Enige opmerkingen bij en over Zacharia 14 [2]
Tijd en plaats
Met de profetie van Zacharia, die van priesterlijke afkomst was, zijn we in de tijd van na de ballingschap. Eigenlijk in die van het herstel van dit vreselijk gebeuren. De eerste datering, zie 1: 1, spreekt van 'de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, d.i. de maand november van het jaar 520 voor Christus. Dat is de tijd na de terugkeer van de ballingen uit Babel onder leiding van Sesbazzar en Zerubbabel. En hoofdstuk 14 staat aan het eind van de profetie, is het laatste hoofdstuk ervan.
Twee delen
Ongetwijfeld zijn er lezers van de Bijbel die weten dat er wel eens sprake is van een tweedeling van het boek Jesaja, hoofdstuk 1 - 39 en de zogeheten Deutero-Jesaja, hoofdstuk 40 - 66. Dit onderscheid wordt door veel bijbelgeIeerden gemaakt omdat er minstens een periode van 150 jaar zit tussen beide. En, zegt men, Jesaja kan dus nooit het tweede deel van zijn profetie hebben uitgesproken en opgeschreven. Hoe oud zou hij dan wel niet moeten zijn geworden? De hoofdstukken 40 - 66 worden toegeschreven aan een andere profeet, die (toevallig) ook Jesaja heette. Anderen zijn van oordeel dat Jesaja door de ingeving van de Heilige Geest ook zo kon spreken over de verdere heilrijke toekomst van herstel uit de ballingschap en de komst van de Messias alsof hij dat zelf meemaakte. Dat spreken was hem niet vreemd, vgl. Jesaja 9: 5.
Stellig zal een aandachtige lezer van de Bijbel opvallen dat er ook een groot verschil is tussen twee delen van de profetie van Zacharia en wel de hoofdstukken 1 tot 8 enerzijds en 9 - 14 anderzijds. In het eerste deel komen nauwkeurige aanduidingen van de tijd van optreden voor, boodschappen over de tempelbouw en de nachtgezichten die de profeet in een nacht ontving. In het tweede deel ontbreken juist de dateringen en lezen we geen woord meer over de bouw van Gods huis! Tussen beide delen ligt een tijdsduur van zo'n 40 jaar. Als we aannemen dat Zacharia heel jong tot profeet werd geroepen is er geen enkele reden de hoofdstukken 9 - 14 aan hem te ontzeggen. Omstreeks 480 voor Christus zou de Heilige Geest opnieuw vaardig over hem zijn geworden en profeteerde hij opnieuw.
Hoofdstuk 14
Dit hoofdstuk vormt de afsluiting van de profetische boodschap van Zacharia. Het spreekt van het ingrijpen van God ten gunste van Jeruzalem door vele vijanden belaagd en belegerd. Uiteindelijk zal God het voor Zijn volk en stad opnemen. Met gebruikmaking van echt profetische taal en bijzondere beelden krijgt deze afsluitende profetie een eigen betekenis en kleur. Alle onderscheid tussen heilig en onheilig valt weg en heel de schepping is dan woonplaats van God. We kunnen spreken van een 'eschatologisch vergezicht', stelt wijlen prof. dr. A. H. Edelkoort.
Bijzonderheden
Wie Zacharia 14 opslaat wordt stellig getroffen door een aantal bijzondere woorden, termen en beelden die worden gebezigd. We gaan deze nu eerst na.
1. Beginwoorden
Hoofdstuk 14 begint met de woorden 'ziet, de dag komt de HEERE...'. Ook andere profeten, denk om te beginnen aan Amos 5; 18-20, spreken over de 'Jom Jahweh' als komende gerichtsdag, die anders zal uitpakken dan de verwachting van het volk denkt. Op die dag zal Hij de eer ontvangen die Hem toekomt.
2. De stad Jeruzalem geplunderd!
De stad Jeruzalem wordt onmiskenbaar toegesproken. Het lot van deze stad speelt een grote rol in deze laatste toekomstprofetie. Dat in de eindtijd volken massaal ten strijde tegen deze stad zullen trekken is ook andere profeten bekend geweest, verg. bijvoorbeeld Ezechiƫl 38. Maar God komt te hulp, zie vers 3, en trekt Zelf ten strijde uit! Vijanden zijn er blijkbaar in geslaagd - de verzen 1 en 2 spreken van door de vijanden behaalde buit en gepleegde plunderingen - om de stad in te nemen. In hoofdstuk 12 was nog de bescherming van God voorzegd! Wat blijkt dus nu? Het rijk van God glorieert en triomfeert zelfs... dwars door de inname van Jeruzalem heen. Dat is en verschrikkelijk en verrukkelijk! Bij Zacharia zelf vond verdieping van inzicht in de wonderlijke wegen van God plaats. Maar ik sprak van 'inname' en niet van de 'ondergang' van Jeruzalem! De ene helft van het volk wordt gedeporteerd en de andere ontkomt door weg te vluchten.
3. De Olijfberg gespleten!
Opvallend is niet alleen dat de Olijfberg zo'n grote rol zal spelen maar dat ook de ligging ervan in vers 4 zo nauwkeurig wordt aangeduid! Wijst dat er op hoe doelmatig God Zijn volk te hulp zal komen? En wanneer gesproken wordt van 'de splijting van de Olijfberg in twee delen' doelt de Godsman dan op een aardbeving, ten gevolge waarvan dit zich zal voordoen? Soms zijn meer vragen te stellen dan antwoorden te geven. Maar het gaat niet om bevrediging van onze nieuwsgierigheid maar wel om troost voor de gelovigen. In dat opzicht 'spoort' de profetie van deze knecht van God met de inhoud van het laatste Bijbelboek. Zacharia en Johannes reiken elkaar over de eeuwen heen de hand.
Volgende keer gaan we op nog meer bijzonderheden in.
W. CHR. HOVIUS, APELDOORN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's