De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Luther als prediker van het Woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Luther als prediker van het Woord

LUTHERS OMGANG MET DE BIJBEL [3]

8 minuten leestijd

Heeft Luther altijd tijd gezocht om hoorder, leerling van de Schrift te blijven, is hij vervolgens jaar in jaar uit druk geweest met de vertaling van de Bijbel, toch was hij het meest bezet met de prediking van het Evangelie. Vanaf de kansel en de katheder, in woord en geschrift beijverde hij zich de goede tijding door te geven aan wie het maar horen wilde. Dat was het levenswerk dat hem geheel beheerste, de hartstocht die hem dreef. In de stadskerk van Wittenberg bevindt zich een altaarschildering van Lucas Cranach. Hierop is onder meer Luther afgebeeld, gehuld in een traditionele zwarte preekjas. Zijn linkerhand rust op een opengeslagen Bijbel en met zijn rechterhand wijst hij naar een groot beeld van Christus aan het kruis. Zo is aangegeven wat Luther het liefste deed: het Evangelie preken aan het volk, en tegelijkertijd is aangegeven wat (Wie!) het hart van zijn prediking uitmaakte, namelijk Jezus Christus en Die gekruisigd. Bewogen heeft hij deze boodschap gebracht, op een warme, aansprekende wijze. Hij had daarbij de gewone man op het oog. 'Ik preek niet voor Melanchthon, Bugenhagen of Jonas, want die weten het zelf alles wel, maar voor mijn Hansjes en Elsjes. Die heb ik op het oog.' 'Moedermelk moet men ze geven, geen extracten of kostbare siropen uit de apotheek'.

Een zwaar en wonderschoon ambt
Er zijn ons ruim 2300 preken van de reformator bewaard gebleven, maar dat is slechts een klein gedeelte van het totaal aantal preken dat hij gehouden heeft. Luther preekte gemiddeld drie à viermaal per week, in de feesttijden gewoonlijk dagelijks. Zo preekte hij in de 11 dagen van Palmzondag tot woensdag na Pasen eens 18 maal achtereen! Dat betekent niet dat Luther het preken zomaar even deed als een techniek die hij gemakkelijk beheerste. Hij sprak eens 'dat hij liever een steensjouwer zou worden dan ooit nog één preek te houden. Want het is een ambt vol verschrikking en gevaar. Je moet dagelijks sterven van vrees dat je de gemeente op een zijweg leiden zou.' Toch zegt hij ook: 'Al zou ik koning of keizer kunnen worden, ik zou het predikambt niet verlaten.' Daarbij komt het er nauw op aan: 'de prediker moet met Jeremia zeggen en roemen: Heere, U weet dat al wat uit mijn mond is uitgegaan, recht en U welgevallig is. Met Paulus, de apostelen en alle profeten moet hij zeggen: dat heeft God zelf gesproken. En: ik ben een apostel en profeet van Jezus Christus geweest in deze prediking. En als het anders is dan moet je niet preken, want dan lieg je zeker en je lastert God'. Aan een ontmoedigd prediker gaf hij de raad: 'Gij wilt graag zo flink zijn als Petrus en Paulus. Als je niet kunt lopen, is kruipen ook wat. Doe wat je kunt. Als je niet een heel uur kunt preken, preek dan een halfuur of een kwartier. Probeer nooit een ander na te doen. Pak eenvoudig de kern beet, waar het op aan komt en laat de rest aan God over. Zoek alleen Gods eer en vraag niet naar de bijval van mensen. Bid dat Hij wijsheid in uw mond geve en de toehoorders een louter luisteren. Neem gerust van mij aan, dat preken geen mensenwerk is.' (vergelijk het artikel 'Luther en de prediking' door ds. G. C. Post in de bundel Uit het geloof, Liber amicorum aangeboden aan ds. A. J. de Jong, Leiden 1983).

Wet en Evangelie
Welke boodschap was het die Luther in alle toonaarden deed horen? Het was de boodschap van Wet en Evangelie. 'De ziel kan alles ontberen, behalve het Woord Gods en zonder het Woord Gods kan ze nergens mee geholpen worden. Maar als ze het Woord heeft, heeft ze ook niets anders meer nodig, ze heeft aan het Woord genoeg' (Kooiman, 63). Dat is het Woord waarin de Wet het oordeel dreigend aanzegt en waarin het Evangelie lokkend nodigt. Het Evangelie is niet zozeer geschrift als wel aanspraak en toezegging van Gods wege. De kerk is geen pen-huis, maar een mond-huis. Evangelie betekent toch goede boodschap, blijde mare, goed nieuwsbericht, waarvan men zingt, spreekt en waarover men vrolijk is. Zoals het van mond tot mond ging dat David de reus Goliath had verslagen, zo mag de goede mare door heel de wereld klinken van de volkomen David, die met zonde, dood en duivel gestreden en de overwinning behaald heeft. Daardoor heeft Hij allen die in zonden gevangen, door de dood geplaagd en door de duivel overweldigd waren, zonder hun verdienste verlost, en hen rechtvaardig, levend en zalig gemaakt. 'Hij heeft hun daarmee de vrede hergeven en hen tot God teruggebracht, daarvan zingen zij, ze danken en loven God en zijn voor eeuwig vrolijk, als ze dat tenminste vast geloven en in dat geloof standvastig blijven' (96/97). De arme mens, in zonden, dood en hel gevangen, kan nooit troostrijker tijding horen dan deze dierbare, lieflijke boodschap van Christus, zodat hij in het diepst van zijn hart lachen kan en vrolijk daarover zijn, als hij gelooft dat het waar is. Steeds wordt daarbij de noodzaak van het geloof beklemtoond. De verzoening heeft zich buiten ons, extra nos, op Golgotha voltrokken. Maar de gelovige is er op existentiële wijze bij betrokken. 'De verzoening is niet maar een waarheid die om acceptatie vraagt, maar een werkelijkheid waaraan men slechts door een geloofsrelatie met Christus deel krijgt. Wij zijn niet verzoend sinds Christus, maar in Christus!' (K. Zwanepol, Luther-bulletin, 8, 89).
De kernboodschap staat of valt ermee dat Wet en Evangelie, Mozes en Christus, scherp van elkaar onderscheiden blijven. 'Daarom ziet toe, dat gij niet van Christus een Mozes maakt, noch van het Evangelie een wet- of leerboek, zoals tot nu toe gebeurd is... Want het Evangelie eist waarlijk geen werk van onze kant, waardoor we vroom en zalig zouden kunnen worden - ja, het veroordeelt zulke werken - , maar het vraagt van ons slechts geloof in Christus, geloof hierin, dat Hij voor ons zonde, dood en hel overwonnen heeft en ons dus niet door onze werken, maar door Zijn eigen werk, sterven en lijden, vroom, levend en zalig maakt; het vraagt, dat wij Zijn sterven en overwinning als de onze aanvaarden, als hadden wij het zelf gedaan' (98).

De kern van de boodschap
Over zijn kernboodschap laten we Luther zelf nog eens wat uitvoeriger aan het woord. Die kern van zijn boodschap is duidelijker dan ooit te vinden in het commentaar op de zozeer door hem geliefde brief aan de Galaten, waarvan hij placht te zeggen: 'Het is mijn brief, ik ben ermee getrouwd, 't is mijn Kathe von Bora'. Een heel bekende en bijzonder rijke passage luidt: 'Toen de barmhartige Vader ons zag, hoe wij onderdrukt werden door de Wet en hoe wij onder haar ban werden gehouden, zonder enige mogelijkheid daarvan bevrijd te worden, zond Hij Zijn Zoon in de wereld, legde alle zonden van alle mensen op Hem en zeide tot Hem: wees gij Petrus, de loochenaar, wees Paulus, de vervolger, spotter en geweldenaar, wees David, de echtbreker, wees de zondaar die de appel in het paradijs at, wees de moordenaar aan het kruis, in één woord: wees aller mensen persoon, die aller mensen zonden gedaan heeft en zorg er dan voor, dat ge betaalt en genoeg doet voor allen. Toen kwam de Wet en zei: Ik merk, dat deze zondaar de zonden van alle mensen op zich neemt en ik zie geen zonde dan bij hem. Daarom moet hij aan het kruis sterven'.
Christus zegt dus: Ik ben die zondaar. Nu mag de zondaar in het geloof zeggen: Ik ben Christus. 'Door het geloof wordt gij zo met Christus verenigd, dat uit u en Hem als het ware één enkele, onverbreekbare persoon wordt, zodat ge met vol vertrouwen kunt zeggen: Ik ben Christus' (145/146). Ziedaar de vrolijke ruil: Hij mijn zonde, ik Zijn gerechtigheid. Daar is het merg van het Evangelie zoals door Luther weer in alle klaarheid gepredikt: sola gratia, sola fide, sola scriptura, solo Christo, de HEERE, onze Gerechtigheid! Bij deze wondere genade Gods heeft Luther geleefd en is hij gestorven. Daar is heel zijn prediking en onderwijs van doordrenkt geweest. Zijn laatste college over Genesis was op 17 november 1545. Volgens het dictaat van een student eindigde hij met de woorden: 'Dat is nu de lieve Genesis. Onze Heere God geve dat anderen na mij het beter doen. Ik kan niet meer, ik ben op. Bidt God voor mij, dat Hij mij een goed, zalig einde verlene.'

J. HOEK, VEENENDAAL

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Luther als prediker van het Woord

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's