De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De gerichtheid van de christelijke hoop

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gerichtheid van de christelijke hoop

9 minuten leestijd

Dagblad Trouw heeft evenals andere dagbladen een wekelijkse rubriek, waarin iets uit de kerkbladen wordt doorgegeven. Deze week stelde de samensteller van die rubriek, dat men binnen de kerkbladen 'een klassieke tegenstelling (vindt) tussen gelovigen die naar boven kijken en zij die meer zijn gericht op het bestrijden van onrechtvaardigheid in de wereld', al zijn er ook tussenvormen. De Waarheidsvriend werd tot de eerste categorie gerekend: 'De eeuwige actualiteit van de Bijbel wordt steevast benadrukt'. Ter illustratie wordt toegevoegd dat al enkele weken wordt geopend met 'het verhaal van Job'. Dat vraagt nadere doordenking.

Horizontaal
Ik las dit bericht kort nadat ik de levensbeschrijving had gelezen van Henriëtte Roland Holst, de marxistisch socialiste, die rondom de voorlaatste eeuwwisseling een actieve rol speelde in de Sociaal Democratische Arbeiders Partij en als dichteres haar socialistische gevoelens en gedachten vertolkte in vele gedichten, evenals Herman Gorter. Zij vertaalde ook De Internationale, het volkslied der socialisten, in 1871 gedicht door Eugène Pottier. Het socialisme van die dagen was geheel doortrokken van revolutionair élan. De verworpenen der aarde moesten ontwaken en opstaan tegen het onrecht, dat hen wordt aangedaan.
De levensbeschrijving van Henriette Roland Holst is vol van dit revolutionaire vuur. Jarenlang heeft dit vuur gebrand in de socialistische beweging, tot in de naoorlogse Partij van de Arbeid toe. Hier was sprake van een ideologie, die louter gericht was, om in het woordgebruik van de persschouwer van Trouw te blijven, op het bestrijden van onrechtvaardigheid in de wereld. Toegegeven zij, dat het socialisme er mede toe heeft bijgedragen dat de marginalen, de vertrapten, de onderdrukten en vernederden in de samenleving werden opgeheven tot een menswaardig bestaan. Toegegeven moet ook worden, dat het socialisme de kerken vaak een schuldrekening heeft gepresenteerd, waar deze de sociale vragen van de gerechtigheid in de wereld, dichtbij en ver af, niet stelde of niet onder ogen wilde zijn. Het is bekend dat dit manco in de kerken onkerkelijkheid onder de arbeiders in het begin van de twintigste eeuw heeft bevorderd. Omdat de kerk genoegen nam met hun vaak hopeloze situatie.

               * * *

Maar heeft het socialisme echte hoop gebracht? Als hoop zoiets betekent als vervulling van aardse verlangens in zeker opzicht wel. Mensen kregen in zekere zin wat hun hart begeerde. Maar werd hun hart vervuld met hoop, die verder reikt dan aardse verlangens? De marxistische ideologie is uiteindelijk failliet gegaan: deels omdat het aardse rijk van vrede en gerechtigheid anders gezegd de heilsstaat zelfs niet werd gerealiseerd in landen, waar ze tot staatsideologie was verheven (de communistische landen), deels omdat ze niet meer te bieden had dan wat via de geldbuidel wordt veroverd. Het revolutionaire vuur der gedreven socialisten heeft geen Hoop opgeleverd, die het totale menselijke bestaan - geest, ziel en lichaam - raakt.
De mensheid is altijd op zoek geweest en is nog steeds op zoek naar een betere wereld. Allerlei gedachten en (politieke) systemen zijn daarvoor ontwikkeld. Zo ook het marxistisch-socialisme. Maar de wereld bleef een baaierd van onrecht en geweld. Het Rijk van vrede en gerechtigheid, de hemel op aarde kwam niet binnen bereik.

Valse hoop
Wat is Hoop en hoe is die gericht? In de zestiger jaren schreef de (moderne) Duitse theoloog Jürgen Moltmann zijn boek Theologie van de hoop (in Nederlandse vertaling uitgegeven in 1964 bij Ambo, Utrecht).
In het begin van zijn boek schrijft hij over 'de hoop van het geloof. Hij citeert Calvijn, die stelde dat het geloof op de hoop steunt en 'boven deze wereld uitvlucht'. Moltman haast zich te zeggen, dat Calvijn daarmee niet bedoelt met het christelijk geloof de wereld te ontvluchten, wel dat het gericht is op de toekomst. Dat neemt hij zelf als uitgangspunt. Want, voegt hij toe: 'de beklemmende werkelijkheid' moet daarmee niet worden verdoezeld of verdonkeremaand: 'De dood is werkelijke dood en de ontbinding is stinkende ontbinding. Schuld blijft schuld en ook voor het geloof blijft het lijden een roepen zonder pasklaar antwoord'.

               * * *

Van de weeromstuit kwam er zo in de zeventiger jaren een theologie van de hoop op, die zich ook louter ging richten op het hier en nu en daarbij de marxistische ideologie als oriëntatiepunt nam. Het christelijk geloof - zo had Marx het christendom verweten - trok een wissel op de eeuwigheid en was 'opium van het volk', waarmee de onvrede om het bestaan werd weggedroomd. Het heil was in die theologie daarom aardsgericht; de mens zelf moest zich een heil-rijke toekomst veroveren. Verlorenen waren de verworpenen der aarde, niet de verloren zondaars. Jezus was hoogstens degene, die voorging de barricaden op, geen Verlosser, geen Heiland. Maar ook die theologie liep dood, omdat ze geen-hoop bood die gold voor het hele bestaan van de mens. Het hart bleef koud en hoop bleef onvervuld verlangen. De gewekte hoop bleek valse hoop te zijn.

Echte Hoop
Als het om echter hoop gaat kijken we toch omhoog, ten spijt de opmerking van de Trouwredacteur, dat wij (alleen) naar boven zouden kijken. Dat heeft inderdaad te maken met 'de eeuwige actualiteit van de Bijbel'. 'Indien wij alleen in dit leven op Christus hopen, zo zijn we de ellendigsten van alle mensen', zegt Paulus in 1 Kor. 15 (vs. 19), het machtige lied van de Opstanding. De christelijke hoop ligt in de Opstanding van Christus en is de levende dochter van het levende geloof. En het geloof is een vaste grond van dingen die men hoopt en een bewijs der zaken, die men niet ziet (Hebr. 11 : 1). Daarom heeft Calvijn gelijk wanneer hij zegt, dat het geloof en dus ook de hoop 'boven deze wereld uitvlucht'. Daarom wordt een mens 'in hope' zalig (Rom. 8 : 24). Want de hoop, die gezien wordt is geen hoop. Christelijke hoop is geen vervulling van wat een mens hier en nu verlangt maar vervulling van wat God belooft en doet verwachten.

               * * *

Trekt een christen hiermee louter een wissel op de eeuwigheid? Wanneer we alleen in dit leven op Christus hopen, zijn we de ellendigsten van alle mensen. Maar in dit 'niet alleen' ligt toch opgesloten: 'toch ook'!? Een gelovige is aan alle lijden in deze wereld mee onderwerpen. Het ganse schepsel zucht. Het geloof en de hoop heffen het lijden niet op. Maar het geloof blijft desalniettemin ook voor het geleefde leven het perspectief van de hoop houden, en leert uitzien en (ver)wachten. Daarom kunnen geloof en hoop ook geen wereldmijding in zich bergen, ook geen (doffe) berusting in de dingen die zich voordoen. We kunnen als christenen nooit tevreden zijn met de wetmatigheden in deze wereld; we kunnen niet berusten in het onrecht; we kunnen het lijden niet accepteren omdat het nu eenmaal bij het leven hoort.
We kunnen in hoop het leven leven, omdat Christus het leefde, en dus in navolging. We kunnen het lijden alleen plaatsen in het licht van Zijn grote lijden. Onrustig is en blijft daarin altijd weer ons hart, totdat het (ook altijd weer) rust vindt in God. Door alles heen is er de hoop op het Nieuwe, dat Hij brengen zal, dwars door de weeën van de geschiedenis heen. Gode zij dank hebben we het eeuwige Woord, waarin ons de Hoop wordt geopenbaard; hoop die uitstijgt boven de tijd en nochtans ook vrucht draagt in het van God geschonken leven.
Het is eenzijdig wanneer de hoop zich alleen uitstrekt naar het leven hier-en-nu. Het is eveneens eenzijdig wanneer het uitsluitend op de hemel is gericht, terwijl het leven in alle verbanden aan de hopeloosheid wordt prijsgegeven.

Bijbelse theologie
Het wordt naar mijn overtuiging tijd, dat in de gereformeerde theologie de Bijbelse Hoop weer als thema wordt opgepakt, met uitwerking naar de gemeente. Voor het leven met God; in perspectief op de eeuwigheid en voor de heilzame vrucht ervan in het leven hier en nu, ook in de wereldverbanden. Hoop die geworteld is in het Koninkrijk Gods, waarvan de Opgestane Christus Koning is.
Is die hoop er dan niet in de christelijke gemeente? Ook vandaag leggen mensen rekenschap af van de hoop, die in hen is. Ook vandaag gaan zo mensen 'in de hope des eeuwigen levens', liever in geloof en hoop op de Opgestane Christus heen. Maar hoe krijgt hoop ook gestalte in dit leven, gericht op Christus, die ook de Zin der geschiedenis is?

               * * *

De laatste jaren zijn begrippen in kerk en gemeente binnengeslopen, die de christelijke hoop bedreigen of onder verdenking stellen. Ik noem doemdenken, Godsverduistering, de boodschap-en-de-kloof en verlegenheid. Recent schreef ik een artikel over het laatste, de verlegenheid (2 november 11.). Op dat artikel kreeg ik van verschillende kanten fundamentele reacties, instemmend en vragend. Een predikant-lezer schreef over 'principiële verlegenheid om het spreken Gods in elke nieuwe tijd'. Ik onderken die verlegenheid. Hij voegde daarbij dat we het zullen moeten hebben van 'de diep bevindelijke beseffen, die met de orthodoxie vermengd zijn'. Dat wil ik beamen. Ik probeer echter te begrijpen wat daarmee per consequentie bedoeld wordt. Geloof mag alleen die naam hebben als het levend geloof is en als zodanig bevindelijk van aard. Maar aan ons geloven gaat toch Gods beloven vooraf? En vóór 'mijn' beleving is er toch het eeuwige Woord, waarvan ik het ook in mijn aanvechting moet hebben? Ligt de levende hoop dan ook niet in het nochtans van het geloof?

Job
De bedoeling van wat ik hier neerschrijf is niet meer dan aandacht vragen voor een langzaam maar zeker optredend manco in theologie en prediking: hoop die ligt in het nochtans van het geloof. Hoop, die niet alleen maar toch ook, dwars door het lijden van deze tegenwoordige tijd heen, gericht is op de Opgestane Christus.
In het begin van dit artikel verwees ik naar de persschouw in dagblad Trouw. Merkwaardig dat daarin in feite de vraag gesteld werd waarom het in de Waarheidsvriend (in de meditaties) wéér over Job ging. Als er één bijbelboek is, waarin het lijden van deze tegenwoordige tijd aan de orde komt, dan toch wel dit boek. Job en het probleem van het lijden was ooit de titel van een boek van wijlen prof. dr. H. Edelkoort. De grote oudtestamentische lijder in Gods Koninkrijk vroeg zich af wat zijn kracht was om te hopen (Job 6 : 11). Nochtans kwam hij tot de belijdenis dat als God hem zou doden, hij nochtans zou hopen (13 : 15) en dat hij al de dagen van zijn strijd zou hopen, totdat zijn 'verandering' zou komen (14 : 14). En uiteindelijk zag hij in zijn lijden naar boven: 'Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan...' (19: 25).

               * * *

De uitgestelde hoop krenkt het hart, zegt de Spreukendichter. Mensen hopen op beterschap of verlossing van lijden. Die hoop lijkt niet bewaarheid te worden. Of leert de hoop toch 'verwachten met lijdzaamheid'? En komt zo de hoop toch ook niet de verlegenheid te boven? Wie gelooft mag naar Boven zien en zo ook vooruit.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De gerichtheid van de christelijke hoop

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's