De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

9 minuten leestijd

Israël
De situatie in het Midden-Oosten is al maanden uitermate spannend en zorgelijk. Onder veel christenen is extra spanning merkbaar en soms zelfs ingehouden enthousiasme, omdat men ontwikkelingen verwacht die de terugkomst van de Messias zullen bespoedigen. Wie daarin een voorzichtiger opstelling aanneemt, krijgt soms bijna honende kritiek te verwerken zoals mij zelf onlangs na een radio-uitzending overkwam. Het is allemaal te begrijpen voor wie bij de Bijbel wil leven en de profetieën daarin voluit serieus neemt. Ik geef dit keer een aantal stemmen door die me opvielen in de pers. Als eerste neem ik uit In de Waagschaal (25 november 2000) een krachtige verklaring over van Elie Wiesel, waarin hij afstand neemt van PLO-leider Arafat. Hij sprak deze woorden tijdens een solidariteitsbijeenkomst met Israël, oktober dit jaar.

'We zijn hier bijeen om onze solidariteit met Israël te bevestigen. We zijn woedend door de hypocriete stemming in de Veiligheidsraad, waarin wel het Israëlische antwoord op de buitensporige Palestijnse acties veroordeeld werd, maar de acties zelf niet. Wij staan achter Israël. Haar huidige strijd werd haar opgedrongen door de onverzoenlijkheid van de voorzitter van de Palestijnse Autoriteit. Degenen onder ons die haat en fanatisme als optie verwerpen en die vrede beschouwen als de nobelste van alle pogingen hebben Yasir Arafat nu leren kennen zoals hij is: berekenend, onbetrouwbaar en leugenachtig. We hoopten op een echte vrede tussen Israël en haar Arabische buren, met inbegrip van de Palestijnen. We droomden van Israëlische en Palestijnse kinderen die met elkaar spelen, studeren, lachen en die elkaars wereld leerden ontdekken. De pijn, de doodsstrijd, de dood van elk kind, Palestijns of joods, raakt ons diep. Maar waarom beschermt voorzitter Arafat hen niet? Waarom gebruikt hij hen in plaats daarvan als schild voor volwassenen die stenen of ergere dingen gooien? Ja, het is met een bezwaard hart als we zeggen dat onze dromen van vrede opgegaan zijn in de rook van geplunderde synagogen, in het lynchen van Israëlische gevangenen en van bloeddorstige menigten die om een Jeruzalem zonder joden en een Midden-Oosten zonder Israël schreeuwen. Ik leg de schuld daarvan bij de hoogste leider van de Palestijnen, Yasir Arafat. Door het weigeren van het genereuze aanbod van Israël op territoriaal gebied concessies te doen die geen precedent hebben, heeft hij het vredesproces begraven.
Door zo te handelen heeft hij het vertrouwen beschaamd niet alleen van de onderhandelingspartners maar ook van president Clinton en andere westerse leiders net zoals hij de hoogste eer beschaamd heeft die een samenleving aan een persoon kan toekennen. Hoe kan een leider, welke leider dan ook in Israël opnieuw het gesprek met hem aangaan voordat al de gekidnapte soldaten naar hun families zijn teruggekeerd? Door geweld en bloedvergieten van het gepeupel in de straten toe te laten, in plaats van zijn gefrustreerde volk te leiden naar samenleven met elkaar en vrede, heeft hij het gerechtvaardigde verlangen van zijn volk naar een toekomst die vrij is van lijden en haat verloochend. Ik houd hem verantwoordelijk voor de moord op rabbi Hillel Lieberman en het lynchen van de twee jonge reservisten. Al zijn beloften waren gelogen; al zijn aangegane verplichtingen waren niets waard. Inderdaad herwaarderen vele vredesactivisten hier in Israël de Oslo-akkoorden. Onder Israëlisch bestuur konden christenen en joden, maar ook moslims zonder vrees bidden in Jeruzalem, onze hoofdstad die het middelpunt is van de joodse geschiedenis. Een jood kan ver van Jeruzalem zijn, maar niet zonder Jeruzalem. Hoewel een jood niet in Jeruzalem hoeft te leven, leeft Jeruzalem altijd in hem.
De herinnering van geen enkel ander volk is zo zeer verbonden met de herinnering aan Jeruzalem. Geen volk is zo toegewijd aan zijn naam, of heeft zijn verleden met zoveel heftigheid gevierd. Geen enkel gebed van ons is zo hartstochtelijk als dat waarin het om Jeruzalem gaat. Jeruzalem is de droom van al onze dromen, het licht dat licht geeft in onze hopeloze momenten. Zijn legitimiteit is geworteld in zijn soevereiniteit. Het keren tegen de een, is het ontkennen van de ander. Israël zal nooit één van beide opgeven. Ik klaag hem aan.
Hij is moreel zwak, politiek kortzichtig en een obstakel voor vrede. Ik klaag hem aan voor het vermoorden van de hoop van een gehele generatie, de zijne en de onze.'

In een noot voegt de vertaler van Wiesels stuk (dr. At Polhuis) aan dit stuk toe: Wiesel bedoelt dat de aanspraak van joden dat Jeruzalem joods is, terecht is. Daarom kan en wordt het recht op bestuur van Jeruzalem niet opgeheven.
In hetzelfde nummer van In de Waagschaal schrijft dr. A. A. Spijkerboer het volgende in zijn rubriek Commentaar: Met stomheid geslagen.

'Aanslagen op joodse instellingen in Frankrijk, in Duitsland, maar toch ook bij ons: een brandbom in de synagoge van Emmen, jongeren dringen met Heil Hitier de synagoge in Oss binnen, in Amsterdam de synagoge in de Lekstraat bevuild, in dezelfde stad joden op straat lastiggevallen - het is allemaal gebeurd voor je er erg in hebt.
Zondag 1 oktober jl. was Israëlzondag. In het materiaal dat je toegestuurd kreeg, stond dat we schuld moesten belijden. Ik heb daar niets tegen: onze zonde tegenover de joden is dat we Romeinen 9-11 gemakshalve maar even overgeslagen hebben, en alle belangstelling voor het jodendom ten spijt weet ik niet of wij deze zonde al hebben gezien: een beetje dweperig doen over de synagoge is altijd nog iets anders dan geloven dat God het joodse volk - de synagoge daarbij inbegrepen - trouw is en trouw blijft.
Maar op de Israëlzondag was de tweede intifadah al begonnen en ik wist niet wat ik er op de kansel over zeggen moest. Zelf heb ik daar wel een paar gedachten over, maar ik zeg op de kansel toch alleen dingen waarvan ik geloof dat die op die plaats moeten worden gezegd, en die had ik dus op 1 oktober niet over de intifadah. Er wordt wel het een en ander gedaan: op 9 november, bij de herdenking van de Kristallnacht, hebben allerlei organisaties, van het Allochtonen Pastoraat Amsterdam tot en met de Zelforganisatie van zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen, geprotesteerd tegen vreemdelingenhaat, racisme, islamofobie en antisemitisme. Daar is niets tegen en alles voor, maar ik ben op zoek naar wat je vanuit het geloof in Jezus Christus zou moeten zeggen.
Ik ving op dat de Raad van Kerken tegen de joodse gemeenschap in ons land heeft gezegd: als jullie redenen hebben om bang te zijn kunnen jullie op ons rekenen. Dat was goed, maar is dat niet in strijd met een eerdere verklaring van dezelfde raad waarin hij pleit voor internationalisatie van Jeruzalem? Veel joden zijn met hart en ziel verknocht aan Jeruzalem, dat is een van de redenen van het conflict met de Palestijnen, die een islamitische stad willen, en ik zal een pleidooi voor internationalisatie van Jeruzalem niet over mijn lippen krijgen. - Ik ben ook nog niet vergeten dat de joden van 1948-1967, toen Jeruzalem in Jordaanse handen was, niet naar de Westelijke Muur konden. Ik kan me niet herinneren dat het Vaticaan of de Raad van Kerken daar ooit iets van heeft gezegd. Ik weet wel wat ik moet zeggen om "theologisch en politiek correct" te zijn, maar ik bespaar dat de lezers. Ik weet het niet en ben met stomheid geslagen. Maar als ik het joodse volk kan helpen om te leven zal ik het niet laten.'

Met stomheid geslagen, beter kun je het nauwelijks formuleren als het gaat om je gevoelens bij het volgen van de uitermate tragische ontwikkelingen in de regio waar ooit het Woord is vlees geworden.

Kinderen als schild
Dat schrijft mr. R. van Dam (namens RPF, GPV en SGP lid van het Europarlement en lid van de EP-delegatie voor Israël) in de laatste uitgave van Christenen voor Israël (december 2000/januari 2001). Onder het opschrift Kinderen als levend schild kunnen we het volgende lezen:

'Dictators zijn er in soorten; de ergste misbruiken vaak kinderen voor hun duistere doelen. In de gruwelijke golf van geweld die de laatste maanden in Israël woedt, zet roverhoofdman Arafat de Palestijnse jeugd in de voorste linies. Achter die stenengooiers gaan sluipschutters en bommengooiers schuil, ook letterlijk op de tvbeelden. De camera's leggen genadeloos vast hoe sommige van die kinderen in hun jihad gewond raken of zelfs sterven.
De propagandistische uitwerking van die beelden is nauwelijks in te schatten De publieke opinie keert zich tegen de Israëlische soldaten en ook vrijwel alle politici veroordelen Israël in de scherpst mogelijke bewoordingen. Zouden zij nu echt geloven dat de defensie van Israël tegen kinderen vecht? En niemand vraagt zich af wat die kinderen daar te zoeken hebben. Er is (erg genoeg) een grootschalig gewapend conflict gaande. Welke ouder stuurt onder zulke omstandigheden zijn kinderen de straat op of laat ze gaan? Waarom zaten die gewonde en gedode Palestijnse kinderen niet op school of thuis? Wie denkt dat Arafat daartoe oproept, heeft het faliekant mis; hij noemt de raddraaiers de generaals van de stenen en kijkt ernaar uit dat een Palestijnse jongen of meisje de Palestijnse vlag zal hijsen in Jeruzalem.
Zowel internationale verdragen als de islam verbieden deelname (ook vrijwillig) aan vijandigheden door jongeren onder de 15 jaar. De PLO trekt zich er niets van aan en deze misselijke propagandatruc blijkt massaal te werken. Dezer dagen sprak ik in mijn bureau in het Europese Parlement uitgebreid met een Israëlische diplomaat, die ik al enige jaren ken. Het beeld van deze man voor mijn bureau zal me nog wel even bijblijven. Was hij voorheen opgewekt en optimistisch, hier zat iemand die de wanhoop nabij leek. Hij kon maar niet begrijpen dat de wereld voorbijziet aan de vele vijandigheden van Israëls buurlanden en de openheid van de Israëlische samenleving misbruikt om eenzijdig partij te kiezen voor Arafat. Na de Arabische Liga begin november vonden velen de uitkomst nogal gematigd. Niettemin verbraken Tunis, Marokko, Qatar en Oman als resultaat de diplomatieke betrekkingen met Israël. Hezbollah-terroristen ontvoerden drie soldaten en een hoge officier, en vrijwel geen land steekt een vinger uit om ze op te sporen. Israël wordt aan zijn lot overgelaten. Wie aan zo'n klimaat meewerkt, moet geen krokodillentranen huilen over de schade aan het vredesproces.'

Deze dagen wordt er in bijna alle christelijke kerken gelezen uit Woorden over de Messias, Die gekomen is en komen zal. Zouden we het volk uit wie onze Verlosser is voortgekomen niet juist daarom respecteren en dagelijks bidden om de vrede van Jeruzalem? Wel moeten zij varen die u beminnen. Juist daarom is het vredesproces voor Israël en de volken (de Palestijnen) van het allergrootste belang.

J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's