Zuilvorming en de kerken
Dezer dagen kwam ik de kwestie nog weer eens tegen. In 1959 ging de kerkenraad van de hervormde gemeente van Papendrecht niet in op een verzoek van de gemeenteraad, genomen na een raadsbesluit op voorstel van een PvdA-raadslid, om godsdienstonderwijs te geven op de openbare school. Het motief voor de afwijzing was, dat men koos voor de christelijke school en dat derhalve bemoeienis met de openbare school buiten het blikveld lag. Daarover was veel discussie in die dagen. De kerkenraden van de Gereformeerde Kerk en de Christelijke Gereformeerde Kerk ter plaatse gingen wel op het verzoek in. Drs. T. M. Gilhuis, de grote man van het protestants christelijk onderwijs in die dagen, schreef in Trouw, dat een openbare school met één uur godsdienstonderwijs nog geen christelijke school is maar dat hier wel sprake was van 'een geopende deur'. Van een reformatorische zuil, inclusief reformatorisch onderwijs was toen nog geen sprake. Gedacht werd vanuit de toenmalige protestants christelijke zuil. Zelf mengde ik me toen in de kwestie vanuit het theocratisch beginsel, inhoudende dat Gods recht het hele leven geldt. Wie dat belijdt en het volk wil oproepen om naar normen en waarden van het Evangelie te leven, zal ook datzelfde volk bekend (willen) maken met het Evangelie. Anders gezegd: dan gaat het om theocratische openheid naar de samenleving.
Pleidooi
Mij dunkt, dat vandaag wel geen kerkenraad meer zal weigeren om in te gaan op een verzoek, zoals door de gemeenteraad van Papendrecht werd gedaan. Men zou vandaag wensen, dat de kerk nog of wéér in beeld komt bij een gemeenteraad en er verzoeken kwamen om vanuit de kerk met het Evangelie present te zijn in de gemeentelijke samenleving. De tijd heeft niet stil gestaan. Het corpus christianum, waarvan in delen van het land of in afzonderlijke gemeenten toen nog sprake was, is verdwenen. De protestants christelijke zuil ging goeddeels teloor. En waar ze in stand bleef sloeg de de-confessionalisering toe. De zuil kreeg een andere sokkel, een ander fundament.
Van de weeromstuit kwam er een nieuwe zuil, de reformatorische, waarin vooral het reformatorisch onderwijs een plek kreeg. Die zuil werd vervolgens gedefinieerd aan de hand van kenmerken. De zuil was verder aanmerkelijk kleiner dan de protestants christelijke zuil, omdat het om een kleiner volksdeel ging en omdat ze gevestigd werd naast de nog altijd bestaande protestants christelijke zuil, die een eigen claim op het christelijk volksdeel behield. De opkomst van de protestants christelijke zuil aan het eind van de negentiende eeuw (rondom de schoolkwestie) betekende in zekere zin een afsnoering van het christelijke volksdeel van de rest van de samenleving. Maar de invloed ervan was, gegeven de getalssterkte, nochtans groot. De opkomst van de reformatorische zuil bracht verdere afsnoering met zich mee, met kleinere invloed.
* * *
Nu kwam er dezer dagen een opmerkelijk geluid van een theocraat in hart en nieren, t.w. dr. K. van der Zwaag, die nog niet zo lang geleden promoveerde op een studie over de theocratie, naar aanleiding van artikel 36 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis, getiteld Onverkort of gekortwiekt. In het studieblad Zicht van de SGP komt hij tot de uitspraak, dat de invloed van de refozuil op de samenleving nihil is. Ik geef twee citaten door, die ook in het Nederlands Dagblad stonden:
'Aan de ene kant isoleert de reformatorische zuil zich van de wereld, aan de andere kant doet ze ook volop met de wereld mee.' 'Zuilen werden steeds meer organisaties die zich richtten op het isolement, het bewaren van de eigen identiteit, het verdedigen van de eigen opvattingen, niet zozeer om een getuigenis te geven naar de wereld.'
Van der Zwaag vervolgt dan met te zeggen, dat er binnen de zuil in toenemende mate sprake is van onvermogen om werkelijk met de moderne cultuur om te gaan. Bovendien worden 'een belangrijk aantal theologische opvattingen' een keurmerk voor wie tot de zuil behoren.
Isolement
Deze dingen worden niet gezegd door een socioloog, ook niet door iemand, die buiten de zuil staat, maar door iemand die er midden in staat: lid van de Gereformeerde Gemeenten, werkzaam bij het Reformatorisch Dagblad, actief in de SGP. Het zijn geen opzienbarende of geheel nieuwe dingen, die hier zijn neergeschreven, wel alom waarneembare dingen. De zuil is bewarend voor een volksdeel - daarin ligt ook haar waarde - maar niet uitstralend naar het geheel van de samenleving. Dat ligt ook al in de begripsaanduiding opgesloten: een zuil staat, anders dan een beweging.
Er is - zo valt her en der te horen en te lezen - in toenemende mate sprake van een groepsisolement, dat nog versterkt wordt door een eigen cultuur. De muur tussen de zuil en de samenleving wordt hoger. Het is een zaak, die bij het reformatorisch voortgezet onderwijs al langer wordt onderkend, evenals het feit, dat men nochtans de wereld niet buiten de deur houdt. Want de zuil mag gesloten zijn, de samenleving zelf is open, ook naar de 'refo-jongeren' toe.
* * *
Intussen gaat Van der Zwaag nog een stap verder. Hij zegt:
'Kerken die volgens de Bijbel het Lichaam van Christus vormen en verenigd zijn door de katholiciteit van het geloof, lijken wel organisaties te worden in het zoeken van een eigen identiteit. Het gevolg is dat er beduchtheid ontstaat voor interkerkelijkheid omdat dit ten koste gaat van de eigen identiteit'.
Kern
Hier zijn we bij de kern van de zaak. Ik kies hier wel voor een andere invalshoek dan Van der Zwaag doet. Ik val hem helemaal bij als hij tot de conclusie komt, dat het binnen de zuil ontbreekt aan 'theocratische openheid' en 'missionaire theocratie'. 'Theocratie - zegt hij terecht - verdraagt zich dan alleen met zuilvorming als de zuil geen doel in zichzelf wordt, maar gericht is op een werkelijk doordachte confrontatie met de ander'. Dat beaam ik. Juist in de confrontatie met de ander groeit het getuigenis en blijkt hoe houdbaar de eigen identiteit is. Het zout moet niet in het vaatje blijven, de overtuiging niet in een zuil, van welke aard die ook is.
* * *
Dat de zuilvorming daarbij dan ook nog eens negatief uitwerkt op interkerkelijkheid, zoals Van der Zwaag zegt, is echter een bijkomend verschijnsel. Hij wil zoveel zeggen als: het lukt steeds minder om samen met anderen iets te ondernemen, omdat ieder binnen de zuil nog weer voor een eigen identiteit binnen de zuil opkomt. Van meer gewicht is naar mijn overtuiging, dat de zuil de kerk(en) zelf beïnvloedt. De vroegere protestants christelijke zuil werd gevoed vanuit de kerken, met name vanuit de Gereformeerde Kerken. Die hadden hun getuigenis naar de samenleving zelfs principieel uitbesteed aan de christelijke organisaties. De reformatorische zuil echter wordt niet echt gevoed vanuit de kerken. Daarvoor zijn kerken, die grosso modo het achterland vormen (of zijn gaan vormen) van de reformatorische zuil, zelf te zeer verdeeld. Het is eerder omgekeerd: de zuil beïnvloedt de kerken. De opgevoerde kenmerken voor de zuil gaan ook fungeren als kenmerken binnen gemeenten en krijgen zo een plaats binnen de kerken, terwijl de kerken zelf geen gemeenschappelijke, eenparige invloed hebben op de zuil.
Zo dreigen kerken zelf - dat onderschrijf ik met Van der Zwaag - organisaties te worden, die bepaald worden door een groepsidentiteit. Dan rijst de vraag of, bij gebrek aan openheid van de zuil, de betreffende kerken zelf nog de noodzakelijke theocratische en missionaire openheid naar het hele volk en de hele samenleving (kunnen) hebben.
Hervormd gereformeerd
Als hervormd gereformeerden zijn we geen kerk. Maar de zaak waarom het gaat raakt ons wel, omdat de hervormd gereformeerde sector ook bij de reformatorische zuil betrokken is, hoewel ze er slechts ten dele toe wordt gerekend. Via reformatorisch onderwijs, media en andere instituten, is de invloed van de zuil onmiskenbaar. De vraag is of dat ook onze kerkelijke openheid beïnvloedt. Als Van der Zwaag concludeert, dat vanwege de zuil het voor kerken al geldt, dat ze organisaties dreigen te worden, dan mag dit gevaar zeker niet worden onderschat voor de hervormd gereformeerde beweging. De interkerkelijkheid, waarover Van der Zwaag spreekt, staat onder druk maar ook de kerkelijkheid, het zicht op de (hele) kerk. In een interview in het RD ter gelegenheid van zijn veertigjarig ambtsjubileum sprak ds. A. Romein uit te hopen, dat de hervormd gereformeerden een bijdrage zouden leveren aan 'het belijden vandaag'. Hij wees daarbij op het boek van dr. W. Verboom over de Nederlandse Geloofs Belijdenis. Verboom staat zo met de belijdenis midden in de Leidse faculteit. Daarbij merkte hij op, dat de hervormd gereformeerde sector weinig oecumenisch besef heeft: 'Niets is zo versplinterd als de gereformeerde gezindte, en de versplintering neemt toe'. Dit raakt niet zozeer de interkerkelijkheid (de samenwerking) maar vooral ook de kerkelijkheid (het zicht op de kerk als Lichaam van Christus, in de katholiciteit van het geloof).
* * *
Theocratische openheid raakt het hele volk en de hele kerk. De vraag is of we als hervormde gereformeerden, om allerlei redenen (bijvoorbeeld SoW) maar zeker ook vanwege de nieuwe zuilvorming, niet hebben ingeleverd aan kerkelijke openheid en betrokkenheid. Dat zou tot schade van onszelf en van de kerk zijn. Daar kunnen andere invloeden bij worden genoemd. Maar vandaag gaat het me om de zuilvorming.
Vrijheid
Hier valt tenslotte nog één ding bij op te merken. Zuilvorming, van welke aard dan ook, die een groepsidentiteit bevordert, kan ook bedreigend zijn voor de geestelijke vrijheid. In het uiterste geval gaan niet meer de Schriften open als het gaat om geestelijke identiteit, maar kan een nieuwe traditie binnen de zuil, die door groepsdenken wordt gevoed, gaan heersen over de Schrift. Het groepseigene wordt norm. Waarbij ieder dan ook nog weer een eigen groep vormt, met gradaties in kenmerken. De gemeente van Christus is méér dan een groep, de kerk van Christus méér dan een organisatie. Als de invloed van een zuil op de samenleving werkelijk 'nihil' is en tegelijkertijd de invloed op kerken groot, moet gevreesd worden dat ook de invloed van dezelfde kerken op de samenleving mager is of 'nihil'.
Ik heb er in deze bijdrage geen behoefte aan erop te wijzen dat er nog zoveel goede dingen zijn. Het schilderij moet maar een keer hangen zoals het hangt.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's