Groei en achteruitgang (5)
Omzien naar elkaar
Een geloofsgemeenschap hangt maar niet als los zand aan elkaar. Het geloof in Jezus Christus geeft een unieke band aan elkaar. Zelfs veel inniger en dieper dan de onderlinge band tussen broers en zusters kan zijn.
Dat houdt onder meer in dat men in de christelijke gemeente omziet naar elkaar! Beter gezegd: dat men zorg draagt voor elkaar! Wanneer de apostel Paulus het daarover heeft, horen wij hem zeggen: 'Draagt elkanders lasten en vervult alzo de wet van Christus' (Gal. 6 : 2).
Een christen heeft zorg voor de verre naaste, doch niet minder voor de naaste in de gemeente. Vanzelfsprekend is het niet verkeerd om oog te hebben voor de noden ver weg, maar daarbij mogen de noden dichtbij niet vergeten worden. Wat kan er veel nood dichtbij zijn. Dat behoeft niet altijd materiële nood te zijn, hoewel wij niet moeten denken dat ze niet bestaat. Iedere pastor of ouderling merkt hiervan op huisbezoek meer dan hem lief is. Niet elk gemeentelid deelt in wat wel genoemd wordt de welvaart. Voorzover het mogelijk is, behoort de geloofsgemeenschap dan ook te helpen.
Toch denk ik, zoals duidelijk zal zijn, niet alleen aan materiële noden. Wat zijn de immateriële noden soms erg groot. Ik denk bijvoorbeeld aan de eenzaamheid die weduwen en weduwnaren ondervinden. Het komt wel voor dat een weduwe zegt: Ik heb de hele week niemand gezien'. Maar ook weduwnaren zien soms dagenlang de muren als het ware op zich afkomen. Natuurlijk kan men zeggen dat hij of zij er dan maar op uit moet trekken. Dat zullen sommige weduwen en weduwnaren wel doen, maar als men dat nu niet meer kan, omdat men ziek is of omdat de leeftijd het niet meer toelaat om zich op de weg te begeven?
Echter... niet alleen weduwen en weduwnaren kunnen zich eenzaam voelen, maar niet minder de zieken en dan met name de chronisch zieken. Laatstgenoemden kunnen soms nergens heen! Wat zijn ze dankbaar en blij als zij iemand ontmoeten.
Misschien dat een van onze lezers zich afvraagt wat dit alles met de groei van het geloof te maken heeft? Het bovenstaande is er een aspect van. Men kan ook zeggen: het is er een vrucht van. Hoe meer het geloof groeit, hoe schoner de vrucht er zal uitzien. En één van de schone vruchten is het omzien naar elkaar, het zorgen voor elkaar. Let wel: het omzien naar elkaar heeft niets te maken met het bevredigen van nieuwsgierigheid. Het woord van de apostel Petrus blijft staan als hij ons voorhoudt dat wij ons bezig hebben te houden met onze eigen zaken en niet met die van een ander. Neen, het omzien naar elkaar heeft alles te maken met de intentie (bedoeling) die onze Heere Jezus Christus toonde, nl. elkaar zonder enig eigenbelang van dienst te zijn. In het zorgen voor elkaar gaat het enkel en alleen om de ander.
Soms menen wij grote dingen te moeten doen. In allerlei bochten wringen wij ons om te laten zien dat wij een christen zijn. De Schrift houdt ons voor dat dit niet nodig is. Wij behoeven ons niet te profileren in het een of ander. Ik hoor de apostel Jacobus zeggen (en men mag dit verder uitbreiden dan hij gedaan heeft): 'De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is deze: weduwen en wezen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld (Jac. 1 : 27). Deze opdracht is een voluit diaconale taak voor de christen waarbij de pastorale zijde niet vergeten mag worden.
Wat kan het omzien naar elkaar als het op een bijbelse manier gebeurt ons veel geven. Het kan wel eens zijn dat wij zeggen dat wij bij een bezoek aan een weduwe of weduwnaar of wie dan ook meer gekregen hebben dat wij er gegeven hebben. Wat zouden wij ons daarom zelf tekort hebben gedaan als wij hadden nagelaten om die of die op te zoeken.
Ons dagelijks werk
Behalve het omzien naar elkaar in de christelijke gemeente, hebben de meesten van ons hun dagelijks werk. De een heeft zijn werk op een fabriek, de ander op een kantoor. Boeren houden zich bezig in de wei en in de stal, leraren geven iedere dag les.
Het beroep dat wij uitoefenen is ons van Godswege op de handen gelegd. Dat wij getrouw ons beroep zullen uitoefenen, zal eenieder begrijpen. Luiheid wordt ons door de Schrift niet voorgehouden. Wanneer wij lui zijn, worden wij aangespoord om een kijkje bij de mieren te nemen.
Nu staan wij er in 't algemeen bekend om dat wij ijverig ons werk doen. Onze calvinistische inslag schijnt daarvan de oorzaak te zijn. Ik kan dit niet zo beoordelen, maar wat ik wel weet is dat werken een grote zegen is. Men gaat dit des te meer ervaren als men lange tijd door ziekte of anderszins buiten het arbeidsproces heeft gestaan. Wat kan men de arbeid dan missen! Waarom eigenlijk? Niet alleen om de verdiensten, maar vooral ook om de genoegdoening die de arbeid ons kan geven. Wat dit laatste betreft maakt het natuurlijk wel verschil wat voor werk men doet. Ik kan mij heel goed voorstellen dat de arbeid niet altijd zoveel genoegdoening schenkt als men een hele dag een en dezelfde handeling aan een machine verricht. Afwisselend werk zal zeker meer genoegdoening geven. Toch behoeft eentonige arbeid niet altijd zonder genoegdoening te zijn als men ziet op het uiteindelijke resultaat van de handeling.
Hoe het ook zij: Wij leven niet om te werken, doch wij werken om te leven. En dat werk kan zoals ik schreef ons veel genoegdoening schenken. Daarbij zeg ik niet dat arbeid de groei van het geloof niet in de weg kan staan. Dat is zeer wel mogelijk. Eenieder zal mij toegeven als ik stel dat het werk ons hart mag hebben. Het maakt echter wel verschil of wij een workaholic zijn. Deze laatste is iemand die helemaal door het werk in beslag genomen wordt. Er wordt eigenlijk slechts aan één ding gedacht: werken, werken en nog eens werken. Tijd voor ontspanning is er niet. Helaas... is er ook geen tijd om met anderen van de gemeente midden in de week een bijbelkring te vormen. God en Zijn dienst worden gereserveerd voor de zondag, doch van maandag tot en met zaterdag is men alleen met en voor zichzelf bezig. Hard werken is goed en een hart hebben voor het werk is zeker niet verkeerd, maar niet op de wijze waarop een workaholic bezig is. Voorzover er van geloof in zijn leven sprake is, zal dit geloof niet alleen niet groeien, maar zal er zeer zeker van achteruitgang sprake zijn. En niet zo'n klein beetje ook! Wat zeker is: het geestelijk leven wordt steeds minder en men gaat schade lijden aan z'n ziel.
Een nog ander gevaar
Ik denk aan een nog ander gevaar dan het eerder gesignaleerde. Wij kunnen onze arbeid precies zo verrichten als de wereld dit doet. Onder de wereld versta ik dan allen die met God en Zijn dienst geen rekening houden. Zowel de christen als de nietchristen doet trouw zijn werk. Echter... zij denken nergens anders aan dan aan het product dat zij onder handen hebben en wat het ze zal opleveren.
Wat ik daarmee bedoel? Niets anders dan dat de gedachten en de aandacht van de christen en de niet-christen voor het werk in niets van elkaar verschillen. Bij beiden gaat het om almaar meer en almaar beter. Vooral de materie, de Mammon, heeft beiden te pakken. De aandacht van beiden is gericht op deze wereld en wat van deze wereld is. Maar is dat een juiste houding, met name van de christen? Behoort ook onze arbeid niet gericht te zijn op de eer van God? Staat er niet geschreven: 'Wat gij ook doet, doet het alles ter ere Gods'? Het staat er nog altijd geschreven! Niet om het terzijde te leggen, maar om het ter harte te nemen.
In onze tijd wordt ons wel eens voorgehouden dat er sprake is van weinig groei in het geloof. Nu denk ik dat wij met zo'n uitspraak voorzichtig moeten zijn, want waaraan zal men deze groei afmeten? Groei in het geestelijk leven is niet altijd meetbaar. De oorzaak daarvan is dat de Heere een andere meetlat hanteert dan wij dat doen. Wel kan gezegd worden dat er van achteruitgang in het geloofsleven sprake is als wij opgaan in wat de arbeid ons opbrengt. Wat is dan nodig? Nodig is wat de apostel Paulus ons voorhoudt: een verandering van denken (metanoia). Wij noemen dit: bekering.
Ook wil ik niet verhelen dat onze arbeid alles met ethiek te maken heeft. Er wordt wel eens gedacht dat onze arbeid niet te maken heeft met bijbelse normen. Dat dit een verkeerde gedachte is, zal ieder begrijpen. In alle omstandigheden behoort ons werk de normen te doorstaan die ons door het Woord gegeven worden. Ik ga hier nu niet verder op in. Niet alleen de Schrift heeft het over een arbeidsethos, maar ook de Heidelberger Catechismus in zondag 42. Onze inkomsten behoren wij op een eerlijke manier te verkrijgen. Is dat niet het geval, dan zal dit een oorzaak zijn ten gevolge waarvan de groei in het geloof belemmerd wordt.
Wellicht dat iemand de opmerking wil maken dat de groei van het geloof toch een werk van de Heilige Geest in ons leven is. Jazeker, en dat ontken ik volstrekt niet. De groei wordt gewerkt door de Heilige Geest en Hij gebruikt daarvoor het Woord. Maar... wij moeten niet vergeten dat wij door een slordige of goddeloze levenswandel déze groei en dus het werk van de Heilige Geest danig in de weg kunnen staan. Zelfs is het mogelijk de Heilige Geest uit te blussen.
Dit rubriekje afrondend stel ik dat ons werk alles te maken heeft met groei of achteruitgang in het geloof. Wij kunnen het dagelijks leven en daarmee de arbeid niet isoleren van het geloof. Geloof en arbeid, arbeid en geloof hebben alles met elkaar te maken. Wel maak ik de opmerking dat het niet verkeerd zou zijn als er over de arbeidsethos meer nagedacht zou worden dan nu gedaan wordt. Wat is een bijbelse d.i. gereformeerde arbeidsethiek met name in onze complexe (ingewikkelde) samenleving? Zo'n arbeidsethos is van belang voor alle beroepen en niet alleen voor de beroepen die alles met de verzorging te maken hebben.
Heiliging
De groei van het geloof of de achteruitgang van het geloof heeft alles te maken met de heiliging van het leven. Uit het bovenstaande zal het ons duidelijk zijn geworden dat deze heiliging alles te maken heeft met het beroep dat wij uitoefenen. Maar dat er nog vele andere terreinen van het leven zijn waarvoor dit geldt hoop ik een volgend keer uiteen te zetten. (Wordt
Barneveld G. S. A. de Knegt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's