De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Groei en achteruitgang (8)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Groei en achteruitgang (8)

10 minuten leestijd

Een vorig keer stelde ik dat de heiliging geen werk is van ons. Ik hoor de Zaligmaker zeggen: 'Uit u geen vrucht meer tot in der eeuwigheid'.
De heiliging is een werk van Christus én van de Heilige Geest. Het staat vast dat wij de heiliging hebben in Christus. In Hem zijn wij heilig! Wij raken dat nooit meer kwijt. Christus is ons geschonken tot heiligheid. Dat wil intussen niet zeggen dat er met ons niets gebeurt. Wij hebben alles in Christus, maar wij blijven niet buiten schot. Wanneer de Heilige Geest in ons woont, is Hij aan het werk. Hij beweegt ons tot een andere levenswandel dan voorheen. Vroeger werd onder ons wel gezegd: 'Wij krijgen lief wat ons eerder tegenstond, en wat wij liefhadden dat gaat ons tegenstaan'. Misschien is dit alles enigszins gebrekkig uitgedrukt, maar het zal wel duidelijk zijn dat onze levenswandel er heel anders gaat uitzien dan voorheen. De heilzame geboden des Heeren krijgen een voorname plaats in ons leven. Wij gaan rekening houden met zowel de eerste als de tweede tafel van de wet. De geopenbaarde wil van God krijgt een plaats in ons leven.

Niet altijd zo eenvoudig
De geboden horen wij niet alleen maar aan, doch die gaan wij doen. Zij willen concreet toegepast worden in het leven van iedere dag. Om die reden schrijf ik: wij gaan ze doen! Beter kan ik schrijven: wij gaan ze proberen te doen! Daarmee wil ik niet afzwakken dat ons wordt voorgehouden om de geboden te doen. Wij komen er echter achter dat het van onze kant stucwerk is alsmede dat het lang niet altijd zo eenvoudig is om in bepaalde situaties de geboden te concretiseren. Ik denk b.v. aan de toenemende 24-uurseconomie. Het zal eenieder bekend zijn dat dit een economie is die dag en nacht doorgaat. In zo'n economie heeft de mens wel een rustdag, maar het wil niet zeggen dat dit altijd de zondag is. Een wat genoemd wordt collectieve rustdag wordt daarin niet meer gekend. Hoe moeten wij als christenen in zo'n 24-uurseconomie staan? Hoe onze houding bepalen? Hoe krijgt daarin het vierde gebod concreet gestalte? Het zijn vragen die om een antwoord vragen, omdat steeds meer gemeenteleden met deze continuarbeid geconfronteerd worden. Ik behoef niet te zeggen dat het antwoord op deze vragen uit de Schrift zal moeten komen. Maar... dan zal wel onderzocht moeten worden wat de Schrift ons dienaangaande voorhoudt. Met een simpel 'ja' of 'neen' zijn wij niet klaar. Er moeten argumenten vanuit de Schrift aangedragen worden waarom wij 'ja' of 'neen' zeggen. Om misverstand te voorkomen: ik zeg met het bovenstaande niet dat men zich moet aanpassen bij de 24-uurseconomie en dat op zondag welke arbeid dan ook gedaan moet worden. Wel stel ik dat bij verandering van het maatschappelijk leven van ons een doordenking wordt gevraagd, hoe wij daarin - recht doende aan Gods geboden - zullen staan. Het zal trouwens meer dan één ambtsdrager op huisbezoek al zijn overkomen dat hij geconfronteerd werd met vragen over de 24-uurseconomie. Gemeenteleden hebben er in de praktijk van iedere dag mee te maken. Wij kunnen deze gemeenteleden maar niet met een kluitje in het riet sturen. Zij hebben er recht op om uit de Schriften gezegd te worden, hoe zij hebben te handelen. Want let wel: een antwoord op deze wezenlijke vraag heeft alles met de heiliging van het leven te maken en daarmee met groei óf achteruitgang in het geloofsleven. Ik wil maar zeggen dat er niet al te gemakkelijk een antwoord moet worden gegeven, doch dat dit doordacht moet zijn. Want niet vergeten moet worden dat de meeste gemeenteleden niet bij een christelijk of reformatorisch bedrijf werken, doch bij een bedrijf waarin niet allereerst met God en Zijn heilzame geboden rekening wordt gehouden, maar met productie. Er moet winst gemaakt worden. Men kan dit laatste banaal vinden, maar daarbij moet niet vergeten worden dat ten gevolge daarvan de werknemers aan het einde van de maand een loon op hun giro overgeschreven krijgen.

Er zit groei in
Hierboven heb ik even een klein uitstapje gemaakt. Dit had zijn oorzaak. Een van onze lezers schreef mij dat de concretisering van Gods geboden niet altijd zo eenvoudig is en dat dominees en ouderlingen soms met een gemakkelijke oplossing komen aandragen, terwijl het alles niet altijd zo gemakkelijk is. Vergoelijkend zegt onze lezer dan dat dominees daaraan niet zoveel kunnen doen, omdat zij van het leven in een bedrijf maar weinig weten. Dat is inderdaad het geval! Wat weet een dominee van het bedrijfsleven? Wat weet hij ervan, hoe moeilijk de agrariërs het hebben? Een dominee hoort en leest, hoe het er in de maatschappij aan toegaat, maar wat dat precies inhoudt, daarmee is hij niet op de hoogte. Dat houdt in dat een dominee niet anders dan een zeer bescheiden mens kan zijn. Dat is niet alleen van toepassing op zijn houding tegenover gemeenteleden of wie dan ook, maar dat geldt niet minder voor allerlei uitspraken die hij doet. Hij doet uitspraken als zij in overeenkomst zijn met Gods Woord. Het is daarom bepaald niet verkeerd als hij zich daarbij laat assisteren door mensen die midden in het bedrijfsleven - met alle zorgen daarin - staan. Wij leven in zo'n complexe maatschappij dat hulp van anderen meer dan nodig is. Daarvoor behoeft een dominee of een ouderling zich niet te schamen, want zij kunnen niet alles weten.
Nu snel terug naar de heiliging van het leven. In het geloofsleven zit zoals ik al meer dan eens gesteld heb groei of achteruitgang. Dit heeft alles met de heiliging van het leven te maken. Maar... kan er nu ook gesproken worden van groei in de heiliging? Het zal bekend zijn dat er onder ons wel eens wordt gesproken over een proces als het om de heiliging gaat. Wanneer men zich zo uitdrukt, is hiertegen volstrekt geen bezwaar. Wel zeg ik dat men bij dit proces niet moet gaan denken alsof men almaar heiliger wordt. Met andere woorden: door allerlei geestelijke krachttoeren wordt men steeds beter. De heiliging is dan een prestatie van onszelf. Wij doen het en wij zorgen ervoor dat het niet alleen steeds beter gaat in ons leven, maar ook dat wij steeds beter worden. Wie dit denkt, weet nog niet dat de heiliging geen zaak van ons is, maar een werk van de Heilige Geest in ons. Laten wij dankbaar zijn dat de heiliging ten diepste geen zaak van ons is. Gesteld dat dit het geval zou zijn, er kwam niets maar dan ook niets van terecht. De kerkgeschiedenis kan ons daarvan genoeg leren. Wij zullen wel eens van de dopersen hebben gehoord. Vooral Calvijn heeft veel last van ze gehad. Zij leerden dat de heiliging geen werk van de Heilige Geest alleen was, maar vooral ook van onszelf. Dit laatste voerde hen tot zonden die te schandelijk zijn om daarvan iets op papier te zetten. Er was - om zo te zeggen - wel van een proces sprake, doch dan van een proces waarin het kwaad steeds groter en meer werd. Er was van groei sprake, maar dan van groei in het kwade dat de Heere niets anders dan een gruwel moet zijn. Echter... hoe ziet de heiliging als proces eruit? Ik denk te moeten schrijven dat er twee kanten aan zitten. Allereerst komt men erachter, dat men van zichzelf niets kan. Steeds meer worden wij met het Woord van Jezus in aanraking gebracht dat wij zonder Hem niets kunnen doen. Dat is een groei in de diepte. Maar deze groei in de diepte heeft wel gevolgen. Een van die gevolgen is dat wij afhankelijker van de Heere worden. Dat wil zeggen dat wij niet zozeer letten op vruchten van ons, maar op vruchten van Hem in ons. Wij groeien in de diepte, onze zelfkennis wordt steeds groter, doch ook gaat steeds meer leven wat Johannes de Doper ons voorhoudt: 'Hij moet wassen, ik minder worden'. 't Moet gezegd worden dat dit de Doper veel heeft gekost. Hij raakte zijn discipelen aan Jezus kwijt. Nu vond de Doper dit niet zo erg, want hij maakte geen school voor zichzelf. Echter... hij raakte ook zijn ambt kwijt. Dat ambt had hij van de Heere ontvangen. Hij had zich maar niet ingedrongen in dat ambt. Op Zijn tijd ontnam de Heere hem evenwel het ambt dat hij zo graag uitoefende. Ten slotte raakte hij letterlijk zijn hoofd kwijt ten gevolge van een gril van een vrouw die Johannes te lastig vond.
Hij moet groeien, ja Jezus Christus moet toenemen in heerlijkheid, begeerlijkheid en noodzakelijkheid en wij minder worden. Dat dit alles een proces is, behoef ik niet verder uit te werken. Wel is het goed als ik schrijf dat zo'n proces er niet een is van korte duur. In dit proces wordt men op Jezus' leerschool onderwezen om eigen krachten te verachten. Ook wordt men klaargemaakt om lijden te ondergaan. De Heere bereidt ons voor om staande te blijven in het uur van de beproeving zoals Johannes de Doper dit heeft gedaan.
Er zit groei in de diepte. Dat stelde ik als eerste. Wanneer het om de heiliging gaat stel ik als tweede dat er zich ook een verandering bij ons voordoet. Ik val het direct bij als iemand stelt dat een christen heel zijn leven zal blijven zeggen: 'Ik ben vleselijk, verkocht onder zonde'. Dat wil evenwel niet zeggen dat er in de heiliging bij een christen niets gebeurt. Dit laatste wordt ons wel eens voorgehouden. Dan wordt er gezegd: 'Alles blijft toch bij het oude. Er valt aan een mens niets te veranderen. Men is vlees en men blijft vlees'. Wanneer men dit zo vlotjesweg zegt, doet men te kort aan de almacht des Heeren alsof Hij geen veranderingen zou kunnen aanbrengen. De Heere kan het niet alleen, maar Hij doet het ook. In de heiliging gebeuren er wonderen! Mensen die van nature knap lastig zijn voor hun omgeving, veranderen in deze zin dat zij hun omgeving vriendelijk gaan bejegenen. Ik zeg niet dat dit altijd zal gebeuren. Maar als de Heere het ze geeft, dan merken de omstanders dit op.
Hetzelfde geldt voor iemand die zeer driftig is. Het kan zijn dat hij z'n hele leven tegen z'n drift zal moeten strijden, niettemin komt het voor dat men in bepaalde omstandigheden zijn drift zal weten te beteugelen.
Het komt voor dat wij een kind een aantal jaren niet zien. Wanneer wij het dan weer eens zien, zeggen wij tegen het kind: 'Wat ben jij veranderd en wat ben je groot geworden'. Welnu, als wij een christen een aantal jaren niet zien zeggen wij niet tegen hem: 'Wat ben jij groot geworden, doch wat ben jij klein geworden'. Wel zeggen wij tegen hem evenals tegen het kind: 'Wat ben jij veranderd'.
In de heiliging zit in bijbelse zin groei! Een groei naar beneden en in de hoogte! Kort samengevat: het is een opwassen (groeien) in de kennis en de genade van onze Heere Jezus Christus.

Weerbarstig
De heiliging is een weg, zo men wilt: een proces. Hoe verder men op die weg komt, hoe meer men er achter komt dat niet alleen ons hart, maar ook onze omgeving weerbarstig is. (Wordt vervolgd)

Barneveld               G. S. A. de Knegt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Groei en achteruitgang (8)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's