In hoc signo vince!
Eusebius' geschiedenis van een martelarenkerk
Op het meest beslissende moment van zijn leven zag de Romeinse generaal Constantijn het teken van het kruis in de wolken, waarbij hij de woorden hoorde: 'overwin in dit teken' (in hoc signo vince). Nadat hij vervolgens het kruis had aangenomen tot zijn veldteken behaalde hij de overwinning op zijn rivaal Maxentius. Deze zege betekende de doorbraak tot zijn alleenheerschappij in het Romeinse rijk, aan het begin van de vierde eeuw na Christus. Het werd ook het begin van een geheel nieuwe fase van de christelijke kerk in de wereld. Via de status van 'toegestane religie' werd het uiteindelijk de godsdienst die als enige gelding kreeg in het hele wereldrijk. Het is eigenlijk niet echt voor te stellen wat deze snelle metamorfose van martelarenkerk tot staatskerk, in een periode van slechts enkele decennia, voor gevoelens heeft losgemaakt in de harten van de christenen. Toch kunnen we er wel een goede indruk van krijgen als we kennisnemen van de kerkgeschiedenis van Eusebius van Caesarea. Dat is voor een breed publiek nu weer goed mogelijk dankzij een nieuwe vertaling van de hand van dr. Chr. Fahner. Hij heeft deze klassieke bron voor de kerkelijke geschiedschrijving opnieuw vertaald en bewerkt en van een inleiding en aantekeningen voorzien. Zijn inleiding geeft een korte schets van het leven en de betekenis van Eusebius, die van ong. 260 tot 340 heeft geleefd, en zo de meest dramatische overgang in de kerkgeschiedenis zelf heeft mogen meemaken. Uiteraard stempelt dat ook zijn wijze van geschiedschrijving. Het is duidelijk dat hij de wending door de hand van Constantijn de Grote heeft gezien als een wonder van Gods bijzondere zorg voor Zijn kerk. Eusebius werd ook een vertrouweling van de keizer, die hij persoonlijk beschouwde als een instrument van God, min of meer een 'Mozes'. Alle latere relativering in de voortgaande geschiedenis - terecht of niet - neemt niet weg dat de 'Constantijnse wending' in het licht van de voorgeschiedenis zoals Eusebius die heeft opgetekend, door de kerk meer dan alleen als wereldlijke zege, maar juist als hemelse zegen is ontvangen. Wie het tiende boek van Eusebius' kerkgeschiedenis leest - eigenlijk is dat één lange preek die hij bij de inwijding van de nieuwe kerk van Tyrus heeft gehouden - die merkt dat het motief van de overwinning voor Gods kerk is dat de lof des Heeren wereldwijd zijn uitwerking zal krijgen. Daar heeft Eusebius op gehoopt en in geloofd bij het begin van de nieuwe tijd voor kerk en wereld.
De heerschappij van Christus
Het centrale bij de weergave van de geschiedenis van de kerk is de heerschappij van Christus. Het is de glorie van het kruis, die dwars door alles heen aan het licht komt. Deze heerlijkheid is door de joden helaas niet gezien, vandaar dat ze op een gegeven moment uit de geschiedenis verdwijnen. De geschiedenis van de joden, in de beschrijving van Josefus, die telkens wordt geciteerd, komt uitvoerig aan de orde. Uiteraard is ook de apostolische traditie door Eusebius vastgelegd. De geschiedenis van de kanon van het Nieuwe Testament, de apologeten en de theologen van de vroege kerk, de bepaling van de paasdatum, het zijn zo de onderwerpen die de revue passeren. Daarbij heeft Eusebius de praktijk om zijn bronnen uitvoerig te citeren. Als zodanig heeft zijn boek dus ook deze waarde, dat daarin oude bronnen uit de eerste eeuwen van de christelijke kerk zijn bewaard.
Eusebius' geschiedschrijving staat in nauw rapport met de historie van het Romeinse rijk. Veel namen van keizers worden genoemd. We kunnen lezen dat er voor de christelijke kerk in dat wereldrijk ook verschillende perioden zijn geweest. Vooral de tijden waarin de kerk onder het vuur van de vervolging lag, waarin de martelaren hun standvastige geloofsgetuigenis gaven, staan centraal.
Eusebius geeft ons ook informatie over de verschillen in geloofsopvattingen, die in de vroege kerk aanleiding gaven tot leerstrijd. Daarbij moesten dwalingen en ketterijen worden onderscheiden en krachtig afgewezen. De zaken die op de grote concilies van latere tijd aan de orde zijn gekomen, zien we in deze geschiedenis nog niet zo duidelijk aanwezig.
Een ver verhaal?
Uiteraard is een kerkgeschiedenis van bijna 1700 jaar geleden voor ons in zekere zin 'een ver verhaal'. Wij weten wat er allemaal nog meer te vertellen is na Constantijn, en dat maakt ons misschien wel sceptischer over de jubel die Eusebius aanhief over de bekering van Constantijn. Maar laten we daarbij niet vergeten dat deze historicus vooral ook uit ervaring heeft geschreven. Hij wist van nabij wat martelaarschap was. Maar hij wist ook van de wondere bewaring waardoor Christus Zijn kerk in stand hield. Was het vreemd dan, dat hij de revolutionaire keer in het Romeinse rijk als een Godswonder zag? Ik moest erbij denken aan de wijze waarop de kerk van Korea in onze tijd getuigt van het wonder van haar groei. Ik stond eens bij het grootste kerkgebouw van Seoul. Alles schitterend en groots, duizenden kerkgangers in een paleis van een kerk. En ook bij mij voelde ik de gedachte opkomen: 'dit is veel te triomfantelijk'. Is dit niet alleen maar theologie van de glorie en niet meer van het kruis? Misschien is dat ook wel een beetje het geval, maar ik durfde dat toch niet meer te zeggen, toen men mij vlak bij de deur van de kerk een kleine steen aanwees. Die stond daar in herinnering aan een ouderling van diezelfde kerk, die zich in 1950 bij de communistische Noord- Koreaanse bezetters meldde met het bevende verzoek om zijn kerkgebouw (dat toen nog veel bescheidener was) niet te willen ontheiligen. Toen de soldaten hem lachend vroegen waarom niet, zei hij: 'omdat ik daar het Leven ontvangen heb'. 'Kom dan maar mee naar binnen', zeiden de brute bezetters lachend, en ze schoten hem vervolgens voor de preekstoel door het hoofd... Men kent in Korea de martelaren nog, 'die hun leven niet liefgehad hebben tot de dood'. Mogen we die kerk dan wel kritiseren als ze nu van de overwinning van het kruis getuigt?
De martelaren, wier bloed het zaad der kerk is, nemen in Eusebius' kerkgeschiedenis een grote plaats in. Vooral de laatste grote vervolging onder keizer Diocletianus, die Eusebius zelf heeft meegemaakt, heeft hij uitvoerig beschreven. De sadistische wreedheid van de folteraars, zoals die ons heel realistisch beschreven wordt, doet ons huiveren. Maar de wondere standvastigheid van de bloedgetuigen kan ons jaloers maken.
Wie is Christus?
Ten slotte nog een aspect van deze kerkgeschiedenis. Duidelijk wordt dat er in de eerste eeuwen ook heel wat te doen is geweest over de zuivere leer. Dwalingen en ketterijen moesten worden ontmaskerd en duidelijk afgewezen. Daarbij konden omwille van de zaligheid in Christus en Die gekruisigd geen concessies of compromissen worden geduld. Het geloof in de levende Christus, de eeuwige Zoon van God, liet geen afwijking toe. In dit verband trof mij wat Eusebius schreef over Paulus van Samosata (die we ook in artikel 9 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis nog tegenkomen in de lijst van afgewezen ketters), een voorloper van Arius, die de godheid van Christus ontkende. Hij erkende niet dat de zoon van God uit de hemel is neergedaald, maar beweerde dat Jezus Christus 'van beneden' is. En tegelijk liet deze Paulus toe, dat hij nota bene zelf als een 'engel uit de hemel' werd bejubeld door zijn aanhangers, zie blz. 332- 335. Deze theoloog, die leerde dat Christus niet van eeuwigheid Gods Zoon was, maar dat de aardse Jezus Gods Zoon geworden was, bleek volgens het verslag van de synode van Antiochië van 264 een bijzonder aards en werelds levend mens te zijn geweest. Zou het een soms met het ander te maken hebben?
Dat zou men zich kunnen afvragen, ook heden ten dage, in de nieuwe 'christologische strijd' die ook nu weer oplaait in kerk en theologie. De 'menselijkheid' van Christus is een grote troost als we geloven mogen dat in Hem God Zelf in eigen Persoon ons heeft opgezocht vanuit Zijn eeuwige ontfermingen. Dan is de incarnatie op geen enkele wijze een 'hele eer' voor de mens, maar een wonder van reddende ontferming. Maar het kan ook anders worden. Daar waar de vleeswording van het Woord niet meer vanuit de eeuwigheid Gods wordt geloofd en verstaan, maar van beneden wordt ingevuld, daar zou het wel eens op een geraffineerde wijze samen kunnen gaan met een verheerlijking van de vleselijke mens, die zijn wereldse leven hier en nu graag gesanctioneerd wil zien in zijn eigen aardse beeld van Jezus Christus. Hangt het een niet nauw samen met het ander? Actuele vragen die bij mij opkwamen naar aanleiding van de lezing van deze klassieke kerkgeschiedenis. Ze illustreren des te meer de waarde van deze nieuwe uitgave, waar we dankbaar gebruik van mogen maken. We zullen er ook van leren dat er eigenlijk nog niets nieuws is onder de zon, in Christus' kerk. Maar ook dat we alleen van de Zone Gods verwachting kunnen hebben in tijden dat de kerk innerlijk verdeeld is en uiterlijk onder vuur ligt. Alleen in het teken van het kruis van Christus' verzoening ligt het leven van de kerk geborgen.
Bij een recensie hoort ten slotte ook, zo nodig, een enkele opmerking over de uitvoering van het boek. Ik vind het jammer dat een dergelijk klassiek boek niet in een stevige band gebonden is. Voor de prijs had dat eigenlijk zo moeten zijn. Het is verder netjes uitgegeven, al heeft de correctie wel wat te wensen over gelaten. Reeds op bladzijde 11 missen we enkele gedeelten van woorden, en meerdere keren missen we wat letters. En moet de naam 'Eusebius' aan het slot van bladzijde 16 niet 'Arius' zijn? Verder vond ik de illustraties niet altijd een succes, maar dat is persoonlijke smaak. Deze kritische noties over de uitvoering doen overigens niets af aan de waardering voor de inhoud van dit boek. Van harte aanbevolen!
M. A. VAN DEN BERG, ZOETERMEER
N.a.v. Eusebius' Kerkgeschiedenis, vertaald en bewerkt en van aantekeningen voorzien door dr. Chr. Fahner, Boekencentrum, 2000, 472 pag. ƒ 65, -.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's