Boekbespreking
Roger Burggraeve: Ethiek en passie, Over de radicaliteit van christelijk engagement. Uitg. Lannoo, Tielt, 2000, 325 pag. Prijs ƒ29,50.
Ik val maar met de deur in huis: 'Ethiek en passie, over de radicaliteit van christelijk engagement' van de priester Roger Burggraeve (1942), hoogleraar ethiek aan de Katholieke Universiteit Leuven, is een indrukwekkend boek. Het is geen eenvoudige studie. Je leest haar niet even op een avond door. Als je niet een beetje op de hoogte bent van ethische, theologische en filosofische termen, kun je het boek beter dicht laten. Het is bij uitstek een boek om op studiekringen te bespreken van theologen of theologiestudenten of andere theologisch en ethisch geïnteresseerde lieden. (Ik hoop dat studiekringleiders dit advies serieus nemen!) Wat apart is aan dit boek, is dat het zo dichtbij komt, terwijl het uit een filosofische en theologische traditie voortkomt die de onze niet is. Het geheim daarvan is denk ik, dat Roger Burggraeve de bijbelse boodschap zo centraal stelt in zijn denken. Wat dat - en meer dingen - betreft, is het boek verwant aan de verhalen van Henri Nouwen. Burggraeve schaamt zich niet voor die bijbelse boodschap (in tegenstelling tot vele protestantse hedendaagse ethici!). 'Het wordt tijd dat christenen hun schaamte afleggen en ophouden alleen maar voorzichtig en bescheiden hun christelijk ethische visie binnen te sluizen in vlakhumane vertogen, want zo overtuigt men niemand!' (blz. 19). 'Volwassen geloof en ethische inzet zijn slechts mogelijk als men zich niet alleen op de eigen menselijke ervaring maar ook met het verlangen van heel het hart op de Schrift toelegt' (blz. 240).
Burggraeve is leerling van de Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas. Dat is goed te merken. De ander (de naaste, de vreemde) staat centraal in de ethiek. Hij weet echter voldoende theologische afstand van hem te houden. Onze ethische bewogenheid kan alleen maar voortkomen uit God. 'De voorgoed onomkeerbare prioriteit van Gods liefde is het fundament voor de evangelisch geïnspireerde ethiek, in het bijzonder van de naastenliefde' (blz. 81). De auteur wil in zijn ethiek tussen twee klippen door zeilen: de klip van de ethische lauwheid en de klip van het ethische fanatisme. Hij kiest dan voor radicale passie: tot in de wortel (radix) bewogen zijn door Gods keuze voor mensen in Jezus en tot in de wortel bewogen zijn met medemensen, zoals Jezus was. Dat is de basis onder echte humanisering, zowel in individuele als boven-individuele relaties. Passie heeft twee betekenissen: de passiviteit van het getroffen worden door het goede van God en de passie van de gedreven inzet voor het goede, tot en met de heilige woede over de vernietiging of het misbruik van deze goedheid (blz. 218). Die heilige woede mag overigens nooit leiden tot fanatisme, dan keert de ethiek om in haar tegendeel.
De hoofdstukken van het boek zijn: Tegendraads pleidooi voor ethische passie; De ethische passie van een gevoelige God; Geen ethisch leven zonder radicale omwenteling; De passie voor en door de ander; Extravagante liefde; Zegen als gave en opgave; Geen liefde zonder woede; Ethische passie zonder fanatisme. Het boek wordt afgesloten met een betoog van Didier Pollefeyt over de fatale kracht van het fanatisme.
Burggraeve biedt veel stof om over na te denken, ook van niet direct ethische aard. Z'n cultuurfilosofische benadering van het nazisme en stalinisme is bijvoorbeeld nieuw voor mij. Z'n ethische maar ook psychologische doordenking van fanatisme en fundamentalisme is boeiend en actueel. Het is ook aardig om erover na te denken hoe de reformatorische ethiek er vanaf komt, hoewel Burggraeve dat helemaal niet aan de orde stelt. Soms zegt hij dingen (blz. 17-19) die de SGP Tweedekamerfractie zo kan overnemen. Soms ontmaskert hij typisch reformatorische vroomheid die ten koste gaat van de ethiek (blz. 247-249). Zonder zich met de dogmatiek te bemoeien zegt Burggraeve soms aardige doordenkertjes die de dogmatiek raken, zoals: 'Geen uitverkiezing zonder zending, waardoor de geroepene niet op zichzelf gericht maar gedecentreerd wordt, weg van zichzelf naar de anderen toe gericht. Als geroepene... is de mens uitverkoren om naar anderen toe gezonden te worden, om bevrijding, genezing en heil voor die anderen aan te zeggen of mogelijk te maken.'
Veenendaal N. C. van der Voet
Henk P. Medema, Eén doop. De weg van discipelschap. Uitg. Medema. 96 blz., ƒ14,95.
De inzet van dit boekje is dat de doop en het discipelschap bij elkaar horen, wat meteen al naar voren komt in het gefingeerde inleidende verhaal van de zoon van Simon van Cyrene, die zegt: 'Zoals heidenen door de doop bij Israël ingelijfd werden, zo wilde ik horen bij deze Profeet, of Koning of Redder, ' De doop is, zegt de schrijver: bekering en berouw met het oog op het verleden en loyaliteit aan de Koning voor de toekomst. Even later zegt hij: de doop is een revolutionaire daad, een signaal, van opstand tegen de bezettende machten in deze wereld, een teken van solidariteit aan de Koning der koning; we laten aan iedereen zien dat we het verleden van ons afschudden en een schoon leven willen. De doop is dus, naar de mening van de schrijver, een belijdenis van de dopeling. Dat is iets anders dan de gereformeerde opvatting, waar de doop het teken en zegel is van Gods verbond. Dat verbond, dat God opricht met de gelovigen en hun kinderen, mis ik in dit boekje, evenals het versterkende van de Doop, waar ik in het geloof op mag terug vallen. De schrijver verzet zich tegen de gedachte, dat de Doop alleen door ambtsdragers bediend zou mogen worden, en noemt daarbij als voorbeelden Filippus en Ananias. Toegegeven, we komen in het Nieuwe Testament nog niet het geordende ambt tegen zoals het in de loop der geschiedenis gegroeid is. Maar Filippus en Ananias waren wel door God gezondenen. De schrijver heeft geen voorkeur voor onderdompeling, ook al zou dat zijns inziens beter bij de symboliek van het met Christus begraven worden passen dan besprenkeling. Of iemand zich zou willen laten overdopen is 'een zaak van zijn of haar eigen keus,' meent de schrijver: Hij rekent dat tot 'de dingen die niet zo principieel zijn'. Te simpel lijkt mij zijn conclusie dat we 'eens zouden moeten beginnen met de betekenis van de doop, en niet met de theologie ervan, de leeftijd van de dopeling, de bevoegdheid van de doper en de gebruikte doopformule.'
Eerlijk gezegd een boekje waarmee ik niet zo goed uit de voeten kan, al deel ik de mening van de schrijver dat het moet gaan om waarachtig discipelschap. Dat zeggen we in de gereformeerde doopopvatting ook.
Huizen H. Veldhuizen
Andries Knevel, Ruim van hart. Willem Teellinck en de praktijk van het Heilig Avondmaal. Uitg. De Groot, Goudriaan. 126 blz. ƒ24,90.
Andries Knevel schreef dit boek als een uitwerking van zijn doctoraal scriptie theologie. De achtergrond is zijn opgroeien in een klimaat waarin het Avondmaal gezien werd als alleen bedoeld voor doorgeleide christenen die konden vertellen wat God aan hun ziel gedaan had. Mede door bestudering van Calvijn en wat later van Willem Teellinck kwam hij tot andere gedachten.
Het is een helder boekje geworden. Teellinck was iemand die sterk de praktijk der godzaligheid, en daarbij de zelfbeproeving en boetvaardigheid onderstreepte. Daarnaast werd hij niet moe om steeds te herhalen dat niemand die waarlijk een christen wil zijn onder het Avondmaal uit kan.. Een hoofdstuk is gewijd aan het leven van Teellinck: zijn beïnvloed zijn door de Engelse puriteinse piëtisten, en zijn blijdschap over het feit dat in zijn gemeente Middelburg duizenden mensen aan het Avondmaal gingen. En dat, terwijl velen toch een slordig leven leidden. Een ander hoofdstuk handelt (kort) over de Nadere Reformatie en de verschuiving naar de aandacht voor het innerlijke leven. De overige hoofdstukken gaan over het Avondmaal zelf, waarbij Knevel zich vooral richt op Teellincks geschriften Het Geestelijck Cieraet van Christi Bruylofts-kinderen, Bueren-Kout, Hemelsche Openinge van de Zeghelen des Verbondts der ghenade en Sleutel der devotie ons openende de Deure des Hemels.
Teellinck was een praktisch theoloog. We komen bij hem een tweepoligheid tegen: enerzijds wordt bijna ieder gedrongen om Avondmaal te vieren. Doop (en belijdenis-doen; terloops lezen we dat Udemans een voorstander was van de handoplegging bij de openbare belijdenis!) en Avondmaal hangen nauw met elkaar samen. Anderzijds mag er niet aangegaan worden zonder bruiloftskleed. Kenmerken zijn een hartelijk en ongeveinsd leedwezen over de zonde, geloof in Christus (waarbij Teellinck het in Christus de zaligheid zoeken en in Hem het heil begeren al tot het geloof rekent), liefde tot zowel God als de naaste, kennis van wat het Avondmaal is, verlangen naar het Avondmaal en het voornemen tot heilig leven. Teellinck plaatst het Avondmaal helemaal aan het begin van de heilsorde: iemand die geestelijk ontwaakt is maar de eerste beginselen van het geloof nog moet leren wordt door hem hartelijk aan het Avondmaal genodigd. Het Avondmaal vereist geen volmaaktheid in geloof en levenswandel, maar wel oprechtheid. Ook de discipelen hadden, toen Christus het Avondmaal instelde, nog niet in volle mate de Heilige Geest en waren nog gebrekkig in verstand geloof, liefde en andere zaken. De enige waardigheid die iemand heeft om aan te gaan is de nodiging van God.
We moeten Teellinck lezen in de context van zijn tijd. Toen ik las dat Teellinck tot de zonden die moeten worden weggedaan ook rekent 'het oude zuurdesem van de overdadigheid en lichtvaardigheid in de maaltijden, de ijdelheid en het uitwendig vertoon in de kleding' kwam bij mij even de vraag op hoe hij in onze tijd zou denken over 'de lichtvaardigheid en het uitwendig vertoon' - in de media en over de media zelf. Ook daarom is het goed om dit boekje te lezen.
Ik las dit helder geschreven boekje gaarne en met veel belangstelling. Zeer aanbevolen voor ieder die, om het met Teellinck te zeggen, waarlijk christen wil zijn. En wie wil dat niet?
Huizen H. Veldhuizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 2000
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 2000
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's