Belofte en aanbod van genade (3)
De Erskines (1)
Puriteinse traditie
Toen de gebroeders Erskine eind 17de eeuw werden geboren - Ebenezer in 1680 en Ralph in 1685 - was de Schotse Reformatie zo'n anderhalve eeuw oud. Aanvankelijk had zij de invloed van Luther ondergaan (de eerste martelaar Patrick Hamilton was een van zijn leerlingen), in een later stadium deed vooral die van Genève zich gelden. John Knox was niet alleen bij Luther, maar ook bij Calvijn in de leer geweest. De Scots Confession (1560), voornamelijk door Knox opgesteld, draagt van Calvijns Institutie de sporen. De Reformatie in Schotland vertoont dan ook een gereformeerd, calvinistisch karakter en wordt gerekend tot het zogeheten Puritanisme, een stroming die in Engeland was ontstaan uit verzet tegen de halfslachtige Reformatie aldaar.
Met hun prediking staan de Erskines in een rijke traditie. Dr. P. van Harten - aan wiens proefschrift ik de gegevens van dit eerste onderdeel ontleen - omschrijft het karakter van de 16de en 17de eeuwse prediking met de term evangelical, waarmee is bedoeld dat ze enerzijds de ernst van de zonde aanzegt en anderzijds Gods liefde uitstalt. Centraal staat erin de geloofsgemeenschap met Christus door de Heilige Geest, in de Scots Confession genoemd 'de vereniging en verbondenheid met het lichaam en bloed van Jezus Christus'.
Naast deze 'evangelical' lijn moet ook op een andere ontwikkeling worden gewezen. Vooral onder invloed van de Westminster Confession (1647) kwam sterke nadruk te liggen op de uitverkiezing als bron van het heil en als ankergrond van de geloofszekerheid. Deze predestinatiaanse positie wierp een dam op tegen de invloed van het arminianisme. De Schotse kerk stelde zich con amore achter de besluiten van de Dordtse Synode, temeer omdat men arminianisme en episcopalisme in de praktijk zag samengaan. Toch is het opmerkelijk dat de predestinatiaanse lijn de evangelische lijn in prediking en pastoraat gewoonlijk niet overheerste. In Schotland wisten puriteinse gezindheid en levensstijl zich gedurende de 18de eeuw langer te handhaven dan in Engeland. Het gemeenteleven stond onder strenge tucht, de kerkdiensten kenmerkten zich door liturgische soberheid en in de particuliere huizen had men veelal een binnenkamer waar men zich kon terugtrekken voor gebed en meditatie. Ook kende men broederkringen ('praying societies') - te vergelijken met de gezelschappen uit de Nederlandse traditie - waar men samenkwam om een bijbelgedeelte te bespreken en om te bidden, soms een nacht lang. De Erskines hebben deze vorm van gemeenschapsoefening bewust bevorderd. Hoogtepunten in het kerkelijk leven vormden vooral de avondmaalsdagen, 'sacred festivals', waarop eenmaal per jaar vanaf woensdag (of donderdag) tot en met maandag zo'n zes keer door diverse predikanten werd gepreekt, meestal in de open lucht vanwege de massale opkomst. Men beleefde dan 'zoete dagen van de Zoon des Mensen'.
De inhoud van de 18de-eeuwse presbyteriaanse prediking vertoont hetzelfde beeld als die van het 17de-eeuwse puritanisme: de ernst van zonde en gericht, de nadruk op de vereniging met Christus, de schildering van 'the blessed Jesus' en de bewogen oproep om Hem in geloof te omarmen. Over de noodzaak om tot Christus te komen bestond eenstemmigheid. De wegen gingen echter uiteen rond de vraag wanneer het geoorloofd is Hem aan te nemen. Globaal gesproken tekenden zich volgens Van Harten drie lijnen af. Ten eerste een orthodox-scholastieke lijn, die stelde dat berouw en bekering als voorwaarde vereist zijn alvorens de troost van het Evangelie te aanvaarden. Ten tweede de lijn van de 'Moderates', die onder invloed stonden van de Verlichting en die de moralistische conditie van een deugdzaam leven beklemtoonden. Ten derde de vertegenwoordigers van de 'evangelical' lijn, die niet alleen dit moralisme ontmaskerden als een grove vorm van wetticisme, maar die ook de meer verfijnde gestalte daarvan bij de orthodoxe partij afwezen. In de bekende 'Marrow-controversy' kwam het tussen de evangelicals en de kerkelijke leiding tot een ingrijpende botsing. Ik kan hierop nu niet ingaan, maar geef ter illustratie een typerend citaat door uit het geschrift The Marrow of modern Divinity, een 17eeeuws boekje waarop de evangelicals zich graag beriepen en waarnaar het conflict is genoemd. 'Ik bid u, overweeg dat God de Vader, zoals Hij in Zijn Zoon Jezus Christus is, door niets anders bewogen dan door Zijn vrije liefde tot het verloren mensdom, een aanbod heeft gedaan aan allen, dat eenieder die in Zijn Zoon gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven zal hebben. Vandaar de boodschap voor ieder mens, zonder uitzondering, dat hier een blijde boodschap voor hem is, namelijk dat Christus voor hem een Dode werd ('dead for him'), en zo hij Hem en Zijn gerechtigheid aannemen wil, dat Hij Hem dan hebben zal. Omdat de Schrift tot allen in het algemeen spreekt, behoorde niemand van ons zichzelf uit te sluiten, maar te geloven dat de aanbieding van Christus aan hem in het bijzonder toebehoort en aan hem gedaan wordt'.
Een zondaar moet en mag dus onvoorwaardelijk tot Christus gaan, zonder enige geschiktheid in zichzelf. Het zijn deze geluiden die het boekje The Marrow (in 1645 te Londen gepubliceerd door de Engelse lekentheoloog Eduard Fisher) vertolkt. Toen het zo'n driekwart eeuw na verschijning opnieuw werd uitgegeven, maar nu in Schotland, vormde het de aanleiding tot een hooglopend conflict. Het paste niet in het overheersend klimaat van de gangbare theologie. Maar door een aantal predikers van Puriteins-reformatorisch snit werd het hogelijk gewaardeerd en met verve verdedigd. Tot deze Marrow-men, zoals ze al spoedig werden genoemd, behoorden naast bijvoorbeeld Thomas Boston ook de gebroeders Erskine. Zonder nu op het verloop van hun veelbewogen leven in te gaan, wil ik me concentreren op hun boodschap.
Christus en het verbond der genade
Voordat ik het hoofdthema aan de hand van enkele preken uitwerk, lijkt me een korte verkenning geboden van de uitlegkundige en leerstellige inzichten die aan de prediking van de Erskines ten grondslag liggen. Beslissend voor hen was de zienswijze dat Christus 'het centrum en het wezen' van de Schrift vormt, een voluit reformatorische visie. Alle profetieën, beloften, verhalen en leringen wijzen op Hem, zoals de kompasnaald naar de poolster. 'Vanuit elke tekst leidde voor hen een weg naar Christus, of anders baanden zij er wel één', merkt Van Harten kernachtig op. Hun voorkeur ging uit naar bijbelgedeelten waarin het heil in Christus het duidelijkst tot uitdrukking komt. Hoe meer van Christus in een tekst, 'des te meer geur en zoetheid' erin wordt aangetroffen. Deze mystiek getinte benadering geeft impliciet aan, dat hun christocentrische Schriftuitleg werd gevoed door een innige geloofsomgang met Christus. Hun homiletische Christusbetrokkenheid was niet maar ingegeven door dogmatische keuzes, maar vooral door hun persoonlijke geloofservaring, die van Christus' liefde doortrokken was. Dit neemt niet weg dat toch ook een bepaalde leerstellige positie van belang was. Ik bedoel hun verbondsvisie. Het zou te ver voeren, de theologie-historische herkomst daarvan te traceren. Voor ons doel is het voldoende om globaal de hoofdpunten van hun verbondsleer te schetsen.
Het genadeverbond is ondenkbaar zonder het werkverbond. Hoewel ook dit 'eerste verbond' aan Gods soevereine goedheid ontsprong, was de vervulling van de belofte afhankelijk van de gehoorzaamheid die Adam moest opbrengen. Deze plicht ('duty') was de voorwaarde ('condition') om het eeuwige leven te ontvangen. Door Adams val werd dit werkverbond verbroken. Maar dit betekende niet dat het toen verdween. Wel was de belofte van het eeuwige leven verbeurd, maar de eis tot gehoorzaamheid bleef gehandhaafd. Er is echter geen Adamskind dat aan deze eis kan voldoen. De verdorvenheid van het menselijk geslacht is totaal en radicaal. Daarop reageert de heilige God met toorn en bedreiging. Hoe ernstig de Erskines de verschrikkelijke realiteit van het verbroken werkverbond ook nemen, toch wordt het in hun prediking niet verzelfstandigd. De plaats ervan is gerelateerd en ondergeschikt aan het genadeverbond. De donkere achtergrond van het eerste verbond dient vooral als reliëf om het nieuwe verbond temeer in het licht te stellen. Dit verbond, dat ook wel 'evangelie-verbond' of 'verbond van belofte' wordt genoemd, is geopenbaard onmiddellijk na de verbreking van het werkverbond. De oprichting ervan vond echter een eeuwigheid tevoren plaats, namelijk in de raad des vredes tussen de Vader en de Zoon, waarbij deze laatste al de Zijnen vertegenwoordigt. Zo is Christus het Hoofd van het genadeverbond. Dit verbond is dan ook niet direct met de uitverkorenen opgericht, maar met Christus, en zó - in Hem - met al de uitverkorenen. Het initiatief berustte bij de Vader, Wiens verkiezende hart van eeuwigheid bewogen was met Zijn gevallen schepselen.
Het is deze bron van het in de eeuwigheid gesloten genadeverbond tussen Vader en Zoon die in de prediking ontsloten wordt. Dan vindt de bekendmaking van de zaligheid plaats, volkomen vrij en onvoorwaardelijk. Er is wel een voorwaarde, namelijk het vervullen van alle gerechtigheid (precies zoals dat in het werkverbond gold), maar aan deze conditie is door Christus volkomen voldaan. Wat ons nu in de prediking verkondigd wordt, is een heilsboodschap zonder prijs, volstrekt gratis. Zelfs berouw en geloof vormen geen voorwaarde in zin van een verdienstelijke tegemoetkoming onzerzijds. Het geloof is slechts het instrument, waarmee Christus wordt omhelsd, Die aan alle voorwaarden voldeed. Het Evangelie is dan ook 'a bundie of good news, glad tidings and gracious promises' (een bundel met goed nieuws, vrolijke tijdingen en genadige beloften). Het geloof draagt hieraan niets ter aanvulling bij, maar doet er vooral niets van af. Het zegt er louter amen op.
A. de Reuver
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's