De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Job, een geslagene

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Job, een geslagene

6 minuten leestijd

'Toen stond Job op, en scheurde zijn mantel, en schoor zijn hoofd, en viel op de aarde, en. boog zich neder.' Job 1 : 20

Het zesde vers van hoofdstuk 1 stelt ons voor problemen. Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor de HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam. Wie zijn dat? En wat doen ze? En satan in hun midden...? Na in de eerste 5 verzen kennis gemaakt te hebben met Job, wordt nu onze blik op de hemel gericht. De engelen brengen verslag uit van hetgeen op aarde gebeurt. Ook satan is daar. Hij is ook een engel. Een gevallen engel! Hij brengt verslag uit met behagen in alles wat mis gaat. Hij draagt er zelf toe bij. Hij komt daarbij God onder ogen. Eerst in Openbaring lezen we dat de duivel, die hen verleidde werd geworpen in de poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid. Dan pas buitengeworpen, nu nog omtrekkend op aarde en in het midden van hen die zich voor God stellen. En dan begint het gesprek. God Zelf zet het gesprek in, met de woorden: hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? En met deze inzet toont Hij: ik heb de regie in handen van het begin tot het einde. Satan kan straks niet verder gaan dan God hem toelaat. Dat roept uiteraard de vraag op waarom God dan die hele geschiedenis liet gebeuren. Dat weten we niet en moeten we ook niet proberen te verklaren. God maakt het ons niet bekend. Maar het feit dat Hij het initiatief neemt, doet me geloven dat het waar is: beef satan, Hij die ons geleidt zal u de vaan doen strijken. De HEERE geeft een geweldige beschrijving van Job. Dezelfde woorden als in het begin van het hoofdstuk en nu door God Zelf gesproken. En dan komt het thema van het hele bijbelboek. Het gaat niet in de eerste plaats om het lijden in dit boek maar wel om deze vraag: is het om niet dat Job God vreest? Ofwel: hij doet het toch zeker om er beter van te worden? De HEERE zegt: Job dient mij. Satan stelt daar lijnrecht tegenover: eigenbelang! Zo gaat het toch heel de geschiedenis door? Het Woord van God - de waarheid - wordt door satan als leugen voorgesteld! Zo begon het al in het paradijs. Waarheid tegenover leugen. Soms heb je er zelf ook mee te stellen in je leven. Bijvoorbeeld als je aangesproken wordt in de prediking. En je gaat geloven: het offer van de Heere Jezus Christus is ook voor mij gebracht! Dan is satan daar met zijn listige leugens: dat dacht je maar. Het is uit eigenbelang dat je de toevlucht tot de Heere neemt. Ziet u waar het satan om te doen is? Hij zegt eigenlijk: het komt helemaal niet voor dat mensen U belangeloos dienen. Op zich is dat gedeeltelijk waar, een halve waarheid. Inderdaad mensen dienen God niet belangeloos, tenzij Gods Geest in een mens werkt. Ons omkeert. Bekeert. Zodat je niet anders meer kan en wil dan God dienen, om Wie Hij is. Volgens satan heeft het dienen van Job alles te maken met de beschutting die er om het huis en leven van Job is. Als hij dat kwijt zou raken, zou hij ophouden U te dienen!
En de HEERE zei: Al wat hij heeft zij in uw hand. Alleen aan hem strek uw hand niet uit.
Opnieuw: God houdt de regie in handen, maar Hij doet niet wat satan voorstelt. De HEERE laat satan toe om Job te treffen. En dan komt daar die onvoorstelbare en onbeschrijflijke dag. Meedogenloos wordt hij geslagen. Alle bezittingen kwijt. En dan? Een storm, Job, beroofde je van al je kinderen. Toen stond Job op. Wankelend. Veelal denken we - op de klank af - dat hij opstaat om die geweldige woorden uit te spreken: De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de Naam des Heeren zij geloofd. Maar dat is niet zo! Hij stond op scheurde zijn mantel en schoor zijn hoofd. Dat kost tijd. Hij bedrijft rouw. Een godvrezend mens is geen stoïcijn. Hij bedrijft rouw. En dan? Gebroken valt deze vrome op de grond. En dan komt het cruciale moment. Het moment waarop satan de adem inhoudt. Zal dat vallen op de aarde gepaard gaan met een gebalde vuist? Dan is duidelijk dat hij de Heere de dienst heeft opgezegd. Job viel op de aarde en... boog zich neder. Aanbidding! Heer' waar dan heen? Tot U alleen! Begrijpen doet hij God niet. Daar staat het hele bijbelboek vol van. Maar hij aanbidt de niet begrepen God wel. Kan dat dan? Nee, dat kan geen mens. Althans niet in eigen kracht. Maar de HEERE sprak niet voor niets over: Mijn knecht.
Job is ook hier type van Christus. Vraag is dan ook: hebt ge ook acht geslagen op de Knecht des Heeren (zoals Jesaja Hem noemt)? Er zijn duidelijk lijnen van dit hoofdstuk naar de lijdende Knecht des Heeren. In dit alles zondigde Job niet. U begrijpt wel waar dat heenwijst. En als Job ter aarde valt en zich buigt, wie denkt dan niet aan Christus? Toen Hem de rampen en plagen troffen. Anders dan bij Job wist Hij wel wat er gaande was. Die hevige strijd tussen God en de boze. Toen die strijd op het felst woedde over Hem, toen viel Hij ter aarde (zo meldt ons Marcus). En als dan de volle diepte van de ernst van de straf aan den lijve ervaren wordt, dan buigt Hij onder het oordeel van God, met deze woorden: Abba, Vader! Alle dingen zijn U mogelijk; neem deze drinkbeker van Mij weg. Maar Hij boog: niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt. Buigen onder het oordeel van God. Zo diep dat Hij u en mij kon aanraken, kon optillen uit onze verlorenheid. Zijn bloed vergoot tot onze redding. Dat is Zijn buigen. Hij boog tot ons behoud, opdat wij voor Hem zouden buigen. Buigen onder het oordeel van God. Uw oordeel, Heere, is rechtvaardig. Ik ben doodschuldig. Ik heb verdiend om nooit meer bij U te zijn. Dan zie je Christus. Redder. Bevrijder uit het oordeel. En dan hoor je: Gij zijt verlost, God heeft u welgedaan. En dan? Dan zijn er de raadsels van het leven. In overvloed. Je zou in opstand willen komen. Kan een mens buigen? Alleen achter Christus aan! En zo klinkt het in een van de schitterende formulieren: ...opdat zij hun kruis hem dagelijks navolgende vrolijk dragen mogen. Dat is genade. Zo te leven. Door Gods Geest. Leven in vertrouwen. Getroost eenmaal het leven verlaten. Om voor de rechterstoel van Christus zonder verschrikken te verschijnen. Dan alle leed te boven om dan te zingen: De Naam des Heeren zij geloofd.

Kampen               G. H. Koppelman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Job, een geslagene

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's