Van het begin tot het einde
'De ogen des Heeren uws Gods zijn gedurig daarop, van het begin van het jaar tot het einde van het jaar'. DEUTERONOMIUM 11 : 12B
We schrijven het jaar 2001. Wat dit jaar ons brengen zal... wie zal het zeggen. Het ligt alles besloten in de raad van God, Die alle dingen bestuurt en in Zijn handen heeft. Maar hoe het ook zijn zal, in het geloof mogen we weten, dat ook ons leven door Hem geleid wordt, en Zijn ogen over ons open zijn, van dag tot dag, van het begin van het jaar tot het einde ervan.
Mozes sprak dit woord eenmaal tot het volk Israël. Dat was tegen het einde van de reis door de woestijn. Voordat hij heenging sprak hij zijn afscheidswoord. Hij mocht terugzien op de trouw van de God van Israël gedurende 40 jaar woestijnreis na de uittocht uit Egypte. Duidelijk stelde hij daarin zowel de zegen van de gehoorzaamheid, alsook de vloek van de ongehoorzaamheid aan de orde. Met al de liefde van zijn ziel bond hij het volk op het hart om toch vooral de geboden van God te houden en Hem gehoorzaam te zijn, zowel als volk, maar ook persoonlijk. Dat zou van het grootste belang zijn.
* * *
Duidelijk wees Mózes het volk daarbij op het karakteristieke verschil tussen Egypte en Kanaan; met name de vruchtbaarheid. In Egypte hing de vruchtbaarheid af van de jaarlijkse overstroming van die grote rivief, de Nijl, en van de manier waarop men hiervan wist te profiteren. Zo stond de bevloeiing van het land en daarmee zijn vruchtbaarheid in belangrijke mate in de macht van de mens. In Kanaan lag dat anders; dat was geen vlak land, maar een land van bergen en dalen. Kanaans grond werd op een andere manier verzorgd: 'het drinkt water bij de regen van de hemel'; dus niet gedrenkt door menselijke arbeid, maar rechtstreeks bezorgd en ook verzorgd door 'de Heere uw God'. Daarmee liet Mozes het volk zien dat het niet de natuur zou zijn die de vruchtbaarheid gaf en daarmee de welvaart van het land. Die was alléén te danken aan diezelfde God, Die hen uit Egypte bevrijd had. En dat gold niet alleen van de regen; neen, heel het jaar door hield Hij zich met dat land bezig. Mozes gaf ze de bemoediging mee: 'de ogen des Heeren zijn gedurig daarop; van het begin van het jaar tot het einde van het jaar.'
Daarmee wilde de godsman zeggen: wanneer de Heere niet telkens Zijn ogen zou richten op het land om te zien wat de bodem nodig heeft en om ervoor te zorgen dat regen en zonneschijn elkaar zouden afwisselen, dan zou de vruchtbaarheid uitblijven. Maar de Heere zelf zal voor dat land zorgen, het hele jaar door, van het begin tot het einde. Zo moest het volk jaar in jaar uit beseffen dat het had te leven uit de hand van die goede God, in afhankelijkheid van Hem. Dus telkens leven in verwachtend opzien naar de zegen van boven. Israël mocht die wondere wisselwerking niet vergeten die uit het geloof geboren wordt, nl. deze: de Heere is de getrouwe God van het verbond, Die voor ons zorgdraagt in het beloofde land in alles wat we nodig hebben. Alleen: dan moesten ook hun ogen zich gedurig richten op Hem. Dat was een oefenschool van dag tot dag.
* * *
Rijke bemoediging aan het begin van het jaar; ook voor ons, dat Gods ogen gedurig zijn op het land, waarin wij wonen, maar óók op ons die in dat land mogen zijn. Gods ogen zien op al 't mensdom neer; ook op wat die mens doet, verborgen, maar ook openbaar. Dat moet ons wel tot zelfonderzoek brengen, of we zo in het geloof ook leven, dat onze tijden in Zijn hand zijn. Wie door het geloof in Hem, uit Zijn milde handen en onder Zijn vriendelijke ogen mag leven, die mag ook die rijke troost en verwachting bezitten, dat de Heere het aan niets zal doen ontbreken. Dat wil niet zeggen dat het dan allemaal voor de wind gaat. Vaak hangen donkere wolken over ons levenspad, die diepe schaduwen over het geloofsleven kunnen geven. Dan vragen we onszelf af: hoe moet het allemaal gaan? Weet u waar het dan op aankomt? Om onze ogen af te trekken van onszelf; om zo in stil vertrouwen te zien op Hem Wiens Woord en beloften vast en zeker zijn... dat Zijn ogen dag en nacht open zijn, om ons te gedenken van het begin van het jaar tot het einde, zowel in blijde dagen van voorspoed en welvaart, alsook in donkere tijden van zorg en tegenslagen. Voor Zijn ogen ligt er niets verborgen. Hij doorgrondt ons geheel en al en Hij laat niet los; en Hij zal ons ook niet beproeven boven wat we aankunnen.
* * *
Leven onder Gods ogen in afhankelijkheid van Hem. Gods Geest wil ons daarbij op het gebed ook kracht geven om dat iedere dag te doen. Niemand zal ontkennen dat de moderne wereld van vandaag de dag heel gemakkelijk het zelfvertrouwen van de mens in de hand werkt. Overal heerst de gedachte: wij kunnen wat wij willen. Het leven is in dit computertijdperk naar alle kanten uitgegroeid en wat houdt nog tegen? Daarin ligt echter een groot gevaar, dat nl. alle afhankelijkheidsgevoel van God gedood wordt in ons en er door toenemend zelfvertrouwen geen plaats meer is voor gebed en geloof. De geest van onze tijd: zélf alles te kunnen en te doen los van God, is een van de oorzaken van de afval van God. Al meer wordt de Heere uitgeschakeld op alle terreinen van het leven. Hoe meer afhankelijk we echter van de Heere leven, hoe meer we ook van Hem verwachten mogen in het geloof, dat Zijn zegen alleen ons rijk maakt.
* * *
We staan aan het begin van een nieuw jaar; en we mogen dat ingaan onder de ogen van God, en die zijn bestendig op Zijn gemeente gericht, het hele jaar door. Wat zal het worden? Hij weet het. Wie echter in het geloof oog en hart mag richten op Hem, die kan ook met vertrouwen het jaar ingaan; wetend, dat elke dag genoeg heeft aan eigen kwaad, maar ook aan eigen zegen. Het begin van het jaar 2001 en het einde ervan en alle dagen daartussenin liggen in de sterke hand van Hem, diezelfde God van het verbond uit Israëls dagen; de Vader van onze Heere Jezus Christus. Hém heeft Hij niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven... zal Hij ons dan ook zo met Hem niet alle dingen schenken? Wat zal ons dan nog kunnen scheiden van Zijn liefde? Niets!
'Ik zal u trouw vervullen met Mijn raad
terwijl Mijn oog op u gevestigd staat.'
J. DEN HOED, SLIEDRECHT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's