De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rapport gewaardeerd om theologische inhoud en pastorale toon

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rapport gewaardeerd om theologische inhoud en pastorale toon

Triosynode aanvaardt rapport 'Jezus Christus, onze Heer en Verlosser'

24 minuten leestijd

Zou u blij zijn als uw kerkenraad een stuk als dit ter bespreking ontvangt? Met deze vraag aan de leden van de triosynode legde prof. dr. J. Muis, opsteller van het rapport 'Jezus Christus, onze Heer en Verlosser' aan het begin van de bespreking de inhoud van het rapport aan het hart van de synodeleden. En één van de vragen, waarover de synodeleden zich in groepsbesprekingen een ochtend lang hebben gebogen, was: 'De verzoening wordt ons verkondigd als werkelijkheid en wonder' (citaat uit het rapport). Hoe realiseert zich dit in uw persoonlijk en kerkelijk leven? In die groepen werd zo de inhoud van het rapport in ontmoetingen in kleine kring beproefd en getoetst. Het was, zo rapporteerde dr. B. Plaisier, tot echte ontmoetingen over de volle breedte van de kerken gekomen. Daarna brandde de synode los in plenaire zitting. Liefst zes en dertig sprekers meldden zich. Aan het eind van de dag werd het rapport, het eerste van de SoW-kerken, met vijf stemmen tegen (1 hervormd, 3 gereformeerd, 1 luthers) aangenomen als synodaal geschrift over 'christologie en verzoening'.

Discussie
Vooraf had de commissie van rapport uitgesproken dat de pastorale toon van het stuk weldadig aandoet en geadviseerd dit stuk 'mede vanwege het belijdende karakter en de liturgische toonzetting in dankbaarheid te aanvaarden'. Daarbij werd gesteld:
'Niet de (moderne) overtuiging dat met rationele argumenten er een rapport geschreven zou moeten kunnen worden waar allen zich in kunnen vinden heeft tot dit rapport geleid, maar de (veeleer postmoderne) overtuiging één persoon de opdracht te geven die volop het vertrouwen geniet (als medeambtsdrager en als hoogleraar). De mogelijke punten van kritiek komen op deze wijze op de tweede plaats. Door een persoonlijk theologisch verantwoorde wijze van spreken worden ze overstegen.' Hier volgt nu eerst wat synodeleden te berde brachten, die een amendement indienden (er waren geen tegenvoorstellen).
   
Ds. B. H. Weegink, Katwijk aan Zee (hervormd) noemde het geschrift wel geen belijdenisgeschrift maar wel een geschrift met belijdend karakter. Zaken uit de belijdenis worden door-gezegd. Het stuk gaat in tegen de tijdgeest, waarin het zelfverstaan van de mens domineert. Hier gaat het om het 'Christusverstaan'. Er wordt ook in meervoud (wij) gesproken, niet individualistisch. Het groepeert de gemeente als kudde van de Herder. De kerk heeft iets te zeggen over vroomheid en eeuwigheid. Met dit rapport is er nu eindelijk eens geen thematiek aan de orde, die binnen SoW somber maakt, maar blij. Er worden niet alleen vraagtekens gezet maar ook stelligheden geuit: Dit zegt de kerk vandaag. Hij zou - en verwoordde dat ook in een amendement - het stuk aangeduid willen zien als pastoraal geschrift in plaats van kortweg synodaal geschrift. Omdat lezing van het geschrift wel (kennis) vooronderstelt, pleitte hij ook voor een samenvatting. 'Zoekende mensen lezen met ons mee.'
Ds. H. van Kapel, Buurmalsen (hervormd) stelde vragen bij de verwoording dat Jezus 'een unieke relatie met God' heeft. Verder stelde Hij de vraag of in de verzoening 'God ook niet íets met God heeft' (2 Kor. 5). Hij vond er ook geen verwijzing in naar de Dordtse Leerregels en zou het onjuist achten als dit geschrift een leesregel voor Dordt zou worden. Hij pleitte ervoor in de besluitvorming te zeggen, dat aandachtig in plaats van evenwichtig naar de belijdenis wordt geluisterd. Hij achtte het geschrift van belang voor het leven van de gemeente en stelde voor dat de classes naar hun oordeel worden gevraagd: 'ik wil het terug horen'.
Ds. P. van der Kraan, Bleskensgraaf (hervormd) zette in bij Fil. 4 : 8: '...al wat waarachtig is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt dat'. Hij onderstreepte het welluidende, de taal van het geloof in het rapport. Met grote dankbaarheid las hij het stuk, na de heel andere geluiden de laatste jaren. Hier gaat het om het wonder van 'de vreemde ruil'. We kunnen ophouden geloofsgemeenschap te zijn als het geloofsaspect als zodanig ontbreekt. Bij de aanduiding in het rapport, dat God de dood van Jezus opgenomen heeft in Zijn plan, zou hij graag 'de eeuwigheidsbedoeling' ('vanuit de eeuwigheid') benadrukt willen zien. En als het gaat om de lijn van Christus naar de christen zou het werk van de Heilige Geest genoemd moeten worden: niet alleen het werk van Christus vóór ons maar ook in ons. Hij stelde ook vragen bij wat over de Heidelbergse Catechismus en Anselmus wordt gezegd. Heeft Anselmus zijn leer ooit anders bedoeld dan in de Heidelbergse Catechismus (zondag 5 en 6 over de strafrechtelijke genoegdoening) heeft verwoord? Nieuw Anselmusonderzoek stelt dat zo. Maar nog nieuwer Anselmusonderzoek toont aan dat het bij Anselmus al ging om 'betaald en voldaan' (zie artikel van dr. G. van den Brink in dit blad vorige week, v.d.G.). 'U geeft de catechismus niet waar ze recht op heeft.' Ds. Van der Kraan achtte het dan ook nodig, dat de passage over de Heidelbergse Catechismus werd herschreven en bepleitte dat ook in een amendement.
Ds. K. Vogelaar, Rotterdam (hervormd) wilde dat het rapport in een herschreven versie niet alleen zo goed mogelijk verstaanbaar zou zijn voor buitenstaanders maar ook voor gemeenteleden en ook synodeleden.

* * *

Hierna volgde de rij van 36 sprekers. We geven van allen, hoewel beknopt, weer wat is gezegd.

Oud. C. Vreugdenhil, Velserbroek (geref.) zei: 'Dit is niet mijn rapport, ik sta aan de moderne kant'. Voor hem is het voldoende als gezegd wordt 'Jezus Christus is Heer'. Hij vroeg naar de status van het rapport. 'Kan ik nog als ambtsdrager verder met mijn visie?'
Ds. C. van Alderwegen, Terneuzen (hervormd) stelde verspreiding per Internet voor en pleitte voor een handleiding.
Ds. W. F. Metzger, Amsterdam (luthers) kreeg 'gaandeweg' meer waardering voor het rapport, dat voor hem geen eindpunt maar een vertrekpunt was. Hij zou wel de blijvende trouw van God aan Israël, in het begin van het rapport verwoord, meer terug hebben willen zien in het hele rapport.
Ds. W. L. Smelt, Stellendam (hervormd) vroeg nadere informatie over het zinnetje: Jezus 'is' niet God (het woordje is staat in het rapport tussen aanhalingstekens, v.d.G.).
Mevr. ds. T. Ferwerda-Scholten, Ede (geref.) merkte op, dat men in het geloof en in de liefde niets kan dwingen: 'geloof mag helemaal uit jezelf komen'. Er zijn in haar gemeente mensen die 'hoi' roepen bij Kuyper, Smytegelt en Kuitert. In de Bijbel gaat het veelvuldig om 'ruimte'. Ze wilde met dit stuk in gesprek' gaan binnen de gemeente.
Oud. H. Reurink, 't Harde (hervormd), die zich dankbaar toonde voor het geschrift, ging ook in op de leer van de verzoening bij Anselmus. Met ds. G. Boer stelde hij, dat Anselmus eerst wilde geloven en pas daarna begrijpen. Schuld brandde bij Anselmus op de ziel. Met dr. J. Hoek stelde hij, dat verzoening geen aanvulling meer behoeft. Prediking is bediening der verzoening (2 Kor. 5) en een mens moet zich ook laten verzoenen (Gal. 3 : 1). Paulus bracht met grote bewogenheid het kruisevangelie. Bij de lofprijzing aan het eind van het rapport zou hij bij Filippenzen 2 ook Psalm 36 vermeld willen zien.
Ds. D. Lof Buitenpost (geref.) vroeg of het bij Paulus om een verzoeningsleer ging of om het feit dat joden en christenen bij elkaar komen. Op exegetische gronden weerlegt Den Heyer de klassieke verzoeningsleer. Waar is de exgese in dit rapport?
Ds. G. J. van den Togt, Bleiswijk (hervormd) vond het stuk inspirerend en bezinnend. Hij toonde zich blij, dat de kerken zo op weg zijn naar eenheid in het belijden van hun geloof. Er was en is onrust in de kerken vanwege de opvattingen van Kuitert en Den Heyer. Het rapport zegt dat we ons niet 'beperken' tot hun opvattingen, maar het is veelzeggend dat slechts deze twee namen vallen. Hun visie heeft verdriet gebracht. Mag hier dan geen duidelijkheid worden verschaft? Hij wilde geen 'ketterjacht' en noemde een woord van J. H. Gunning jr., dat de kerk te zwak is om het geestelijk zwaard te hanteren. Er moet in de kerk daarom geduld en tolerantie zijn. Het gaat ook om het elkaar liefhebben (Joh. 1 : 4). Maar aan dwaalleraars hebben we wel onze belijdenissen te danken. Hij vroeg zich af, met verwijzing naar Titus 3 : 4, waarom de duiding van Christus als 'Heer en Verlosser' niet ook gesteld was in het licht van de toekomst. Toekomstgerichtheid geeft meer vreugde. Dan kunnen we iets zeggen van de hoop, die in ons is. Verder zou hij meer missionaire gerichtheid van het geschrift willen, tegen de achtergrond van de vraag hoe de verzoening kan worden gepreekt aan mensen, die niet weten wat schuld is. Er is immers ook verlegenheid inzake de vertolking van de verzoening. Het persoonlijk schuldbesef neemt af. Prof. Dr. M. J. G. van der Velden heeft aangegeven dat men daarom in de juridische termen van de Heidelberger de verzoening niet meer kan verwoorden. Hij pleitte voor een beraad ter bezinning op de vraag hoe te preken over de verzoening. Gaat het om een toornende God of om een trouwe Vader?
Diak. D. van der Boon, Lauwersoog (geref.) noemde het geschrift duidelijk en evenwichtig. Het spreekt de Schriften na, samenvattend wat de Schrift over Jezus Christus zegt. En als er nieuwe verwoordingen of nieuwe beelden nodig zijn: dan ook alleen naar het Woord. Het stuk is ook congeniaal met onze belijdenisgeschriften, als ook met artikel 1 van de kerkorde van de SoW-kerken. Er wordt klare wijn geschonken inzake de ontkenning van de verzoening. De kerk moet er op toezien dat ambtsdragers zich hiernaar richten. Er wordt in liefde verkondigd, beleden en beleefd.
Ds. H. Gijsen, Soest (hervormd) was dankbaar voor het geschrift, dat ruimte bood, met aan twee kanten oevers ofwel begrenzingen.
Ds. J. Tadema, Ferwerd (hervormd) noemde het rapport een goed binnenkerkelijk geschrift maar zou het herschreven willen zien voor buitenkerkelijken. Hij refereerde aan het zendingsbevel van Mt. 28. Verder verwees hij naar vraag en antwoord 29 van de Heidelberger: De ene Heer is ook de enige Verlosser. De behoudenis is in niemand anders (Hand. 4). Mevr. drs. S. Freytag (luthers) merkte op, dat in de lutherse traditie het belijden altijd ligt ingebed in de viering. Ze toonde zich blij met het persoonlijke element in het stuk alsook in de lofzegging ervan.
Oud.-kerkv. W. van Groningen, Goes (hervormd) had aanvankelijk scepsis, hij had zo'n rapport niet voor mogelijk gehouden. Dit stuk ademt een belijdenis 'waarmee ik kan leven en sterven' en heeft een inhoud 'waarmee ik in de kerk kan lezen en schrijven'.
Ds. H. Torenbeek, Emmeloord (geref., curator in Kampen) vroeg wat het Schriftwoord dat zegt, dat 'de wereld verzoend is' betekent voor de wereldgodsdiensten. Het rapport zou beelden van deze tijd moeten bevatten. De beelden uit de belijdenis zijn van oude tijden. Als synodeleden zeggen dat dit stuk 'duidelijk en helder' is, dan stelt hij vragen bij de status van het rapport: 'wat moet ik denken bij woorden als richtinggevend?'
Diak. J. Eits, Maartensdijk (hervormd) refereerde aan zijn geboortegrond in Friesland, toen gezongen werd 'Ik heb geloofd en daarom zing ik...' (Joh. De Heer).' Er is van 'verzoening door voldoening' niet zoveel meer over. Hij deelde 'helaas' de blijdschap van anderen over dit geschrift niet. Hij miste de 'eeuwige' verkiezing' (Christus heeft Zich van eeuwigheid Borg gesteld), de diepte van de zonde (de val in het Paradijs), de persoonlijke toepassing door de Geest en de betekenis van Christus' geboorte, hemelvaart en wederkomst. Het feit dat ruimte wordt geschapen voor de opvatting dat Christus Zijn eigen godheid niet besefte, achtte hij 'godslasterlijk'. Het stuk gaat rekkelijk om met de N.G.B., Nicea en Athanasius; noemt fraaie teksten maar de wezenlijke dingen glippen weg; aanvaardt het wetenschappelijk kritisch bijbelonderzoek (en komt zo uiteindelijk uit bij Kuitert); doet de eenheid van de Schrift geweld aan en miskent dat wij 'alleen maar kunnen dwalen' in plaats van zoeken. De Heidelberger stelt serieuze vragen, ook aan moderne mensen, maar geeft ook serieuze antwoorden. In het rapport ontbreken de 'tweeërlei kinderen des verbonds' en 'hemel en hel'. Het spoort niet met de belijdenis. 'Ik kan met dit rapport niet leven en sterven.' Eits herinnerde aan het pleidooi, dat de opsteller van het rapport jaren geleden hield vóór 'Leuenberg' tegenover 'Dordt', toen deze hem bijna over de streep haalde...
Oud. A. Steensma, Burgum (geref.) onderstreepte met ds. H. Torenbeek de noodzaak van nieuwe beelden. Hij was beducht voor uitspraken in het rapport die leden van zijn kerk niet kunnen meemaken. Er moet behoedzaam worden gesproken over het plaatsvervangend werk van Christus. Jezus bracht verzoening aan in intermenselijke relaties. Laten we zoeken naar wat de liefde van Jezus betekent in de ontmoeting met anderen. Dit rapport moet niet als shibboleth gaan werken. Wat is de status van dit rapport, met name met het oog op mensen, 'die niet kunnen geloven dat de kruisdood van Jezus de enige weg van verzoening is?'
Ds. D. C. Floor, Ede (hervormd) stelde, dat het hart van het reformatorisch belijden in het synodale geschrift in heldere taal wordt beleden. Dat blijkt nodig te zijn in deze tijd. Het eerste geschrift van de SoW-kerken is gelukkig een goed geschrift geworden. Laat dit maar uitgroeien tot een belijdend geschrift in plaats van 'Leuenberg'. In dit spoor moeten we verder gaan. Geen plurale kerk, wel een kerk met een zekere ruimte. Hij zou in het geschrift de godheid van Christus nog dieper beleden willen zien. Christus heeft niet alleen een relationele eenheid met God, ook een wezenseenheid. En hoe zit het met de triniteitsleer? Wordt verder aan de Heidelberger recht gedaan? Liefde is 'rechtvaardige liefde'. Liefde en gerechtigheid zijn verbonden in een diepe eenheid. Wat de historisch-kritische methode betreft stelde ds. Floor voor deze in een apart geschrift te behandelen. Nu gaat het erom de gemeente te bewaren bij de verzoening. Het gaat daarin om de eer van Christus. In grote dankbaarheid wordt Zijn heerlijke Naam beleden. We zijn op weg naar de bruiloft van het Lam vanwege het heerlijke verzoeningswerk op het kruis volbracht.
Oud. G. Veldman, IJmuiden (geref.) stelde, dat na de vele somber makende getuigenissen van hooggeleerden nu de zon doorbreekt. Hier is sprake van kerkopbouw. De Bijbel moet niet worden gelezen met een rood potlood. Hij heeft dit rapport met herkenning gelezen. Moeten we ons niet schamen, dat we anno 2000 nog zo moeten spreken over de vraag wie Jezus Christus is? Het rapport zegt dat historisch onderzoek en geloof 'niet altijd' samen gaan. Geloof en vertrouwen gaan wel samen. Welke geest houdt ons bezig, de tijdgeest? Toen Petrus tot Jezus zei 'ga niet naar Jeruzalem', kreeg hij ten antwoord 'ga achter Mij satan'. Dat de kerk nu met dit rapport komt is eerder een zaak van beschaming dan van trots. Hij herinnerde aan Psalm 2, waar gezegd wordt 'Die in de hemel woont zal lachen'. En 'kust de Zoon opdat Hij niet toorne'. Gods verborgen omgang is soms meer te vinden bij een behoudende ouderling dan bij een hooggeleerde.
Ds. S. H. Lanser, Heerlen (hervormd) zei afkomstig te zijn uit een confessioneel milieu in de Alblasserwaard en verzoend te zijn met zijn eigen weg als homoseksueel: 'Ik heb mij laten verzoenen'; verzoend en gerechtvaardigd. Er zijn goede elementen in de belijdenis van het voorgeslacht. Het rapport blijft steken in het persoonlijke, bij de Luthervraag 'hoe krijg ik een genadig God?' Het collectieve zou meer dienen te worden verwoord, zoals in het rapport, dat enkele jaren geleden werd uitgegeven onder de titel 'Kerk zijn in een mondiale samenleving'. Dan gaat het om de conflictlijnen tussen joden en Grieken, slaven en vrijen, mannen en vrouwen, homo's en hetero's. De missionaire en sociale aspecten moeten meer aandacht krijgen. Er moet meer recht worden gedaan aan de conflictlijnen bij Paulus. In Limburg gebruikt hij moderne beelden: de kompel, de buddy, de kameraad. En ten slotte: bij de lofprijzing hoort de schuldbelijdenis.
Diak. A. Guijt, Veenendaal (hervormd) sloot aan bij de door velen geuite waardering. De kernvraag is of het rapport helder genoeg is, niet alleen voor de kerk.
Ds. J. H. Schrijver, Woerden (hervormd) onderscheidde waardeoordeel en zijnsoordeel. Bij een waardeoordeel gaat er erom 'wat jij in Hem ziet'. Die vraag wordt ook aangaande Allah gesteld. In het rapport gaat het om een zijnsoordeel: belijdend hetzelfde zeggen wat Jezus over Zichzelf heeft gezegd, in eigen woorden. Men komt in het rapport niet steeds dezelfde woorden tegen, waarmee de orthodoxie vertrouwd is, maar wel de zaken. Hij zou meer verduidelijking wil hebben aangaande het kwaad. Het is beter te gaan van de schuld van de zonde naar het kwaad, dan van het (hedendaagse) kwaad naar de zonde. In dat verband noemde hij de reeks: schepping-zondeval-verlossing. Met betrekking tot de bijbelwetenschap signaleerde hij filosofische vooronderstellingen, die de Schrift overwoekeren. Daarom heeft zulk onderzoek mensen van de Bijbel vervreemd. De Bijbel moet worden benaderd vanuit de pneumatologie; ze is Geestes-Woord. Geloven in God is niet hetzelfde als geloven in historisch vastgelegde feiten, maar Gods daden zijn wel geland in onze geschiedenis.
Ds. A. V. de Nooy, Vlissingen (geref.) heeft geen vreugde beleefd aan het rapport. De uitdagingen zijn niet opgepakt. SoW wordt steeds meer een binnenkerkelijk gebeuren. Maar Jezus is Heer van de wereld. Heeft de kerk niets beters te zeggen tegen bijvoorbeeld New Age? Is er niet iets actuelers te bedenken dan 'Barmen'? De diakonale kant van Jezus blijft onderbelicht. Op zondag maken we ons druk om de incarnatie maar op maandag heeft dit geen betekenis voor de nood van de mens. Het geschrift - voorspelde hij - zal even snel vergeten zijn als ooit het 'Eenparig Geloofsgetuigenis' van de hoogleraren G. C. Berkhouwer en H. N. Ridderbos in de zeventigerjaren.
Oud. D. Snijders, Monster (hervormd) zei dat bij hem dankbaarheid ontstond, toen hij de bijbelteksten in de kantlijn opschreef. Wel vroeg hij waar de belijdenis was aangaande Jezus als God? Waar zijn Nicea en Athanasius? Hij refereerde aan dr. J. Hoek, die schreef, dat Jezus Christus gebleven is wie Hij was (rechtvaardig God) en geworden is wat Hij niet was (rechtvaardig mens). Het kwaad wordt in het geschrift z.i. te symbolisch geduid. De dood is toch het loon op de zonde? Hij refereerde ook aan prof. dr. A. de Reuver, die m.b.t. zondag 5 en 6 van de Heidelberger stelde, dat deze niet vrucht zijn van logisch denken maar van gelovig denken.
Ds. M. A. Kuyt, Veen (hervormd) typeerde het stuk als een krachtig 'nee' tegen het individualisme van onze tijd. Ruimte is niet onbegrensd. We zijn allen mensen, die van de 'vreemde vrijspraak' moeten leven. De kerk moet belijden dat autonomie van de mens niet kan. De 'plaatsvervanging' moet helder blijven klinken in de moderne cultuur. Hij was blij met dit stuk maar betreurde dat het pneumatologisch element ontbrak. Het deel krijgen aan de verzoening is net zo belangrijk als de verzoening belijden. De duiding van Jezus' 'unieke relatie met God' achtte hij te omzichtig. Ook uitte hij zorg m.b.t. de historisch-kritische benadering van de Schrift. Het Zelfgetuigenis van de Schrift moet duidelijk(er) hoorbaar zijn. Intussen sprak hij uit te hopen dat het stuk een goede respons zal krijgen in de kerken.
Diak. J. van den Mheen, Apeldoorn (geref.) zei dat bij hem bij lezing van dit rapport de lampen op rood sprongen. Het is een binnenkerkelijk rapport met vragen van vroeger. De afstand tussen de moderniteit en de klassieke verzoeningsleer wordt niet overbrugd. De kerk moet 'een compleet verhaal' schrijven. Hoe kon een stuk als dit ontstaan? In de voetsporen van Paulus, die óók al zo sterk op het kruis was gericht, dat het leven van Jezus op de achtergrond kwam.
Ds. P. Wilschut, Alphen (geref.) noemde het rapport een goede poging om wat ons verbindt met velen (ook in het voorgeslacht) te verwoorden. Over het waarachtig mens zijn van Jezus wordt in onze tijd veel geschreven. Wat betekent Jezus' jood-zijn voor de kerk en voor de dienst van de kerk aan de wereld?
Oud. H. D. van Egmond, Franeker (hervormd) noemde het geschrift evenwichtig en pastoraal. Waarom echter het belijden van het voorgeslacht als leidraad genomen? Zullen jongeren dat niet zwak van ons vinden?
Ds. J. H. Hamoen, Drachten (hervormd) zei, dat het geschrift urenlang door de collega's in Drachten was doorgepraat en dat er zo gesprekken plaatsvonden van hart tot hart. Er is gesproken zoals dat nooit eerder was gedaan. Dat heeft te maken met de zorgvuldigheid van het geschrift, het theologisch centraal stellen van 'de Heer' en de verrassend open aanzetten voor onze excuus-cultuur. Schuld en kwaad worden niet gebagatelliseerd. Daar kon men zich 'in de breedte van Drachten', waar ook een buitengewone wijkgemeente is, in vinden. De oudtestamentische achtergrond van de verzoening, bijvoorbeeld in de Psalmen, miste hij. Dit geschrift moet als pastoraal geschrift de gemeente in. Daarbij moet niet voorop staan: hoe vertel ik het Den Heyer?, maar: hoe vertel ik het aan mensen, die zijn vastgelopen met verzoening? Verzoening is vaak een dikke deken geworden, waaronder pijn en lijden worden dichtgesmeerd.
Ds. S. W. Bijl, Groningen (hervormd) was dankbaar: we spreken over één van de grootste wonderen, die in het leven van een mens kunnen gebeuren. Het gaat om Gods liefde tot ons en Zijn wereld. Dat moet implicaties hebben voor ons omgaan met elkaar, niet alleen binnen de kerk. Ethiek hoort ook bij de verzoening.
Oud. H. Hoogenhout, Baambrugge (geref.) zei met Psalm 27: hier weidt mijn ziel met een verwonderend oog. Maar komen wij zo niet 'te simpel weg'? Hij heeft, onder invloed van allerlei stemmen, anders tegen verzoening van schuld door het verlossingwerk van Christus aangekeken. Richtinggevende dogma's gingen wankelen. Dan ga je zelf ook wankelen. En dan verschijnt dit geschrift, waarin glashelder wordt verwoord waarom Christus' verlossingswerk in de belijdenisgeschriften kwam. Dit geeft een plaatsbepaling voor vandaag. 'Ik hoop van harte dat de kerk er breed mee kan instemmen. Als onze synode zich hier radicaal achter schaart krijgt de kerk nieuwe kansen.'
Ds. J. Harteman, Wezep (hervormd) zei, dat het geschrift het hart van het belijden raakt. 'Verzoening raakt mijn christen-zijn. Jezus Christus is in mijn plaats voor onze zonden gekruisigd.' We moeten onverkort het klassieke belijden handhaven: 'Ik ben met God verzoend in Christus. Niet het offer dat ik breng. Geen dode Jezus maar geloof in de levende Christus'. De opzet van het geschrift schept duidelijkheid, sluit aan bij het klassieke belijden. Hij kan er niet mee accoord gaan als zou worden beleden dat Jezus niet heeft geweten de Zoon van God te zijn. Instemming betuigt hij, behoudens wat gezegd wordt over de historisch-kritische wetenschap.
Ds. G. de Fijter, Kampen (hervormd) herinnerde aan een woord van ds. B. J. van Vreewijk die al eerder een goed inhoudelijk gesprek verwachtte. We zeggen samen: Jezus is het fundament, of Hij is het niet. Dit rapport zegt: Hij is het. Dit maakt mij vrolijk, het is een stuk, waarin Christus als Zoon van God wordt beleden. Indrukwekkend noemt hij het waar het rapport stelt, dat Jezus in Zijn sterven volbrengt wat God van ons vraagt. Ook hij bepleitte aandacht voor de pneumatologie (2 Kor. 5). Op Golgotha is de verzoening geschied maar het gaat door waar mensen tot God en de naaste worden gebracht. Dat is geen automatisch gebeuren. Het rapport moet blijven zoals het is maar moet wel op journalistieke wijze worden aangeboden aan onze excuus-cultuur. De verkondiging mag niet blijven hangen binnen een reservaat, wat de kerk zo langzamerhand in de samenleving wel is geworden. In het historisch onderzoek wordt de Bijbel anders benaderd dan in het geloof. De geloofsvoorstelling wordt daar gedaagd voor de rechtbank van de rede. Maar geloof en wetenschap dienen bij elkaar te blijven, wat gelukkig in het rapport ook zo wordt gezien. Ten slotte herinnert hij aan een woord van Bonhoeffer: 'wie op eigen gelegenheid een nieuw mens wil worden, blijft bij het oude'.
Diak. G. A. de Boer, Amersfoort (geref.) zei: 'we hebben geleden aan de discussies'. Nu is er indringend rapport: je kunt er niet omheen. We gaan de nieuwe eeuw in met de oude boodschap van verlossing voor een wereld verloren in zonde en schuld.
Prof. dr. L. J. Koffeman (geref.) zei, dat er zich een brede herkenning rondom dit rapport lijkt af te tekenen, waardoor het richting kan geven aan het gesprek over verzoening, 'of dat dan pastoraal of belijdend is'. Hij mist in de discussie dat zusterkerken over de schouders meekijken, zowel in als buiten Nederland, en stelt voor het rapport aan te bieden aan de Raad van Kerken, het COGG en kerken in het buitenland, 'ook waar weinig aandacht is voor dit thema'.
Ds. J. Stelwagen (hervormd visitator-generaal) merkte op, dat het rapport zorgvuldig van inhoud is en trefzeker geformuleerd. 'Is het erg dat er ook kritiek op is?' Paulus zegt in 1 Kor. 3, dat niemand een ander fundament kan leggen dan dat van Christus. Ook ons belijden is niet het fundament. Dat geeft ruimte voor eigen vragen. Wel wordt 'het pas kerk als er samen iets gezegd wordt'. In de visitatie komt men scepsis tegen als het gaat om het belijden van de SoW-kerken. 'Daarom hoop ik op brede steun'.

Beantwoording
Na deze woorden- en gedachtenstroom van de synodeleden was de taak aan prof. Muis om als opsteller van het geschrift te reageren. Hij deed dit in een bijna drie kwartier durend betoog, waarin hij op hoog niveau, bedachtzaam, zorgvuldig en integer inging op de gestelde vragen. Zijn betoog werd met applaus beantwoord. In het bestek van dit verslag willen we niet proberen zijn betoog hier weer te geven. Dat zou onvolledig en daarom niet verantwoord zijn. Nu het rapport echter door de synode is aangenomen en aan de kerken zal worden voorgelegd, zou het een mogelijkheid zijn — zo is mijn suggestie - dat wat prof. Muis ter beantwoording van de vragen en de kritische opmerkingen a '1 improviste heeft gezegd, in uitgewerkte vorm als bijlage bij het geschrift wordt gevoegd. Dan weet de kerk ook welke vragen bij het geschrift al zijn gesteld en hoe die zijn beantwoord. Ds. P. van der Kraan trok zijn bovengenoemde amandement in, in vertrouwen op de toezegging van de preses dat de passage over de Heidelberger nader zou worden bekeken. In ieder geval is het van belang dat ook de vragen, die hieromtrent gesteld zijn, een nadere, vastgelegde uitwerking krijgen.

               * * *

Ten aanzien van één kwestie geven we wél door wat door prof. Muis werd gezegd, namelijk inzake de Godheid van Jezus. Hij begon met te zeggen, dat het Woord vlees is geworden. Het was bij God en was God (Joh. 1). Waarom dan gezegd 'Jezus 'is' geen God?' Omdat er geen sprake is van 'getalsmatige' gelijkheid tussen Jezus en God. Omdat met de komst van Jezus op aarde God nochtans in de hemel bleef. De hemel werd niet leeg. Jezus is Dezelfde en toch anders. 'De duidelijkheid aangaande dit geheimenis kan ik niet verschaffen'.
In Nicea is gesproken over de wezenseenheid van Vader, Zoon en Geest. Maar vandaag leeft niemand meer met de 'ontologie' (leer van het zijnde) van toen. We moeten de begrippen van die tijd doorvertalen naar nu. Was Jezus alleen in relatie met God maar niet 'wezenlijk' God? De relatie tussen Jezus en de Vader is uniek. Daarmee is gezegd, dat wij in Jezus God Zelf ontmoeten. Deze eenheid met God was gedurende het hele leven van Jezus aanwezig. Relativeert nu het rapport de Godheid van Jezus? Wanneer we zeggen: Jezus is God (dat betekent: alwetend, almachtig, alomtegenwoordig), dan kun je de verhalen van het Nieuwe Testament, waarin Jezus ten volle mens is, niet meer lezen zoals ze er staan. Dan wordt het dogma van de Godheid van Jezus 'een waas voor onze ogen'. Men denke aan de verzoeking in de woestijn. Niet de wetenschap roept hier vragen op maar de bijbelteksten zelf.
Ons belijden van de godheid van Jezus is gewerkt door de getuigen en door de Geest, die overtuigt. Je kunt niet wijzen: hier is Jezus God. Met de middelen van de historische wetenschap is dan ook niet te bewijzen, dat Jezus Zich als God heeft gezien, noch ook het tegendeel. Omdat ons geloof niet op wetenschap berust, behoeven we echter ook niet bang te zijn voor de wetenschap.

Verademing
Het was al met al een verkwikking een triosynode mee te maken, waar zo fundamenteel, en soms hartverwarmend over het hart van het Evangelie werd gesproken. Er bleven en blijven vragen (te over). Waarbij we hebben te bedenken, dat de kerk als het over de twee naturen van Christus gaat, altijd heeft geworsteld om het geheimenis ervan in woorden te vatten. Nu deze synode dit geschrift heeft aanvaard, zal het zeker breed in de kerken besproken worden. Hopelijk inclusief de (kritische) vragen, die ook in ons blad zijn gesteld (dr. J. Hoek, dr. G. van den Brink, ds. A. Prosman), alsook die van de synodeleden. Hopelijk geeft het in heel de kerk een doorbraak in het belijden aangaande de verzoening, dat door uitspraken van Kuitert en Den Heyer de laatste jaren zozeer beduimeld is. Het ging weliswaar in de bespreking niet rechtstreeks over deze theologen. Maar ze waren achter de schermen, hoewel soms ook uitgesproken, aanwezig.

               * * *

De bespreking bleef geheel buiten de kerkpolitiek, iets waarvoor we ook herhaaldelijk hebben gepleit bij dit centrale thema. Nu de discussie op de triosynode is gevoerd, mag men ons echter niet euvel duiden als we zeggen, dat het wel uiterst teleurstellend was, dat het geschrift vanuit de Gereformeerde Kerken geen theologische bijval (van predikanten) heeft gekregen, wèl kritiek (in de lijn van Den Heyer). De bijval kwam van ouderlingen. Bij diegenen, die vóór aanvaarding van het stuk hebben gestemd, zal er zeker ook verschil zijn geweest in motieven. Dat het geschrift nodigt tot gesprek zal ook hier en daar wel de doorslag hebben gegeven. Dat is ook goed, al voegen we toe, dat we ons, ondanks kritische noties, die we zelf ook hebben, van harte verblijden over het richtinggevende en ook grensbepalende van dit pastoraal-theologische geschrift.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Rapport gewaardeerd om theologische inhoud en pastorale toon

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's