Groei en achteruitgang (4)
In de voorafgaande artikelen heb ik aangetoond dat groeien in het geloof alles te maken heeft met het gebed alsmede met het horen naar het Woord. Onder horen naar het Woord moeten wij verstaan het gehoorzamen aan het Woord. Wanneer de gehoorzaamheid ontbreekt, zal er veeleer sprake zijn van achteruitgang in het geloof dan van groei. Groei ontstaat wanneer de middelen nauwgezet worden waargenomen. Wil dat zeggen dat de Heere geen groei geeft zonder het gebruik van de middelen? Men zal mij niet horen zeggen dat de Heere dit niet doen kan! Maar Hij doet dit niet! Hij heeft ons gebonden aan de middelen. Daardoor werkt Hij in ons leven!
Het heilig avondmaal
Het heilig avondmaal is ons gegeven tot versterking van het geloof. Toch zullen wij de groei van het geloof die bij het gebruik van dit sacrament plaatsvindt niet moeten onderschatten.
Van belang is wel, hóé wij aan het heilig avondmaal gaan. Versterking en groei zullen er alleen zijn als wij op een 'waardige' wijze aan de tafel van de Heere aangaan. Onder 'waardig' versta ik vanzelfsprekend niet dat er in ons van enige waardigheid sprake zou zijn. Naar die waardigheid moeten wij maar niet zoeken, want zij is er niet. Dit laatste schrijf ik óók met het oog op de week van voorbereiding. Wat kan er juist dan gezocht worden naar een waardigheid die de toegang tot de tafel ons zou verlenen. Wat een getob en gewroet kan er zijn, terwijl dit volstrekt niet nodig is. Want wie worden genodigd om de dood des Heeren te gedenken totdat Hij komt! Het antwoord is heel eenvoudig: de gelovigen. En dan doet het er niet toe, hoe groot óf hoe klein dit geloof is. Al bezit iemand bij wijze van spreken een kruimeltje geloof, men is hartelijk welkom om aan de dis van het nieuwe verbond deel te nemen. Soms wordt wel eens gedacht dat het heilig avondmaal bestemd is voor geoefende christenen. Of zoals vroeger onder ons wel werd gezegd: voor doorgeleide christenen. Het zal duidelijk zijn dat zij aan de tafel des Heeren hartelijk welkom zijn, maar niet minder worden allen uitgenodigd die nog maar behoren tot de lammeren van de kudde. Ik zeg niet dat de zogenaamde eikenbomen der gerechtigheid het heilig avondmaal niet nodig hebben, maar met name hebben de pasgeboren kinderen het nodig. Als er wat te versterken valt, dan juist bij hen.
Om kort te gaan: eenieder die het leven buiten zichzelf zoekt in Christus moet gehoorzaam zijn als de dienaar van het Woord zegt: 'Komt, want alle dingen zijn gereed'.
Op één zaak wil ik in dit verband attenderen. Wij moeten niet vergeten dat ons wordt voorgehouden dat het heilig avondmaal voor de gelovigen is ingesteld. Wat wil dat zeggen? Het houdt dit in dat allen die de Heere Jezus niet kennen zich van de tafel des Heeren zullen onthouden. Zij hebben geen kinderlijk recht om aan de dis van het nieuwe verbond deel te nemen. Trouwens, er valt in hun leven niets te versterken. Noch kan er ooit van enige groei sprake zijn vanwege het ontbreken aan het geloof. Daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen dat er in hun leven geen omkering kan plaatsvinden. Hieraan moet nooit getwijfeld óf gewanhoopt worden of de Heere deze omkering wil geven en werken. Wanneer zij onder de prediking komen, gaat niet alleen het welmenend aanbod van genade naar ze uit, maar niet minder welmenend alle beloften des Heeren. En dan bedoel ik in 't bijzonder alle beloften die betrekking hebben op het heil. Deze beloften komen eenieder welmenend toe die zich onder de prediking schaart. Deze beloften zijn - zoals ik reeds eerder schreef - even welmenend voor eenieder als het welmenend aanbod van genade. Natuurlijk, men moet beiden wel onderscheiden, maar als het gaat om het welmenende, van God uit werkelijk gemeend, bestaat er geen onderscheiding. Waarom nog eens hierop de nadruk gelegd? De eerste reden is dat wij niet moeten gaan losmaken van elkaar wat de Schrift bijeenhoudt. Ook hiervan geldt: Wat God heeft samengevoegd, zal de mens niet scheiden. Er is echter nog een andere oorzaak waarom ik zeg, laten wij van het een niet zeggen dat het voor eenieder is en van het andere dat het alleen voor de uitverkorenen is. Wanneer men stelt - om duidelijk te zijn - dat de beloften inzake het heil alleen maar bestemd zijn voor de uitverkorenen, bestaat de mogelijkheid dat men zich daarachter gaat verschuilen met als gevolg dat men zich gaat verontschuldigen.
De verkiezing is een heerlijk geloofsstuk! Het dient tot troost voor allen die de Heere kennen. Echter... wie de Heere nog niet kent, moet niet beginnen met de verkiezing, maar mag beginnen met het gegeven dat God hem roept, welmenend roept. Laten wij nooit vergeten dat de verkiezing zijn bedding vindt in het verbond (I. Kievit). En wat het verbond inhoudt kunnen wij allen weten, omdat wij door de heilige doop in het genadeverbond zijn opgenomen.
Uit het bovenstaande zal de opmerkzame lezer opgevallen zijn dat ik even een uitstapje heb gemaakt. De oorzaak is dat de dingen die ik aanhaalde niet alleen in andere kerken spelen, maar dat zij ook onder ons aan de orde zijn. Wellicht niet in zo'n mate als dat zich elders voordoet, maar de bijna dertig jaren predikantschap in verschillende gemeenten confronteerden mij steeds opnieuw met deze problematiek. Ook al is deze problematiek kerk-overstijgend, toch lijkt het mij het beste om zich hiermee in eigen kerk bezig te houden. Alleen als ons dit gevraagd wordt moeten wij ons met anderen bezighouden. Ik wil ermee zeggen dat wij de handen ermee vol hebben in eigen huis. In hoop dat ik met het bovenstaande een vraag van een lezer uit K. beantwoord heb. Ik keer terug naar het heilig avondmaal. Alleen de gelovigen gaan aan tafel. De ongelovigen hebben er niets te zoeken. De Heere heeft het ook niet voor ze ingesteld. Versterking en groei van het geloof zal er alleen zijn als het geloof aanwezig is.
Automatisch?
Werkt het heilig avondmaal vanzelfsprekend versterking van het geloof? Groeit het geloof automatisch als men het heilig avondmaal gebruikt? Niemand van ons zal dit toch zeker denken?
Van versterking en groei zal er sprake zijn als het avondmaal op een juiste manier gebruikt wordt. Dat wil zeggen, wanneer de juiste gestalte aanwezig is. Wat is de juiste gestalte? Geen andere dan H. F. Kohlbrugge ons voorhoudt: 'O God, wees mij, de zondaar genadig'. Nu zeg ik niet dat deze gestalte altijd even sterk aanwezig is. Niettemin behoort zij er min of meer te zijn. Wanneer zij niet aanwezig is, valt er niet zoveel te versterken, maar zal er ook niet zoveel groeien, zeker niet het geloof. Het gaat om de rechte verhouding tot God in het heilig avondmaal, maar niet minder om de rechte verhouding tot onze naaste. Wanneer het eerste wrikt, kan het niet anders óf dit is óók met het tweede het geval. Niet minder is het omgekeerde er een oorzaak van dat er noch versterking noch groei gevonden wordt.
Soms hoort men wel eens iemand zeggen dat men van de tafel des Heeren precies zo is teruggegaan als men er is aangegaan. De geloofsgemeenschap met de Heere werd er niet in gevonden, maar ook niet de gemeenschap met de andere avondmaalsgangen. Met de strijdende kerk was er geen band, maar nog minder met de triomferende kerk in de hemel.
Ik beweer niet dat het altijd zo is, maar heel vaak moet de oorzaak dan toch gezocht worden bij de gelovige zelf, en hangt ze samen met de relatie tot God en de medemens. Het gebeurt wel dat een avondmaalganger niet aan dezelfde tafel wil zitten met een andere avondmaalganger, omdat beiden het een en ander met elkaar hebben. Soms leven zij reeds jarenlang in onmin met elkaar. Maar als dit het geval is, kan eenieder toch wel begrijpen dat de Heere Zijn zegen aan het heilig avondmaal onthoudt. Het moet met de Heere 'vlak' liggen, maar ook met onze naaste. Wellicht dat dit laatste van ons zelfverloochening vraagt. Maar is daarin de Koning der kerk ons dan niet voorgegaan? Heeft Hij ons niet geleerd en leert Hij het ons nog niet iedere dag: 'Leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart'. Wanneer wij die lessen ter harte nemen, zullen wij in de praktijk gaan brengen waarin de Heere ons is voorgegaan nl. in de voetwassing. Dat wil zeggen dat wij liever de minste begeren te zijn en voor de ander willen bukken dan dat wij op onze strepen blijven staan.
Soms klaagt een gelovige over het feit dat er geen groei is in het geloof. Beter is om na te gaan of wij er zélf niet de oorzaak van zijn tengevolge van onze verhouding tot God én de naaste.
Wat wil ik met dit alles zeggen? Dat het omzien naar elkaar in de gemeente van uitermate groot belang is. Wij moeten daarover niet alleen maar praten of er hele verhalen over schrijven, neen het omzien naar elkaar moet in de praktijk gebracht worden. Het moet een heel concrete zaak zijn juist in het midden van de christelijke gemeente. Het schijnt - en het is zo - dat er van de christelijke kerk in het begin van onze jaartelling werd gezegd: 'Ziet, hoe lief zij elkaar hebben'. Er is van die eerste christenen iets uitgegaan. Zij straalden iets uit ten gevolge waarvan de mensen die buiten stonden werden aangetrokken. Gebeurt dat ook in onze tijd, in onze geseculariseerde samenleving? Of leeft de gemeente des Heeren in nijd en strijd met elkaar, tot zelfs aan het heilig avondmaal toe? Wanneer dit het geval is, moet er maar niet op zegen gerekend worden als door haar het heilig avondmaal gebruikt wordt. Het geldt nog altijd wat de dichter ons voorhoudt: 'Waar liefde woont, gebiedt de Heere de zegen'.
Geen lievigheid
Wat is het kenmerk van de christelijke gemeente? Het antwoord is: liefde! Daaronder versta ik geen 'lievigheid'. Dat wil zeggen dat men alles van elkaar verdraagt en alles in elkaar goedkeurt. Echte liefde heeft niets met 'lievigheid' te maken. Ook niet dat men onder alle omstandigheden 'liefjes' en 'knusjes' met elkaar omgaat. Wie de ander liefheeft, weet de dingen die verkeerd gaan op een goede toon bij de ander onder de aandacht te brengen en ze - zo nodig - recht te zeggen. (Wordt vervolgd)
Barneveld G. S. A. deKnegt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's