Globaal bekeken
Op donderdagmiddag 16 november promoveerde drs. H. van 't Veld uit Veenendaal aan de Vrije Universiteit te Amsterdam ten overstaan van de promotiecommissie van de faculteit der Letteren tot doctor. Op bekwame wijze verdedigde hij zijn dissertatie 'Beminde broeder die ik vand op 's wereits pelgrims wegen'. De ondertitel luidt 'Jan Luyken (1649-1712) als illustrator en medereiziger van John Bunyan (1628-1688)'. Van 't Veld studeerde Nederlandse taal- én letterkunde, Algemene en vergelijkende Bantoeïstiek en Zendingswetenschap. Van 1963 tot 1969 was hij als missionair-linguïst in Kenia in dienst van de GZB.
Op de Veluwe verwierf hij bekendheid vanwege zijn rectorschap van het Veenendaalse Ichthuscollege (1977-1993), op én buiten de Veluwe staat hij bekend als dichter van bijbelliederen. Als voorzitter van de adviescommissie Luisterend dienen van het werelddiaconaat is hij betrokken bij diaconale projecten over de hele wereld. Een hartelijke gelukwens aan het adres van dr. Van 't Veld, die, zo bleek in Amsterdam, met de ambitie en het enthousiasme van een 25-jarige de kroon op zijn wetenschappelijke loopbaan zette! Later hopen we in ons blad terug te komen op de inhoud van zijn studie, waarin de druk, de illustratie en de receptie van vier geschriften van John Bunyan wereldwijd geanalyseerd en besproken wordt.
De Vrije Universiteit heeft het gebruik afgeschaft om stellingen aan een dissertatie toe te voegen, maar hierbij heeft de nieuwe doctor zich niet neergelegd. Zijn paranimfen deelden tijdens de aansluitende receptie twintig stellingen uit 'die behoord zouden hebben bij het proefschrift, indien aan de Vrije Universiteit stellingen nog geoorloofd zouden zijn'. We nemen er enkele over.
• Terecht merkte Vekeman op, dat men bij het lezen in de literatuur over de geestelijke Luyken er goed aan doet het devies 'Mens, erger je niet' in zijn embleem te voeren. Dit advies is ook van toepassing bij het lezen van veel wat Vekeman zelf over de stichtelijke poëzie van Luyken te berde heeft gebracht.
• De in de zogenaamde bevindelijk gereformeerde kringen gebruikelijke accentuering van de laatste lettergreep van John Bunyans achternaam is nog zo vreemd niet, gelet op de mogelijke Franse afkomst van zijn voorgeslacht
• Terecht luidde een van de stellingen bij een dissertatie uit 1973: 'het is te betreuren dat de bestudering van de Nederlandse letterkunde voor studenten in de theologie in 1854 werd afgeschaft'.
• De liefde in de dialoog met moslims mag niet van één kant komen.
• Werelddiaconaat dient overeenkomstig de Schrift primair een zaak van kerk tot kerk te zijn.
• De oproep in de Schrift in Psalm 98: 'Zingt de Here een nieuw lied' is nooit herroepen. Een nieuw lied zingen betekent echter niet, dat oude liederen afgeschreven moeten worden. Wie zijn geloof belijdt 'met de kerk van alle plaatsen en alle tijden', dient ook de liederen te zingen, waarin die kerk in de loop der tijden dat geloof heeft uitgezongen.
• Het valt te betreuren, dat in de kerkelijke voorbede het dagelijkse christelijk onderwijs een zoveel geringere plaats inneemt, dan het catechisatie- en jeugdwerk, dat slechts enkele uren per week in het winterseizoen bestrijkt.
P. J. V.
* * *
Onder de titel In het Kruis zal 'k eeuwig roemen gaf uitgeverij Den Hertog te Houten een bundel uit met gedichten en dichtfragmenten van Isaac da Costa (1798-1860). Hier volgt 'Luthers psalmlied' door Da Costa in onze taal gedicht:
Een vaste burcht is onze God,
een machtig schild en wapen,
Hij redt ons uit het bangste lot,
hoe donker 't sta geschapen.
De oude vijand mist
zijn weergaloze list,
en sterke wapenkleding,
beproefd, ons ter vertreding.
Door onze macht wordt niets besteld,
wij zijn gans zeer verloren!
Maar voor ons strijdt de rechte Held
Die God Zelf heeft verkoren.
En vraagt gij Wie Hij is?
't Is Jezus, ja gewis
de Heer der legerscharen,
Die zal ons wel bezwaren.
Al maakt het ons de wereld bang,
met duiv'len die ons drukken,
toch blijkt ons blij triumfgezang:
God doet het ons gelukken.
Wat dezer wereld vorst
ook overleggen dorst,
zijn oordeel is gesproken,
zijn rijk en macht verbroken.
Het Woord van God zal blijven staan,
hoe zij de vuist ook ballen:
Hij Zelf, Hij houdt de hand daaraan
en zal 't niet laten vallen.
En nemen zij ons goed,
en vrouw en kind en bloed,
het zal hun toch niet baten,
zij moeten 't rijk ons laten.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's