De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

In het Contactblad van de Gereformeerde Bond afd. Amsterdam schrijft van maand tot maand prof. dr. G. J. Borger (historicus) zijn vaste bijdrage. In het decembernummer schreef hij over Advent- wat verwachten wij eigenlijk? Hieruit het volgende gedeelte:

'Het kerstfeest wordt in onze consumptiemaatschappij hoog geschat en uitbundig gevierd. Als je afgaat op de muziek die in dit jaargetijde wordt gespeeld in warenhuizen en winkelcentra, dan zou je haast onder de indruk komen van het christelijke gehalte van de Nederlandse samenleving. Alle christelijke feestdagen kunnen ter discussie worden gesteld, maar van kerst moet je afblijven. Jingle bell, de kerstman, kunstsneeuw en pakjes onder de kerstboom zijn zulke grote verworvenheden, daarover is geen discussie mogelijk.
Mij stoort het altijd als ik merk hoezeer de commercie zich dit centrale thema van de christelijke geloofsleer heeft toegeëigend. Maar waarom stoort mij dat eigenlijk, heb ik mij afgevraagd. Is het nostalgie, de gehechtheid aan een traditie? Ongetwijfeld zal dat ook een rol spelen, maar er moet meer zijn. Als het alleen maar nostalgie zou zijn, dan zou ik mijn schouders op kunnen halen over het misbruik dat de moderne commercie van het kerstfeest maakt. Want in feite gaat het om een onschuldig volksvermaak waar niemand slechter van wordt. Er wordt niet met geloofswaarheden gespot en ook van een belediging van het christendom is geen sprake. Waarom dan die ergernis? Een meer voor de hand liggende reactie zou zijn: laat ze maar gaan, ze weten niet beter. Maar zo'n afstandelijke reactie gaat mij moeilijk af. Kennelijk is er, wat mij betreft, meer aan de hand! Ik denk dat het samenhangt met de twee gedachtelijnen ten aanzien van het kerstfeest. De twee lijnen die de kerk de eeuwen door zo zorgvuldig in evenwicht heeft gehouden, worden in de commerciële viering van het kerstfeest volstrekt uit elkaar getrokken. Herdertjes, engeltjes, sterretjes, het is allemaal mooi, lief en schattig, maar praat niet over een toekomstverwachting. Dat gaat te ver.
Volgens mij ligt daar de kern van het verschil in de viering van kerst door kerk en wereld. Voor de kerk gaat het vanouds om die twee lijnen: de terugblik op de geboorte in Bethlehem en het uitzicht op de toekomst, de Wederkomst. De wereld heeft geen moeite met Bethlehem en alles wat daarbij hoort, maar je moet niet aankomen met een toekomstverwachting, laat staan met de Wederkomst en het daaraan verbonden oordeel over levenden en doden. Nieuw is dat natuurlijk niet, maar het is wel goed om ons dat elke keer weer goed voor ogen te stellen. Om dat verschil gaat het, bij de eigen invulling van advent en kerst, maar tegelijkertijd ook om meer. Want als ik het goed zie, wordt door die toekomstverwachting niet alleen de kerkelijke viering van advent en kerst in een bijzonder daglicht gesteld, maar raken we ook aan de kern van de christelijke levenshouding. En dan gaat het niet alleen om een binnenkerkelijke kwestie. dan gaat het om ons staan in de wereld!
Kenmerkend voor de eigentijdse levenshouding is "dood is dood". Als je dat gelooft, dan eindigt het levensperspectief van ieder mens met de eigen dood en heeft een mens geen verantwoordelijkheid voor wat er na ons komt. De uiterste consequentie van die levenshouding is: na ons de zondvloed! De toekomst is dan niet meer dan een melkkoe die we naar hartenlust en zonder terughoudendheid moeten uitmelken om daarvan in het korte leven nu optimaal en maximaal te kunnen profiteren. Niet iedereen is bereid die consequentie tot het uiterste door te trekken. Velen voelen zich gelukkig nog individueel verantwoordelijk voor de toekomst van de eigen kleine kring van familie en vrienden. Ook het besef van collectieve verantwoordelijkheid tegenover komende generaties is niet geheel verdwenen. Maar ten diepste staat een dergelijk moreel en ethisch besef op gespannen voet met de levenshouding "dood is dood".
Als je leeft in de verwachting van de Wederkomst, dan is de toekomst niet onze toekomst, maar de toekomst van Gods Koninkrijk. De toekomst dient dan ergens voor. Het heden is dan meer dan kinderspel en tijdverdrijf. De toekoms loopt ergens op uit. Zij leidt naar het moment waarop niet alleen de verborgenheden en huichelarijen aan het licht zullen komen, maar tegelijkertijd de rechtvaardigen de vruchten van hun arbeid en moeite zullen ontvangen. En de Nederlandse Geloofsbelijdenis (art. 37) zegt daarvan dat het voor de vromen heerlijk is om daarnaar uit te zien. Dat besef en die overtuiging plaatsen advent en kerst in een ander perspectief. We dragen dan niet alleen individueel verantwoordelijkheid voor de kleine kring van mensen om ons heen, maar ook collectief voor de gemeente en voor het getuigenis van de gemeente in de wereld. Daarnaast moeten we individueel en gezamenlijk in het heden verantwoordelijkheid nemen voor de beslissingen die, naar de mens gesproken, bepalend zijn voor wat er na ons komt. Zo gezien hangt de wijze waarop we kerst vieren, direct samen met een levenshouding die haar doorwerking heeft op alle terreinen van het leven.'

In het Informatiebulletin van 'Gevangenenzorg Nederland' stond een vraaggesprek afgedrukt met 'Henk', die samen met 13.000 medegevangenen de kerstdagen achter de tralies doorbrengt. Hier volgen een paar fragmenten:

'(...) Kijk we hebben het nu over kerst. Maar het is natuurlijk zo dat detentie je hele leven omver gooit. En daar loop je elke dag tegenaan. Eén voor één raak ik alles kwijt Mijn beste vriend is overleden, miijn vader is overleden terwijl ik vast zat en ook de relatie met mijn vrouw is vastgelopen. Zodoende ben ik mijn kinderen ook kwijt. Ik kan geen vader meer voor ze zijn. Zij moeten het doen zonder hun vader. Dat is vreselijk. Eigenlijk meer dan ik wil toegeven. Ach, die feestdagen. Het zal wel. (...)
Ja, misschien ga ik wel naar de kerk. Niet zozeer voor de kerstsfeer. Die krijg ik daar toch niet. Er is altijd toezicht tijdens de dienst En ik ben niet zo kerks. Wel heb ik tijdens detentie een andere kijk gekregen op de Bijbel en al die verhalen. Dat komt vooral door Willem den Hertog. Toen ik nog in Scheveningen zat, volgde ik zijn bijbelstudies en had regelmatig gesprekken met hem. De boodschap die toen gebracht werd, was oprecht. Het zet je aan het denken en doet me ook herinneringen aan mijn schooltijd waarin ik een pastoor had voor godsdienst. Ik heb gemerkt dat het bij kerst en de Bijbel meer gaat om wat je van binnenuit voelt en of het echt is, dan om het bouwen van een leuk sfeertje. (...)
Oh, jullie mogen best weten dat ik acht jaar moet zitten voor doodslag. Ergens in 2002 kom ik dus pas vrij. Die straf vind ik terecht. Maar feitelijk heb ik levenslang. Het laat je niet meer los... Je kunt het niet meer terugdraaien. Ik denk er regelmatig aan. Een gesprekje, stukje muziek, tv-beelden, het kan me zo weer bepalen bij wat er toen is gebeurd... Toen ik pas zat, was ik kwaad op mezelf dat ik dat gedaan had. Hoe kon ik zo stom zijn. Nu denk ik meer hoe heb ik dat kunnen doen. Wat heb je aangericht. Had het voorkomen kunnen worden? Het was zeker niet mijn bedoeling iemand te doden.'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's