Globaal bekeken
In Mabat (cultuur, wetenschap en kunst in Israël) troffen we, onder de titel Solitude een leerzaam stukje over de tamarisk:
'Van Jeruzalem op weg naar het verre Eilat zagen wij hem al op kilometers afstand staan, dit zinnebeeld van het volk van Israël - een oude, eenzame tamarisk in de wildernis van Zin, vlakbij de verstilde wateren van de Zoutzee. De boom wordt steeds bedreigd door de klimatologische ontberingen en andere gevaren die in deze bijbelse regio tot de gewoonste zaak van de wereld behoren. Hij is zonder ophouden bezig met overleven, met de seizoenen mee, en doorstond honderd jaar van aanslagen, ontwortelingspogingen, ontgronding en verlies van zaailingen. Toch is hij krachtig, de dorre omgeving dominerend en het nabije schaduw verlenend. Alleen dit soort lokale boomsoorten kunnen hier wortel schieten en het navertellen - desnoods alleen. De wortels zijn diep doorgedrongen, hebben de eeuwig vloeiende levenbrengende wateren aangeboord, de herinnering en de magie opgezogen, de vastbeslotenheid van eerdere generaties en het zout van hun tranen.
Eenzaam maar alleen hier echt thuis.'
* * *
Bij uitgeverij De Groot Goudriaan, Kampen, verscheen een prachtig boek Het Antjesgeloof, met als ondertitel 'Het merkwaardige gezelschap van Zwart Jannetje uit Veenendaal'. 'De sekte van Zwart Jannetje', liet in de tweede helft van de 19e eeuw van zich horen in Veenendaal, Polsbroek, Schoonhoven, Brandwijk en Molenaarsgraaf. Hier volgt haar 'geestelijke verandering' zoals de schrijver, Leendert H. de Kluijver, weergeeft uit een artikel van dr. C. Veltenaar in het Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis uit 1921. Een bespreking van het boek volgt later.
'...Jannetje was een mooi meisje, zeer donker van haar en oogen en werd reeds vroeg "zwarte Jannetje" genoemd. Reeds vroeg had zij godsdienstige indrukken en was een weinig contemplatief [beschouwend, LHdK], Ook bezocht zij de catechisatiën van dr. Ph.J. Hoedemaker, P. D. M. Huet en J. Brummelkamp. Op mijn vraag of zij belijdenis des geloofs bij ds. J. J. C. van Toorenenbergen [deze stond echter pas van 1882-1884 in Veenendaal, LHdK] had afgelegd, deelden de zusters en de oudste broeder mij mede, dat zij belijdenis had afgelegd bij ds. H. C. Bervoets die met een dochter van dr. Capadose was gehuwd. Op mijn vraag of zij tot haar dood lidmaat der Ned. Herv. Kerk te V. was gebleven, deelde het viertal mij mede, dat van hare zijde nooit een verzoek tot schrapping was uitgegaan, ook de heer Hoogendoorn vertelde, dat hij voor ruim 27 jaar in haar huis was komen wonen, en dat hij vroeger belijdenis had afgelegd te Polsbroek bij ds. Hoogenraad. Op de lijsten der volkstelling vullen zij nog steeds in: Ned. Herv. Ik [dr. Veltenaar, LHdK] begon te spreken over haar bekeering. De volksmond zegt, dat zij in haar jeugd "bekeerd" werd, na de angsten der hel te hebben gekend. De heer H. bevestigde zulks, zeggende, dat zij onder het oordeel Gods gekomen was, dat het haar des hoofds ten berge gerezen was en dat zij na de slaande hand van satan te hebben gevoeld, na eenige tijd, "verslonden was in den drie-eenigen en driemaal zaligen God".
Nu was de uitdrukking "verslonden in een drieeenig God" mij niet vreemd, bijna dagelijks kunnen wij, zoowel in de Hervormde als Gereformeerde Kerk of Vrij-Ger. Kerk deze uitdrukking hooren, soms iets gevariëerd: "verzwolgen in een drie-eenigen God", dat is de hoogste verzekerdheid en de zoetste rust. Op mijn vraag, of het toen reeds vaststond zich te isoleren van de Herv. Kerk, kreeg ik het antwoord, dat niet alleen de Hervormde, maar ook de Gereformeerde Kerk, ja alle kerken en de leeraars dier kerken vijanden en verleiders zijn van Gods volk, want wat zij prediken is studiewerk, en dat zij "wolven zijn in de schaapskooi Christi". Het bleek mij, dat zij vooral in dien tijd den invloed onderging van een zekeren Tijmen van Dijk, een metselaarsknecht, die zeer diep was geleid, "wien al Gods golven over de ziel waren gegaan" en die haar geestelijk kastijdde en haar "zeer wettisch leidde". Tijmen van Dijk, dien de Veenendalers van gevorden leeftijd goed hebben gekend, was zooals ook anderen mij mededeelden "een diepdoorgeleide". Hij behoorde tot de Ledeboerianen, maar deze discipel ging nog verder dan de meester.'
* * *
In Rondom het Woord, kerkblad van de hervormde gemeente Putten, schreef ds. C. G. Klok onder zijn wijkberichten een stukje onder de titel Somber. Herkenbaar voor anderen, predikanten en gemeenteleden?!
'Er zijn dagen dat ik wat somber door het leven ga. Dat is wanneer de kerkbode van de Andreaskerk door mijn brievenbus glijdt en ik in het lijstje van nieuw-ingeschrevenen daar, weer leden van onze gemeente terugvindt. Of wanneer ik een melding van ons eigen kerkelijk bureau krijg dat er "iemand is overgeschreven". In een heel enkel geval was er van tevoren contact. Verreweg de meeste keren trekt men weg zonder iets te laten horen. Daaraan voorafging meestal de langzame vervreemding, de kerkdiensten werden overgeslagen, met het kringwerk leeft men niet meer mee; men "buurt" er al eens en dan komt de stap. We gaan! Je belt; je tekent, je gaat. Jammer, je zou er zo graag ook als kerkenraad in mee willen denken... Ik ben daar somber over. Blijkbaar zijn wij niet in staat om deze gemeenteleden vast te houden. Dat noopt ons tot zelfonderzoek. Hoe komt dat toch. Ik ben daar vooral somber over omdat de veelkleurigheid van onze brede volkskerkgemeente fletser wordt. We raken mensen kwijt. Ook aan de andere zijde, zegt iemand met nadruk! Let u daar ook op? Ja, daar let ik ook op. En ook daar word ik niet vrolijk van. Een tijdverschijnsel? Het lot van elke grote gemeente in deze tijd? Individualisme? Consumptiedenken? Het speelt er in mee. Waarom verlaat je de kerk waarin je geboren bent; waarin je goede dingen hebt ontvangen; waarin je goed hebt gekerkt, of deed u en jij dat nooit.
Waarom daar niet moedig en met geloof de plaats ingenomen om te staan waar je voor staat? Daar komt een keer een einde aan, mompelt u. Dat is waar. Maar hoevelen zijn die strijd om daar te zijn en te blijven waar God ze riep, werkelijk aangegaan? Met volharding? Waar is de liefde in ons hart om vol te houden; de ander te verdragen?
Samen gemeente te zijn. Komt er nu een verwijtende toon in mijn stem? Vat u het zo niet op. Ik heb er verdriet over. Voor sommigen zijn we lang niet rechtzinnig genoeg. Ze perforeren naar gemeenten waar ze die rechtzinnigheid wel denken te vinden.
Voor anderen zijn we veel te rechtzinning en veel te weinig eigentijds. Komt het zover dat er met de laatsten toch een gesprek plaatsvindt dan valt steevast het woordje "eenvoudig". Het is "daar" veel eenvoudiger. Maar slaat dat op een of andere wijze dan alleen op de manier waarop het gebracht wordt? Ik ga ermee stoppen. Het heeft me eerlijk gezegd niet echt opgelucht om dit te schrijven. Zegt iemand: let u eens op de goede dingen. Kijk eens hoe elke zondagavond de gaanderijen vol zitten met jongeren.
En de gesprekken in de gemeente waarin je soms zomaar op plaatsen stuit waar de Heere al zo lang eerder is geweest. U hebt gelijk. Hartverwarmend is dat. Toch strepen we ze niet tegen elkaar weg. Om eenvoudig voort te gaan. Laten we eerder zorgvuldig met elkaar omgaan in onze grote gemeenten; elkaar niet afschrijven, op elkaar letten in de goede zin van het woord.
Het zal steeds meer nodig zijn. Aangeblazen door de liefde van Christus. Hoe zou onze bewogenheid anders waarachtig zijn. En hoe zou m'n somberheid genezen dan aan Hem die Zijn kerk bewaart.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's