De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ds. J. H. Velema wil een kerkverband met een rekverband

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. J. H. Velema wil een kerkverband met een rekverband

7 minuten leestijd

Bladerend in oude jaargangen van De Waarheidsvriend las ik, bij het vijftigjarig bestaan van de Gereformeerde Bond in 1956, 'dat ds. J. H. Velema in De Wekker twee 'zeer waarderende artikelen' had geschreven, 'in overeenstemming met wat prof. Kremer op de jubileumdag zeide'. 'De Gereformeerde Bond kwam er bij ds. V. zelfs beter af dan de synode der Geref. Kerken...'.
In het boek van de 84-jarige christelijke gereformeerde emeritus De kerk centraal, dat dezer dagen ter gelegenheid van zijn zestigjarig ambtsjubileum is verschenen, verklaart Velema zich wat de Gereformeerde Kerken betreft nader. Een van zijn leermeesters, de dogmaticus prof. J. J. van der Schuit, was resoluut in zijn afwijzing van het kuyperiaanse neocalvinisme, dat 'hoogmoed en zelfverzekerdheid' uitstraalde: 'abonnee op De Standaard betekent uitbreiding van het Koninkrijk Gods.' Dit onderwijs van Van der Schuit stempelde het denken van Velema en deed hem tegelijkertijd concluderen: 'De Gereformeerde Kerken moeten wel radicaal veranderen willen we ooit één worden'. En even eerder liet hij in zijn boek al weten altijd 'een verborgen liefde voor de Hervormde Kerk te hebben gehad', sinds zijn vader (ook predikant) hem op een dankdag had meegenomen naar de Bovenkerk in Kampen, waar ds. C. B. Holland preekte, 'een ervaring die diepe indruk maakte'.

Verdeeldheid
Nochtans kwam de Waarheidsvriend van 1956 ook op te merken bij de artikelen van Velema: 'Over de gemeenschappelijke schuld, die rust op heel de Geref. Gezindte, ook bij ds. V. geen woord'. Welnu, dat is later dan wel anders geworden. Inzake de schuld van de kerkelijke verdeeldheid heeft de Nunspeter emeritus vaak de bazuin aan de mond gezet. En in het boek, dat nu bij zijn jubileum verschijnt, doet hij dat nog eens dunnetjes over. Hij schreef zelf ooit een boekje, getiteld Waarom christelijk gereformeerd? Nu zou de titel kunnen luiden 'Waarom nog christelijk gereformeerd?' Heel eerlijk behandelt hij de situatie binnen zijn kerken, waarbij hij de vraag of men uiteen is gegroeid of bezig is uiteen te groeien bevestigend beantwoordt. Men moet er bijvoorbeeld niet aan denken, zegt hij, welke gevolgen het voor de interne verhoudingen zou hebben, 'wanneer een besluit om de vrouw in het ambt toe te laten of tot vereniging met een andere gereformeerde kerk wordt genomen'.
In zijn analyse van het kerkelijke leven bij anderen is hij niet minder eerlijk. Hij keert zich scherp tegen de (vroegere) warekerk-pretenties van de Vrijgemaakten ('had Adam nog geleefd, dan was hij vrijgemaakt geweest') als tegen het zelfgekozen isolement van de Gereformeerde Gemeenten en het kerk-verbond standpunt van de Gereformeerde Bond. Maar dat neemt niet weg, dat het ideaal van de éne kerk van gereformeerde signatuur, zij het met behoud van het 'beginsel van afscheiding', hem nog steeds helder voor ogen staat. Daarom gaf hij aan zijn boek de titel mee 'De kerk (enkelvoud) centraal'. Letterlijk zegt hij: 'Er zijn verschillen tussen oud-gereformeerd en vrijgemaakt gereformeerd, maar alles wat werkelijk gereformeerd is, welke verschillen er ook geweest zijn of nog zijn, welke historie zich ook heeft afgespeeld en welke breuken ook zijn geslagen, hoort in één kerkverband, dat dan misschien wat rekbaarder mag en kan zijn dan de kerkverbanden die we nu kennen. In deze tijd van voortgaande secularisatie, die de gereformeerde dijken aantast, kunnen we niet op de oude kerkelijke voet verdergaan.'
Velema wil dus een kerkverband met een rekverband: één in geloof, zonder het in alles, ook in alle praktische zaken, eens te zijn. Maar zal dat verband, - zo is mijn vraag - gezien de tijdgeest, zich niet opnieuw opdelen in richtingen en stromingen, die moeilijk bijeen te houden zijn? Als voorschot wil Velema in ieder geval nemen (meer) samenwerking op het plaatselijk vlak, met name daar waar er over en weer 'veel herkenning en waardering' is. Daarin zullen velen met hem accorderen.

Geloof
Boven dit artikel had ik ook een andere titel kunnen zetten: 'Geloven is niet vanzelfsprekend en geloven is niet onmogelijk'. Want - zegt Velema - 'het is een geweldige opgave om het roer recht te houden en niet te vervallen in automatisme aan de ene of lijdelijkheid aan de andere kant. Wie Velema kent uit zijn vele publicaties over geloofszaken, ontmoet in dit boek geen vreemde. Ook hier is kennelijk prof. J. J. van der Schuit zijn leermeester geweest. Van der Schuit wilde boven het schema voorwerpelijk-onderwerpelijk uit: 'het gaat om pneumatisch, geestelijk denken, preken, leven.' Hij pleit terecht voor trinitarische prediking, signaleert eveneens terecht 'een vleugje remonstrantisme', dat over de prediking komt te liggen vanwege evangelische invloeden en kritiseert ten slotte niet minder terecht geloofsleven, waar de nadruk meer op de christen dan op Christus komt te liggen. Hier ziet men Velema ook helemaal in het hart. Wanneer zijn pen hier soms ook scherp wordt, dan is dat vanwege hartstocht om het Evangelie voor verlorenen.

Varia
Ds. Velema heeft een heldere en direct schrijfstijl. Dat maakt het lezen van dit boek tot een genoegen. Het staat vol met anekdoten en (historische) wetenswaardigheden. Uiteraard over de gemeenten die hij diende: Steenwijk, waar hij het goed had met zijn hervormde collega Jörg, Bunschoten, waar hij veel godsvrucht en vrucht op de prediking aantrof, Apeldoorn (bijna twintig jaar!) en Nunspeet, twee heel verschillende Veluwse gemeenten. Maar ook over de synode, waarvan hij verschillende keren voorzitter was, het curatorium van de Theologische Hogeschool, waar op een bepaald moment doctores benoemd konden worden, over het pastoraat en het werk onder jongeren, maar ook over zijn reizen, o. a. naar Israël, waarbij liefde tot het oude bondsvolk werd gewekt of verdiept.
Maar ds. Velema had ook vele functies buitenshuis, d.w.z. buiten de eigen kerk en gemeente. Hij was jarenlang voorzitter van het COGG. Hij maakte de oprichting van Koers (naast het Reformatorisch Dagblad) mee, alsook de oprichting van de RPF en de oprichting van de EO, waarvan hij jarenlang voorzitter was. Ook hier is de pen van de jubilaris helder, waarbij helderheid naar sommiger oordeel scherpte zal betekenen. Wanneer hier wordt afgedrukt wat Velema over de onverkwikkelijkheden bij de oprichting van het Koers en het RD vermeldt, zou de rubriek Opgemerkt in dit blad voorlopig wel weer het nodige voedsel hebben. De een was in die tijd 'van Urk', de ander 'van Driebergen'. En 'een vooraanstaand predikant van de Gereformeerde Gemeenten', die eerst van 'de sectarische tendensen in de Driebergse opstelling' sprak, was de eerste die zei, dat 'de voorwaarden, die 'Urk' stelde, niet gereformeerd in de klassieke zin van het woord' waren. En wat de EO betreft acht hij 'de schimpscheuten aan haar adres uit de rechterflank van het gereformeerde volksdeel (...) soms al te goedkoop en doorzichtig', want dan sluit men de ogen 'voor de werkelijke situatie van ons volksdeel en de zwakheid van de reformatorische zuil'. Het is echter Velema ten voeten uit als hij ook als zijn zorg uitspreekt, dat de EO bij de bereikte breedte de nodige diepte zou kunnen verliezen.

Schoonheidsfout
Ds. Velema 'verdient' een felicitatie met zijn zestigjarig ambtsjubileum en zo ook met dit frisse boek van zijn hand. Hij duide het mij niet euvel, dat het enige verwondering wekte schrijver dezes niet aangeduid te zien met de naam die al geslachten lang gebruikt wordt en desnoods met daarbij de naam waarmee zijn moeder hem ten doop hield, maar met een betiteling die uit de (zondag)sport stamt. Dat viel me een beetje tegen van mijn geestelijke (wapen)broeder. Het doet aan mijn waardering voor het boek van dominee Jan Hendrik Velema niets af. Men neme en leze.

Huizen               J. van der Graaf

N.a.v. ds. J. H. Velema, De kerk centraal, Zestig jaar in dienst van de kerken, uitgave Groen Heerenveen, 195 pag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Ds. J. H. Velema wil een kerkverband met een rekverband

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's