De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

In het spoor van

In het blad Wapenveld (christelijk perspectief op geloof en cultuur) is in 2000 een jaarserie gepubliceerd over de actualiteit en vitaliteit van de gereformeerde traditie. In het decembernummer (jaargang 50 nummer 6) werd een interview gepubliceerd dat Wim H. Dekker en Beppie de Rooy hadden met ds. A. J. Zoutendijk, hervormd predikant in de Utrechtse Jacobikerk. God zal het doen, staat er boven. Aan hem wordt gevraagd wie indruk hebben gemaakt op hem toen hij zich voorbereidde op het ambt van predikant.

'L. Kievit, in Gouda. Toen was ik al ver gevorderd met mijn studie. Ja, de mooiste preken heb ik in Gouda gehoord. Kievit was een voorman. Als hij preekte, zag je de Heere Jezus recht op je afkomen. Dan dacht je: nu is alles goed. Niet sussend of toedekkend, maar door de diepten heen. Ik heb veel liefde ontvangen door die verkondiging. De liefde van Christus. Zoals Paulus zegt: de liefde van Christus dringt ons. Dat voelde je. Het was de toon en de inhoud, de dictie. De moerbeitoppen ruisten. Je merkte dat God bezig was.
Kievit stelde vragen. Niet zomaar vragen van "kent u dat?", maar echte vragen, die wat in je openbraken, en die je meenamen. Ik luister nu nog naar zijn bandjes. Zijn preken cirkelden rond de verzoening. De weg langs het kruis sloeg hij nooit over. Zelf doe ik dat minder, maar zoals hij het deed... dat raakte je.
Kievits kracht lag ook in het narratieve: Wahrheit und Dichtung liepen bij hem door elkaar heen. Op de beslissende momenten vertelde hij een verhaal. Sommige van die verhalen vertel ik nu nog aan de catechisanten. Mondelinge overlevering. Prachtig toch?
Wat ik ook van hem geleerd heb, is het gebruik van kernmetaforen. Licht en donker bijvoorbeeld. Augustinus deed dat ook; dat zijn oermetaforen, die diep en tegelijk toch toegankelijk zijn. Ik herinner me een preek over de goede herder. Dat een mens geen poes is en geen duif; die kunnen zelf wel de weg naar huis terugvinden. Wij mensen zijn schapen; zonder herder kom je niet terecht. Ademloos luisterde je. Zo preken, dat is "een kunste, een kunste niet, een gunste" (Gezelle). Kievit schuwde ook het bekende niet. Hij had geen voorkeur voor onbekende teksten. Juist de kernen van de Schrift wist hij uit te buiten, centrale thema's kon hij creatief verwoorden.
L. Vroegindewij, uit Delft, was ook een karakteristieke prediker. Een heel ander type mens dan Kievit. Hij had het minder over Jezus, maar de ernst zat er diep in. Dat er wat met je moet gebeuren, dat hoorde je vaak van hem, maar soms zei hij het zo dat je ging geloven dat het kon. Kievit vond ik toch bevrijdender. "We hebben geen God die het moet maar die het doet", was een slagzin van hem. Ze verschilden zeer in stijl maar beiden bogen zich naar je over. Kievit door een vraag en een verhaal. Vroegindewij door breed over de kansel te gaan hangen. Dan begon hij met je te praten.'

In het kader van genoemde jaarserie komt ook de context van de huidige cultuur ter sprake. Zoutendijk laat merken dat hij toch wel sterk vast wil houden aan het 'tegenover van ambt en prediking'. Als prediker sta je aan de kant van God. Het gaat erom mensen het besef te geven van God. In onze cultuur is dat besef nauwelijks meer aanwezig. Er is, aldus de vraagstellers, juist een trend opgekomen om aansluiting te zoeken bij de ervaring van de gemeente. Hoe ziet u dat dan?

'Tja... om te beginnen komt God ons tegen. Dat is ook een ervaring, maar niet een die wij in huis hebben. Ik heb er geen moeite mee onze ervaringen een plek te geven in de preek, als ze maar niet te gladjes en prettig met God in verband gebracht worden. Als alles past in mijn straatje, blijft het menselijk. Wat van God komt past niet naadloos, dat breekt iets open.
Enige jaren terug was het thema godsverduistering in de mode. Sommigen spraken erover alsof het een natuurverschijnsel was: mist, duisternis - twijfel, vervreemding. Ik denk dat je, bijbels gesproken, de diepste twijfels alleen aan de orde kunt stellen op bodem van het besef van God. Anders kun je het beter laten. Staande op die bodem kunnen de klacht en de ontzetting diep gaan. Dan is daar ruimte voor.
Je kunt erg onder de indruk zijn van alle veranderingen in de cultuur, het verschuiven van collectieve ervaringen. Terecht, dat ben ik ook. Maar nog meer ben ik onder de indruk van God die ons zoveel te bieden heeft en die het lang niet altijd aan ons kwijt kan. God spreekt altijd contextueel, in een bepaalde tijd en cultuur. Daarin mogen wij Hem volgen, proberen op de golflengte te komen van de tijd. Maar de context brengt geen waarheid voort. De waarheid is van God. Dat relativeert onze zenuwachtigheid, of we het vandaag nog wel aan de man kunnen brengen. Uiteindelijk zegt God: jij hebt het wel moeilijk, maar Ik heb al eeuwen voor hetere vuren gestaan. De echte donkerte is niet de tijd waarin we leven maar dat God zoveel kwijt wil en het niet kwijt kan. Daarom ben ik blij, dat de beslissende context waarin God zelf ons plaatst de verkiezing is. We hebben er niet om gevraagd maar er wel van gehoord, dat is verkiezing.'

Voor wie zelf regelmatig diep onder de indruk is van wat er allemaal verandert en bezig is te veranderen, is het goed dit stevige antwoord te vernemen van een broeder die in een moderne stad dienaar van het Evangelie van Christus poogt te zijn.

Het spoor bijster
In Kontekstueel (Tijdschrift voor gereformeerd belijden nu) zijn Leneke Marchand (theologisch studente) en Nelly Boot (hervormd predikante in Axel) al een aantal afleveringen in gesprek met elkaar over kerkelijke zaken. In de laatste aflevering van dit tijdschrift (15e jaargang nummer 2 - november 2000) staat de vijfde briefwisseling te lezen. Dit keer gaat het onder andere over de pluriformiteit, de veelkleurigheid binnen de kerk en de gemeenten. Criterium, aldus Leneke Marchand, is of men integer en ernstig bezig is met de Schrift. Daarop komt Nelly Boot met een opmerkelijke verzuchting over de praktijk van alledag in een doorsnee orthodoxe gemeente. Opmerkelijk met name in het licht van wat ds. Zoutendijk te berde brengt over de relatie context en Woord.

'Jij zegt: de criteria zijn of men integer en ernstig bezig is met de Schrift en of men het lezen daardoor wil laten bepalen. Daar zit nou net de hobbel. Even uitgaand van mijn Axelse praktijksituatie: waar ik steeds weer tegenop loop is dat er wel vroomheid is, zeker. Religieus zijn mensen zonder meer. De kerk heeft echt nog wel een plek, ja. Maar de gemeente heeft zo ontzettend weinig "back and bones". De taal van de Bijbel is zo vreemd geworden, zo ver weg. We begrijpen het niet meer. Er wordt ook heel weinig in de Bijbel gelezen, en dan heb ik het echt niet alleen over de randkerkelijken. Ook mensen die geen kerkdienst overslaan geven bij navraag vrijmoedig toe dat dat Boek alleen nog maar van de plank afkomt bij de jaarlijkse grote schoonmaak. Waarom? Te moeilijk. Geen tijd. "Je weet hoe dat gaat dominee...", en ja, dan weet ik het wel weer. Wat is er toch met onze cultuur aan de hand? Gisteravond viel me dat nog op bij de Youth- ALPHA-cursus, die bevolkt wordt door deels binnen- deels buitenkerkelijke jongeren. Tegenwoordig wordt die cursus verrijkt door een tweetal Indonesische jongeren, die op de Hotelschool in Surabaya zitten en hier een jaartje stage lopen bij de plaatselijke Chinees. Beiden zijn christen. Beiden beschikken over een Bijbel die duidelijk, zeer duidelijk gebruikt en bestudeerd is, voorzien van onderstrepingen en geklieder in de kantlijn. Dagelijks met die Bijbel bezig zijn is vanzelfsprekend voor hen. Intussen zitten intelligente Axelse jongeren met een Groot Nieuws Bijbel voor zich te zuchten dat het toch zó moeilijk is. Zulks tot verbazing der Indonesiërs. Het raakt niet, die taal van de Bijbel. Hetzelfde viel mij op bij een groep catechisanten een oudere groep, gemotiveerd voor catechese, maar toch niet in staat om aan te geven wat geloof te maken had met hun leven. Gaat geloof ook over het kiezen van je beroep, je partner, je studie? Eentje zei verbaasd: "Daar heeft God toch niks mee te maken?!" Ik bedoel maar, in zijn ogen was de kerk een soort compartimentje voor religieuze liefhebberijen, en hij staat daarin, vrees ik, niet alleen. En dan wreekt het zich, dat je hier in Zeeuws-Vlaanderen op de shift zit tussen de volkskerk van het verleden, waar je vanzelf wel bij hoort, en de toekomst, waarmee je het met die vanzelfsprekendheid niet redt.
De oude structuren zijn er nog en je leeft ervan, maar je ervaart ook hoe uitgehold ze zijn voor jongeren van nu. De taal van de Bijbel is ver weg. De liturgie, die voor ouderen misschien nog iets heeft van "voed het oud vertrouwen weder" is naar jongeren toe uitermate vervreemdend. O jawel, de liederen uit het Liedboek zijn prachtig, poëtisch van hoog en diep niveau. Daar zal ik allemaal niks van zeggen. Je kunt er je hart aan ophalen, je kunt erover mediteren en er geestelijk door verrijkt worden. Allemaal waar. Maar het is evengoed waar dat niemand ze meer begrijpt. Hooguit is er nog een vaag vermoeden dat Barnard hier misschien wel iets mee bedoeld heeft... Maar wat? Wat dat betreft is de breuk tussen leefwereld en liturgie compleet geworden. En daardoor wordt er wel een heel sterke wissel getrokken op de preek: die moet dan wel verstaanbaar zijn en het dan helemaal maken, want de setting van een dienst is alleen maar vreemd. Dat je in de kerkdienst een andere wereld binnenkomt is goed: het is de ruimte van de sabbat, de heilige grond, de bevrijde tijd. Het is anders dan het afgeplatte leven. Maar het moet toch ergens raken? Die wereld van het Woord en die wereld van gewone jongeren uit de 21e eeuw, dat komt maar zo moeilijk bij elkaar. Het komt vaak helemaal niet meer bij elkaar. En dat begint me aardig te frustreren. Soms maakt me dat angstig en denk ik: als die structuren van de kerk-van-toen wegvallen, wat houd je dan nog over en houd je dan nog wel iets over? Tegelijk weet ik dat dat een heel ongelovige vraag is en dat dat mijn business ook niet is, maar toch...'

Veel van wat ds. Nelly Boot hier aan de orde stelt, is ook terug te vinden in bondsgemeenten. Met name de kwestie van het raakvlak van het Woord en die van jongeren en niet alleen die van hen.
Bij de aanbieding van het jubileumboek van de 65-jarige IZB 'Uitgedaagd door de tijd - Christelijke zending in een postmoderne wereld', maakte prof. dr. A. van de Beek onder andere het bezwaar dat de schrijvers te veel onder de indruk waren van de cultuur, zich er te veel door lieten bepalen. We hebben niets anders te doen dan de werkelijkheid van God in Christus aan te zeggen, of het de mensen nu gelegen komt of niet. Als ik ds. Zoutendijk goed begrijpt, zal hij zich hierin herkennen. Maar ds. Boot zal eerder de IZB-lijn begrijpen vanuit haar ervaring: waar vind je nog een landingsbaan voor die boodschap. Is er nog wel een spoor van het Woord in de concrete gemeente terug te vinden? Voor wie missionair denkt en bezig wil zijn, blijven hier inderdaad uitdagende vragen liggen.

J. MAASLAND

Info: Wapenveld, los nummer te bestellen door overmaking van ƒ 10, 70 (incl. porto) op gironummer 266906 t.n.v. Adm. Wapenveld te Gouda, tel. 0182-530254. Kontekstueel, los nummer ƒ 8, 50 (incl. porto) te bestellen bij J. Bette, Arend Brinkmanrede 21, 2901TD Capelle aan den IJssel, tel. 010-4580599.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's