De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Groei en achteruitgang (7)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Groei en achteruitgang (7)

9 minuten leestijd

Een vorig keer schreef ik dat men soms van alles en nog wat doet om maar heilig voor de Heere te leven. Men neemt zich 's ochtends voor om dit of dat te doen. Helaas... aan het eind van de dag komt men er achter dat er van al die voornemens niets terecht gekomen is.
Houdt dit in dat die voornemens dan verkeerd waren? Ik zou het niet graag zeggen! Wie hiervan weet in eigen leven, is er maar al te goed mee op de hoogte dat deze voornemens 'bloedserieus' kunnen zijn. Niettemin blijkt dat zij alle als een zeepbel uit elkaar spatten.
Wat is daarvan de oorzaak? Het kan zijn dat wij te groot van onszelf denken en menen dat wij de heiliging van het leven zelf wel even klaren. Echter... wij vergeten dan dat niet alleen de rechtvaardiging, maar niet minder de weldaad van de heiliging door Christus verworven is. Hieruit valt op te maken dat de heiliging geen zaak van ons is die wij wel even zullen doen. Dat houdt ook in dat wij van geen enkele prestatie van onze kant een hoge dunk behoeven te hebben.
De wonderlijke vrijspraak (de rechtvaardiging) is genade, maar de heiliging is het niet minder. Wordt de rechtvaardiging ons eens en voor altijd geschonken, de heiliging ontvangen wij steeds opnieuw. Het is zoals Jezus zegt: 'Uit u geen vrucht meer tot in der eeuwigheid; uw vrucht wordt uit Mij gevonden.'
Vooral moeten wij niet vergeten dat wij niet heilig zijn om wat wij doen of nalaten. Ik schreef al eerder dat dit laatste niet van zoveel betekenis is. Neen, wij zijn niet heilig in en van onszelf! Wanneer God ons aanziet als heilig, zo is dit alleen in Christus. In de Borg hebben wij een volkomen heiligheid! Zowel de rechtvaardiging als de heiliging heeft Hij voor de volle honderd procent op het kruis van Golgotha verworven. In dit verband citeer ik nog eens Korinthe 1 : 30 'Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, die ons geworden is wijsheid van God en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing.'
Kort samengevat: in Christus hebben wij niet alleen de vergeving van zonden, maar niet minder de vernieuwing van het leven.En dat alles dankzij het kruis op Golgotha. Op het vloekhout heeft Jezus Christus geen half werk gedaan! 't Is een volkomen werk geweest. In Hem ziet God ons als volkomen mensen aan.

Troost
Wat ik hierboven heb geschreven bevat een rijke troost. Moest de heiliging van onze kant komen, 't zou niet veel betekenen. Wat zeker is: wij kunnen daarmee voor God niet bestaan. Alles, maar dan ook alles van ons zou te kort zijn. Voor Gods aangezicht zouden wij voor eigen rekening staan. Dat zou betekenen dat de Heere ons voor altijd zou moeten wegdoen. Maar... dat is niet het geval! Waarom niet? Omdat wij - zoals ik schreef - niet heilig zijn in onszelf, maar heilig in Christus. Hij is onze heiligheid. En omdat Hij dit is, zal Hij ons dadelijk aan Zijn Vader voorstellen als een bruid zonder enige vlek of rimpel. Denkt erom: dit geeft troost! Dat doet het met name in tijden waarin wij ontdekken én zien dat het met onze heiliging niets gedaan is. Wat kunnen wij dan opleven als het oog gericht wordt op Jezus Christus Die niet alleen de Heere onze gerechtigheid is, maar van Wie ook gezegd mag worden dat Hij onze heiligheid is. Hij alleen, maar Hij dan ook volmaakt.
Het is een bijbels gegeven dat Christus onze heiligheid is. Daarom mag óók gezegd worden dat er geen afval van de heiligen bestaat.
Het zal duidelijk zijn dat ik hiermee niet propageer dat men dan maar 'raak' kan leven. Wanneer dit gebeurt, heeft men er niets van verstaan wat het inhoudt dat Christus onze heiligheid is. Het wil juist troost schenken aan allen die verachteren in de genade en zich afvragen of zij het geloof niet zullen kwijtraken. Het mag ze gezegd worden dat de Heere ze nooit zal wegdoen. Waarom niet? Omdat hun heiligheid enkel en alleen in Christus wordt gevonden. Het ligt vast in Hem. Wie getrokken is vanuit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht, kan nooit kwijtraken wat men in Christus heeft ontvangen. Men bezit het voor altijd, ook al moet ik zeggen dat men dit niet altijd zo helder ziet en ondervindt. Het zicht daarop kan wel eens vervagen, soms zelfs helemaal verdwijnen. Maar juist dan mag men geloven dat in Christus heel de 'staat' (rechtvaardiging en heiliging) vastligt. Welke aanvallen van wie dan ook er mogen zijn, maar wat wij in Christus hebben, kan ons nooit ontnomen worden. Daarom zeg ik: 'Lof zij het Lam, dat Hij alles voor ons is, doch ook alles voor ons zal zijn.'
Alles ligt vast in Christus! Daaraan behoeven wij niet te twijfelen en nog minder te wanhopen. Het bewaart ons ervoor dat wij moedeloos zouden worden, maar ook dat wij ons in allerlei bochten gaan wringen om maar zo goed mogelijk voor God en de mensen voor de dag te komen. Terecht heeft H. F. Kohlbrugge gezegd: alleen Christus is onze heiligheid. Hij was er bevreesd voor dat wij de heiliging in en bij onszelf zouden gaan zoeken. Terecht kunnen wij daarvoor bang zijn. Wij ontnemen onszelf dan niet alleen de troost, maar ook doen wij Christus en Zijn volbracht werk tekort.

Spanning
Het zal intussen wel opgevallen zijn dat ik sterke nadruk heb gelegd op het 'in Christus heilig' zijn. Doe ik daarmee de Heilige Schrift recht? Ik meen van wel! Toch staat er nog wel meer in de Schrift. Ons wordt niet alleen een passieve zijde van de heiliging voorgehouden, doch niet minder wordt er een appèl op ons gedaan. Meer dan eens wordt tot allen die de Heere Jezus in onverderfelijkheid hebben liefgekregen, gezegd: 'Weest heilig, want Ik ben heilig.' Let wel: dit is niet alleen gezegd tot Israël onder de oude bedeling, maar niet minder tot de nieuwtestamentische gemeente. Het is waar als iemand mij zegt dat in de brieven van de apostelen niet altijd deze zelfde woorden gebruikt worden. Maar op de zaak zelf (de heiliging) leggen zij alle nadruk. Zij laten ons zelfs lezen dat de persoonlijke heiliging van eminent belang is voor de groei van het geloofsleven. Wanneer deze heiliging er niet is, zal er niet van groei maar van achteruitgang van het geloof sprake zijn. Men zal verstaan dat er een zekere spanning bestaat tussen het 'in Christus heilig' zijn en wat de Heere beveelt: 'Weest heilig, want Ik ben heilig.' Het lijkt haast op een tegenstelling. Wij zijn in Christus heilig, maar blijkbaar wordt er toch ook nog het een en ander van ons verwacht. Welnu, van een tegenstelling is geen sprake, wel van een spanning. Die spanning moeten wij ook maar zo laten. Zij bestaat hierin dat wij alles in Christus hebben, maar dat er een appèl naar ons uitgaat om heilig te zijn. Maar is dit laatste dan mogelijk? Ik denk niet dat het appèl uit de Schrift om heilig te zijn op ons gedaan zou worden als dit onmogelijk zou zijn. Daarmee wil ik vanzelfsprekend niet zeggen dat die mogelijk in ons wordt gevonden. Altijd blijft staan, ook na eens ontvangen genade: ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Hoe meer groei in het geloof, des te meer komen wij daarachter! Iemand heeft hiervan eens gezegd: 'Ik wist niet dat mijn tere ziel zoveel van het aardse overhield.' Hij zei dit na een jarenlange verborgen omgang met de Heere te hebben gehad. Wat is er daarom van ons te zeggen? Wij zijn en blijven na eens ontvangen genade vlees, niet anders dan vlees. En wat staat ervan geschreven? Niets anders dan dat het bedenken van het vlees vijandschap tegen God is. Als ik dit zo schrijf, zal ieder begrijpen dat het bij ons ten enenmale onmogelijk is dat wij gehoor zullen geven aan de oproep om heilig te zijn, omdat God heilig is. Echter... ook hier geldt wat de Heere Jezus Christus tijdens Zijn omwandeling op aarde gezegd heeft: 'Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.' Het appèl om heilig te. zijn heeft alles te maken met het werk van de Heilige Geest. Als ik dit zo stel, wordt de spanning die ik hierboven aangaf iets minder. Het heeft de schijn alsof de heiliging alleen een werk is van Christus, doch niets is minder waar. Het is een werk van God en wel van God de Zoon én God de Heilige Geest. Het is een werk buiten ons in Christus, maar het is niet minder een werk in ons door de Heilige Geest.
Het mag ook anders gezegd worden! De heiliging heeft een voorwerpelijke en onderwerpelijke zijde. Voorwerpelijk is zij in Christus en onderwerpelijk wordt zij door de Heilige Geest in ons leven gewerkt. Dat dit laatste terecht is, blijkt onder meer hieruit, dat wij spreken over God de Heilige Geest en onze heiligmaking. De Heilige Geest werkt het geheim dat wij in Christus heilig zijn in ons uit. Bij wat wij in Christus hebben en zijn, worden wij door de Heilige Geest betrokken. Het is met name de Heilige Geest die ons een nieuwe levenswandel voorhoudt en ons daartoe aanspoort. Door de Heilige Geest gaan wij verstaan én in de praktijk brengen wat er in Filippensen 2 staat geschreven: 'Werkt uwszelfs zaligheid met vrezen en beven...' Wanneer men deze tekst oppervlakkig leest of slechts voor een deel leest, zou men kunnen denken dat wij dan toch maar tot veel in staat zijn. Zo moet echter deze tekst niet gelezen worden. Wij behoren iedere tekst altijd helemaal te lezen en bovendien in de omgeving waarin deze gezegd of geschreven is. Duidelijk horen wij Paulus in Filippensen 2 niet alleen zeggen: 'Werkt uwszelfs zaligheid met vrezen en beven', hij voegt er onmiddellijk aan toe: 'Want het is God die in u werkt, beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.'
'k Moet zeggen: dit is een wonderlijke wederkerigheid. De Heilige Geest werkt in mij en dan begin ik ook te werken. Ik doe dit weliswaar niet los van het werk van de Heilige Geest. Neen, zo gaat het niet in zijn werk. De Heilige Geest werkt en ik werk in overeenstemming met Zijn werk. De Heilige Geest werkt - om een voorbeeld te geven - het geloof, maar dat wil niet zeggen dat de Heilige Geest voor mij gelooft. Ik zelf geloof door de Heilige Geest.

Boekt men vooruitgang?
Eerder in dit artikel schreef ik dat men wat ons betreft van de heiliging maar geen al te hoge verwachtingen moet hebben. Als dit het geval is, kan men dan spreken van vooruitgang, van een proces waarin vooruitgang geboekt wordt? (Wordt vervolgd)

Barneveld               G. S. A. de Knegt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Groei en achteruitgang (7)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's