Luther als hoorder van het Woord
LUTHERS OMGANG MET DE BIJBEL [I]
Maarten Luther, de bekende kerkhervormer, gedenken wij als een man van het Woord, met een hoofdletter W. De leuze van de protestanten Verbum Dei manet in aeternum het Woord van God blijft in eeuwigheid, was hem ongetwijfeld uit het hart gegrepen. Zijn leven was van jongs af aan gestempeld door het Woord. Er bestaat een legende die inhoudt dat Luther pas als student tot zijn verrassing in aanraking zou zijn ge komen met de Bijbel. In zijn boek Luther en de bijbel (Baarn 1977, 3e druk), waaraan ik voor dit en de volgende artikelen veel ontleen en waarheen ook de cijfers bij de citaten verwijzen, schrijft dr. W. J. Kooiman dat dit onmogelijk historisch juist kan zijn.
Het is wel een mooi en spannend verhaal over die jonge Maarten die in de bibliotheek te Erfurt een Bijbel zou hebben aangetroffen, ergens op een vergeten plek, dik onder het stof, vastgelegd aan een ketting. Of het verhaal over Luther als jonge monnik die in de kloosterbibliotheek een Bijbel had gevonden en vervolgens bij dat boek niet meer was weg te slaan tot ergernis van zijn oversten, die hem extra en meest onaangename karweitjes opdroegen om hem toch maar zo veel mogelijk af te houden van de lectuur van dat gevaarlijke boek!
Hoe goed ook bedoeld, zulke legendes slaan de plank mis. Luther heeft van jongs af de Bijbel, althans grote gedeelten ervan, in de Latijnse vertaling, de Vulgata, gekend. De monniken van zijn orde hadden de plicht om de Vulgata ijverig te lezen, aandachtig te horen en naarstig te bestuderen. Bij zijn komst in het klooster in 1505 kreeg Luther als novice een eigen exemplaar van deze Bijbel in het Latijn. Toen hij promoveerde tot doctor in de theologie werd hem bij de plechtigheid tot tweemaal toe een Bijbel aangereikt, eerst gesloten, vervolgens geopend, ten teken daarvan dat van hem als doctor theologiae verwacht werd dat hij door zijn onderwijs de Bijbel zou doen opengaan voor zijn studenten. We kunnen concluderen dat de Bijbel, althans in de wereld van de theologen en althans in de Latijnse vertaling, in Luthers dagen bepaald niet onbekend was. Luther heeft al heel vroeg een gedegen bijbelkennis opgedaan en stond erom bekend dat hij zoveel teksten letterlijk wist te citeren.
Toch een grote ontdekking
En toch is het voor Luther een grote ontdekking geweest wat de boodschap van de Heilige Schrift werkelijk inhield. Zijn eerste colleges gingen over het boek van de Psalmen, vervolgens onderwees hij de uitleg van de Romeinenbrief. In deze tijd is hem gaandeweg het licht opgegaan ten aanzien van de betekenis van de goddelijke gerechtigheid. Hij oefende zich in het luisteren naar de Psalmen, die hij aftastte op hun christologische boodschap, zoals hij dat met heel het Oude Testament deed. Twee citaten: 'Zo vaak ik een tekst heb hard als een noot, waarvan ik de schaal niet kraken kan, gooi ik hem gauw tegen de rotssteen (Christus) en dan vind ik de heerlijke pit' (30). 'Het Evangelie is verborgen in de Wet en het wordt niet gezien, zoals de waterstromen in de rots verborgen zijn, totdat je er met het hout van het kruis tegen slaat, dan scheurt de steen en het water borrelt naar buiten' (30). Deze twee citaten zijn tekenend voor Luthers lezen van bij de de Psalmen en van het gehele Oude Testament. Door de Psalmen heel sterk op Christus en de gelovigen te betrekken, leerde hij daarin de zeer persoonlijke geloofsrelatie, het bevindelijke geloofsleven beluisteren. Vanuit de herkenning van dat geloofsleven is Luther met de uitleg en de meditatie van de Psalmen zijn hele leven lang intens bezig gebleven. Het Psalmboek was voor hem het meest directe Woord van God, in eigen nood en uitredding beproefd, hem vergezellend in alle strijd en vreugde met zijn smeekgebeden en verlossingsliederen. Het was voor hem de Bijbel in het klein, door de Heilige Geest zelf samengesteld 'opdat iemand, die de hele Bijbel niet kan lezen, toch in één boekje een zo goed als volledige samenvatting zou hebben' (117). In de Psalmen wordt ons een blik gegund in het hart van alle heiligen, als in een schone en bekoorlijke tuin, ja, als in de hemel zelf. Maar ook als in de dood en in de hel. Immers, de hoogten en diepten van het geloofsleven zijn daar zuiver en indringend geschilderd.
De poort van het paradijs
Door zijn luisteroefeningen naar de Psalmen gloorde er bij de vele vragen die Luther had toch al iets van het licht van zijn grote reformatorische ontdekking. Tot een doorbraak kwam het toen hij de boodschap van de brief aan de Romeinen ging verstaan, met name een tekst als Romeinen 1:17 Want de rechtvaardigheid Gods wordt in het evangelie geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Toen aan Luther na bange worsteling het inzicht werd geschonken dat de hier genoemde 'gerechtigheid Gods' niet de wrekende gerechtigheid was die ons als zondaars moet veroordelen en ook niet de verdelende gerechtigheid die aan eenieder geeft wat hem toekomt, loon of straf, maar juist de reddende gerechtigheid, 'gerechtigheid als geschenk', toegerekende gerechtigheid om Christus' wil, beleefde hij een ongekende vreugde. 'Het was mij of ik geheel herboren was en door open poorten binnengegaan in het paradijs zelf. Heel de Schrift toonde mij ogenblikkelijk een ander gezicht. En nu prees ik dit woord 'gerechtigheid Gods' met een liefde, even groot als de haat die ik het vroeger toegedragen had en het werd mij het heerlijkste woord. Zo is deze tekst van Paulus voor mij werkelijk de poort van het paradijs geworden.'
Geraakt door het Woord
Luther heeft er altijd op gewezen dat wij het Woord persoonlijk moeten horen, dat het ons moet gaan raken tot in het diepst van onze ziel, zoals het hem zelf geraakt had. Daar is een wonder voor nodig. De Bijbel kan alleen begrepen worden door het werk van de Heilige Geest, die ons natuurlijk inzicht in het Woord gevangen neemt. Onze gedachten moeten krijgsgevangen worden gemaakt en aan Christus voeten worden gelegd. Niet wij als lezers moeten het Woord veranderen, maar het Woord moet ons veranderen, zodat wij worden zoals het Woord. 'De geheime kracht van de Schrift is, dat zij niet verandert in hem die haar onderzoekt, maar dat zij haar minnaar verandert in zichzelf en hem haar deugden schenkt' (43). De inhoud van het Woord gaat leven in de mens die het leest en hoort. Dat echte leven, die geloofservaring, schrijft Gods vinger uit genade in ons hart. Zo alleen, dus niet door talenkennis en theologische wetenschap op zichzelf, maar door deze krachtige en wonderlijke uitwerking van de Geest in ons, dringen we door tot de werkelijke inhoud van de Schrift, tot God zelf, en leren we Zijn bedoelingen kennen. De lezer of liever de hoorder moet de Bijbel gaan ervaren als op hem of haar zelf gericht, een levende aanspraak van God waarin Deze zich rechtstreeks tot hem of haar wendt, het oordeel aanzegt en Zijn genade als een wonder aanbiedt en dan ook een hartelijk gemeend antwoord van de mens vraagt. Zo worden we helemaal, met huid en haar, met hart en ziel, bij de boodschap van Godswege betrokken. 'Wat de weide is voor het vee, het nest voor de vogel, de rivier voor de vis, dat is de Schrift voor de gelovige ziel'(43). Het gaat in het geloof altijd om het 'voor u', het moet u persoonlijk, op de man of vrouw af, gezegd zijn. Niemand kan berekenen wanneer voor hem de vlam eruit zal slaan en niemand kan daar iets aan toe- of afdoen. De Geest schrijft het verkondigde Woord innerlijk in het hart. 'Want die het horen, krijgen van binnen een vlam, zodat hun hart zegt: dat is waar, al zou ik er ook honderdmaal de dood om moeten lijden' (175).
Wie zo het Woord leert verstaan, leert de goede strijd van het geloof te strijden. Het kruis van Christus wordt zijn merk- en veldteken. 'Alle goede dingen zijn verborgen in het kruis en onder het kruis. Daarom moeten we niet proberen ze te verstaan, dan alleen onder het kruis. Ik, arm, petieterig schepsel, vind niets in de Schrift dan Christus en Die gekruisigd. Want Jezus Christus zelf is alle goed dat in de Schrift aan de rechtvaardigen wordt toegekend, zoals blijdschap, hoop, heerlijkheid, kracht, wijsheid. Maar Hij is een gekruisigde Christus. Daarom kunnen alleen zij zich in Hem verheugen, die op Hem vertrouwen en Hem liefhebben door zichzelf te wantrouwen en hun eigen naam te haten.' 'Een theoloog wordt iemand niet door begrijpen, lezen en speculeren, maar door te leven, te sterven en verdoemd te worden'. Echte theologie is theologie van het kruis en theologie van het kruis is theologie van het Woord. 'Onze standaard is het Woord van het kruis, het triomfantelijke teken, rood gekleurd met het bloed van Christus. Hiermee gaat de kerk van Christus, die alleen sterker is dan een heel leger met veel vaandels, al de machten der duisternis tegemoet. Want het Woord terzijde stellen en zonder het Woord willen vechten, dat is niet veel anders dan een spelletje spelen, zoals kinderen doen in hun vakantie'(54).
J. HOEK, VEENENDAAL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's