Job, een vriend
'En zij waren het eens geworden dat zij kwamen om hem te beklagen en om hem te vertroosten. Daarna opende Job zijn mond.' Job 2 : 11b en 3 : 1a
Als de nood op het hoogst is, is de redding nabij. Een bekend gezegde. Of het altijd opgaat is een tweede. In ieder geval is wel waar: als de nood op het hoogst is, is de Redder nabij. Soms gebruikt God wegen van diepe nood om Zich bekend te maken. Dan blijkt: Hij is nabij. Nu Job alles kwijt is en zijn vrouw hem aanmoedigt God te zegenen en te sterven, nu betoont de HEERE dat Hij dichtbij is. Zo mogen we toch het komen van de vrienden zien. De HEERE toont Zijn aanwezigheid door op het juiste moment vrienden te sturen. Ongeacht alles wat er te zeggen valt van hun redevoeringen dit voorop: ze zijn er. In tijd van nood leert men zijn vrienden kennen. Sterker nog: in tijd van nood kan je de HEERE leren kennen. Als Job dreigt te wankelen dan geldt wat een dichter veel later schrijft: hij schraagt me als ik wankel, hij draagt me als ik viel.
Wat zijn eigenlijk vrienden? De Spreukendichter geeft er een beschrijving van: een vriend heeft te allen tijde lief. Dat is een vriend, die je niet in de steek laat als de omstandigheden veranderen. Vrienden vragen kennelijk niet: wat heb ik eraan als ik hem bezoek? Maar: wat heeft hij eraan, als ik hem bezoek? De vrienden van Job, ze zijn er ook als het Job in alles tegenzit. Ondanks dat Job straks zal zeggen: jullie zijn slechte vertroosters. Toch: ze zijn er op het moment dat Job ze nodig heeft. Het is hun kennelijk ter ore gekomen wat er gebeurd is. En ze zijn het eens geworden: we moeten naar Job toe. Ze komen om hem te beklagen en om hem te vertroosten. En daarom zwijgen ze. Want hier geldt inderdaad: spreken is zilver, zwijgen is goud. Ze bedrijven rouw met hem. En proberen zo dicht bij hem te zijn. Ze tonen daarmee: wij zijn er ook stuk van! We weten geen woord ter bemoediging te spreken. Ze beklagen hem, niet in de zin van de negatieve klank die het woord het bij ons gekregen heeft maar in de betekenis van: meeleven. Beklagen en vertroosten.
De bedoeling was goed, maar mensen zijn slechte vertroosters. Maar nogmaals: ze zijn er.
Waar de familie het laat afweten, daar zijn de vrienden er. En zijn vrienden spreken straks met hem over God. Alleen het vervelende is dat ze een verkeerd beeld van God hebben en daarom verloopt de communicatie met hun vriend niet goed. Maar het feit dat ze gekomen zijn en spreken willen over God dat getuigt van vriendschap. De beste tijd met zijn vrienden is wel geweest de tijd dat ze zwegen. Stil het leed proberen in te leven. Delen met de ander. Gedeelde smart is halve smart. En zo zwijgen ze zeven dagen en zeven nachten.
Daarna opende Job zijn mond. Het is niet gering wat er dan over zijn lippen komt. We schrikken ervan. Hij vervloekt de dag van zijn geboorte en hij zegt: als ik dan al geboren moest worden, waarom ben ik dan niet jong overleden? Dan had ik het niet allemaal mee hoeven maken. Of waarom sterf ik nu niet? Daarna opende Job zijn mond. Waarna? Er is een tijd van zwijgen geweest. Een week lang. En wat daarvoor gesproken is dat staat uitdrukkelijk vermeld. Het zijn die geweldige woorden: de HEERE heeft gegeven, de HEERE heeft genomen, de Naam des HEEREN zij geloofd! Het ligt heel dicht bij elkaar: de HEERE zij geloofd! Vervloekt zij de dag... Jakobus zal later schrijven: uit dezelfde mond komt voort zegening en vervloeking. Door haar (de tong) loven wij God en de Vader, en door haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis van God gemaakt zijn. Jakobus meldt trouwens ook dat dit zo niet mag zijn. Intussen komt het meer voor in de Bijbel dat mensen zo moedeloos zijn dat ze ofwel hun geboortedag vervloeken (Jeremia) ofwel wensen te sterven (Elia). Ook Gods kinderen kunnen wel eens aan het eind van hun krachten zijn. Zo ook bij Job. Was ik maar nooit geboren. Waarom ben ik niet gestorven? Waarom zijn mijn knieën voorgekomen, en waartoe de borsten opdat ik zuigen zou? Kortom: hij vraagt zich af waar het leven toe dient. Als ik jong gestorven was - zo denkt hij hardop - dan had ik nu rust gehad. Is dat nou Job? Ja dat is Job. En misschien staat hij nu wel dichter bij ons dan in de schildering van hem in hoofdstuk 1. Ook iemand die vroom is en de HEERE vreest is wel eens het spoor bijster. En zo worstelt Job met God.
Maar intussen: juist hieruit blijkt dat hij de HEERE niet vaarwel gezegd heeft. Want het mag er dan de schijn van hebben dat Job tegen zijn vrienden spreekt, intussen spreekt hij rechtstreeks tot de HEERE Zelf! Hij is - zou je kunnen zeggen - in gebed. Hij worstelt met de HEERE met de inzet van Jakob: ik laat u niet gaan tenzij dat Gij mij zegent! En zo zoekt hij antwoord op de vraag waarom hij nog leeft. Waarom hij nog in leven is? Dat zien we in het eerste hoofdstuk. Om God te loven! Hij beantwoordt nog steeds aan zijn levensdoel in hoofdstuk 1. Leven is loven. Maar een Godlover kan ook wel eens de weg kwijt zijn. En soms in de nacht niet meer kunnen zingen, omdat hij God niet meer verwacht.
Komt Job zo niet heel dicht bij ons te staan? Hoe nu verder? Misschien is dat ook de vraag voor u. Voor u die ook wel eens (misschien op dit moment wel) het niet meer weet. Hoe nu verder? Waarom nog te leven? Omdat u een vriend hebt! Een vriend heeft te allen tijde lief, ofwel:
Eén(!) Vriend heeft te allen tijde lief. Waar aardse vrienden ontrouw blijken, mag van deze Vriend geweten worden: Hij blijft trouw! Hij bleef trouw tot in de dood. En Hij zegt Zelf: Gij zijt Mijn vrienden. Allemaal? Gij zijt Mijn vrienden als u doet wat Ik u gebied. Geen dienstknechten meer, maar vrienden. Ja deze Vriend, zette Zijn leven in voor ons behoud. Hij is het die ons Zijne vriendschap biedt. Hij is de Middelaar. Hij verzoende door Zijn lijden en sterven ook alle opstandige gevoelens en woorden. En Hij kan - zo meldt ons het Nieuwe Testament - medelijden hebben met onze zwakheden. Daarom: de Naam des HEEREN zij geloofd!
Kampen G. H. Koppelman
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's