Om de bijbelse vroomheid
Psalmen van waarde in postmodern klimaat
'Voor een begrensde oplage heeft de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied (ISK) ruimte geboden voor een gecombineerde uitgave van de 150 psalmen in de berijming van 1773 en in die van 1968. Verwacht mag worden dat deze uitgave vooral voorziet in behoeften van gemeenten die zich rekenen tot de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk en tot de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland.' Dat schrijft het ISK-bestuur in het Woord vooraf van de zaterdag in Kampen gepresenteerde bundel 'Psalmen in tweevoud'.
Deze zinnen legitimeren aandacht in ons blad voor wat op het symposium over de psalmen gezegd werd, na de vier artikelen die onze eindredacteur de afgelopen weken reeds aan de psalmberijming wijdde. 'Het aantal gemeenten dat open staat voor vernieuwing van de psalmberijming groeit, maar de overgang naar het Liedboek voor de Kerken is een brug te ver'. In dit door het ISK-bestuur genoemde feitelijke gegeven valt het woord vernieuwing. Dan luistert het nauw in het helder verwoorden van de bedoelingen en motieven. Het was daarom een goede zaak dat het Reformatorisch Dagblad aan de vooravond van de presentatie onder de kop 'Om de psalmen in ere te houden' initiatiefnemer ds. G. de Fijter aan het woord liet, die gedaan kreeg wat het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond onder voorzitterschap van ds. G. Boer dertig jaar geleden niet lukte. 'De psalmen met hun ruigheid, hoogten en diepten zijn een prachtige verwoording van de verborgen omgang met God, maar men moet wel weten waarover het gaat', aldus de hervormde predikant uit Kampen. Wie als wezenlijkste afweging niet de keuze voor oude of nieuwe berijming ziet, maar het te midden van de opmars van evangelische liederen vasthouden van de diepte van de verborgen omgang met God, tilt de discussie direct naar een ander niveau.
Bijbelse vroomheid
Het gaat erom dat de psalmen bemind blijven, ook in onze moderne tijd, zei ds. De Fijter tijdens zijn openingswoord naar aanleiding van Psalm 63: 'In de schaduw Uwer vleugelen zal ik vrolijk zingen.' En dat was ook te horen in de lezing van dr. A. Noordegraaf over de spiritualiteit van de psalmen (de lezing van dr. ir. J. van der Graaf staat elders in dit nummer afgedrukt). Noordegraaf noemde de psalmen allereerst het gebedenboek van Israël. 'Gods openbaring roept de ervaring van het geloof op. Het gaat in de psalmen om de bijbelse vroomheid, om het antwoord aan God in het volle leven. De gelovigen komen in de tempeldienst samen om de grote daden van God te gedenken.' Dr. Noordegraaf benadrukte dat de spiritualiteit van de psalmen een theocentrisch karakter draagt. 'Dichters getuigen van de heerlijkheid van de Naam, belijden de levende God.' Deze vroomheid van Israël was niet introvert, want de psalmen bezingen Gods koningschap over heel de wereld, wat de verwachting van Zijn komst voedt. In de vreze des Heeren ervaart de gelovige dat God in de verhoring Zijn Naam waarmaakt. Dit geloof is in de psalmen zeker van Hem in Wie geloofd wordt. Toch is dit vertrouwen ook een aangevochten zaak, als God Zijn aangezicht verbergt, lang niet altijd als gevolg van de zonde van de gelovigen. 'Het sombere lied hoort daarom ook tot het geestelijke leven.' Hier raken we aan het belang van de psalmen in onze postmoderne tijd. Echter: voor de gelovige blijft Gods afwezigheid nooit een constatering. De klachten leren ons dat Gods ontferming louter genade is. In de bitterheid van het leven leren de psalmen hoe goed het is de Heere te loven. 'Als God ons verlaat, verlaten de psalmen ons niet' (Noordmans).
Nieuwe zangstijl
In een van de werkgroepen sprak de Maastrichtse studentenpredikant dr. R. A. Bosch over de kerkelijke en culturele context van de berijming van 1773. Hij noemde de achttiende eeuw een periode van toenemende orde. In Dordt gebeurde het dat in de eredienst tegelijkertijd de berijming van Datheen, Voet, Ghijsen en het genootschap 'Laus Deo' gezongen werd. Vanwege deze chaos gaf de overheid negen predikanten de opdracht de beste berijming te kiezen uit de drie laatstgenoemde. 'Nu, ooit in de hemel zult u nimmer oude psalmen zingen', zei de Barneveldse dominee Ahasverus van den Berg in 1773, die tevens nauw betrokken was bij de totstandkoming van de evangelische bundel uit 1806.
Tot 1773 was het zangtempo zo dat de gemeente twaalf minuten over de vijf verzen van Psalm 87 deed. De predikant mocht slechts de tussenzang als passend bij de preek kiezen. De meeste protesten kwamen door de wijziging van de zangstijl, onder meer het loshalen van de regels. Kenmerkend voor de achttiende eeuw was ook de zorg voor de jeugd. Het was de Amsterdamse predikant Rutger Schutte die in de tijd dat er nog lang geen HGJB was, bevreesd was dat de jeugd niet meer zou zingen. Op populaire Italiaanse zangwijzen gaf hij daarom een bundel gezangen uit.
Van de medewerkers aan de berijming van 1968 is nog slechts de Germanist dr. Ad den Besten (1923) in leven, betrokken bij de berijming van 28 psalmen. In zijn werkgroep week hij af van het aangekondigde thema, de literaire aspecten van psalmberijmingen. In een anekdotische bijdrage vertelde hij wat hem tot psalmberijmer maakte. Wie al interesse had in de arbeid van Schulte Nordholt en Heeroma, van Jan Wit en Willem Barnard, hoorde hier weinig nieuws, zeker niet na lezing van het themanummer van het christelijk literaire tijdschrift Liter (1999) over Jan Wit, Laat ons het wagen met de hoogste worp'. Kortom, het feit dat Den Besten als 20e-eeuwse Datheen of Hendrik Ghijsen in Kampen aanwezig was, bleek aardiger dan de inhoud van zijn bijdrage.
De ongelijktijdigheid in liturgisch opzicht zal maken dat divers tegen de verschijning van 'Psalmen in tweevoud' (Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer) wordt aangekeken. Daar is helemaal niets mis mee. De bezwaren die het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond dertig jaar geleden tegen de nieuwe berijming uitte (zie de lezing van dr. ir. Van der Graaf), zijn onverminderd van kracht. De vraag of de Gereformeerde Bond als hij in 1773 bestaan had, ook geen brochure met bezwaren zou uitgeven, klonk in Kampen echter ook. Dit symposium zette de inhoud van het enige liturgische geschrift uit de Bijbel volop in de schijnwerpers. De historische context van de berijmingen kreeg daarbij het volle pond. Zó, in het licht van de Schrift en de gereformeerde traditie, zal ook in deze tijd de liturgie haar weg moeten gaan.
Apeldoorn P. J. Vergunst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's