Globaal bekeken
Tijdens de predikantencontio van de Gereformeerde Bond, die vorige week in Driebergen werd gehouden, was één dagdeel gewijd aan het thema Arminianisme toen en vooral nu. Een referaat in deze van de remonstrantse dr. E. P. Meijering werd gevolgd door een coreferaat van dr. G. van den Brink, lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Ds. G. J. van der Togt te Bleiswijk overhandigde aan de lectoren onderstaande brief:
'Geachte lectoren,
Toen ik het programma van deze contio voor donderdag 4 januari las, was er bij mij iets te bespeuren van een "aangename verrassing": "wat krijgen wij nu? Een debat tussen een remonstrant en een contra-remonstrant!" (Ik ben zo vrij om u als lectores maar even in een hokje te zetten, alhoewel dat trouwens tegen mijn eigen principes ingaat!)
Mijn gedachten gingen direct in de richting van de Bleiswijkse kerkgeschiedenis, die ontzettend rijk is aan traditie. Hoewel ik aanneem dat u als grote kenners uan de reformatorische trad tie ongetwijfeld veel weet van mensen als Episcopius en Slatius, wil ik u enige details van de kerkgeschiedenis van "Blesewic" niet onthouden!
Ter "vermaak" geef ik dit graag aan u door! Episcopius ontving in oktober 1610 een beroep van de Hervormde (Gereformeerde) Kerk van Bleiswijk. Om zijn welsprekend woord en zijn ernstige levensopvatting stond hij hier in hoog aanzien. Hij was hier slechts kort werkzaam, want 8 februari 1612 werd hij voor een salaris van ƒ 800 per jaar benoemd tot hoogleraar in de theologie te Leiden als opvolger van de bekende Gomarus.
Van geheel andere aard was Episcopius' opvolger in Bleiswijk, Henricus Slatius, in 1585 te Oosterlandgeboren op Duiveland. In 1613, nauwelijks in Bleiswijk aangekomen, schreef hij als volgeling van Arminius een alleronwaardigst schotschrift tegen Calvijn. Het waren kerkelijk roerige tijden in Bleiswijk in deze jaren.
De remonstranten hadden de overhand en kerkten in de Dorpskerk. De contra-remonstranten werd oogluikend toegestaan diensten te houden in een timmerschuur. In andere plaatsen moesten de contra-remonstranten vaak op zondag naar naburige dorpen om te kerken en ze gingen door de modder, regen en wind (ze werden "slijkgeuzen" genoemd).
Over de persoon van Slatius winden de geschiedenisboeken geen doekjes. "Eén der lastigs roerigste der remonstrantse predikanten". "Dees, anders niet ongeleerdt, en dien het ook aan geen geest ontbrak, maer seer hitter van aerdt en uitermaten stout, ontsagh sich niet van tijdt tot tijdt soo veel gals ten monde en ter penne uit te gieten, dat het selfs den grootsten voorstanders der Remonstranten moest mishaeghen."
In Bleiswijk maakte Slatius de contra-remonstranten het leven zuur.
Een geschiedenis vermeldt dat hij een keer met medestanders op zondagmorgen voor de timmerschuur stond te razen en te tieren. Hij wilde een twistgesprek met de toen voorgaande predikant.
Er werden planken over het doophek in de dorpskerk gelegd en daar zaten de twee kemphanen tegenover elkaar, voor een volle kerk met gescheiden van elkaar de ruziënde groepen. Zoals te verwachten was werden luidkeels de bekende standpunten uitgewisseld en, zonder tot elkaar gekomen te zijn, ging men weer zijns weegs.
Hoewel dit verhaal stamt uit een oud boek over de geschiedenis der Reformatie, is het mogelijk wat aangedikt. Dat een groepje contra-remonstranten in een timmerschuur kerkte en dat Slatius ze het leven zuur maakte staat echter buiten kijf.
(In het boekje "Sprokkels uit de historie van Bleiswijk" staan bij dit verhaal nog wat namen genoemd! "Slatius' ontbetamelijkheid ging zo ver, dat hij op 10 september ds.J. Kloppenburg, later hoogleraar, voor de deur van de schuur waar deze het Avondmaal bediende, onder veel getier uitdaagde tot een twistgesprek") Tot zover enige "anekdotische verhalen" over de strijd tussen de remonstranten en contra-remonstranten in Bleiswijk!
Omdat ik zelf wist van deze kerkelijke strijd heb ik zelfs nog overwogen om aan de organisatoren van deze concio de vraag voor te leggen of zij deze dag niet beter in onze prachtige dorps kerk van Bleiswijk konden houden! Met planken over het koorhek zouden wij tot een historische herhaling hebben kunnen komen! Dit stukje Bleiswijkse kerkgeschiedenis wilde ik te u als lectores beslist niet onthouden.
Ik ga er op voorhand van uit, dat de sfeer waarin nu de "remonstrant" E. P. Meijering, en de "contra-remonstrant" G. van de Brink (en neemt u het mij a.u.b. niet kwalijk u in een hokje gezet te hebben!) met elkaar het debat zijn aangegaan, aanzienlijk beter is geweest dan in de 17e eeuw!
In de hoop u nog "enig vermaak" te hebben aangeboden, groet ik u hartelijk en dank u voor de ons aangereikte lezingen ter bezinning!
Met vriendelijke groeten, Bert van der Togt.
P.S. Nog enkele opmerkingen:
- Dat dit een waarschijnlijk wat aangedikt verhaal is, wordt daarom vooral vermoed, omdat enige historische gegevens waarschijnlijk niet helemaal juist zijn.
Het biografisch Woordenboek van protestantse godgeleerden in Nederland, deel 2, blz. 106-10 geeft aan dat ds. J. Kloppenburg in die tijd in het buitenland vertoefde.
Berust dus het dispuut tussen hem en Slatius op een misverstand en is het dus wat aangedikt?
- Als u de "historische groep" in Bleiswijk inzake deze onduidelijkheid nog verder kunt helpen, dan houden zij zich van harte aanbevolen!
- Momenteel telt Bleiswijk twee hervormde predikanten: ds. D. Verkuil is de predikant van de "Bondsgemeente". Ik zelf ben predikant van de "confessionele gemeente". (Omdat ik zo vrijmoedig ben geweest om u in hokjes in te delen, wil ik u met deze vermelding evenzeer daar de gelegenheid voor geven! Dan staan wij weer gelijk!)
Ds. G.J. van der Togt, Dorpsstraat 1, 2665 BG Bleiswijk, tel. 010-5212880.
* * *
Op 7 februari a.s. hoopt in Leiden te promoveren drs. H. de Leede, rector van het hervormd seminarie te Driebergen. Het thema van zijn promotiestudie is 'Waarachtig mens-zijn: sterven of streven - In gesprek met Hans Küng over de verhouding van christen-zijn en modern menszijn.' We feliciteren de promovendus van harte met de voltooiing van deze studie en wensen hem een goede promotiedag toe. Hier volgen enkele bij het proefschrift gevoegde stellingen:
• De nadruk op het werk van de Heilige Geest zou de beoefenaars van de gereformeerde theologie minder beducht moeten maken in de openbaringsleer vrijmoedig te spreken over de Schrift als (ook) neerslag van ervaringen van mensen met de levende God, en over de geschiedenis als plaats van voortgaande en op te sporen ervaringen met God.
• Bonhoeffers gevangenisbrieven van april juni 1944 kunnen gelezen worden als een radicalisering van zijn in 1933 geformuleerde christologische inzicht in de alomtegenwoordigheid van de verhoogde Christus naar zijn menselijke natuur.
• Het pijnlijke vraagstuk van de verdwenen joodse tegoeden van voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog bepaalt ons bij het fenomeen van collectieve en niet meer recht te zetten schuld, en daarmee bij de betekenis van 'voldoening' bij 'verzoening'.
• Tjjdschrijven door de predikant staat op gespannen voet met het staan in het ambt (n.a.v. 2 Tim. 4 : 2).
• Ouderen kunnen zelf bijdragen aan hun maatschappelijke emancipatie door hun grijze haar ook daadwerkelijk te tonen zonder kleurspoeling. Kortom: meer grijs op straat!
V.d.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's