De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Kind en de draak

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Kind en de draak

(n.a.v. Openbaring 12)

13 minuten leestijd

De heilige oorlog
Haast onwillekeurig grijpen we naar Lukas 2 op het kerstfeest, maar wist u dat ook het laatste bijbelboek ons informeert over de geboorte van de Heiland Jezus? Het accent ligt daar op de geboren Zaligmaker, die als Koning heel de wereldgeschiedenis beheerst. We worden geplaatst midden in de adventsgeschiedenis van onze dagen, de tijd die uitloopt op de wederkomst van de triomferende Christus. Maar voordat Zijn Koningschap wereldwijd gevestigd zal zijn, is er eerst heel wat strijd geleverd. Een geweldige worsteling tussen Licht en duister vindt plaats. Het begin ervan ligt in de hemel, waar gevallen engelen in opstand kwamen tegen God.

Het gaat altijd om het Kind
Het eerste wat in Openbaring 12 opvalt is een vrouw van wie glans en heerlijkheidafstralen. Zij is bekleed met de zon. De maan is onder haar voeten. Op haar hoofd prijkt een kroon van twaalf sterren. Wordt hier een mens in het middelpunt gezet? Geen denken aan. Het beeld waarin deze vrouw beschreven wordt, doet denken aan de droom van Jozef. Ook daar zon, maan en sterren. Daarnaast worden zon en maan meer dan eens in de Bijbel als getrouwe getuigen van Gods beloften opgevoerd. Wat is eigenlijk de betekenis van dit 'teken', zoals het hier genoemd wordt? Moeten we denken aan Maria, de moeder des Heeren? Wellicht heeft het ermee te maken, maar bedoeld is uiteindelijk het volk van God, de gemeente van de levende Heere. Onder het Oude Testament Israël, bij wie ook meer dan eens heidenen werden ingelijfd. Denk maar aan het geslachtsregister van de Heere Jezus Christus.
Zwanger is de vrouw van Gods belofte, die Hij heeft afgekondigd en ingezet na de val van zijn mens in het paradijs. Zij draagt het Kind bij zich en zal het in de 'volheid des tijds' baren. Daar komt echter wel alles op af. Want zie, plotseling verschijnt een vreselijk monster. Een grote rode draak met wel tien hoornen en zeven koppen, met hoeden of kronen daarop.
Over die draak is in de loop der eeuwen soms heel wat gefantaseerd. Wijst vers 9 ons evenwel niet de weg? Daar heet de grote draak 'de oude slang'. Het is 'de duivel, de satanas, die de gehele wereld verleidt'. Het is duidelijk dat Johannes denkt aan de grote tegenspeler van God, die er vanaf het paradijs al op uit is om stuk te maken wat van God is. Geen wonder dat hij zijn rijk mobiliseert als God Zijn verlossingsplan openbaart in de geboorte van Zijn Zoon. Hij staat van meet af aan gereed om zijn scherpe klauwen uit te slaan naar het Kind der belofte.
Om dat Kind heeft Hij Gods gemeente de eeuwen door vervolgd. In de dagen van Adam en Eva leek de belofte te gronde te gaan toen Kaïn zijn broer Abel doodde. Hij werd de eerste moordenaar en Abel het eerste slachtoffer van menselijk geweld op aarde. God evenwel zette zijn plan door. Seth werd geboren. Daarna scheen de zaak opnieuw verloren. In de dagen van de zondvloed. Wie vroeg er nog naar God? Wie dacht nog aan Zijn belofte en leefde daarbij? De HEERE echter droeg de belofte door het oordeel heen de gereinigde wereld binnen. Hij maakte een nieuw begin met Noach. Spoedig daarna met Abraham. Maar telkens was de rode draak er, die zijn grijpende klauw naar Christus in de belofte uitstak. Zie maar hoe hij Izak door Ismaël wil wegdrukken. Oppermachtig schijnt hij in de dagen van de Egyptische farao, die zich ervoor leent om het volk dat de belofte bij zich draagt uit te roeien. Weg moet het van de aardbodem. Daarom: alle jongetjes de Nijl in, opdat Israël zou uitsterven. Eeuwen later dreigt de ondergang opnieuw, nu van de zijde van de grootmacht Assyrië, een van de andere koppen van de draak. Of zou Babel Israëls graf worden? Natuurlijk ging het hem niet om een aantal joden, maar om het belofte-Kind. Daarom ook wordt David achtervolgd door Saul en beleeft hij hachelijke momenten met Absalom, immers: de grote Davidszoon mag niet geboren worden. In de dagen van de goddeloze koning Achaz krijgt hij het zelfs zover dat de dienst des Heeren wordt nagelaten. Hoe vergrimd was de draak ook niet ten tijde van koning Asheveros, toen een wrede Haman zijn goddeloze plannen ten uitvoer trachtte te brengen?
Als het geboorte-uur van de Heiland nadert, zien we zelfs een toenemende activiteit van de boze. Er heerst een keizer die zich als god laat vereren, 'de goddelijke Augustus'. Heidenen spelen de baas in Palestina en over Jakob's huis regeert een verre nazaat van de goddeloze Ezau. Even goddeloos en bruut als zijn verre voorvader. Echter, al zijn woede ten spijt kan de draak niet voorkomen dat de kribbe van Bethlehem gevuld wordt. In vers 5 lezen we: 'En zij baarde een zoon...'. Om Hém gaat het. Om Hém moet het gaan. Ook in ónze kerstfeesten. Gods belofte wordt heerlijk vervuld. Ja, Hij kwam in ons zwak en gevallen bestaan. Hij wilde onze weg gaan. Onze plaats innemen. Tot zonde gemaakt worden, opdat wij rechtvaardigheid Gods zouden zijn, in Hem. Hij is de sterke Held bij Wie hulp is besteld. De beloofde Zaligmaker naar Wie alle eeuwen hebben uitgezien is gekomen. In de volheid des tijds is het geschied. En... door niets en niemand is dit heilsfeit meer ongedaan te maken! De draak is reeds verliezer. Want dat hulpeloze Kind in de kribbe is niemand minder dan God, bekleed met macht. 'Hij zal de heidenen hoeden met een ijzeren staf', zo staat er.

Een duivelse misrekening
Maar zouden wij niet liever spreken over Zijn genadescepter die Hij elk ellendig en verloren mens aanreikt? Hij is toch de barmhartige Grote Hogepriester, Die het verlorene zoekt en vol ontferming is over het ongelukkige? Zeker! Het valt niet moeilijk de voorbeelden daarvan aan te wijzen in onze Bijbel. Misschien bukte u zelf aan Zijn voeten om Zijn liefde en genade te ondervinden.
Niettemin is er in Openbaring 12 sprake van het hoeden van de heidenen met een ijzeren roede. Bedenk evenwel dat met heidenen hier bedoeld is allen, die zich blijvend verzetten tegen Christus en Zijn Rijk. Die als medestanders van de draak Gods kinderen benauwen. Hij zal hun opstand breken. Daarop zinspeelt Psalm 2. Tot het uiterste toe spant de draak zich in om het Kind en de vrouw tegen te staan. Al vrij snel na Zijn geboorte moet Het vluchten voor de wreedheid van Herodes, die 'des werelds hoogst Verlangen' zoekt te doden. De draak spert zijn bek nu wel vervaarlijk wijd open. En als de Heere Zijn werk aanvangt, predikende het Evangelie en doende vele wonderen als bevestiging van Zijn leer en Persoon, zorgt hij dat Zijn werk bespot wordt. Ja, zelfs voor duivelswerk wordt gehouden. Hij infiltreert zelfs in de intieme kring van discipelen. Hij maakt een duivels listig gebruik van Judas, die de Meester verraadt met een kus. Ook Kajafas verwordt tot een hels instrument in zijn klauwen. En als de Heere Jezus uiteindelijk aan het kruis gespijkerd wordt, organiseert hij lasteraars op en aan het kruis. Nu heeft hij dan toch eindelijk gewonnnen. De Christus is uitgeschakeld. Zie Hem hangen tussen hemel en aarde, hulpelozer dan ooit tevoren. Hoor Hem uit angst en duisternis roepen om Zijn God. Maar ook Die heeft Zich van Hem afgekeerd. Ten slotte buigt Hij Zijn hoofd en geeft de geest. Het is duidelijk wie hier triomfeert.... Nee, niet de draak. Hij heeft misgerekend. Te vroeg gejuicht. Want niet Christus is gevallen, maar de draak. Het kruis wordt zijn nederlaag. Diep steekt de Heere hem in zijn hart. Zijn kop raakt vermorzeld. De doodsteek is hem toegebracht. En dan... Na deze glorieuze overwinning rukt God Hem weg naar de hemel.

Eén volzin
Opmerkelijk dat geboorte en hemelvaart in Openbaring 12 in één adem worden genoemd? In die ene zin wordt het hele leven van Christus samengevat. Dat Kind waartegen Herodes, Joden en Romeinen samenspannen bereikt tóch de troon van God. Zelfs Zijn lichaam moet de draak teruggeven. Ja, ook de dood is verslonden tot eeuwige overwinning. Inmiddels zit Hij al vele eeuwen in de troon van Zijn Vader, waar Hij een plaats van eer en glorie ontving. Onbereikbaar is Hij geworden voor het woeden van de draak, aan wie verschillende nederlagen zijn toegebracht. Eerst werd hij uit de hemel geworpen. Vervolgens moest hij letterlijk in het stof bijten toen hem het oordeel werd aangezegd. Op zijn buik zou hij voortaan gaan. Absolute dieptepunten in zijn bestaan zijn Bethlehem en Golgotha. De vraag is of hij zich daarbij neer zal leggen? Nee, dus. Werden ook de Duitsers niet het grimmigst toen het er al duimendik bovenop lag dat zij de strijd verloren hadden? Zo werpt nu ook de draak zich met de laatste krachten die hij heeft op Israël en de Kerk uit de volken. Is het Hoofd buiten zijn bereik? Hij zal Hem treffen in Zijn lichaam. Zo blijft ook vandaag het Kind Jezus Christus de grote inzet van de strijd der eeuwen. Hoorde de alleszins godsdienstige Saulus van Tarsen op weg naar Damaskus Hem niet vragen waarom hij de Heere der heerlijkheid vervolgde?

'k Ben van Zijn hulp zeker...
Zodra een dode zondaar tot het leven komt krijgt deze te maken met 'des vijands vrees'lijk woeden'. Hij wil niet anders dan dat nieuwe leven doden. Dus blijft voor deze gemeente geen andere weg over dan de woestijn in te vluchten. Dat is nog altijd de weg tussen het diensthuis Egypte, waaruit het Christuskind mensenkinderen leidt, en het Kanaan dat boven is. De Kerk met het getuigenis van het Evangelie bevindt zich in de woestijn, 1260 dagen. Een getal dat we natuurlijk symbolisch moeten verstaan. Het doelt op de tijd die ligt tussen Jezus' hemelvaart en wederkomst. Maar is het niet laf om te vluchten? Soms kan het een gebod van de Heere Zelf zijn. Denk maar aan Jozef en Maria, die vanwege het woeden van de draak op Gods bevel naar Egypte moeten. Dwars door de woestijn.
En wat nu die woestijn betreft, wellicht moeten we dat niet zo letterlijk opvatten alsof de Kerk werkelijk in een onherbergzame zandwoestijn zich moet terugtrekken, het isolement heeft te zoeken. Wordt hier niet gezinspeeld op de woestijnreis van het oude Israël? Hoe wonderlijk had de Heere het onderhouden gedurende die jarenlange zwerftocht. Aan niets had het ook maar gebrek gehad. Dagelijks zorgde Hij voor eten en drinken. Welk een prediking van Christus waren die gaven. Zegt Paulus niet dat de steenrots die volgde Christus was? En heeft Hij Zelf niet gesproken: 'Ik ben dat levende Brood dat uit de hemel is neergedaald...'? Bij Hem alleen zijn we veilig voor het woeden van de draak, die zelfs in de woestijn Gods gemeente niet met rust kan laten. We lezen (vers 15) dat hij een waterstroom achter de vrouw aanwerpt. Een stroom van verleidingen, interne twisten, scheuringen, verdachtmakerijen enz. Wat denkt u van de stromen van vuiligheid die via de media, kranten en tijdschriften op ons worden losgelaten? Beelden die blijven hangen en zoeken te verwoesten. Vlucht ervandaan, zoals eens Jozef.
Zal de Kerk stand houden tegen het woeden van de draak, die zijn tienduizenden verslindt? De Kerk beleeft zware tijden. Ze telt nauwelijks meer mee in de West-Europese samenleving en is bovendien vaak tot op het bot verdeeld. En wat andere delen van de wereld betreft: er gaat geen dag voorbij of de draak steekt zijn bloeddorstige klauwen uit naar Christus' schapen en lammeren. Zo was het niet slechts in Nero's dagen, in het tijdvak van de Reformatie verschijnt hij in het gewaad van de inquisitie. Later weer in dat van fascisme, communisme of andere machtsconcentraties. Lees slechts de nieuwsbrief van 'Open Doors' en u weet genoeg. Gelukkig staat de woestijnkerk niet buiten de zorg van haar God en Heere. Hij bewaart Zijn kinderen als de appel van Zijn oog. Ze zijn in Zijn hand en niemand zal ze daar uit rukken. Hoe bemoedigend klinkt het niet: 'Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude...'? En: 'Ik zal met u zijn, al de dagen van uw leven, tot aan de voleinding der wereld'? Nooit is de gemeente buiten het gezicht van haar Heere. Ook vandaag staat Hij er garant voor dat de poorten der hel haar niet vernietigen.
Luther zong:
   'Al trekken op van alle kant
   de helse legerscharen,
   wij vrezen niet! De Heer houdt stand,
   Hij zal Zijn volk bewaren.'
Schuilend achter de gekruisigde en opgestane Heere Jezus zijn we veilig. Zo komen we door die ongelijke strijd heen. Want door Zijn Heilige Geest maakt Hij ons sterk in het geloof. Die Geest doet ons telkens weer zien op Christus en Zijn overwinning. In vers 14 lezen we nog dat aan de vrouw twee vleugels zijn gegeven. Ook dit beeld herinnert aan Gods bewaring van en zorg voor Zijn gemeente in de tijd van de woestijnreis (Ex. 19). Als op machtige arendsvleugels heeft Hij ze uit de slavernij van Egypte gedragen. Dwars door de Rode Zee bracht hij ze buiten het bereik van farao. Maar de vrouw krijgt ook zelf vleugels. De ene vleugel heet geloof en de andere gebed. Wie er een goed gebruik van maakt, ondervindt welk een genade en heerlijkheid er in de levende Christus te vinden is.

De adventsdagen lopen ten einde
Ten slotte vraagt de levensgeschiedenis van het Christuskind, zoals ons die geschetst wordt in Openbaring 12 hoe wij nu persoonlijk tegenover de geboren Zaligmaker staan. Het Kerstevangelie vraagt om een standpunt. We zijn vóór of tégen de geboren Koning. Een neutrale positie innemen is onmogelijk. Er loopt zelfs een scheiding dwars door alle kerstfeestvierders heen.
We kunnen met ontroering zingen over 'een klein en hulpeloos Kind', maar ondertussen toch eigen baas blijven en daarmee ons scharen aan de zijde van de draak.
De blijde boodschap is absoluut en radicaal. Maar juist de overgave aan het Christuskind verschaft oneindige vreugde en blijdschap. Nu al ja!
Dan gaan we ook verlangend uitzien naar Zijn tweede komst, die in grote heerlijkheid zal zijn. Dan zal de draak met allen die hem toebehoren worden geworpen in de eeuwige afgrond. Hoe heerlijk zal Christus dan zijn in Zijn gemeente? ! Zien we er reikhalzend naar uit, zoals ons avondmaalsformulier het verwoordt? Hier is eerst nog de strijd tegen de duivel, de wereld en het eigen vlees. Maar de overwinning is zeker. Nooit in eigen kracht, maar wel in Christus, het Lam dat glorie won.

Nieuw-Lekkerland               J. Belder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het Kind en de draak

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's