De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belofte en aanbod van genade (7, slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belofte en aanbod van genade (7, slot)

De Erskines (5)

8 minuten leestijd

Belofte en verkiezing (vervolg)
De zienswijze dat de prediking van de Erskines niet ondanks maar dankzij hun predestinatiaanse grondovertuiging onvoorwaardelijk is, wordt bevestigd door de preek Christ the peoples Covenant (over Jes. 42 : 6), waaruit ik al herhaaldelijk citeerde. Ralph ontvouwt hier, in nauwe verwantschap met Thomas Boston, de ons al bekende gedachte dat het genadeverbond in de eeuwigheid is opgericht met Christus als Hoofd, en met de uitverkorenen, in Hem begrepen. Nu zijn er, zegt Ralph, van dit verbond twee exemplaren ('two copies'). Het ene is het origineel, geschreven in de hemel en geborgen in het kabinet van Gods verborgen voornemen. Het andere is een afschrift, geschreven in de Bijbel als het 'boek des verbonds'. In het origineel staan de namen van de uitverkorenen. Omdat dat verborgen is, stelt de Heere ons in de Bijbel een afschrift van dit originele geschrift ter hand. Dat hebt u, zegt Ralph, allen in handen. 'Het is in geopende vorm aan u allen gezonden om het te ondertekenen, door er een gelovige instemming en toestemming ('assert and consent') aan te geven, en door Christus aan te nemen als het Verbond des volks'. En dan volgt er een heel belangrijke passage. Om nu de weigeraars iedere verontschuldiging te ontnemen en om de uitverkorenen te vergaderen, wordt dit afschrift aan ieder van u gezonden, teneinde u een volledige en voldoende machtiging ('warrant') te geven om het voor uzelf te ondertekenen. Men kan nu eenmaal onmogelijk z'n naam direct in het origineel lezen. Eerst moet het afschrift worden ondertekend, en dan mogen we ons het origineel toe-eigenen. Maar is dit afschrift wel betrouwbaar? Ja, dat is het. Want het is een getrouwe kopie, die nauwkeurig ('exactly') met het origineel overeenkomt.
Erskines gedachtegang is hier verbazingwekkend. Uit het feit dat in het origineel alleen de namen van de verkorenen staan opgetekend, trekt hij niet de schijnbaar dwingende conclusie dat het Evangelie - als de exacte weergave van het origineel! - daarom ook alleen de namen van de uitverkorenen bevat en dus alleen aan hen gericht is. Nee, hij stelt dat het aan allen persoonlijk ('aan u') gericht is, zonder uitzondering. En wie wil weten, of z'n naam in het origineel voorkomt, die kan daarvan niet anders kennisnemen dan door zijn naam in het afschrift te lezen én die van z'n handtekening te voorzien. Wie dat weigert, verwerpt de persoonlijk aangeboden zaligheid en gaat dan ook niet verloren omdat hij niet uitverkoren was, maar omdat hij de lokstem van het Evangelie in de wind sloeg. Immers zijn naam stond onmiskenbaar in het afschrift van het origineel. Aan de (logische) vraag of in het originele verbondsboek dan ook de namen van de verworpenen staan geschreven, gaat Erskine voorbij. Er is maar één ding waarvan hij zeker is en dat hij kwijt wil, en dat is dat we ons te houden hebben aan het geloofwaardige afschrift in het Evangelie, waarin ons aller naam ontegenzeggelijk genoemd is.
Hoe luidt die naam precies, en ten behoeve van wie ligt dit verbond blijkens het afschrift nu gereed ('for whose behoof')? Het is niet voor verkorenen, maar voor verlorenen. Voor blinden en gebondenen. Voor mij. Al was uw naam zo snood als de hel, schrijf die nochtans met kapitale letters neer! De grond daarvoor is gelegen in het feit dat er al Eén is Die als eerste Zijn naam heeft ingevuld: 'Ik ben de Heere!' En het is de oneindig heerlijke naam van deze eerste ondertekenaar die onze zondaarsnaam bedekt en voor al de 'defects and deformities' van onze naam instaat. Wie wil wachten tot hij een betere naam te bieden heeft, kan wachten tot de dag des oordeels, en dan is het te laat. 'Nee, ge hebt in dit verbond niet anders te doen dan God te danken, Die het u nabij gebracht heeft, en het met uw hart te onderschrijven. Christus heeft van Zijn Vader de opdracht om zo'n ondertekening in ontvangst te nemen. En ieder die het ondertekend heeft, ontvangt het recht van bezit op al de goederen van het verbond'.
Maar is deze ondertekening dan overgelaten aan onze vrije wil? In geen geval. Want dan zou geen sterveling ernaar talen. Daarom is de krachtdadige toepassing van de verbondsgenade ('effectual application of the covenant grace') in het verbond mede beloofd. Christus Zelf staat daar als Borg voor in, ten behoeve van allen die Hem gegeven zijn. Of wij tot de schare van deze gegevenen behoren is dus cruciaal. Maar dat weet niemand a priori. Evenmin weet een mens bij voorbaat dat hij niet tot dat getal behoort ('Who knows that he is not of that numbèr? '). Wat dan te doen? Gebruikmaken van de machtiging om het verbond te aanvaarden, zoals dat is verzegeld in de doop. Wie heden niet ondertekent, die verzaakt metterdaad zijn doop en verkeert in duivelse handen. 'Waartoe - zo preekt Erskine - ben ik anders hierheen gezonden, dan om u te vertellen dat dit verbond voor u is? Er zijn maar twee woorden nodig om de hele zaak in orde te maken. Het ene woord is van God, Die zegt: 'Ik geef Christus tot een verbond'. Het andere woord is van u, door te zeggen: 'Ik neem Hem tot een Verbond voor mij'. Het eerste is al gesproken: 'Ik de Heere geef Hem'. En als ge het geloof begeert om te zeggen: 'Ik neem Hem', dan heeft het verbond dit antwoord in zijn schoot, want in het verbond is de Geest beloofd om het geloof te werken'. De Geest is immers aan Christus gegeven en Christus is gegeven om ons het leven in te ademen. 'Now, faith to take is covenanted', geloof om Hem aan te nemen ligt in het verbond gegarandeerd! Wanneer het verbond gegeven wordt, dan wordt alles gegeven. Maar, werpt iemand op: 'I think you leave me nothing to do at all? ' (Ik geloof dat u voor mij helemaal niets overlaat om te doen). Erskine's repliek is: 'Yea, as much as you can do, and that is just nothing' (Ja, zoveel als in uw vermogen is, en dat is precies niets)! Hiermee laat Ralph zich diep in zijn hart - en in zijn theologie - kijken. 'Het geloof is tevreden met déze voorwaarde: alles te ontvangen om niet'. Wie bevrijd wil zijn van de aanvechting ('temptation') niet tot de uitverkorenen te behoren, die moet deze 'gezegende overeenkomst' aannemen, en zijn verkiezing zal zeker zijn. Wie durft te zeggen dat hij een verworpene is? Ach, arme worm van een dag, wil je praten alsof je van alle eeuwigheid bij de geheime raad van de hemel bent geweest? Je moet liever de duivel van repliek dienen door te zeggen: wat ik ook zijn mag, dit verbond stelt mijn plicht vast, en daarom zal ik het wagen op het verbond en de roeping van God. 'Ja maar, als ik nu eens geen uitverkorene ben? Dan zal ik ook geen genade ontvangen om het gelovig op het verbond te wagen!' Erskine's reactie is treffend: 'Wat bedoelt ge, mens, met genade om te geloven? Wordt de genade om te geloven niet door een roeping als deze uitgereikt ('conveyed by such a call as this')? Wie dus die roep verwerpt, verwerpt de genade die het geloof werkt'. Het is immers Christus Die roept en Hij is het Al van het verbond, dus ook de auteur van het geloof.
Zo beijvert Erskine zich om voor zijn 'glorious Master' een bruid te werven. Wiens hart onder deze prediking door genade wordt gaande gemaakt om te ondertekenen, maar die moet bekennen: 'O, ik kan niet schrijven, niet geloven, niet ondertekenen, hoewel ik het zou willen doen met duizendvoudige welwillendheid ('with a thousand good-wills')', die komt Erskine royaal tegemoet: 'Ik zal u goed nieuws brengen. Christus heeft het boek van het verbond in de ene hand en de pen in de andere, gereed om uw naam erin te schrijven en voor u te ondertekenen. Verklaar slechts onder getuigen dat ge niet schrijven kunt en raak de pen maar aan, met de bede: 'Heere, schrijf Gij mijn naam neer', en stem in met elk artikel van het verbond, tevreden met heel de opzet ervan. If you do so? Well, it is done, for He hath the pen of a ready writer. Your name is within the bond already' (Als u dat doet? Wel, het is al gebeurd, want Hij heeft de pen van een vaardige Schrijver. Uw naam is reeds in het verbond). Zo realiseert zich de eeuwige raad van Gods genadige verkiezing in de actuele daad van de Evangeliebelofte.
Ik kom tot een slotsom. Dat genade vrije genade is betekent voor de Erskines niet dat de beloften vanwege de predestinatie uiteindelijk toch maar voor een beperkt aantal zondaren bedoeld zouden zijn. Het vrije van de genade betekent veeleer dat de beloften van het genadeverbond vrij toegankelijk en gratis toe te eigenen zijn, omdat ze - punt een - de onthulling bevatten van het welbehagen van de Vader, omdat - punt twee - hun geldigheid verankerd ligt in het offer van de Zoon en omdat ze - punt drie - hun krachtdadigheid bewijzen in de sprake van de Geest. De belofte van het Evangelie behelst niets minder dan het welgemeende, ondubbelzinnig genadige heilsaanbod van de drie-enige God. Deze belofte komt tot ons met het aanzoek en bevel om haar zonder reserve te geloven. Al wie dit gebod nu omzet in gebed, zal gegarandeerd ervaren dat de belofte werkelijk goedgeefs is: zij schenkt wat zij verlangt. De vaten mogen leeg zijn, maar de beloftebron blijft stromen.

A. de Reuver

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Belofte en aanbod van genade (7, slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's