Ik kniel aan uwe kribbe neer Ich steh an deiner Krippen hier
Ich steh an deiner Krippen hier
1. Ik kniel aan uwe kribbe neer,
O Jezus, Gij mijn leven!
Ik kom tot U en breng U, Heer,
wat Gij mij hebt gegeven.
O, neem mijn leven, geest en hart,
en laat mijn ziel in vreugd en smart,
bij U geborgen wezen.
2. Nog voor ik was een kindje klein,
zijt Gij op aard gekomen,
en hebt Gij zelf, zo vlekloos rein,
mijn schuld op U genomen.
Eer 'k door uw hand was voortgebracht,
had reeds uw liefd' aan mij gedacht,
mij tot uw kind verkoren.
3. Ik lag in donkerheid en nacht,
Gij waart mijn zon, mijn luister,
de zon die mij de vrede bracht
en redde uit het duister.
O Jezus, wil mijn zonneschijn,
mijn kracht, mijn hulp, mijn sterkte zijn:
dan heb ik niets te vrezen.
NH 21; zie ook LvK 141
Paul Gerhardt (1607-1676)
Vertaling: Pauline Wefers Bettink (1875)
Je kunt een kerstlied maken, waarin je enkel de daden van Gods liefde bezingt: de aankondiging door de engel, de geboorte in Bethlehem, de aankondiging aan de herders... zonder dat er iets uit het lied blijkt, of je zelf ook deel hebt aan dat bezongen heil.
Je zou ook een kerstlied kunnen maken, waarin het kerstgebeuren overwoekerd wordt door je eigen subjectieve gevoelens.
In het beroemde kerstlied dat de Duitse predikant Paul Gerhardt uit de 17e eeuw schreef, komen ze. beide voor, de boodschap en de beleving ervan.
Gods verkiezende liefde gaat aan ons leven vooraf, Jezus werd een kindje, arm en naakt lang voordat Gods hand ons heeft gemaakt.
Het verhaal van dit lied betreft vooral de eerste regels van het derde couplet:
Ik lag in donkerheid en nacht
Gij waart mijn zon, mijn luister
De dichter, die reeds ter sprake kwam bij lied 3 'Beveel gerust uw wegen', leefde voor een groot deel tijdens de dertigjarige oorlog, waarin keizer en keurvorsten, protestanten en rooms-katholieken, lutheranen en calvinisten tegenover elkaar stonden. Steden en dorpen werden met de grond gelijk gemaakt. Akkers lagen braak, gezinnen werden uiteengerukt. Dichters schreven over de aarde als een tranendal, verlangden naar de dood, die een einde zou maken aan het lijden. Ook in zijn persoonlijk leven heeft de dichter vaak in donkerheid en nacht verkeerd. Zijn eerste kind stierf, toen het ruim acht maanden oud was; zijn tweede toen het veertien maanden was, zijn derde leefde slechts enkele uren of dagen.
Hoewel al deze beproevingen hem eerder hadden kunnen doen huilen dan dichten, vond hij troost en blijheid in zijn geloof, was Jezus zijn zonneschijn, zijn kracht, zijn hulp, zijn sterkte en wist hij zijn ziel in vreugd en smart bij Hem geborgen.
dr. H. van ’t Veld in Bijbelse liederen en hun verhaal
(Boekencentrum, Den Haag)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 2000
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 2000
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's