Geloof en leven
'Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leuen, maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.' JOHANNES 3 : 36
In de rij van profeten en predikers neemt Johannes de Doper wel een eigen plaats in. Van heel dichtbij heeft hij de Heere Jezus mogen aanwijzen. Heel de prediking van het Oude Testament loopt uit op het getuigenis van Johannes over Jezus. Wat al zijn voorgangers alleen nog maar in de verte omfloerst zagen, dat heeft Johannes in klaarheid mogen zien: het Lam Gods. Alles wat in vroeger tijden geprofeteerd was heeft hij mogen samenvatten in dat machtige hoofdstuk van Johannes 3. Daarin getuigt hij nog eens, na alles wat hij van Jezus gezegd had tevoren, dit beslissende woord: 'Die in de Zoon gelooft...'. Zij spreken welde op uit een bewogen hart. Geen pluimstrijkerij of grenzeloze oppervlakkigheid. Maar duidelijk 'de twee wegen'. Nu waren er onder zijn hoorders die niet zoveel acht gaven op zijn getuigenis over Jezus. Maar hij wees hen met nadruk op Jezus, omdat ze het van Hém moesten hebben; en niét van Johannes. Hij was maar een heenwijzer. Daarom legde hij in zijn woord de klemtoon op het geloof in de Heere Jezus alleen.
* * *
Dat staat in heel de Heilige Schrift in het middelpunt: het geloof alleen. Daar valt alle nadruk op, ook voor ons. Ons heil moet immers alleen van God komen. Na de zondeval staat geen andere weg meer open. Want door de zonde was het recht op het eeuwige leven verloren, maar ook de mogelijkheid daartoe. De Heere heeft Zelf een nieuwe weg geschapen, in het reddingswerk van Zijn Zoon. Door onze ongehoorzaamheid lag de wet van God vertreden. Maar Christus heeft de hele wet op Zich genomen en volkomen vervuld. Op de Goede Vrijdag heeft Hij Zijn kruiswerk a.h.w. aan God ingeleverd. Daarom is dat nu het Evangelie, dat God Hem tot een Middelaar en Zaligmaker gesteld heeft; en Hijzelf laat het nu ook verkondigen.
* * *
Die in de Zóón gelooft... daarmee predikt Johannes bijzonder de hoogheid van Jezus, wat ook in heel zijn getuigenis in dit verband doorklinkt. Met grote overtuigingskracht! Zien wij Hem ook zo, Die in een heel eigen verhouding stond tegenover Zijn Vader? Laten we daar niet al te gauw 'ja' op zeggen. We zien immers meer hoogheid in onszelf dan in Jezus. We staan op onze rechten en we menen het goed te doen; onze plichten naar behoren te vervullen en ons aan geen grove zonden schuldig te maken. We zien op onszelf en we geloven het ook. Maar dan moeten we onze oren toch wel dichtdoen voor wat Johannes zegt van Jezus, dat niet wie in zichzélf gelooft; en ook niet wie in het algemeen in God gelooft, maar wie in de Zoon gelooft het eeuwige leven heeft. Zo alleen wordt dit getuigenis voor ons werkelijkheid, als we door Gods Geest zien, dat het alleen in Jezus vastligt, wat ons van God geschonken is. Dan is dat Evangelie geen dorre verstandskennis, waar we niet anders van worden, maar dé blijde boodschap voor ons arme zondaarsleven. De Heere belooft dat eenieder, wie hij ook is en hóéveel kwaad hij ook heeft bedreven... 't is ruim gesteld!... daarin delen mag; alleen gebonden aan deze ene voorwaarde: geloof. Dat houdt in: het innerlijk eens worden met God en met Zijn Woord, dat onze nood aanwijst, maar ook ons heil aanprijst in Jezus alleen. Amen zeggen op ons oordeel, en ook amen zeggen op Gods genade. Wie te midden van al zijn nood en met zijn schuld leert zien, dat die ene weg tot behoud juist voor zo'n zondig mens is gegeven, die mag zich versterkt weten in het misschien wel zwakke geloof, dat alles in Jezus weet; want die hééft het eeuwige leven.
* * *
Die in de Zoon gelooft, die hééft... Niet: die zal; of: die krijgt eenmaal. Het geloof is niet alleen van speculatieve aard. Vaak wordt bij het eeuwige leven gedacht aan iets van de toekomst, in de verte. Dat is echter ongeloofstheorie, waarbij men zich in feite van Jezus afkeert. Johannes zegt ervan: die hééft... dat houdt in: die heeft recht op... en die deelt in het eeuwige leven. En dat in tegenstelling met het oude, vroegere leven, dat ligt onder het oordeel van de zonde. In Christus is dat leven er reeds hier en nu! Daarom is dat leven meer dan de hemel; het is een leven dat hier op aarde al begint, maar zich ook voortzet tot in eeuwigheid. Het eeuwige leven is de herstelde gemeenschap met God om deel te hebben aan het leven met Hem. 'Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen...'. Wat een geloofsweelde om zo door het geloof deel te hebben aan de verdiensten van Christus.
* * *
Dat houdt niet in, dat er dan geen moeiten meer zullen zijn. Misschien hebben juist wie in Christus geloven daar ruim deel aan. Maar dan is dit het wonder, dat Gods vaderlijke hand daarin tot hun troost gevoeld wordt. Jezus is zowel nodig tot verzoening der zonden, maar daarna ook in de kracht van de Heilige Geest, om elke dag in een geheiligd leven te mogen dienen tot Zijn eer. Dat is pas leven. Buiten Jezus om is het geen leven, maar de dood, hóé die ook door versierselen van afleiding en vermaak gecamoufleerd wordt. In de grond der zaak een bestaan zonder kleur en fleur, omdat men de Bron van alle goed en leven mist en geheel alleen komt te staan, ja nog erger: aan Jezus voorbij gaat; wel vecht om te leven, maar niet om in Hem te geloven.
* * *
Gaat ons hart naar Hem uit? Dat is wel noodzaak voor elk mens. Een tussenweg is er niet. Johannes laat er dan ook geen twijfel over bestaan. Hij zegt nog meer: 'maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem'. Het valt op dat hier nu staat: de Zoon ongehoorzaam is. Dat houdt het dus in, als we niét in Hem geloven. De moeder van alle ongehoorzaamheid is het ongeloof; en waar geen geloof is, daar is geen gehoorzaamheid. Daar is het hart vervuld met eigenzinnigheid, achteloosheid en onwil. En het ergst is verharding. Zulke bezwaren blijken er toch te zijn. De ervaring leert het. Daarom is het getuigenis van Johannes zo voluit ernstig. Want vergeten we het niet: wie niet gelooft, blijft maar niet die hij is, maar draagt daarvoor de volle verantwoordelijkheid. Die is niet neutraal, maar hij kiest tegen Jezus en is Hem dus ongehoorzaam. Daarmee verzet men zich bewust tegen het roepen en nodigen en aandringen van het Woord Gods om, door in de Zoon te geloven, behouden te worden.
* * *
Is het echter niet Gods grote geduld, dat wij telkens weer bij de Zaligmaker bepaald en tot Hem genodigd worden. Waarom zouden we dan verloren gaan? Dan hebben we het leven nú dus niet; en we zullen het nooit zien ook. Want: 'de toorn van God blijft op hem'. Hebt u daar moeite mee? Dat komt, omdat we vaak menen van het Evangelie wat zoetelijks te kunnen maken. Maar dat kent maar twee mogelijkheden: behouden worden... maar ook verloren gaan. Geen derde. Veel mensen redeneren vanuit Gods liefde graag Gods toorn weg. De Bijbel doet dat niet. Want Gods liefde is de heilige, brandende liefde van Golgotha; en die is niet goedkoop.
* * *
Met alle klem, maar ook met liefdevolle nodiging stelt Johannes zijn hoorders en ook ons voor de vraag: wat dunkt u van de Christus? In Hem wordt het leven ons nog verkondigd... om wakker te worden uit de slaap, nu de dageraad is opge-gaan. Want hoe zullen we ontvlieden, indien we op zo grote zaligheid - het eeuwige leven met Christus - geen acht nemen en Zijn liefde versmaden?
* * *
Matthias Grünewald schilderde op het Isenheimeraltaar en beeldde de kruisiging van Jezus uit; Johannes staat daar met een veel te lange, uitgestrekte vinger aan de voet van het kruis, wijzend op Jezus: Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt! Door Zijn hand gaat Gods welbehagen nog gelukkig voort.
J. DEN HOED, SLIEDRECHT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's