens de Heere steeds groter wordt.
Dat blijkt onder meer hieruit, dat wij steeds minder zonder de Heere kunnen doen én de relatie met Hem inniger wordt. Zoals een kind bij het opgroeien zich bijzonder aangetrokken voelt door zijn vader, zo is het óók met ons als het geestelijk leven in ons toeneemt. Het is niet uit te spreken, hoe groot de liefde tot de Heere is! Gods liefde in Christus voor ons én in ons geeft wederliefde.
De aanhankelijkheid is een tere zaak! Niets of niemand kan ertussen komen. Zodra dit gebeurt, wordt de aanhankelijkheid jegens de Heere minder, of zij wordt - en dat kan gebeuren - niet meer ervaren. Hetzelfde kan gezegd worden van de afhankelijkheid. Naarmate de woorden van Jezus op ons hart gebonden zijn dat wij zonder Hem niets kunnen doen, in die mate zal er afhankelijkheid zijn. Maar als wij menen zelf wel het een en ander klaar te kunnen maken, wordt de afhankelijkheid minder en zal er van groei in het geloofsleven geen sprake zijn.
Groei wordt ervaren (beleefd) als de afhankelijkheid van en de aanhankelijkheid jegens de Heere samengaan. Wat zeker is: ook al worden zij onderscheiden, zij kunnen niet van elkaar gescheiden worden. Zonder de één is de ander er niet, maar het omgekeerde is ook waar: de aanhankelijkheid is er niet zonder de afhankelijkheid.

Gebed
Een versje uit onze kinderjaren houdt ons voor dat er zonder bidden niets goed gaat. In het geloofsleven groeien wij niet als het gebed niet een grote plaats in ons leven inneemt. Wat is bidden? Eenvoudig gezegd: het is spreken met God! Let wel: met God die in Christus onze Vader is geworden. God is de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, maar Hij is óók onze Vader, niet van nature, doch door adoptie.
Als Zijn kinderen hebben wij een bijzondere relatie met Hem. Het hangt samen met de Vader-kindverhouding. Dat houdt onder meer in dat wij met al onze vreugden tot Hem gaan, doch niet minder met al onze zorgen.
't Klinkt misschien enigszins vreemd in de oren, maar de Heere ziet zo graag Zijn kinderen voor Zich. hij luistert zo graag naar hun stem. Hij hoort de Zijnen zo graag danken voor de ondervonden zegeningen, maar Hij luistert even graag naar hun smekingen en naar alles wat zij nodig hebben.
Om alles mogen de gelovigen vragen. De behoeften zijn legio. Er zijn vele behoeften voor het lichaam, er zijn niet minder behoeften voor de ziel. De gehele mens (lichaam en ziel) treedt voor de Heere in het gebed.
Nooit behoeven wij te denken dat wij om dit of dat de Heere maar niet moeten vragen. Voor Hem is niets te klein, maar voor Hem is ook niets te groot. Het gaat er maar om of wij erom verlegen zijn, d.w.z. of wij het echt nodig hebben. Voorzover dit het geval is, moeten wij alles vragen én voor de tijd én voor de eeuwigheid.
Het komt onder ons wel voor dat er een sterke scheiding gemaakt wordt tussen het lichaam en de ziel. Wat het lichaam betreft, zorgen wij hiervoor zelf, maar de ziel laten wij graag aan de Heere over; daarvoor moet Hij zorgen. Echter... is dat bijbels? Dat kan niemand zeggen! Zo'n redenering is zelfs tegen de Schrift in. De Heere heeft zowel lichaam als ziel geschapen. Hij heeft dit gedaan als een eenheid. Met welke bedoeling? Met dit doel, dat wij als een eenheid (lichaam en ziel) voor Hem zullen naderen. De Heere wil zowel in de noden van het lichaam als van de ziel gekend worden. Ik kan ook schrijven: in wat wij nodig hebben voor de tijd en de eeuwigheid!
't Behoeft geen betoog dat wij met grootste eerbied en in ootmoed voor Zijn aangezicht naderen. Onze relatie met God kan heel innig zijn. Zelfs zo innig, dat wij Hem met ons gehele hart aanspreken als Vader. Niettemin blijft er in het gebed distantie (afstand). Hij is onze Vader om Christus' wil. Naarmate dit in het geloof wordt ondervonden, naar die mate gaan wij verstaan dat Vader een heilig en rechtvaardig God is. Dat behoeft niet af te schrikken, maar dat bewaart ons er wel voor om al te familiair of vulgair met God in het gebed om te gaan. Wat ik hiermee wil zeggen? Dat God niet 'ons vriendje' is. Hij biedt ons wel Zijn vriendschap en Hij wil ons houden voor Zijn lieve kinderen, doch dit houdt niet in dat Hij 'ons vriendje' is.
Hoe intiem wij met Hem omgaan - en dat kan zeer intiem zijn in het geloof - toch blijft de afstand bestaan. Ik meen dat deze ook altijd in 't oog gehouden moet worden. Ik denk in dit verband aan ds. G. Boer. Toen hij ooit eens over de afstand tussen God en ons sprak, voegde hij anderen en mij toe; 'God is duizelingwekkend groot en wij zijn minder dan een mug.' Ik ben het direct met iemand eens die zegt dat dit nogal kras is uitgedrukt. De woorden en de zinnen van hem waren doorgaans zwaargeladen. Niettemin gaf hij op zijn manier wel aan welke afstand er bestaat tussen God en ons, Schepper en schepsel, d.w.z. dat wij niet dan met de grootste eerbied tot God mogen naderen.

Danken
In het voorgaande tipte ik even het danken aan! Ik wil er toch nog even verder op ingaan, omdat het danken helemaal bij het gebed behoort. Een overtuigend bewijs daarvan is het gebed dat de Zaligmaker ons heeft leren bidden. Wij moeten er maar eens op letten dat het 'Onze Vader' ingeklemd wordt door lofprijzingen, zowel aan het begin als aan het einde. Tussen die lofprijzingen worden dan de gebeden gedaan. De lofprijzing, wat is dat anders dan de Heere danken? Wanneer het goed is, wordt de Heere in het gebed gedankt om Wie Hij is, om wat Hij heeft en om wat Hij geeft. Ik schrijf toch niet te veel als ik stel dat de lofprijzing bestaat in de volgorde zoals ik die aangaf. Wij danken niet allereerst om wat de Heere heeft en waarvan Hij ons uitdeelt (geeft). Neen, wij prijzen de Heere om Wie Hij is. 't Is maar een simpel voorbeeld dat ik dienaangaande geef. Wanneer een jongen met véél geld een meisje trouwt met weinig of helemaal geen geld, dan mag men toch verwachten dat dit meisje die jongen trouwt om wie hij is? Dan is haar liefde niet zozeer gericht op het geld dat hij in zijn huwelijk meeneemt. Haar liefde is voor hem. Zo is het ook in het geloofsleven, in het - met eerbied gesproken - huwelijk dat de Heere met ons heeft gesloten. Niet wat Hij hééft én ons gééft, maar wie Hij is, daarmee begint onze dankzegging. Daarna volgt in de dankzegging wat wij uit Zijn hand ontvangen. 't Zal duidelijk zijn dat ik niet stel dat het danken om wat de Heere heeft en geeft minder zou zijn. Hier is geen sprake van minder of meer, maar hier is sprake van een orde waarin God Zelf voorop gaat. Anders gezegd: Hij wordt allereerst geëerd om Wie Hij als God is. Daarna gaan wij dan danken voor alle zegeningen. Wij tellen ze één voor één, zoals dit op de oever van het meer van Tiberias is gedaan. Er was een grote vangst! Er waren vele grote vissen gevangen. Die vele vissen zijn de discipelen gaan tellen. Zij kwamen tot het getal van 153. Zij gaven als het ware gehoor aan het lied dat eeuwen later vaak voor de radio en wellicht ook persoonlijk gezongen zou worden: 'Tel uw zegeningen, tel ze een voor een'. Het groeien in het geloof, het steeds meer op God en Zijn dienst betrokken raken, gebeurt als het danken een grote plaats heeft in ons gebed.
Veel gebeden, ook van Gods kinderen, bestaan hierin dat zij alleen maar vragen. Ja, en dan vaak alleen maar naar zichzelf toe vragen. De naaste krijgt zelden of nooit een plaats in hun gebed. Ook wordt er niet gedacht aan de geweldige geestelijke nood die er heerst in ons land, in deze wereld.
Het gebed is soms sterk individualistisch ingesteld; het is zeer ik-gericht. Nu weet ik wel dat een echt gebed wordt gedaan door de Heilige Geest. Maar niemand denkt toch zeker dat de Heilige Geest alleen maar ik-gericht laat bidden? De Heilige Geest is God. Hij is van de Vader en de Zoon uitgegaan. Wat ik daarmee wil zeggen? Wanneer wij door de Heilige Geest bidden, kan het niet anders zijn of wij bidden niet alleen maar voor onszelf, maar dan ruimt Hij in onze gebeden een plaats in voor voorbeden. En die voorbeden worden gedaan voor noden dichtbij én veraf.
Bidden is niet alleen - en dat wil ik graag schrijven - vragen, maar een wezenlijk onderdeel is ook het danken. De Heere Jezus is ons in het danken voorgegaan. Zouden wij Hem daarin niet volgen? Paulus en anderen hebben het niet nagelaten om de Heere te danken om Wie Hij is, wat Hij heeft en geeft. Zouden wij ze daarin dan niet volgen? Trouwens, wat is er veel te danken. Zowel voor alles in ons persoonlijk leven alsook voor alles wat de Heere ons daarbuiten geeft.
Wat valt er veel te danken als wij letten op wat de Heere ons in de kerk nog altijd geeft. Wat geeft Hij ons veel in de prediking en in de bediening van de sacramenten. Hij schenkt ons daarin meer dan wij ooit aan Hem of aan de kerk kunnen geven. Wat meer dankbaarheid voor wat de Heere ons geeft in Zijn gemeente, de kerk, mag en moet er in het gebed zijn. Is er dan geen nood in de kerk, geen geestelijke nood? Gebeuren er geen dingen in de gemeenten, die bedroevend zijn? Helaas wel en dit stemt alleen maar tot verdriet. Niettegenstaande dat zullen wij de Heere niet vergeten voor het goede dat er nog altijd in onze kerk is. Het goede dat er nog in Juda is moeten wij - zoals een van de vroegere voorzitters van de Gereformeerde Bond, W. L. Tukker placht te zeggen - niet vergeten. Graag onderstreep ik zijn woorden.
Groeien zal het geloofsleven wanneer in ons gebed het danken niet wordt vergeten.

Tijd

Bidden vraagt tijd! Maar dat niet alleen. Bidden vraagt concentratie, geestelijke oefening. Hoe staat het daarmee? Daarover een volgend keer. (Wordt vervolgd)

Barneveld               G. S. A. de Knegt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Groei en achteruitgang (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's