De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De verschijning des Heeren op de Olijfberg (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De verschijning des Heeren op de Olijfberg (2)

Definitief advent - over Zacharia 14

8 minuten leestijd

Jesaja 6
In Jesaja 6 staat de profeet in de voorhof van de tempel. Tijdens de dienst ontvangt hij een visioen. In dat visioen valt weg de scheiding tussen hemel en aarde, tussen de onzichtbare wereld van God en Zijn engelen, en de zichtbare wereld van ons mensen. Het hemelse en aardse heiligdom gaan in elkaar over. Jesaja ziet de Heere zitten op een hoge en verheven troon. Die troon staat in de hemel. Voor de zomen van Gods kleed is het uitgestrekte tempelcomplex op aarde al haast te klein. Jesaja is getuige van de hemelse liturgie. De serafs zingen God het driemaal 'heilig' toe. Het is tegelijk ook de proclamatie van Gods heerschappij over deze wereld: de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol. 'Heerlijkheid' betekent letterlijk 'gewicht'. Het is datgene wat de doorslag geeft. Het is absolute 'overwicht'. God heeft altijd het laatste woord. Dat dreunt de hemel door zodat de dorpelposten van de tempel op aarde beginnen te trillen. Het hele gebouw wordt vervuld met rook, teken van Gods tegenwoordigheid, zoals vroeger tijdens de tocht door de woestijn onder Mozes (Ex. 40 : 34-38). Maar wie kan God zien en leven? Jesaja zegt: Wee mij, ik verga, want ik ben een man van onreine lippen en woon te midden van een volk dat onrein van lippen is. Dan komt een seraf uit de onzichtbare wereld van de hemel. Hij gaat nu een handeling verrichten in de zichtbare wereld. Hij neemt met een tang een gloeiende kool van het altaar, raakt daarmee de mond van de profeet aan en zegt: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; alzo is uw misdaad van u geweken en uw zonde verzoend. Dat tijdelijk wegvallen van de scheiding tussen de zichtbare en onzichtbare wereld komt vaker voor in het Oude Testament. Jacob ziet in zijn droom een ladder die hemel en aarde verbindt.
De engelen van God klommen daarbij op en neer (Gen. 28). Hetzelfde verschijnsel doet zich voor in de vier gezichten van Amos (7 : 1-9 en 8 : 1-3). In het Nieuwe Testament knoopt de Heere Jezus aan bij de droom van Jacob in Bethel. In Christus is in principe de scheiding tussen hemel en aarde opgeheven: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Van nu aan zult gij de hemel zien geopend en de engelen Gods opklimmen en neerdalen op de-Zoon des mensen (Joh. 1 : 52).

Zacharia 14
Het onderzoek van de tekstinhoud van Zacharia geeft een ander resultaat. Dit is een profetie over de eindtijd en de eindstrijd. Het wordt definitief advent. Maar het gaat door een geweldige crisis heen. Heel de wereld keert zich tegen de stad van God. Daarmee vergeleken zijn de problemen van dit moment een peulenschilletje. Wat staat er te gebeuren? Heel de wereld keert zich tegen de stad van God. Jeruzalem valt. Jeruzalem wordt uitgeplunderd. Mensen vluchten. Mensen blijven. Daar verschijnt God. Dit wordt de beslissende slag. Daar staat Hij! Onder het gewicht van Zijn voeten splijt de Olijfberg in tweeën. Er ontstaat een vluchtweg. De verschijning van God met Zijn heilige engelen is in het - volgens de vroege datering - oudere visioen van Daniël 7 een apocalyptisch beeld, in Zacharia 14 eschatologische profetie. Apocalyptiek is profetie in code. Zonder sleutel blijft het geheimenis nog verborgen (Dan. 7 : 15-18). Maar in Zacharia 14 wordt eschatologische profetie voor de mensen van toen vertolkt in hun eigen leefwereld. Daar zie je God verschijnen op de Olijfberg en de uitwerking die dat heeft op de heilige stad, het land van Israël en de volkeren der aarde. In dat advent komt een groot aantal geografische details in beeld, bijvoorbeeld Azal (dat nog niet is gelokaliseerd), de Benjaminpoort, de Hananeëltoren en de koninklijke perskuipen. In dat advent wordt de cultische heiligheid van de stad betrokken. Dat wordt geconcretiseerd in weer andere details: de bellen van de paarden en de potten in het huis des HEEREN. Gods advent heeft ook zijn consequenties voor de liturgische kalender, met name voor hét feest, het Loofhuttenfeest. Zelfs de tijd wordt verzet. Zoals u weet ligt Israël dicht bij de evenaar. Daarom duurt de avond maar kort. Het wordt snel donker. Maar wordt Gods advent definitief, denk dan niet: het is avond, nu begint de nacht. Dan gaat het precies andersom: het licht breekt door, een nieuwe dag breekt aan! God verschijnt om Zijn volk te verlossen. Ook de geslachten der aarde krijgen nog een kans. De letterlijke opvatting van de tekstinhoud van Zacharia 14 brengt ons tot het inzicht dat hier de eschatologische werkelijkheid wordt verwoord in een regionaal-temporeel werkelijkheidsbesef. Maar dan gaat het beslist te ver die regionaal-temporele elementen nu ook weer in die eschatologische werkelijkheid te incorporeren. Laat ik dat duidelijk maken aan een voorbeeld. Kinderen stellen zich soms de hemel voor als de allermooiste speeltuin die er bestaat, zonder dat de hemel nu ook echt een speeltuin is. Je bent voor altijd bij de Heere Jezus - dat is de hemel. Natuurlijk. Maar dan hoef je niet de hele dag met je armen over elkaar op een stoel te zitten of mooie versjes zingen. Je mag spelen, vrij en blij. Maar het zal in de hemel bij God allemaal nog oneindig mooier zijn: wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en bij geen mens ooit is opgekomen.

Het tekstverband
Voor een letterlijke opvatting van de tekst moeten we ook letten op het tekstverband. Het maakt ons boos wanneer mensen onze woorden uit hun verband rukken en er een draai aan geven die we niet hebben bedoeld. Ze kunnen het allemaal ook nog mooier maken dan wij ooit hadden bedacht. Dan krijgen ze een plaats in hun context, bijvoorbeeld in een In memoriam. Bij een canonieke benadering van de Bijbel vergelijken wij Schrift met Schrift. Het gaat dan altijd om de Schrift in al haar verbanden (deze formulering is van wijlen ds. G. Boer). Wat betekent dat nu voor de profetieën over de toekomst van Israël, de volkeren der aarde en Gods schepping als totaliteit? Daar is wel een zekere samenhang in te ontdekken: de moederbelofte (Gen. 3 : 15), de beloften aan de aartsvaders voor een groot nageslacht en het land van belofte, het verbond met Israël, de profetieën over het huis van David en daarmee verbonden het huis van God, de verkiezing van Jeruzalem, de terugkeer uit de verstrooiing, over een nieuwe schepping. Er zijn ook vaste elementen: de Gezalfde van God, het volk van God, de stad van God en het land van God. Maar het blijven flitsende beelden, fragmenten. Dat is typisch het Oude Testament. De volheid des tijds is nog niet aangebroken. Maar uit deze samenhang is geen chronologische ordening af të leiden. Dat is alleen mogelijk door afzonderlijke teksten uit hun verband te lichten en hen als een legpuzzel samen te voegen tot een nieuw geheel. Dat doet Van de Weerd in navolging van C. van der Haagen. Van hem verscheen in 1975 een boek onder de titel Profetisch perspectief, De toekomst van mens en wereld ontsluierd door de bijbelse profetie (400). Volgens Van de Weerd en Van der Haagen is de profetie van Zacharia 14 te plaatsen na de opname van de gemeente. Daarna begint de grote verdrukking van zeven jaar. Die periode wordt afgesloten met de wederkomst van Christus. Hij verschijnt op de Olijfberg. Dan begint het duizendjarig rijk. Een pikante bijzonderheid waarvan Van der Haagen nog niet kon weten, is dat volgens Van de Weerd vers 12 wel eens zou kunnen slaan op de uitwerking van de neutronenbom: Hij zal eens ieders vlees, daar hij op zijn voeten staat, doen uitteren; en eens ieders ogen zullen uitteren in hun holen en eens ieders tong zal in hun mond uitteren (444). Hal Lindsey had dat ook al eens bedacht. De neutronenbom verwoest namelijk selectief. Harde materialen worden niet aangetast. Gebouwen blijven bestaan. Van mensen blijft alleen het skelet over. Zo'n verklaring is buiten de orde. Profetie is primair verkondiging. Juist ook in chaotische situaties. Ze geeft houvast. Nog even volhouden! Gods advent is definitief. Ondanks alle verwarring, ondanks het gevoel soms dat er niets 'klopt', vormt Zacharia 14 een eenheid.

Zacharia 14 als één geheel
Op het eerste gezicht lijkt Zacharia 14 een verzameling te zijn van losse, van oorsprong op zichzelf staande stukken. Dat fragmentarisch karakter wordt gewekt door de flitsende beelden. Toch vormt het een eenheid met het woord 'dag' als schakelwoord. Het begint met: Ziet, er komt een dag voor de HEERE. NU zul je eens zien! Dat wordt gezegd op een moment dat er alleen maar ellende en chaos is te zien. Maar daar verschijnt God als Krijgsman. De Heere zal voor u strijden en gij zult stil zijn. Zevenmaal wordt dan de uitdrukking 'te dien dage' gebruikt. Het is in de Hebreeuwse tekst van Zacharia 14 ook het laatste woord. Jeruzalem, Juda, het huis van God - ze zullen heilig zijn 'op die dag'.
Zacharia 14 doet ons denken aan twee fragmenten uit een lied van Isaac da Costa:

Wegen Gods, hoe duister zijt gij,
maar we omvleuglen ons het hoofd
voor 't verblindend licht der toekomst,
die 't verrukte hart gelooft!

Als de Heere God in allen,
en in allen alles is,
zal het licht zijn, eeuwig licht zijn,
licht uit licht en duisternis.

Huizen                 H. J. de Bie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De verschijning des Heeren op de Olijfberg (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's