Groei en achteruitgang (3)
Groeien in het geloof houdt onder meer in een groeien in het gebed. Dit laatste moeten wij goed verstaan! Ik bedoel daarmee dat ons gebed toeneemt. Hoe meer groei in het geloof, des te meer leren wij verstaan, hoe afhankelijk van de Heere wij in alles zijn. Wij hebben Hem in alles nodig; ook in de heel concrete dingen van ons dagelijks leven. Christenen overzee zijn ons daarin tot een voorbeeld. Ik herinner mij een chauffeur in Kenia die eerst een gebed deed alvorens hij de motor van de auto startte en wegreed. Hij wist zich zeer afhankelijk van de Heere!
Stagnatie
Het komt voor dat de groei in het geloofsleven stagneert. Er is sprake van stilstand waarvan men kan zeggen dat het achteruitgang is. Hiervoor zijn vele oorzaken aan te wijzen. Ik ga ze niet alle opsommen. Een wil ik er slechts noemen: het afnemen van het gebed. Voor alles wordt tijd gevonden, doch voor het gebed wordt steeds minder tijd ingeruimd, 't Zal duidelijk zijn dat dit gevolgen moet hebben voor de groei in het geloof. 't Is om die reden dat ik stel dat er voor het spreken met de Heere ruim tijd genomen moet worden. Ongetwijfeld hebben wij allen vele dingen onder handen. Men zal mij niet horen zeggen dat die vele dingen niet onze aandacht nodig hebben of dat zij niet gedaan moeten worden. De bezigheden zijn vele en zij mogen met vreugde verricht worden, mits het geloofsleven daaronder niet lijdt. Dat wil zeggen dat naast ons dagelijks werk het gebed een goede en ruime plaats krijgt. Hoe meer gebed, hoe meer groei in 't geloof en hoe beter ons soms dan het werk afgaat.
Bovendien moet men niet vergeten dat de Heere Zijn kinderen iedere dag graag hoort. Zoals een vader zijn kinderen graag ziet komen, zo ook de Heere. Met dit alles wil ik maar zeggen dat wij iedere dag tot Hem zullen naderen. En nogmaals: daarvoor ruim de tijd nemen.
Het komt wel eens voor dat een kind zijn vader kort bezoekt. Het heeft geen tijd om lang met vader te spreken. Er zijn o zoveel dingen die het meent te moeten doen. Het bezoek is erg kort, er is niet meer tijd voor vader. 't Is van de kant van het kind meer een beleefdheidsbezoekje. Eenieder van ons zal verstaan dat zo ons bezoek bij de Heere niet behoort te zijn. Even ons melden en dan weer wegwezen. Zo behoort een kind op aarde niet met zijn vader om te gaan, maar zeker geldt voor een kind des Heeren dat het zo niet met Zijn Vader in de hemelen omgaat. Er wordt tijd gemaakt om met vader te spreken. Alle noden en zorgen worden voor Hem neer gelegd, maar daarbij mag niet vergeten worden Hem te danken voor alles wat Hij heeft geschonken. Vooral mag Hij aanbidding ontvangen voor de grootste weldaad die Hij ons heeft willen schenken, nl. de Zoon van Zijn eeuwig welbehagen, onze Heere Jezus Christus.
Ik ben mij er diep van bewust dat er nog andere oorzaken kunnen zijn ten gevolge waarvan het gebed stagneert en daarmee de groei in het geloof. Tijd is althans niet de enige oorzaak. Toch heb ik de tijd voor het gebed naar voren willen halen, omdat eenieder een chronisch gebrek aan tijd heeft, wat ten koste gaat van het geloof en het gebed.
Natuurlijk kan ik niet exact aangeven hoeveel tijd er voor het gebed ingeruimd moet worden. Wel is het mijn ervaring dat naarmate wij de Heere langer kennen, de tijd voor het gebed langer is. Er wordt - met eerbied gesproken - niet op vijf minuten gekeken. Ons werk kan wachten, omdat het werk aan de troon van Gods genade voorrang heeft.
Liefde tot de dienst van de Heere
Groeien in het geloof houdt ook in dat de liefde tot de dienst van de Heere toeneemt. Men gaat zo lief krijgen wat de Heere heeft ingezet. In het bijzonder denk ik aan de kerk met daarin de verkondiging van het Woord en de bediening van de sacramenten.
Het gebeurt wel dat er op de kerk wordt afgegeven: De kerk doet dit niet goed en dat doet zij fout. Helaas komt dit afgeven op de kerk ook onder ons voor. Laten wij drie dingen niet vergeten. Allereerst dat wij mensen, zondige mensen zijn. Wie dat bedenkt, zal uiterst voorzichtig zijn om op de kerk af te geven. Men weet maar al te goed dat men met drie vingers naar zichzelf wijst als men één beschuldigende vinger naar de kerk richt. Hiermee zeg ik niet dat men nooit verdriet kan hebben om wat er in de kerk gevonden wordt aan kwaad of om wat er soms gezegd wordt als het gaat om de religie van de belijdenis. Maar dat alles doet ons de kerk niet afschrijven en de toevlucht nemen tot een kerk die in naam wellicht zuiverder is, neen, dit alles doet ons de Heere aanlopen als een waterstroom. In die weg en op die manier leggen wij alle zorgen om de kerk bij de Heere neer. Met andere woorden: wij wenden ons niet van kerk met al haar 'lek en gebrek' af, doch wij nemen haar mee naar de Heere, onze God.
Een tweede opmerking die ik maak is de volgende: laten wij toch nooit vergeten dat de kerk een gestalte is van het lichaam van Christus. Men doet dus wel heel wat als men zich van dat lichaam afscheurt. Maar ook al zal men dit niet doen, dan is het toch ook heel erg als men van dat lichaam van Christus, de gestalte, alleen maar kwaad weet te spreken. Heeft onze grote Meester dit ooit gedaan? Het zal juist zijn als iemand mij voorhoudt dat Hij kritiek heeft geleverd op het reilen en zeilen van de kerk van Zijn dagen. Hij heeft de geestelijke leidslieden, die de mensen deden dwalen, het vuur aan de schenen gelegd. Hij heeft ze ervoor verantwoordelijk gesteld dat zij de schare lieten dwalen. Echter... Hij heeft nooit de kerk van Zijn dagen verlaten. Ook is Hij niet een nieuwe kerk begonnen. Hij is trouw gebleven aan het huis van Zijn Vader. Wat wil ik met dit alles zeggen? Dat de gestalte van het lichaam des Heeren, zoals onze kerk toch is, al de liefde van ons hart zal hebben en houden. Wat zeker is: men doet een groot kwaad als men op dit lichaam afgeeft of als men zich van haar losscheurt.
Evenwel is er nog een derde zaak die mij hoog ligt en waarvan ik stel dat er om die reden toch wel veel liefde voor de kerk, de gestalte van het lichaam van Christus mag zijn. Wat heeft de kerk ons altijd véél gegeven. Dat is reeds begonnen, toen wij in de armen van moeder lagen en over ons voorhoofd het water van de doop ging. Op dat moment verbond de Heere Zijn Naam aan onze naam en zei Hij reeds tot ons: 'Alles wat u ontbreekt, schenk Ik, zo gij 't smeekt, mild en overvloedig'. Al het heil en alle beloften Gods werden ons toen al welmenend aangeboden. Let wel: in de doop kwam de Heere tot ons niet alleen met zijn welmenend aanbod van genade, maar evenzeer met al Zijn beloften. Tussen aanbod en beloften kan gesproken worden van onderscheid, maar wat de welmenendheid betreft is er geen verschil. Naast de doop schonk de Heere de prediking, de catechese. Ook heeft Hij ons in de kerk het Heilig Avondmaal geschonken waarin versterkt mag worden wat Hij in ons heeft gewerkt. Wellicht heeft Hij ons in de kerk een ambt gegeven. Of als het geen ambt is, dan een goede plaats. Hetzij een plaats op de voorgrond en als dit niet het geval is, dan een plaats op de achtergrond. Maar of het nu een plaats vooraan of achteraan is, doet er niet zoveel toe. Wanneer het een plaats van de Heere is, is het altijd een goede plaats. Bovendien moeten wij niet vergeten dat het front van evenveel waarde is als de achterhoede. Met dit alles wil ik maar zeggen dat wij in de kerk zoveel hebben ontvangen. En 't meest hebben wij toch wel in haar ontvangen als het God behaagd heeft Zijn Zoon in ons te openbaren. Wanneer dat gebeurd is onder de prediking van het Woord, dan is het door geen leed uit ons geheugen te wissen.
De kerk heeft ons veel gegeven! De kerk geeft ons veel. 'Ja, zij geeft ons veel meer dan wij ooit aan haar kunnen geven. Wat ook zeker is; het geloof bloeit en het groeit, wanneer er liefde is tot de dienst des Heeren en dan met name voor wat hij ons in de kerk gegeven heeft. Ik behoef niet uit te leggen dat de liefde tot de dienst des Heeren nog wel meer inhoudt dan ik hierboven heb beschreven. Maar wat ik ervan heb gesteld is bepaald niet het minste. Het enige wat ik nu nog wil zeggen van de liefde tot de dienst des Heeren is de bewogenheid met onze naaste, ver weg en dichtbij. Wat ik daarmee bedoel? Dat het missionair bewustzijn aanwezig is. Eenvoudig gezegd: Wie de Heere heeft liefgekregen, wil anderen deelgenoot maken van wat hij heeft ontvangen. Zowel de naasten ver weg als dichtbij die nog zonder de Heere leven, worden op het hart gebonden. Wij worden ons bewust wat het inhoudt als wij de Spreukendichter horen zeggen: 'Grijpt ze die ten dode toe wankelen'. Dat missionair bewustzijn bestaat dan niet alleen hierin dat het Woord uitgaat naar mensen die nog buiten staan, maar dat ook de helpende hand (in concrete noden) uitgestoken wordt. Woord en daad gaan hand in hand. Twee componenten van een en dezelfde zaak die weliswaar verwisselbaar, maar niet inwisselbaar zijn. Soms komt het voor dat de daad voorop gaat, maar dan volgt onmiddellijk daarop het Woord. Dat geldt zowel voor ons land in het evangelisatiewerk als voor het zendingswerk overzee. Missionair bewustzijn verrijkt het geloof en in het kader van de wederkerigheid (met name van wat er geleerd wordt van overzee) groeit het geloof.
Liefde tot de gelovigen
Er zijn vele aspecten die het geloof niet alleen verrijken, maar het ook doen groeien. Daarvan noem ik: de liefde tot de gelovigen. Het is onmogelijk dat men zegt dat men God liefheeft, maar dat men intussen de naaste haat. Deze mens wordt door de apostel der liefde, Johannes, voor een leugenaar gehouden. De liefde tot God en de liefde tot de naaste gaan hand in hand. Daarmee wil ik niet zeggen dat het er onder christenen altijd zo vriendelijk aan toegaat. Soms kijken zij elkaar jarenlang niet aan. Daarvan hebben wij een aantal voorbeelden in de Schrift. Maar ook in het heden gebeurt het wel dat twee kinderen Gods er meer voor voelen om elkaar de oren te wassen dan de voeten! Zij maken liever ruzie met elkaar dan dat zij voor elkaar iets overhebben. Natuurlijk is dit niet goed. Maar hoe dan? Daarover een volgend keer. (Wordt vervolgd)
Barneveld G. S. A. de Knegt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's