De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staan in een minderheidspositie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staan in een minderheidspositie

Het noorden valt buiten hervormd gereformeerd gezichtsveld

10 minuten leestijd

Op zaterdag 18 november waren voorzitter ds. G. D. Kamphuis en algemeen secretaris drs. P.  J. Vergunst met vertegenwoordigers van tien hervormd-gereformeerde gemeenten, evangelisaties of kerkenraadscommissies in het noorden van ons land in Drachten bijeen. Het doel van deze samenkomst was niet alleen toerusting vanuit het Woord maar ook bemoediging door middel van uitwisseling van ervaringen. We spraken over het beeld dat elders in het land van de gemeenten in het noorden leeft, over de noodzaak van daadwerkelijke betrokkenheid op elkaar, over de mogelijkheid elkaar als gemeenten in het noorden te steunen en over de verhouding tussen gemeenteopbouw en missionaire activiteiten. Het was een dag waarin de zorgen rond de kleinschaligheid gedeeld werden, maar waarin vooral ook de vreugde om de voortgang van de Evangelieverkondiging in dit deel van ons land sterk ervaren werd!Tijdens deze ontmoeting werden er inleidingen gehouden door ds. P. Vernooij, predikant van de buitengewone wijkgemeente Julianakapel in Oude Pekela en van de Sionsgemeente in Assen (kerkenraadscommissie op geref. grondslag), en door de heer E. G. van IJken, scriba van de kerkenraadscommissie in Kollum. Bijgaand vindt de lezer de inleiding van ds. Vernooij.Red.

De kerkelijke kaart van Nederland is onverbiddelijk. Wie enigszins bekend is met de kerkelijke situatie van Nederland, kan dat beamen. De grens waarboven je nagenoeg geen hervormd-gereformeerde gemeenten vindt, ligt zo ongeveer bij Staphorst/Rouveen. De plaatsen daarboven waar nog een gereformeerd geluid klinkt, kun je op één hand tellen, zo denkt men. Laat ik eerlijk zijn: zo heb ik ook altijd gedacht. Totdat de gemeenten van Oude Pekela en Assen toenadering zochten. Beter gezegd; totdat de Heere mij naar het noorden riep.
Het noorden valt buiten het gezichtsveld van hervormd-gereformeerd Nederland. Ook bij predikanten komt die gezichtsveldbeperking voor. Hoe dat komt? Ik denk dat het antwoord al ligt in het feit dat wij hier, vanuit een tiental kleine gemeenten uit het noorden, bijeen zijn. Klein en verspreid. Verspreid tussen gemeenten die overwegend anders van kleur zijn. Gemeenten die al dan niet in een SoW-proces gewikkeld zijn om het hoofd nog enigszins boven water te houden. Daarbij komt dat de meeste van onze gemeenten (en dan nog in het gunstigste geval) helaas niet boven de status van een kerkenraadscommissie uitkomen. Zelf ben ik verbonden aan de jonge hervormde buitengewone wijkgemeente te Oude Pekela en aan de Sionsgemeente, een kerkenraadscommissie op G.G. te Assen. Zowel de buitengewone wijkgemeente als de kerkenraadscommissie - en ik kan daar in dit geval ook de evangelisaties bij noemen - benadrukt de kerkelijke situatie in het noorden. Staan in een minderheidspositie. Dat wordt nog benadrukt door het feit dat er weinig gemeenten vanuit andere kerkelijke denominaties zijn, waarmee wij ons verwant weten. De gereformeerde gezindte is in het noorden minimaal vertegenwoordigd.

Godsdienstig onderwijs
Als ik tegen deze achtergrond inga op mijn ervaringen als gemeentepredikant in het noorden, noem ik allereerst de plaats die je zelf als predikant inneemt. De meeste van je collega's in ring en classis hebben een andere visie op de Schrift, op het gemeente zijn en op de toekomst van de kerk. Dat resulteert daarin dat je buiten de ambtelijke vergaderingen weinig contact hebt met collega's. Studievrienden staan in plaatsen aan de andere kant van het land. Daarbij komt dat ook je familie en vrienden op grote afstand wonen. Heel concreet betekent dat dat je aangewezen bent op je thuisfront, naar mijn idee nog meer dan elders. Wij hebben ons dat wel terdege gerealiseerd, toen wij vanuit de beschutting van de hervormde gemeente van Waarder/Driebruggen naar het noorden verhuisden. Juist dan zie je hoe rijk gezegend velen zijn in hun gemeenten met op betrekkelijk korte afstand een kerkelijke gemeente, waarin het reformatorische gedachtengoed duidelijk wordt verwoord en voor de kinderen die vorm van onderwijs die je wilt.
Dat is direct een aspect dat in het geheel van onze noordelijke gemeenten zorgen kan geven. Een zorg die helaas door het gros van de gemeenteleden niet altijd duidelijk wordt gezien. Het onderwijs, het godsdienstig onderwijs (zo dat nog gegeven wordt), is vaak anders van inhoud dan we zouden wensen, sluit dus ook niet aan bij dat wat op zondagsschool en catechese aan de orde komt. Omdat de elementaire kennis van de Schrift, om dan over de belijdenis nog maar niet te spreken, ontbreekt, moet de basiskennis veelal binnen het geheel van het kerkelijk werk worden aangereikt.
Hiertegenover staat wel een voordeel; in gesprekken met jongeren op de catechisatie en in het pastoraat merk je dat ze zich niet belemmerd voelen door allerlei dogmatische vooronderstellingen. Soms kunnen vooronderstellingen belemmerend werken. Belemmerend ook in het verstaan van het bijbels getuigenis. Persoonlijk betekent dat, dat het anderen leren luisteren naar het Woord, heel direct begint met het steeds weer opnieuw zelf leren luisteren naar dat wat de Heere zegt. Het biddend leren luisteren. Dingen die gewoon waren in de kerkelijke gemeenten waar wij woonden, vanuit de werksituatie waarin ik stond (ik werkte een aantal jaren bij het protestants-christelijk basisonderwijs en het reformatorisch voortgezet onderwijs), moet je ook voor jezelf telkens weer toetsen aan de Bijbel en in de taal van deze tijd vertalen naar de situatie waarin we hier in het noorden staan.
Daar is nog iets waarvoor dat nodig is. En ik denk dat meerderen daarmee te maken hebben. Doordat je ook als gemeente klein en geïsoleerd bent, krijg je regelmatig - naar mijn idee regelmatiger dan in een doorsnee gemeente - te maken met instroom van onkerkelijken via bijvoorbeeld een huwelijk. Dat is direct een bijzonder aandachtspunt in pastoraat, catechese, kringwerk, maar ook in de prediking. Dat werd me nog eens extra duidelijk, toen een collega nog niet zo lang geleden in zijn preek jongeren waarschuwde geen levenspartner buiten de kerk te zoeken, niet wetend dat diverse gemeenteleden, ook van de oudere generatie, onkerkelijk van afkomst zijn en pas op latere leeftijd zijn gedoopt. Accenten moeten anders gelegd worden, omdat de situatie niet te vergelijken is met een kerkelijke gemeente in het westen.

IZB en HGJB
Een andere zaak die ik daarbij moet noemen, is de voorgeschiedenis van de afzonderlijke gemeenten. Veelal ontstaan in de tijd dat de prediking in de eigenlijke gemeente afgleed in de richting van de vrijzinnigheid. Vaak is men door de hervormde gemeente ter plaatse met argusogen bekeken, is men niet begrepen en soms ook bewust tegengewerkt. Dat betekent tegelijk ook dat het kerkelijk besef wel wat te wensen overlaat. Ook dat is een zorg die de nodige energie vraagt, zeker in die gemeenten die nog maar kort buitengewone wijkgemeente zijn. Een evangelisatie kan en mag andere regels hanteren dan een kerkelijke gemeente die zich moet voegen naar de kerkorde. Dat betekent dat extra aandacht moet worden besteed aan het inzichtelijk maken van kerkelijke structuren en kerkelijke regels. Natuurlijk kan daarbij gebruik worden gemaakt van bestaand materiaal. Maar helaas, en ook dat is een zorgpunt, is materiaal van onder andere IZB en HGJB heel westers gericht. Bepaalde adviezen zijn in het noorden gezien de kleinschaligheid niet toepasbaar.
Die kleinschaligheid vertaalt zich ook naar financiële zorgen die men in doorsnee kerkelijke gemeenten zo niet kent. Als ik zie wat een doorsnee gemeentelid, in de gemeenten die ik mag dienen, afdraagt aan de kerk, dan is dat heel bijzonder. Pakweg 250 leden - en daar is dan echt alles bij geteld, van kinderen tot hoogbejaarden - bekostigen samen een predikantsplaats. Ik kan me er wel eens over verwonderen, dat mensen zoveel over hebben voor de verkondiging van het Woord. Dat Woord waarin mensen worden neergezet als zondaar, maar waarin wel, en dat zondag aan zondag, de weg der zaligheid wordt gewezen.

Voorbede
In gemeenten waar ik preek (en ik vind het heel belangrijk en ook heel waardevol om juist ook elders in het land te blijven preken) vraag ik wel eens om voorbede voor de gemeenten in het noorden. Veel gemakkelijker wordt er gebeden voor de kerken in China dan die in Groningen. Een gemeente in Roemenië wordt eerder geadopteerd dan een gemeente in Friesland. Waarom eigenlijk? Wat dat betreft hebben ook kerkenraden en predikanten in den lande soms wel wat heropvoeding nodig.
Dat brengt me bij het zorgvolle punt van de preekvoorziening. Heel vaak wordt een gemeente beoordeeld op de predikanten die voorgaan. Al te gemakkelijk wordt zonder enige reden een gemeente en dus ook een predikant afgeschreven, zonder dat men de desbetreffende predikant ooit heeft gehoord en zonder dat men iets van de situatie van die gemeente weet. Een oordeel is snel geveld, en dat in het voorbijgaan van de moeiten die wij hebben om ons preekrooster vol te krijgen. Als je dan ook nog te maken krijgt met predikanten die het al snel te ver vinden, terwijl ze naar noordelijke begrippen heel dichtbij zitten... Andere predikanten willen wel voor 400 kerkgangers 100 km rijden maar niet voor 40 kerkgangers.
Ik word daar wel eens triest van. Binnen dat verband zullen wij het er over eens zijn dat de actie "Schoon schip 2000", waarbij voorstellen gedaan worden met betrekking tot het tijdstip voor het invullen van het preekrooster, weer een puur westerse oplossing is. En dat wederzijds. Je eigen invulling van vrije zondagen hangt van veel meer aspecten af dan in het westen. Opvallend is dat je als predikant in de provincie Groningen al snel een speciaal etiket krijgt opgeplakt. Naar mijn idee hangt dat onder andere samen met het feit dat ik best wel eens in gemeenten preek die naar het idee van de goegemeente geen duidelijke gereformeerde-bondssignatuur hebben. Je krijgt al snel de naam dat je overal maar preekt, terwijl je voor jezelf duidelijke grenzen hebt gesteld. Ook rond bijvoorbeeld rouwdiensten liggen zaken heel wat gecompliceerder dan in het westen van het land. Pijnlijk is vooral als je in plaats van meeleven en begrip vrij veel kritiek en onbegrip tegenkomt.

Twee gemeenten
Ook wil ik hier ingaan op het dienen van twee gemeenten. Collega's die in deeltijd aan een gemeente verbonden zijn, hoor ik wel eens verzuchten dat de gemeente denkt dat je wel voor 100 procent beschikbaar bent. Dat kan niet, zeker als je twee gemeenten dient is dat een onmogelijkheid. Bepaalde momenten ben je er niet. Ik scheid de tijd voor Oude Pekela en voor Assen strikt. In Oude Pekela weet men dat ik op maandag in Assen ben, dat ik daar ook regelmatig preek en dat mijn gezin dan zo mogelijk meegaat. Vooral dat laatste is heel belangrijk. De gemeente waar je niet woont, moet het gevoel krijgen dat ze er wel helemaal bijhoort, dat je er niet (zo zonder meer) alleen maar pastoraal werker bent, maar dat je voluit hun predikant bent. Wel in deeltijd, maar wel helemaal en in alle denkbare aspecten.
Juist dat vraagt heel veel, omdat de gemeenten toch wel wat van elkaar verschillen. Om één verschil te noemen; de gemeente van Oude Pekela bestaat bijna in haar geheel uit Groningers, terwijl tot de gemeente in Assen geen enkele Drent behoort. Overeenkomst is de enorme spreiding van de gemeenteleden.
Het voordeel van twee gemeenten is vooral dat je dingen kunt combineren. Ik geef in beide gemeenten catechese en leid op beide plaatsen twee kringen en een contactmiddag, maar de invulling qua onderwerpen die ik behandel, is nagenoeg hetzelfde. De bijeenkomsten zelf zijn overigens weer geen blauwdruk van elkaar. Wat betreft het bezoeken van centrale kerkenraads-, ring- en classicale vergaderingen moet ik keuzen maken, maar waar dat mogelijk is, lever ik een inbreng. Juist ook vooral om de vinger te leggen bij het reformatorische getuigenis. Zo schrijf ik in Assen in het plaatselijke kerkblad dat gezien de kerkelijke ontwikkelingen daar een SoW-kerkblad is. Daarin word ik voluit geaccepteerd. Uit reacties merk je dat wat je schrijft, heel breed wordt gelezen. De zondag nadat ik beroepbaar werd gesteld, preekte ik over Filippus en de kamerling. Filippus werd naar een plaats gestuurd waar je niet bepaald een aandachtig gehoor verwacht. Dat leerde mij die dag dat je als geroepen dienaar van het Evangelie geen gemeente kiest, maar dat de Heere je naar die plaats stuurt waarvan Hij weet dat je nodig bent. Die wetenschap geeft moed, geeft kracht. De Heere Zelf zal Zijn Woord niet ledig laten weerkeren, ook in het noorden niet.

Oude Pekela               P. Vernooij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Staan in een minderheidspositie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's