Reacties op dr. J. Hoek
Ingezonden
Op milde toon besprak dr. J. Hoek in twee artikelen het rapport 'Jezus Christus, onze Heer en Verlosser'. Het eerste artikel verscheen in de Waarheidsvriend van 16 november jl. en de tweede een week daarna. Hij ziet veel goeds in het rapport. Hij ziet het als een lijnrechte weerlegging van de visie van Kuitert en Den Heyer (punt 5 van het eerste artikel). Toch heeft ook Hoek hier en daar zijn bedenkingen. Die steekt hij ook niet onder stoelen of banken. Maar wat mij verbaast is dat hij op het beslissende punt geen vragen stelt en het doet voorkomen alsof het rapport het klassieke kerkelijke standpunt vertolkt. Dat ligt m.i. toch iets anders.
Graag onderstreep ik met Hoek dat er veel goeds over het rapport te zeggen valt. Opvallend is de grote behoedzaamheid en zorgvuldigheid waarmee de verzoening ter sprake gebracht wordt. Dat is te begrijpen tegen de achtergrond van de onrust die in de kerken ontstaan is. Dan kan het van wijsheid getuigen voorzichtig te werk te gaan om niet in een hinderlijke polemische stijl te vervallen. Toch kan de vraag gesteld worden of op dit moment de kerk behoefte heeft aan een rapport waar de voorzichtigheid vanaf straalt. Het is al vaker gezegd dat het om het hart en de kern van het geloof gaat. Het gaat ook om de vraag welke koers de Samen-op-Weg kerken zullen gaan varen. Gezien tegen deze achtergrond grijpt de discussie over de verzoening nog dieper in. Het gaat om een volgende stap op de weg van het belijden. En die stap zou wel eens een beslissende stap kunnen zijn. De kerk heeft, lijkt mij, op dit moment geen behoefte aan een rapport waar de zaken nog weer eens keurig op een rij gezet worden. Er is behoefte aan belijdend spreken van de kerk; en kan dat zonder klip en klaar bepaalde standpunten af te wijzen?
Waarom dan niet met heldere woorden gezegd dat het in de verzoening erom gaat dat in Christus God Zelf de schuld en de verlorenheid van ons mensen op Zich genomen heeft? Dat is het hart van het evangelie. Daar draait alles om en dat is een geloofsstandpunt dat iedere gelovige kan begrijpen (niet doorgronden). In dat ene zinnetje komt het hele verzoeningswerk in zijn volle diepte en rijkdom naar voren. Vandaaruit kunnen heel veel andere dingen gezegd worden en verduidelijkt worden, maar dit is de kern. Ik weet niet of het rapport dit ontkent. Maar ik vind wel dat het rapport daar onduidelijk over is. Misschien moet je tot de conclusie komen dat er een behoorlijke spanning bestaat tussen de diverse uitspraken van het rapport. Steeds weer wordt gesproken van het goddelijke van Gods Zoon. Is dit voldoende? Of klinkt hier een ander geluid door dan van het klassieke belijden? Hier mogen toch vragen gesteld worden? Ik begrijp de weinig kritische benadering van prof. Maris (RD 11-11-00) en van dr. Hoek dan ook niet helemaal. Er staat bijv. in het rapport: 'er is geen tijd en geen plaats waar God zonder Jezus en Jezus zonder God is' (pg. 8). Ben ik te kritisch als ik stel: u spreekt over de tijd, maar daar gaat het niet over; het gaat over de eeuwigheid, nl. dat Christus de eeuwige Zoon van God is. Ik lees op pg. 9: 'Jezus 'is' niet God, Hij is de Zoon van God en in die zin goddelijk. Zijn unieke eenheid met God blijft een unieke relatie tot God'. Waarom 'is' Hij niet God? Dat is nu juist de klassieke belijdenis. Er is een wezenseenheid tussen de Vader en de Zoon. Daar hangt ook ons behoud van af. De Zoon is niet de Vader en ook niet de Geest. Dat weten we. Zo hebben we het geleerd van de patres en de reformatoren. Maar Hij is wel God. Met minder kunnen we geen genoegen nemen. Als dat niet waar is dan heeft dus niet God Zelf maar een ander onze schuld op zich genomen. Dan zeg ik met een variant op wat Paulus zegt in 1 Korinthe 15: dan zijn wij nog in onze zonden en dan zijn ook verloren die in Christus ontslapen zijn. Het rapport zegt dus: 'zijn unieke eenheid met God blijft een unieke relatie tot God', maar wat zegt zo'n uitspraak? Elk kind van God staat in een unieke relatie tot God. Deze uitspraak werkt eerder mystificerend dan verhelderend. Ik lees ook dit (op pg. 8): 'in zijn zending en in zijn handelen en spreken is Jezus één met God en God één met Jezus'. Dat is waar. Maar het is niet alles en het is niet het beslissende. Hij is één van wezen met de Vader belijdt art. 10 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Zo'n uitspraak gaat een stap verder. Steeds als het rapport over de godheid van Christus spreekt volgt er een precisering. We moeten de uitdrukking godheid van Christus 'goed verstaan' (pg. 9), de Zoon van God is niet God, Hij is de Zoon van God 'en in die zin goddelijk' (pg. 9).
Op pg. 43 en 44 wordt voortgeborduurd op het thema 'goddelijk' en wordt onderzocht in hoeverre Christus wel degelijk krachtens Zijn unieke oorsprong goddelijk geweest zou kunnen zijn. Maar juist die term is verwarrend. Want is het voldoende dat de kerk belijdt dat Hij goddelijk is? Het rapport zelf stelt dat ook joodse bronnen hemelse en goddelijke wezens kennen die tot de sfeer van God behoren. Ik zou willen vragen: stel dat Jezus goddelijk is: wat is dan zijn unieke oorsprong? Want er zijn ook andere hemelse wezens die als zodanig beschouwd worden. Waar staat het rapport nu precies voor? Het gaat hier niet om bijzaken, het gaat om de prediking. Het gaat om het evangelie, om de bevrijdende boodschap van God. Hijzelf is gekomen. In Zijn Zoon is Hijzelf tot deze wereld gekomen; Hijzelf heeft de verlorenheid op Zich genomen en niet minder de schuld en de straf. Alles heeft Hij op Zich genomen. Alles gedragen, alles verzoend. Alleen zo is er een evangelie dat de moeite waard is om gehoord te worden en verkondigd te worden. Dat alleen geeft troost. Ten slotte: wat is precies het front waartegen het rapport zich richt? Is dat Kuitert en Den Heyer? Ik lees en 'proef' het rapport iets anders. Niet alleen de uitlatingen van deze twee hoogleraren zijn in het geding. Het lijkt me dat op dezelfde voorzichtige wijze ook afstand genomen wordt van de zienswijze van dr. A. v. d. Beek. Waarom eigenlijk? Ook daarover zou ik wel meer willen horen.
Wat is het front? Is het rapport niet eenzijdig binnenkerkelijk? Als we kruis en verzoening in relatie brengen tot de cultuur dan gaat het vonken. Dan wordt het pas duidelijk dat we te maken hebben met een vreemde boodschap. Kunnen we zonder zo'n confrontatie met de cultuur? We maken daar toch zelf deel van uit? Nu blijft het een binnenkerkelijk verhaal. Zelfs een beetje saai en dat over zo'n onderwerp!
Zoetermeer A. Prosman
Naschrift redactie
In overleg met dr. J. Hoek hebben we plaats gegeven aan deze reactie van ds. Prosman. Dr. Hoek zag af van een naschrift omdat hij alles gezegd heeft in zijn twee artikelen, inclusief zijn kritische notities bij het synoderapport. De vraag is hoe we echt recht doen aan de inhoud van het rapport als het gaat om de 'verzoening door voldoening'. Daarom hebben we bijgaand ook opgenomen het artikel, dat dr. G. van den Brink schreef in het Nederlands Dagblad en dat in lijn is met wat dr. Hoek schreef.
Red.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's