De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Groei en achteruitgang [IO SLOT]

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Groei en achteruitgang [IO SLOT]

9 minuten leestijd

Al is het waar dat wij heilig zijn in Christus, zo wil dat niet inhouden dat dit geen gevolgen heeft voor het leven van iedere dag. Hoe meer genade ons deel wordt, des te meer gaan wij ons afvragen, hoe wij de wil van God kunnen doen. De geboden des Heeren zijn ons immers niet geschonken om er breedvoerig over te discussiëren, maar om ze te doen. De berijming van de 'Wet des Heeren' zegt terecht in het laatste vers: 'Om die te doen uit dankbaarheid'! Wij doen ze niet uit slaafse vrees. Wat dat wil zeggen? Dat wij de wet Gods niet onderhouden om ermee in de gunst bij de Heere te vallen. Ook brengen wij ze niet in de praktijk om er iets mee te verdienen. Wanneer wij de geopenbaarde wil van God (de wet) in de praktijk brengen heeft dit twee spitsen: de eer van God en het nut van de naaste! Gelet op de verhouding die er bestaat tussen de eerste en de tweede tafel van de wet zijn deze twee spitsen te onderscheiden, doch niet te scheiden van elkaar. Ook hiervan geldt: Wat God heeft samengevoegd, zal de mens niet scheiden. Het zal duidelijk zijn dat de vernieuwing van ons leven met de gehele wet van God te maken heeft. Het gaat maar niet om een enkel onderdeel, maar om de totale wet.

Daarbij is het niet verkeerd om de opmerking te maken, dat de wet door Christus is vervuld, doch niet is afgeschaft. Daarom blijft de bede: 'Heere, wat wilt Gij wat ik doen zal'. Het is een gebed dat blijft tot het einde van ons leven. Iedere dag is het nodig dat de Heere ons Zijn wil bekendmaakt!

Christelijke vrijheid

Hierboven schreef ik dat de wet niet afgeschaft is! Er zal zelfs geen jota of tittel van voorbijgaan. Wanneer ik dit schrijf, wordt daarmee iets gezegd over de vrijheid van een christen. Dat deze vrijheid er is zal eenieder bekend zijn. Wel is hét een vrijheid in gebondenheid. Een christen houdt zich aan de wet des Heeren. Dat is voor hem geen knellende band, maar daarin voelt hij zich thuis. Hij eert daarmee God en hij heeft het nut van de naaste op het oog. Wel is het van belang om er rekening mee te houden dat niet alles ons in de letter van de wet voorgeschreven wordt. Soms is een bepaalde levenshouding afgeleid van een gebod. Ik geef een concreet voorbeeld, 't Is maar een eenvoudig voorbeeld! Soms hoor ik mensen zeggen dat het een sport is om het belastingformulier zo in te vullen dat de overheid benadeeld wordt. Het gevolg daarvan is dat men zichzelf bevoordeelt. Echter... is dit in overeenstemming met het achtste gebod! Een kind weet dat dit niet het geval is. Wanneer er staat geschreven: 'Gij zult niet stelen', dan houdt dit ondermeer in dat men z'n belastingbiljet eerlijk zal invullen. Geeft de Heere wat de Heere toekomt én de overheid waar zij recht op heeft. Soms kan men heel concreet het gebod toepassen, maar nog veel vaker in afgeleide zin. In algemene zin kan dit gesteld worden voor iedere gelovige. Toch zijn er zaken, die aan het inzicht en de beslissing van de individuele gelovige overgelaten worden. De een zal zeggen dat het niet verkeerd is, terwijl de ander een andere mening daarover heeft. De een beziet het van de positieve kant, de ander van de negatieve zijde. De eeuwen door zijn er sterken en zwakken in de gemeente geweest. Ook vandaag is dit nog altijd het geval. En let wel: zowel de sterken als de zwakken mogen een gerespecteerde en waardevolle plaats in de kerk en in de gemeente innemen. Beiden hebben een eigen plaats! Een ding moeten zij echter in 't oog houden. Wat dat is? Dat zij elkaar niet gaan bestoken. Ik kan ook schrijven: dat de een zich niet wat meer gaat voelen dan de ander. Of wat nog erger is: dat de een zich meer voor God gaat voelen dan de ander. Kortom: de een zuiverder in de leer zou zijn dan de ander.

Laten wij in de goede zin van het woord elkaar enige ruimte gunnen. Zeker als het gaat om middelmatige zaken. Dit schrijf ik niet alleen met het oog op de individuele gelovigen, maar ook kijk ik naar het grote huisgezin Gods d.i. de kerk. Met name in de kerk moeten wij onderscheid maken tussen 'Traditie' en 'traditie'. Wat de 'Traditie' d.i. de Schrift betreft, deze is voor mij onveranderlijk.

Aan het Woord Gods valt niet te tornen. Als het daarentegen gaat om de 'traditie' met een kleine 't' kunnen wij zelf opmaken dat er in de loop van de eeuwen nog wel het een en ander is veranderd. Wij kleden ons niet meer zoals dit in de Middeleeuwen werd gedaan. Ook onze taal is aan evolutie onderhevig. Wie de taal van de 'oudvaders' enigszins kent, weet maar al te goed dat er in die taal niet meer gesproken, gepreekt en geschreven wordt. Trouwens, ook onze kerkdiensten zien er niet meer zo uit als 200 jaar geleden. Het hoeft ook niet, als het geloof wat tóén beleden werd door ons nü beleden wordt. De vormen kunnen veranderen, maar de inhoud van het geloof niet.

't Zou wel eens kunnen zijn dat er van achteruitgang in het geloof sprake is, omdat wij zo druk bezig zijn met de vormen en ten gevolge daarvan het wezenlijke van het geloof uit het oog verliezen. Al met al lijkt het mij niet verkeerd om in wezenlijke zaken een te zijn en in middelmatige zaken elkaar vrijheid te gunnen.

Dat dit alles met liefde jegens elkaar te maken heeft, behoeft verder geen betoog.

Heel mooi is wat Luther heeft gezegd. Hij houdt ons voor dat alle werken gedaan moeten worden ten gunste van de naaste. Hij schrijft: 'Wij moeten de naaste een christus worden, zoals Christus het mij geworden is. Zoals Christus ons om niet geholpen heeft, zo moeten wij met lichaam en werk niet anders doen dan de naaste helpen'. Voor Luther is dit de invulling van de christelijke vrijheid. Van hem zijn eveneens de gevleugelde woorden dat een christen een vrij heer is over alle dingen en aan niemand onderworpen. Maar ook het omgekeerde houdt hij ons voor: een christen is een dienstbare knecht van alle dingen en aan ieder onderworpen.

Hoe ver?

Is die christelijke vrijheid onbeperkt? Of moet er toch op een bepaald moment gezegd worden dat men het een of ander nalaat, omdat een ander daarmee wordt geschaad. Ik denk dat dit laatste het geval is! De sterken moeten de zwakken ontzien als de zwakken gekrenkt worden door wat zij van de sterken horen of zien. De christelijke vrijheid mag nooit of te nimmer de eenheid des geloofs in gevaar brengen en de onderlinge liefde. Het komt de eer van God niet ten goede, maar ook niet het nut van de naaste. Men moet goed weten wat men doet als men toch eigen zin doorzet en als men als het ware zegt: Wat heb ik met die of die te maken! Wanneer dit gebeurt, stelt men zich torenhoog boven de ander. Daarom blijf ik erbij dat het niet verkeerd is als de sterken de zwakken ontzien. Wel voeg ik daaraan toe, dat de motieven bij de zwakken eerlijk moeten zijn. Zij moeten niet altijd het oude bij het oude willen laten, omdat het oud is. Met name de traditie met een kleine 't' moet steeds weer getoetst worden.

Een brief

Zoals ik in een vorig artikel meedeelde, ontving ik een brief van een lezer uit het midden van ons land. Hij schreef mij dat hij zich soms zeer ergerde, wanneer hij zag wie er aan het heilig avondmaal gingen en hoe zij eraan gingen. Hij meende dat dit alles met de achteruitgang van het geloof te maken had. Of ik daarover ook iets wilde schrijven. Nu wil ik dit wel doen, maar vooraf maak ik de opmerking dat ik niet op de hoogte ben van de plaats waar zich dit allemaal voordoet. Dat wil zeggen dat ik moeilijk op deze concrete situatie kan ingaan. Wel wil ik dit in algemene zin doen! Ik ben er diep van overtuigd dat wij uitermate voorzichtig moeten zijn om iets over de avondmaalgangers te zeggen. Wij kunnen alleen maar op het uiterlijk afgaan. Over de harten oordelen wij niet. Dat is altijd een vaste stelregel in de kerk geweest, en daaraan wil ik mij graag houden. Want let wel: wij zien maar aan wat voor ogen is, de Heere ziet het hart aan. Wanneer er dus niets op de avondmaalganger is aan te merken - wat het leven betreft - zo zal die persoon niet door een kerkenraad geweigerd worden en nog minder door een gemeentelid beoordeeld en veroordeeld worden!

Een andere zaak is als onze lezer opmerkt - en daarin zijn wij het met hem eens - dat men toch wel enigszins stijlvol gekleed aan des Konings maaltijd behoort te komen. Wij schrijven geen regels voor, omdat eenieder wel weet wat stijlvol is en de Schrift dienaangaande ons niet in het onzekere laat! Om kort te gaan: men moet elkaar zeker niet ergeren. Want het kan inderdaad ergernis geven, wanneer mensen hun christelijke vrijheid misbruiken door slordig of onwelgevoeglijk gekleed aan

de tafel des Heeren aan te gaan. Dat mag en dat moet onder ons alzo niet zijn! Tussen kleervrijheid en leervrijheid zit wel verschil, maar het lijkt mij niet juist om ze helemaal van elkaar los te maken. Meestentijds geeft het uiterlijk iets meer van het innerlijk. Vorm en inhoud zijn niet helemaal van elkaar te scheiden. Hoewel ik direct daaraan toevoeg dat de vormen perfect in orde kun-nen zijn, maar dat het wezenlijke nl. dat wij met God verzoend zijn door het bloed van Jezus Christus wordt gemist. Ik besluit met te schrijven: stijlvol is netjes; netjes is stijlvol! Dit behoeft niet verder uitgewerkt te worden.

Isolement

Dezelfde briefschrijver hield ons ook voor dat wij meer het isolement moesten zoeken. Daarin zou onze kracht liggen. Laat ik er dit van zeggen: ook al zouden wij dit willen, dan zou dit ons nog niet gelukken. Wij staan in deze moderne wereld. Daarin leven en werken wij. Wie heeft ons in deze wereld gesteld? Niemand minder dan de Heere Zelf. Hij heeft dit met geen ander doel gedaan dan dat wij daarin christen zullen zijn. In de wereld, maar niet van de wereld.

Daarom ste l ik: niet in het isolement ligt onze kracht, maar God is onze kracht in een postmoderne samenleving. Het isolement (met een boekje in een hoekje) kan voor het vlees aangenaam zijn, maar het geloof groeit er niet altijd door, omdat het geen verdrukking kent.

G. S. A. DE KNEGT, BARNEVELD

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Groei en achteruitgang [IO SLOT]

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's