Gereformeerde bagage voor jongeren (2)
In het eerste artikel is enig commentaar geleverd bij de uitslagen van de onder onze jongeren gehouden enquête waar het de visie op God betreft. Hiermee hangen de vragen over Gods almacht, Zijn voorzienigheid en het lijden ten nauwste samen. In dit tweede cluster vragen valt allereerst de enorm hoge positieve score op bij de uitspraak 'God is almachtig': niet minder dan 96.8% is het hiermee eens. Dit is enerzijds een bevestiging van de scores bij het eerste cluster, anderzijds moeten we verdisconteren dat het om in de oren van jongeren zeer vertrouwde klanken gaat: ze horen elke zondag 'Ik geloof in God de Vader, de Almachtige...' Maar wat betekent dat? Het levert geen netjes afgeronde wereldbeschouwing op waarbinnen alle lijden keurig ingekaderd wordt. Niet minder dan 60.3% twijfelt wel eens aan God vanwege het lijden in de wereld en zelfs 78.3% vindt dat 'het probleem van het lijden het erg moeilijk maakt om mensen te vertellen over het christelijk geloof. Gelukkig maar, zou ik zeggen, dat onze jongeren deze aanvechtingen kennen. De postmoderne mens - en dat zijn we toch of we het nu willen of niet allemaal min of meer - kent een gevoeligheid voor het leed die in eerdere cultuurfasen zo niet werd aangetroffen. Deze gevoeligheid is positief te duiden en brengt ons dicht bij vele gelovigen in de Schrift die het naar God toe uitschreeuwen vanwege de bange waaroms. Getuigen van de levende God kan alleen geloofwaardig zijn wanneer we door deze aanvechting zijn heengegaan en gedurig weer heengaan. Het komt er dan wél op aan dat we niet in die aanvechting blijven steken!
Met al die jongeren die het vanwege het lijden zo moeilijk vinden om mensen te vertellen over het christelijk geloof, zou je willen doorpraten over het hart van de bijbelse boodschap: dat God zelf in Christus in ons lijden is ingedaald en dat Hij als Immanuël en door de Geest die geschonden wereld intens nabij is. Dat ontmaskert de voorstelling van een godheid als een harteloze regisseur achter de schermen van het heelal als een vals idool, een afgodsbeeld.
Gods leiding over ons leven
De hoofdlijn in de antwoorden van de jongeren is beamend ten aanzien van Gods leiding over het leven. Toch hebben ze ook een intuïtie dat je het leed niet zomaar rechtstreeks op Gods conto mag schrijven, maar dat er andere (f)actoren in het spel zijn. Ik spreek met opzet over 'intuïtie', omdat we mogen veronderstellen dat deze jongeren niet diepgaand theologisch of filosofisch hebben nagedacht over de herkomst van het lijden en het kwaad. Maar wanneer 39.7% vindt dat sommige dingen in deze wereld buiten Gods besturing omgaan en zelfs 52.7% meent 'als iemand kanker krijgt, heeft God dat niet zo gewild', dan ligt daar ongetwijfeld de overtuiging achter dat de goede God niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor de menselijke misère. Het hoge percentage moeten we relativeren door het te vergelijken met de score van 15.2% 'eens' op de stelling 'Als er iets ergs gebeurt, heeft dat niks met God te maken'. Het antwoord van de 15% is bepaald niet bijbels en niet gereformeerd, het antwoord van de 52% nodigt uit tot een diepgaand gesprek aan de hand van bijvoorbeeld Zondag 10 over het gelovig belijden dat ook die kanker door Gods goede hand mij uiteindelijk en ten diepste niet schaden kan, want niet scheiden kan van Gods liefde in Christus.
De verkiezende God
Een derde cluster vragen gaat over de uitverkiezing. Hier krijgen we enkele opzienbarende resultaten te zien! 70.1% van de jongeren is het eens met de stelling 'Of je wel of niet gaat geloven, hangt uiteindelijk van jouzelf af'. Dat doet een ogenblik de vraag rijzen: 'betekent dit een triomf van Arminius in hervormd - gereformeerde kring, en dat alsnog, 372 jaar na Dordt? Is dit te duiden als een klaar bewijs van de impact van de beïnvloeding vanuit evangelische kringen ten koste van het authentiek gereformeerde?' Maar ... ook hier moeten we weer oppassen met te snelle gevolgtrekkingen. Geven andere resultaten wellicht nuanceringen aan? 20.1% onderschrijft de uitspraak 'Wat de kerk leert over uitverkiezing, vind ik oneerlijk', terwijl 17.3% hier niets invult. In elk geval heeft dus bijna 40% geen zicht op het bijbels gehalte van de belijdenis van de verkiezing! Enkele karikaturale omschrijvingen van uitverkiezing worden met nog overweldigender cijfers afgewezen: 88.6% is het oneens met de stelling 'Gods verkiezing is eigenlijk heel eenvoudig te begrijpen: Hij selecteert gewoon sommige mensen voor de hemel en anderen voor de hel.' 85.3% wijst af dat 'Gods verkiezing lijkt op een soort noodlot: je moet maar afwachten of je er wel of niet bij hoort'. Toch is er nog altijd 11.4%, respectievelijk 14.7% het met deze karikaturen eens en dat is evenzovele procenten te veel! Verder is 75.4% het oneens met de uitspraak: 'God geeft in dit leven aan sommige mensen het geloof, en aan anderen niet'.
Is er dan wellicht meer bijval voor het positieve wat met het belijden van de verkiezende God gezegd wil zijn? Ja, want 78.7% onderschrijft de uitspraak 'Het is een wonder als je tot geloof komt'. Daarmee geeft een ruime meerderheid toch aan te beseffen dat geloof een gave van God is, niet iets wat je zomaar even zelf doet of pakt. En is dat niet de diepste intentie van het bijbelse spreken over verkiezing: een laatste en beslissende klemtoon leggen op het allesbeslissende van de genade Gods? Het is genade om genade te ontvangen! De vraag blijft intussen of de troost van de verkiezing door onze jongeren beleefd wordt. Slechts 37% beaamt 'Ik weet dat ik één van Gods uitverkoren kinderen ben', 46.1% neemt die uitspraak niet over en 16.9% vult hier niets in. Kortom: dat de verkiezing bedoeld is en beleefd mag worden als een levendige troost voor de gelovigen (in de trant van: 'Gods liefde is eindeloos, het begin ervan is zoek en daarom is ook het einde ervan zoek'), leeft nauwelijks bij 'onze' jongeren. Misschien mogen we nog wat relativeren door kritisch te kijken naar de vraagstelling en/of de formulering van de stellingen, maar het overheersende beeld is toch duidelijk negatief: het is veel te weinig gelukt het blijde evangelie van de verkiezende God over te dragen aan deze jongeren!
Over zonde en behoud
Een vierde en laatste cluster vragen gaat over zonde en behoud. We raken hier ook weer de kern van de christelijke verkondiging. Hebben onze jongeren zicht op het wonder van de rechtvaardiging van de goddeloze? Verstaan ze iets van de radicaliteit van louter zonde zien en louter genade geloven? Ik trek uit de cijfers de voorzichtige conclusie dat we niet te snel moeten denken dat de jongeren het allemaal wel weten en dat het om overbekende zaken gaat. Het evangelie sluit niet aan bij ons menselijk denken en voelen, het is de joden een ergernis en de Grieken een dwaasheid. Wat kennelijk veelmeer aansluit bij ons natuurlijk religieus besef is het idee dat we moeten proberen ons geloof waar te maken en in elk geval een voldoende op ons rapport te halen bij God. Enkele concrete cijfers: 73% is het eens met de stelling 'Het houden van Gods geboden is geen voorwaarde om gered te worden'. Daarmee geeft de meerderheid aan te beseffen dat we niet op grond van onze verdienste, maar uit genade gered worden. Maar de 27% die verklaarde het niet eens te zijn met genoemde stelling (dus per consequentie de stelling 'Het houden van Gods geboden is wél een voorwaarde om gered te worden' zou moeten beamen), zou mijns inziens evenzeer erkennen dat zalig worden geen eigen verdienste is. Voortdurend spreekt hier mee dat jongeren beseffen dat je niet zalig worden kan zonder dat er een koerswijziging in ons leven komt, of anders gezegd: we worden niet behouden zonder strijd tegen de zonde. Daarom stelt maar 4.2% 'Om zalig te worden, moet je alleen maar geloven' en ruim 90% zegt op een of andere manier dat bij het geloven in de Heere Jezus ook het leven tot Gods eer of de keuze om God te dienen behoort. Al met al oordeel ik voorzichtig positief over wat de ondervraagde jongeren begrepen hebben van de verhouding tussen rechtvaardiging en heiliging, al liggen misvattingen hier voortdurend op de loer. Opmerkelijk is ook dat velen van zondebesef blijk geven, terwijl 67.1% het oneens is met de stelling 'In de kerk wordt te veel over zonde(n) gepraat'. Daarmee is weerlegd wat buitenstaanders nogal eens beweren over 'hel en verdoemenispreken' in hervormd- gereformeerde kring.
Opmerkelijk is verder de score bij de stelling 'In de Bijbel wordt de mens geestelijk failliet verklaard'. 52.1% is het hiermee oneens. Is dat een gebrek aan diepte van ellendekennis? Betekent het een ontkenning van het bijbelse gegeven dat de mens van nature 'dood in de zonde en de misdaden' is? Of steekt hier het besef achter dat de mens weliswaar onbekwaam is tot het zaligmakende goede, maar tegelijkertijd nog veel dingen kan als schepsel van God en dus dankzij Gods algemene genade bekwaam is tot 'burgerlijk goed': een goede vakman zijn, een goede vader of moeder zijn, een waardevol lid van de maatschappij zijn? Ik druk het nu weer uit in dogmatische termen, maar achter de antwoorden van de jongeren kunnen heel goed deze intuïties verscholen liggen.
Nuttig instrument
Het geheel overziende blijf ik overtuigd van het nut van een dergelijk onderzoek. Natuurlijk, er zijn allerlei bedenkingen en kanttekeningen te maken en we moeten zeer beducht zijn voor algemene conclusies die door zo'n beperkt onderzoek niet gedragen worden. Over allerlei antwoorden zou je met elke jongere afzonderlijk moeten doorpraten en dan zou zich een verrassende veelheid aan nuanceringen aftekenen. Maar voor een globale impressie is deze enquête een nuttig instrument gebleken.
Veenendaal J. Hoek
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's