De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belangrijk en waardevol SoW-rapport over verzoening

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belangrijk en waardevol SoW-rapport over verzoening

Dr. G. van den Brink in het Nederlands Dagblad

8 minuten leestijd

De commotie die de boeken van H. M. Kuitert en C. J. den Heyer over resp. de persoon van Christus en de verzoening alom teweeg brachten, was voor behoudende organisaties in de NHK en GKN aanleiding aan hun synodes te vragen om over deze kernzaken van het christelijk geloof een helder, belijdend geluid te laten horen. Het verzoek kwam terecht op het bordje van het bestuur van de zogeheten triosynode. Die honoreerde het, en beloofde met een synodaal rapport over beide thema's te komen. Dat rapport liet even op zich wachten, maar onlangs is het verschenen. Hoofdopsteller was de hervormde Utrechtse dogmaticus J. Muis; meegelezen werd door de hoogleraren G. G. de Kruijf (Leiden, ook hervormd) en A. van Egmond (VU, gereformeerd).
Bij een geschrift met een dergelijke voorgeschiedenis is de verleiding groot voortdurend allerlei kerkpolitieke motieven achter de tekst te bevroeden. Ik wil me echter zoveel mogelijk beperken tot wat er gezegd wordt zonder te speculeren over waarom of voor wie het gezegd wordt. En kort en goed: wat er gezegd wordt, mag er zijn. Jezus Christus, onze Heer en Verlosser is een rapport geworden waarin in nauwe aansluiting bij de klassieke belijdenisgeschriften van de reformatorische kerken in de context en taal van onze eigen tijd uitgezegd wordt wie Jezus Christus is, en hoe Hij ons met God verzoent. Vooral de taal van het rapport heeft me getroffen. Het rapport slaagt erin belangrijke klassieke noties over persoon en werk van Christus in algemeen verstaanbaar Nederlands onder woorden te brengen. Dat is precies waar we als orthodox-gereformeerden zo dringend behoefte aan hebben: aan mensen die het klassieke geloofsgoed weten te verwoorden in een taal die breed toegankelijk is. Welnu, dat is waar dit rapport m.i. een goede aanzet toe geeft. Helder wordt uiteengezet hoe de kerk vandaag het geloof van de kerk der eeuwen kan voortzetten.

               * * *

Na de inleiding wordt eerst het geloof in Jezus Christus omschreven (h.2). Dat gebeurt met drie woorden: Hem komen de titels 'Heer', 'Verlosser' en 'Zoon van God' toe. Ten aanzien van de derde titel verloopt het betoog genuanceerd, maar dat is ook terecht want de term 'zoon van God' wordt in de Bijbel niet exclusief voor Christus gebruikt. In aansluiting aan het Johannes-evangelie wordt over Christus' zoonschap gesproken als over de unieke eenheid tussen Hem en de Vader in handelen en spreken. Men kan het betreuren dat in dit verband niet met Nicea over een wezenseenheid gesproken wordt; maar in dit stadium proberen de auteurs denk ik zoveel mogelijk de Schrift na te spreken, en daarin komt die term inderdaad niet voor. De godheid van Christus wordt intussen op geen enkele wijze gerelativeerd. Wanneer daarnaast ook aandacht gevraagd wordt voor zijn mensheid, en voor het onderscheid tussen Vader en Zoon (contra A. v. d. Beek? ), kunnen we dat alleen maar onderschrijven.
Hoofdstuk 3 bespreekt het thema van de verzoening. Verzoening wordt een kernwoord van ons geloof genoemd. Aansprekend is de wijze waarop het rapport vanuit de algemeen-menselijke ervaring van het kwaad in de wereld onze schuld aan de orde stelt. Kort en krachtig heet het: 'Onze diepste schuld is dat wij God tekort doen' (p. 14). Het is tegen deze achtergrond dat het goede nieuws van het Evangelie begrepen kan worden. Dat verkondigt ons immers dat God ons in Christus heeft bevrijd van de schuld. Dat is gebeurd in kruis en opstanding. Jezus' kruisdood geldt enerzijds als een menselijke misdaad, anderzijds wordt gesteld dat God Jezus' dood een plaats gegeven heeft in zijn plan (p. 16). Ik mag aannemen dat de auteurs met dat laatste doelen op de eeuwige vrederaad, aangezien God Zijn plannen immers niet al improviserend maakt. Hoe dat ook zij - het is deze werkelijkheid van Gods verzoenend handelen in Christus die het NT ons verkondigt. De sterkste bewoordingen waarin dit uitgewerkt wordt vond ik op p. 20: 'Hij heeft ons van God vervreemde bestaan en Gods toorn daarover op Zich genomen. (...) Hij heeft Gods oordeel over onze zonden gedragen'.

               * * *

Kunnen we in bovenstaande zin het woord 'oordeel' ook vervangen door 'straf? Daarover is het rapport onduidelijk. Via de gebruikelijke (maar onlangs door G. Plasger aangevochten) lezing van Anselmus stelt men in hoofdstuk 4 'straf' frontaal tegenover 'genoegdoening', en kiest men voor het laatste concept. Op dit punt neemt men dus afstand van antwoord 10-12 in de Heidelbergse Catechismus, waarin over genoegdoening én straf gesproken wordt (ik meen overigens dat ook Anselmus daar geen moeite mee zou hebben; algemeen zag men de dood immers met Paulus als straf-op-de-zonde; minstens in die zin droeg Christus in zijn kruisdood ook onze straf). Wanneer gesteld wordt, dat in de HC Gods liefde op de achtergrond dreigt te raken, dan isoleert men m.i. zondag 4-6 van zondag 1. Al zijn er ook in de orthodoxie weinigen die de betoogtrant van zondag 4-6 als aansprekend ervaren, toch had men hier m.i. een mijl verder kunnen gaan in het respectvol luisteren naar de confessie. Opmerkelijk is, dat met hoofdstuk 4 het eigenlijke werk al gedaan is. Men zou wat meer verwachten over de verhouding tussen de diverse beelden die een rol spelen in de verzoeningsleer, en de wijze waarop die in de traditie uitgewerkt zijn. Maar het rapport vindt het belangrijk zorgvuldig te onderscheiden tussen een verzoeningsleer (waarin die beelden nauwkeurig afgewogen moeten worden) en het belijden aangaande de verzoening. Vandaar dat hoofdstuk 5 ingaat op de verhouding tussen belijdenis-dogma-geloofsleer-theologie (een lijn waarop men steeds wat verder weg komt te staan van de verbindende kern).

               * * *

Hoofdstuk 6 en 7 zijn gewijd aan actuele uitdagingen die het belijden aangaande Christus en de verzoening bedreigen. In hoofdstuk 6, waarin de uitdaging van het moderne historisch onderzoek centraal staat, vinden we een duidelijke afwijzing van de christologie van Kuitert (dat deze op p. 43 niet bij name genoemd wordt, doet bijna koddig aan, zo dik ligt het er bovenop). De spanning tussen geloof en wetenschap is hier af en toe te snijden, maar de betekenis van historisch onderzoek voor het geloof wordt toch sterk gerelativeerd. Ons geloof hangt niet aan historische bewijzen, maar aan ons aangesproken en overtuigd zijn door Woord en Geest.
Hoofdstuk 7 keert zich vooral tegen de wijze waarop momenteel het begrip 'metafoor' door o.a. Den Heijer gebruikt wordt om een onbegrensd pluralisme in de verzoeningsleer te rechtvaardigen. Sterk wordt benadrukt, dat het metaforisch karakter van bijbelse taal niet inhoudt, dat er niet naar een eenduidige werkelijkheid verwezen wordt. Om die ene werkelijkheid van Gods verzoenend handelen moet het ons te doen blijven. Eerder al was in iets ander verband gesteld: 'De ruimte voor verschillende geloofsbelevingen is binnen de christelijke kerk niet onbeperkt' (p. 34). Al met al beluister ik in dit rapport een veel krachtiger - ook argumentatief onderbouwde - afwijzing van de standpunten van Kuitert en Den Heijer dan bijv. de gereformeerde synode ten beste gaf. De vraag blijft natuurlijk, wat dit, gesteld dat het rapport aanvaard wordt, in de praktijk gaat betekenen. De toon van het rapport is m.n. in de laatste hoofdstukken sterk apologetisch; de betoogtrant doet hier en daar denken aan de Utrechtse school, waarmee hoofdopsteller Muis de laatste jaren wat vertrouwd geraakt is. Voorzover ik overzien kan gaat het rapport daarbij nergens te kort door de bocht door zich te gemakkelijk van hedendaagse uitdagingen af te maken. De vragen van de wetenschap, ook van de historisch-kritische methode, worden bijvoorbeeld voluit serieus genomen. Maar er blijft ruimte om het geheel lofprijzend af te sluiten (hoofdstuk 8).

               * * *

Alles overziende valt er best het nodige op het rapport aan te merken. Zo vind ik dat het de gedachte dat Jezus niet geweten zou hebben de Zoon van God te zijn resp. gekomen te zijn tot verzoening van de zonden wel erg serieus neemt. Jammer is verder dat de verbinding die de Reformatie gelegd heeft tussen verzoeningsleer en pneumatologie niet voluit doorklinkt (hier werkt vermoedelijk het barthiaanse Anliegen van de drie opstellers door). Verzoening met God is toch niet slechts een voldongen christologisch feit, ze moet ook door de Geest telkens opnieuw uitgewerkt en ingewerkt worden in mensenharten. Dan pas komt het ook tot navolging in de verzoening (p. 21). In het spitsroeden lopen zegt het rapport soms net te weinig. Nog één voorbeeld: de opmerking dat niet God maar wij genoegdoening nodig hadden (p. 23) is strikt genomen juist, maar miskent dat er volgens het NT in de verzoening wel degelijk óók een spits is die op God is gericht. Ondanks dit soort kanttekeningen mogen we met dankbaarheid vaststellen dat dit eerste synodale geschrift van de SoW-kerken - gezien de voorgeschiedenis mogen we wel zeggen: wonder boven wonder! - een goed en waardevol rapport is geworden. Het is bepaald geen compromistekst, lijkt eerder uit één stuk geschreven, en straalt een zeker gezag uit. Het geeft behoedzaam leiding in lastige vragen, precies zoals je dat van de kerk mag verwachten. Het wordt nergens parmantig, maar spreekt op beslissende punten wel helder en duidelijk. We hebben hier van doen met een ondubbelzinnig Christus-getuigenis, dat hopelijk ter synode door de kerken eendrachtig ontvangen wordt, en dat zodoende ook onze samenleving kan bereiken. Laten in elk geval degenen die de betreffende boeken van Kuitert en Den Heijer met instemming lazen ook de inhoud van dit rapport serieus overwegen.

Bi;thoven               G. van den Brink

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Belangrijk en waardevol SoW-rapport over verzoening

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's