De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

J. I. Packer, Fundamentalisme en het Woord van God (vertaling Paul de Gier van: 'Fundamentalism' and the Word of God; 1958/1996), uitg. Novapres 2000, ISBN 9063187173, 170 blz.
Fundamentalisme is een woord dat een slechte klank heeft. Niet alleen in de christelijke religie, maar ook in andere religies zijn fundamentalisten voor het gevoel van velen: autoritaire, geestelijk zelfgenoegzame lieden die met een aanmatigend dogmatisme wanhopig vasthouden aan conservatieve verouderde tradities, hun verstand op slot draaien en sektarisch hun eigen groep(sdenken) verheerlijken. Zo staan fundamentalisten bekend. En met al dit soort aanduidingen zijn ook evangelische christenen vaak in de hoek gezet.
James I. Packer, de internationaal bekende emeritus hoogleraar systematische theologie van het Regent College te Vancouver gaat in het begin van zijn boek 'Fundamentalisme en het Woord van God' uitvoerig in op die beschuldigingen en voert een pleidooi voor de oorspronkelijke betekenis van het fundamentalisme. Fundamentalisme is een scheldwoord. Maar van oorsprong is het een reactie op en protest tegen een militant en agressief modernisme (de liberale bijbelkritiek). Het is in feite een 20e-eeuwse benaming voor bijbelgetrouwheid. Dit fundamentalisme wil staan voor fundamentele leerstellingen van de Schrift, zoals het gezag, de inspiratie van de Schrift, de maagdelijke geboorte, de wonderen van de Bijbel, de heilsbetekenis van Christus' verzoenend lijden, Zijn opstanding en wederkomst; voor de realiteit van de zonde; voor de noodzaak van wedergeboorte en voor de plicht tot evangelieverkondiging. Het is opvallend, dat het bekende Nederlandse woordenboek van Van Dale in feite zo ook het fundamentalisme beschrijft als de 'orthodoxe, anti-liberale kerkelijke richting (in de Ver. Staten)'.
Packer voert in feite in zijn boek een pleidooi voor een christelijk (evangelisch) fundamentalisme, in de zin van: gelovig buigen voor wat God ons in Zijn Woord zegt. Dat is volgens hem de oudste versie van het christendom. Hoewel het woord fundamentalisme eigenlijk beter niet is te gebruiken vanwege de misverstanden die het oproept; het is één van de vele 'ismen'. Evenwel dient de strijd tegen het liberalisme in kerk en theologie, zoals die gevoerd werd door evangelische fundamentalisten in onze tijd onverminderd door te gaan. Want het liberalisme leeft nog steeds, ook in de zgn. bijbelse theologie waarin de historisch-kritische benadering van de Schrift nog steeds als basis voor het geloof wordt aangediend. Men gelooft niet, omdat God het zegt in Zijn Woord, maar men gelooft op basis van wat wetenschappers voor waar houden (dat is een andere gezagsbron dus). Het geloof echter heeft slechts één gezagsbasis: de Bijbel. Het geloof neemt de Bijbel zoals deze zich aandient (ook in de letterlijke uitleg ervan) en niet zoals in de kritische bijbelwetenschap die daar haaks op staat. De Bijbel is onfeilbaar, dat is geheel betrouwbaar. Het historisch-kritisch onderzoek van de Bijbel 'heeft ongetwijfeld enig licht geworpen op de menselijke kant van de Bijbel (stijl, compositie, geschiedenis, cultuur)..., maar onze kennis over het Woord van God is er nauwelijks door bevorderd' (106). Het geloof zit er niet op te wachten.
Over dit gezag van de Bijbel en de aard ervan schrijft Packer zeer lezenswaardige bladzijden. Deze bladzijden zijn het hart van zijn boek. Hoe dient de Schrift zichzelf aan? Daarbij gaat het over de wijze waarop Christus Zelf en de vroege kerk het gezag van de Schrift aanvaardden, over de eenheid en verscheidenheid inzake de verhouding Oude en Nieuwe Testament, over het ontstaan van de canon, over de inspiratie, over de zgn. menselijkheid van de Schrift, over het inwendig getuigenis van de Heilige Geest... Packer doet dit m.i. geheel in de lijn van de gereformeerde en puriteinse traditie. En deze overtuigingen houden naar zijn inzicht op geen enkele wijze in, dat wij niet 'wetenschappelijk' bezig moeten zijn met de vele vragen die zich juist hier aandienen.
Packer wordt ook in dit boek gedreven door apologetische motieven. Het gaat hem erom, dat mensen het geloof beter begrijpen en daarvan doeltreffender getuigen (7). Het geloof is met christelijke redelijkheid te verdedigen (120). Een vlammend betoog dat in de Amerikaanse context van groot belang is, maar niet minder ook in onze westerse wereld waar de liberale theologie al zo lang de fundamenten van het christelijk geloof heeft ondergraven. Soms lijkt het er wat op, alsof Packer de 'evangelicale theologie' ietwat op de troon zet. Maar dat is - denk ik - schijn. Hij heeft wel degelijk ook kritiek op 'evangelicalen' en wijst hen er terecht op, dat zij spoedig geneigd zijn alle 'wetenschap' als niet ter zake doende af te wijzen. Packers boek getuigt van grote denkkracht. Het christelijk geloof is niet onredelijk. Maar 'redelijk' dan wel te verstaan als: denken met een door de Geest geheiligd redevermogen. 'Een nieuwe Reformatie, gepaard gaande met een nieuwe Renaissance' (34). Met een hartelijke belangstelling voor de (historische) bronnen van het christelijk geloof. Of het dan in het geloof altijd zo toegaat, dat er eerst een aannemen van de Goddelijke Waarheid is en vervolgens een vertrouwen op die Waarheid, is voor mij nog de vraag. Het zou wel eens kunnen zijn, dat in onze postmoderne tijd niet allereerst het kenniselement van het christelijk geloof (dus het zgn. cognitieve aspect), maar juist het affectieve (de ervaring, bevinding) de weg is waarlangs het komt tot het aannemen van het Schriftgetuigenis als betrouwbaar en onfeilbaar. Maar dat doet niets af van het belang van pleidooien als die van Packer.
Na lezing van dit boek zeg ik: als dit evangelisch fundamentalisme is, dan ben ik graag een evangelische fundamentalist. Ik heb jaren geleden een ander boek van Packer gelezen dat heette: 'Knowing God' (in het Nederlands vertaald als 'God leren kennen'). Eén en al aanprijzing van God in al Zijn deugden. Daarom gaat het hem ook in het boek dat ik hier boven besprak. Ik beveel het graag ter bestudering aan. Het getuigenis van de auteur is werkelijk de moeite van het lezen waard. Moge God hem bij het ouder worden, ook in zijn pennenvruchten, nog vaak gebruiken tot zegen voor ons allen.

Bilthoven               C. den Boer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's