De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zolang er hoop is, is er leven! [3]

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zolang er hoop is, is er leven! [3]

9 minuten leestijd

Vragen die rondom het levenseinde vaak naar voren komen, zijn bijvoorbeeld: herkennen gestorven familieleden elkaar in de hemel? Mag je zeggen als je gaat sterven: 'ik ga nu naar mijn lieve moeder toe die ik al zo lang geleden door de dood verloren ben?' Of: 'nu zal ik eindelijk mijn vrouw terugzien?' Nu geeft het Woord van God ook hier weer niet op al onze vragen antwoord. Het gaat immers niet om de bevrediging van onze nieuwsgierigheid. Ik zeg overigens geen kwaad van die nieuwsgierigheid op zichzelf. Deze mag er zeker zijn! Je kunt allerlei vragen stellen over hoe het aan de andere kant van dood en graf zal wezen. Maar voordat je het weet, ben je met vrome fantasie bezig. Pastoraal mogen we met elkaar op weg zijn naar de toekomst die God voor ons in petto heeft, terwijl we de bijbelse beelden uitbuiten om voeding te geven aan onze verwachting, en tegelijkertijd toch enige afstand houden van de wel heel massieve wijze waarop allerlei evangelicale schrijvers zoals bijvoorbeeld Randy Alcorn hiermee omgaan (bijvoorbeeld in Deadline). Mooie beelden vond ik bij dr. Klaus Berger in zijn boek Is met de dood alles afgelopen? (Kampen 1998), bijvoorbeeld over het eeuwige leven als de vlucht van een vogel die steeds verder een zonnige lentemorgen in vliegt. Of: dat christenen de dood al achter de rug hebben en als het ware een vliegreis maken waarbij ze al door het donkere wolkendek zijn heengebroken. Dankbaar zijn we met alle bijbelse metaforen (beelden en gelijkenissen) en met alle beelden die gelovige dichters ons aanreiken, om zo de hoop die in ons is nader te articuleren.

Stelling 6: Het blijft een worsteling om als christelijke gemeente op bijbels geloofsniveau te komen en te blijven.

Geloofszekerheid lijkt een schaars goed in vele gemeenten. Ik heb jarenlang veel bejaardenpastoraat verricht, maar ben de gerijpte geloofsvrucht van vertrouwen en overgave in het aangezicht van de dood niet zo heel veel tegengekomen. Het was er wél en dan op diep ontroerende wijze. Dat zijn onvergetelijke ervaringen en ontmoetingen waar de Heilige Geest soms haast tastbaar aanwezig is in een ziekenkamer en bij een sterfbed. Maar vaak kwamen bejaarde broeders en zusters niet verder dan het uitspreken van een aarzelend misschien. 'Je kunt er wel op hopen, dominee, maar zeker weten kun je het niet.' Alsof ze hun kans berekenden om met een 6- op hun rapport bij God net met de hakken over de sloot de hemel binnen te mogen komen... Het is een prangende vraag hoe het komt dat bij bepaalde ernstige gemeenteleden de gedachte aan de wederkomst van Christus eerder beklemmend dan bevrijdend is. De 'papisten', zo zegt Luther in een preek in 1533, 'hebben bereikt dat wij bijna doodsbenauwd waren voor Christus en Hem alléén als Rechter beschouwden. Dat Hij de Verlosser is, werd verzwegen'. Luther houdt zijn gemeente voor: 'Christus komt voor de goddelozen als Rechter. Weest echter niet bang, maar heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing komt'. Calvijn zegt: 'Laat ons niet aarzelen om naar de komst van de Heere te verlangen als naar de allergelukkigste zaak' (Institutie III, 9, 5). Je zou wensen dat vier eeuwen reformatorische prediking en pastoraat wat meer deze vrucht van blij verwachten hadden opgeleverd!

Pelgrimsstaf zoek?
Misschien zijn jongere generaties vrijmoediger in het toe-eigenen van het heil in Christus. Maar er zijn voor hen weer nieuwe gevaren. De christelijke gemeente staat immers bepaald niet buiten de invloed van het geseculariseerde denken en leven van onze tijd. Veel moderne mensen schijnen nauwelijks meer een antenne te hebben voor de boodschap van de reële wederkomst van Christus. We mogen er niet meer van uitgaan dat de moderne mens die we in het pastoraat ontmoeten zomaar zonder meer het wereldbeeld deelt dat in het Nieuwe Testament een vanzelfsprekende geldigheid heeft: naderend wereldeinde, persoonlijke wederkomst van Jezus Christus, laatste oordeel, louterend vuur en dan een hele nieuwe wereld. Dit alles, wat in het NT eenvoudig voorondersteld wordt, kan voor een meelevende kerkganger van vandaag onwerkelijk en onwezenlijk overkomen. Gemeenteleden kunnen daarnaast in verwarring zijn geraakt door wat zij horen en lezen over bijnadood ervaringen (BDE's), over reïncarnatie en andere opvattingen inzake het leven na dit leven. Ze stellen vragen als: 'zou daar niets in kunnen zitten en hoe weet je nu zo zeker dat alleen wat de Bijbel erover zegt de waarheid is?' Er is nog een tweede factor die verhindert dat de gemeente op het niveau van de bijbelse hoop leeft. In zijn opstel 'Economie van de pelgrimage' neemt drs. A. P. de Jong (in drs. J. A. Coster e.a., De eeuw in het hart. De beuindelijk gereformeerden op weg naar de eenentwintigste eeuw, Houten 1998) stelling tegenover het materialisme als één van de zwakste kanten van de gereformeerde gezindte. Het materialisme is een grote oorzaak van het gebrek aan verlangen naar de vereniging met Christus (2 Thess. 2:1). Dit materialisme weet zich achter vrome dekmantels te verschuilen. In onze cultuur viert het hedonisme hoogtij, dat wil zeggen: het streven naar zoveel mogelijk genot als levensdoel. De moderne mens is op zoek naar paradijselijkheid. Hij poogt hier en nu een paradijsje te bouwen, liefst met een partner die hem of haar volmaakt gelukkig zou kunnen maken. Door dit streven naar paradijselijkheid - zo stelt M. B. ter Borg - ontstaat een enorm tijdsgebrek. We moeten genieten met volle teugen en dat genot 'vereeuwigen' via onze videocamera's, dia's en geluidsbanden. Eruit halen wat erin zit, dat is de moraal! Bepaalt deze mentaliteit niet steeds meer de levensstijl, ook in 'onze kringen'. Ik denk aan een uitspraak van wijlen ds. G. Boer, dat de christenheid van vandaag de pelgrimsstaf in het museum van oudheden lijkt te hebben opgeborgen (in zijn Door het geloof... Preken over Hebreeën 11, Amsterdam 1981, 38). De pelgrims van weleer zijn gezeten wereldburgers geworden. Wereldsgezindheid, wereldgelijkvormigheid en een materialistische levensstijl verslaan hun tienduizenden onder ons. Dr. G. C. den Hertog merkt hierover op: 'In de praktijk verschilt het huidige geleefde leven misschien niet eens zoveel van 'Laten we eten en drinken, want morgen sterven we!' Zijn ook wij niet - met de bewegingen in onze cultuur mee - hedonistisch geworden? !' (Wapenveld, 50-6). Dat laatste wil zeggen: helemaal gericht op genieten hier en nu. Wat is de remedie? Met de woorden van De Jong: 'De gereformeerde gezindte zal haar identiteit in de toekomst alleen kunnen bewaren als het dagelijks leven wordt bepaald door de bijbelse toekomstverwachting'.
Pastoraal zal moeten worden ingegaan op gebrek aan echte christelijke toekomstverwachting bij overigens meelevende gemeenteleden. Allereerst dient de prediking hier kritisch op nagezien te worden. Voorts ligt hier een zinvolle thematiek voor huisbezoekrondes en voor een gemeentebrede aanpak in het winterseizoen.

Paasloos leven en tegenwicht
We kunnen ook op dit punt in de leer gaan bij de apostel Paulus die in 1 Cor. 15 : 32-34 haarscherp tekent hoe het paasloze léven er uitziet. Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij. Dwaalt niet. Kwade samensprekingen verderven goede zeden. Waakt op rechtvaardiglijk, en zondigt niet! Want sommigen hebben de kennis van God niet; ik zeg het u tot schaamte. Het materiële vormt voor veel mensen, ook binnen de gemeente, de hoofdschotel van het leven. De dienst van God wordt dan meer als een toetje beschouwd. Paulus citeert de Griekse dichter Menander om de gemeente te waarschuwen. De strekking van die waarschuwing is: 'waar je mee omgaat, daar word je mee besmet!' In alle openheid staat het Nederlandse deel van de gemeente van Christus midden in de wereld van het rijke Westen. Op zich is daar niets mis mee, we zijn niet geroepen in een ghetto of klooster te gaan leven. 'Maar wat Paulus ons op het hart wil binden, is dat die openheid niet uit mag groeien tot een kritiekloos relativisme, dat ons van het spoor van Gods beloften en geboden vervreemdt. Laat niemand zijn eigen weerbaarheid overschatten. Wij zijn hoogst beïnvloedbare mensen.' (prof. dr. A. de Reuver, Ecclesia, 01.04.94). Daarom roept de apostel op om in het licht van de werkelijkheid van Pasen tot bezinning en tot echte nuchterheid te komen. Wanneer we wakker worden, worden we wijzer en kijken we verder dan de materie en het vluchtige genot van hier en nu.
Wat een huiswerk krijgen we hier mee. Of beter gezegd: wat een oproep tot dagelijkse bekering. Opdat we als gelovigen voorgangers mogen zijn in de hoop door navolgers te zijn van Christus, die van alle rijkdom en heerlijkheid afzag terwille van de eer van Zijn Vader en het heil van mensen.

Stelling 7: Gelovige toekomstverwachting geeft de gemeente kracht om te getuigen en verleent haar aantrekkingskracht voor buitenstaanders.

Dr. Klaus Berger schrijft: 'Het sterven van de oude christenen gold als een bijzondere missionaire situatie. Dat geldt ook nu nog voor de manier waarop wij rouwen om de dood van een christen en daardoor aan die dood een interpretatie en betekenis geven'. Het is een bekend gegeven dat de wijze waarop de eerste christenen hun doden begroeven en hun rouw verwerkten grote missionaire kracht heeft gehad. Vandaag de dag zien we in onze cultuur een grote sprakeloosheid en radeloosheid ten aanzien van de eindigheid van het leven. Het is een uitdaging om als kerk midden in die sprakeloosheid de boodschap van de overwinning op de dood eigentijds te verwoorden en gestalte te geven. Het behoeft geen betoog dat bijvoorbeeld een getuigenis als van ds. Vreugdenhil ook voor randkerkelijken en buitenkerkelijken tot zegen zou kunnen zijn wanneer ze ermee in aanraking komen.
Komen ze ermee in aanraking? Dat hangt mede van het getuigenis van de gemeente af. Het gaat daarbij om woord en wandel, om de levenshouding vooral. Er is een nauwe samenhang tussen toekomstverwachting en levensheiliging, dus tussen wat je verwacht en hoe je leeft. 'De hoop heeft uitwerking in ons leven. Wie de komst van Christus gelovig verwacht, zit niet stil. We hebben een opdracht. Onze verwachting en onze roeping gaan samen' (prof. dr. J. van Genderen, De Bijbel en de toekomst - Een blij vooruitzicht voor wie gelooft, Heerenveen 1998). De christelijke hoop maakt waakzaam en werkzaam. De christelijke toekomstverwachting geeft ook uithoudingsvermogen om de blijvende opdracht te vervullen in deze wereld.
Die opdracht houdt onder meer in dat wij Christus' getuigen zullen zijn. Daarom zullen we elke gelegenheid aangrijpen om, juist ook ten overstaan van de realiteit van de dood, aan onze medemensen, kerkelijk, randkerkelijk of onkerkelijk, het evangelie van de hoop te communiceren. Zolang de gemeente hoopt, leeft zij en zolang zij leeft, is zij tot zegen in de wereld.

J. HOEK, VEENENDAAL

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zolang er hoop is, is er leven! [3]

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's